Zo romantisch is deze avond nou ook weer niet

De Sri Lankanen met het fototoestel en de rozen? Die zijn terug. Althans, ik zag er drie in één week. Minister Asscher waarschuwde al dat robots onze banen zouden inpikken, nou, de polaroid-Tamil leken de eerste slachtoffers, want een paar jaar na de introductie van de iPhone waren ze verdwenen - weggeconcurreerd door de selfie.

Niet zo lang geleden nog zag ik ze zeker vijf keer op een avond, vriendelijk lachend naar mij en mijn gezelschap, subtiel wenkend met de camera. Ik zei dan meestal nee, wat zielig was voor de lieve meneer en pijnlijk voor mijn date, omdat ik daarmee ook een beetje zei: 'Zo romantisch dat ik er een foto van wil, is deze avond nou ook weer niet; en bloemen zijn een te groot gebaar in verhouding tot wat ik momenteel voor je voel.' Ik was een slechte versierder.

Natuurlijk ben ik ook wel eens gezwicht, want zo'n uitgaansfoto is natuurlijk eigenlijk een superidee, en nergens is het overflitste dronkenavondkiekje zo mooi als op ouderwets polaroidpapier. Al was het contrast tussen de geportretteerde zelfingenomen dronken roedel en de bescheiden hardwerkende fotograaf best pijnlijk, nog los van het verschil in welvaart. Eigenlijk zou het arme mensen verboden moeten worden rijke mensen te generen. In Engeland hebben ze dat onder Thatcher nog geprobeerd in de vorm van een bedelverbod in de Londense City, maar dat kwam er niet door. Tegenwoordig doen ze het subtieler, ook in Nederland, met identiteitscontroles en hang-, lig-, zit-, eet- en drinkverordeningen. Zo kan de agent, als hij wil, altijd wel een legitieme grond vinden om iemand te laten oprotten. Wel eens twee knullen van 20 in uniform gezien die een krakkemikkige zwerver sommeren om overeind te komen? Over gênant gesproken.

Hoe dan ook, ik zag ze dus ineens niet meer, de Sri Lankanen. Ik wist dat ze érgens moesten zijn, ik bedoel, zo'n vent moest 50 duizend rozen verkopen voordat hij z'n paspoort terugkreeg van zijn mensenhandelaar. Die schuld moest toch ergens van afgelost worden. Van eentje wist ik het: die bakte kroketten in de kelder van een Irish Pub. Dat wist ik omdat ik op weg naar de wc hem altijd in het keukentje achter de frituur zag staan.

Nou, die vent dus, die kwam laatst een Ethiopisch restaurant in waar ik met een vriend zat te eten. Zonder kroketten, maar met een joekel van een polaroid-machine om z'n nek en een bos bloemen onder de arm. Alsof er niks gebeurd was. Althans, ik denk dat het hem was, en nee, niet omdat ze allemaal op elkaar lijken. Hoewel ze dat natuurlijk best wel doen met die keurige scheiding, dat nylon jack en die gebreide trui, laten we wel wezen. Maar ik dacht gewoon dat hij het was. 'Hee, Irish Pub!', riep ik, want iets slimmers wist ik niet op dat uur. Hij lachte natuurlijk vriendelijk en tilde die camera uitnodigend op, met dat kleine gebaar, en natuurlijk zei ik nee.

Een uurtje later kwam er een ander binnen, met hetzelfde bloemen/polaroid-aanbod. Jaren geen één gezien, nu twee op een avond.

En gisteren zag ik een derde.

Ze zijn weer terug.

Dus onderzoeksjournalisten, aan het werk. Een hele etnische groep, allemaal in dezelfde curieuze vluchtsector, die vijf jaar lang helemaal verdwijnen en ineens weer terug zijn. Waar waren ze heen? Waarom zijn ze terug? Waarom uitgerekend weer die vreemde baan?

En hallo: panfluitindianen?

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.