'Zo uniek Afrikaans is dat geweld niet'

Wat was Richard Dowden er graag bij geweest, deze week, bij het referendum in Zuid-Soedan over afscheiding van het Noorden. In zijn net vertaalde De Staat van Afrika wijdt hij een indrukwekkend hoofdstuk aan de burgeroorlog, die hij jaren heeft gevolgd. Als hij in 1993 een ziekenhuis in het Zuiden bezoekt dat de Soedanese luchtmacht doelbewust had gebombardeerd, is de oranje aarde er nog donker en nat van het bloed.


'Afscheiding is onvermijdelijk', zegt de nu 61-jarige Dowden in een Amsterdams hotel. 'De haat tegen het Noorden zit te diep.' Dan, met de twinkeling in de ogen van de verslaggever die in hem huist: 'De dag dat de onafhankelijkheid wordt uitgeroepen, ben ik er wél bij. Een uitnodiging heb ik al.'


Sinds 1980 reist Dowden door Afrika, voor achtereenvolgens The Times, The Independent en The Economist. Acht jaar geleden werd hij directeur van de Royal African Society, een ruim honderd jaar oude denktank die kennis over Afrika verspreidt. Dowdens vuistdikke boek past bij dit doel: aan de hand van persoonlijke ervaringen kantelt hij gangbare meningen over hulp, democratie en de invloed van China op het continent.


'De regering heeft de peilingen goed bekeken: het Britse publiek vindt hulp belangrijk. Dat is het natuurlijk ook. Noodhulp bij natuurrampen blijft nodig, kleinschalige hulp van burgers die een Afrikaans dorp steunen, kan zinnig zijn. Maar de gedachte dat je landen en economieën van buitenaf kunt veranderen, bestrijd ik. 'Red Afrika van de Afrikanen', was zo ongeveer het motto van hulpevangelisten als Bob Geldof en ex-premier Tony Blair. Veranderingen moeten van de Afrikanen zelf komen, anders zijn ze niet blijvend. En je moet niet te snel resultaten verlangen. Soms duurt een omslag vijftig jaar.


'Neem de Millenniumdoelen van de VN om de armoede te bestrijden. Die zijn gebaseerd op gemiddelden, waarbij Aziatische landen zijn meegewogen. Voor Afrika zijn de streefcijfers veel te hoog. Toch hebben Afrikaanse landen ervoor getekend, in de verwachting hulpgeld te krijgen. Als de Millenniumdoelen straks niet worden gehaald, zegt de rest van de wereld: zie je wel, ze kunnen het niet.'


'Chinezen werken hard, kosten soms een tiende van een westerling qua salaris en luxe, werken op plekken waar westerlingen niet willen komen, heropenen mijnen die westerse bedrijven hadden gesloten. Ze helpen de infrastructuur aan te leggen, lange termijn-investeringen waar westerse landen huiverig voor zijn.


'Ja, het gaat China vooral om de grondstoffen, en het stelt geen lastige vragen over mensenrechten en transparantie bij de besteding van leningen. Afrikaanse regeringen ervaren dat als verfrissend. Het IMF heeft zijn eisen al versoepeld, omdat de Afrikaanse landen anders naar China gaan voor een lening.


'De benadering is ook erg verschillend. Op de website van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken is het eerste dat je leest over Ethiopië en Kenia dat ze tot de armste landen van het continent behoren. De Chinese site benadrukt de lange vriendschapsband tussen de landen en de warme relatie. Het laat de Afrikaanse landen in hun waarde, wat het Afrikaanse zelfbewustzijn versterkt.


'Wat Chinezen nauwelijks doen, is Afrikanen inhuren, zelfs niet voor het simpelste werk. Dan wijzen ze op het taalprobleem. Maar er zijn veel Afrikanen die Mandarijn leren. Op termijn verdwijnt dat excuus.'


'We waren lang genoeg in Afrika om de bestaande structuren kapot te maken, maar niet lang genoeg om ze te vervangen door iets nieuws. Daarom schreef ik dat. In India lag het anders. Daar lieten de Britten een goed werkend ambtenarenapparaat achter, bemand door Indiërs. Die geven de koloniale machten niet meer de schuld van hun problemen.


'De grootste schade die de koloniale machten aanrichtten, was niet economisch of sociaal van karakter, maar psychisch. In de jaren zeventig was ik voor het eerst in Oeganda. Een man in het dorp was in Engeland geweest, waar hij een bolhoed, paraplu en aktentas had gekocht. Daarmee liep hij dagelijks rond. 'Beschaving' was in de ogen van veel Afrikanen het kopiëren van het Westen. Pas eind jaren tachtig is er een generatie Afrikanen gekomen die haar eigenwaarde ontleent aan de eigen achtergrond. De hoger opgeleiden lopen rond in maatpakken, maar schamen zich niet om in hun dorp met de handen maïspap te eten. Ze combineren beide werelden. Dat is hoopgevend.'


'Wie de helft van de stemmen krijgt plus één, wint alles, volgens het Britse systeem. In Afrika betekent dit dat de hele oppositie wordt uitgeschakeld. Iets als 'Her Majesty's Loyal Opposition' heb je niet. Marginalisatie van minderheden is het gevolg, waaruit geweld kan ontstaan.


'In Somaliland is er naast het gekozen parlement een Hogerhuis, de Gurti, waarin clanoudsten zetelen. Twee keer liepen conflicten in het land bijna uit op een burgeroorlog. Beide keren kwam de Gurti met een oplossing die alle partijen hebben aanvaard. Misschien moeten meer landen zo'n instituut scheppen.


'Zo uniek Afrikaans is dat geweld niet. Ik neem Afrikanen altijd graag mee naar het Britse Lagerhuis. Dan wijs ik op de twee rode lijnen op de vloer waar de parlementsleden van beide partijen van oudsher achter moeten blijven. De afstand ertussen is even lang als twee zwaarden.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden