Zo vangt mijn vakantie aan: dat verhaaltje lezen en de ogen sluiten, om af te dromen

Boekenweek

Wat er zeker meegaat in de koffer van Arjan Peters is de onvoltooide laatste roman van Saramago. Om af te dromen.

Foto Lisa Klaverstijn & Marie Wanders

Het grootste voordeel van lezen is dat je geen contact met de medemens hoeft te maken. Bij uitstek een zegen voor de reiziger, die immers op perrons en gates, en daarna in treinen en vliegtuigen, langdurig wordt geconfronteerd met gezelschap dat hij nooit zou hebben uitgekozen. In Denkbeelden van Walter Benjamin, vertaald door Michel van Nieuwstadt (Vantilt; euro 19,95), las ik dat reizigers vaak thrillers lezen om de ene angst door de andere te verdoven: 'Tussen de vers van elkaar losgemaakte bladzijden van de misdaadromans gaat hij op zoek naar de doelloze, in zekere zin maagdelijke beklemmingen, die hem over de archaïsche van de reis heen kunnen helpen.'

Misschien zijn thrillers populair omdat ze drijven op de angst van de lezer - niet voor de beschreven misdaden, maar voor zijn eigen levensangst. Iets om over na te denken als we weer op pad gaan en om ons heen talloze beduimelde detectives zien, door trillende handen vastgehouden. Ontspanning is ver te zoeken. Ik zou me kostelijk vermaken als ik turf 17 van de Volledige werken van W.F. Hermans mee durf te nemen (De Bezige Bij; euro 34,99). Meer dan duizend pagina's van anderen verlost! En dan ook nog met Hermans' prachtige portret van Multatuli, plus alle voetnoten van de Hermans-bezorgers bij diens noten over Multatuli, waardoor we weten dat hij op zijn 13-de Woutertje Pieterse meteen prachtig vond, omdat de Amsterdamse moeder van Wouter precies zo praatte als de grootmoeder van Hermans, hetgeen hij kort voor zijn dood in april 1995 nog onthulde.

Wat gaat er zeker mee? Als een geschenk van gene zijde ontving ik Hellebaarden, de onvoltooide laatste roman van José Saramago, in de vertaling van Harrie Lemmens (Meulenhoff; euro 18,99). 'Waarom wordt er eigenlijk nooit gestaakt in een wapenfabriek?', had de auteur zich al jaren afgevraagd, als tachtiger nog steeds woedend op de industrie die leeft van slagvelden.

Saramago begon er in 2009 aan, met hermansiaanse grimmigheid: 'De man heet artur paz semedo en hij werkt al bijna twintig jaar op de factureerafdeling lichte wapens en munitie van de bekende wapenfabriek belona nv, dat is de naam van de romeinse godin van de oorlog, zeggen we er maar meteen bij, want wie beschikt vandaag de dag nog over zulke nutteloze kennis.'

Zo vangt mijn vakantie aan: dat verhaaltje lezen, de ogen sluiten, en dan op eigen kracht naar het gedroomde einde reizen.

Meer over