ReconstructieVaccinatie

Zo raakte Nederland achterop bij het vaccineren

De eerste Pfizer/BioNTech-vaccins arriveren op Tweede Kerstdag in het Gasthuisberg-ziekenhuis in Leuven, België.
 Beeld Reuters
De eerste Pfizer/BioNTech-vaccins arriveren op Tweede Kerstdag in het Gasthuisberg-ziekenhuis in Leuven, België.Beeld Reuters

‘Zorgvuldigheid’. Dat was het argument van Hugo de Jonge waarom Nederland pas weken later dan Duitsland begon met vaccineren. Een reconstructie van de Volkskrant toont een ander beeld: hoe Nederland lang vertrouwde op een eigen vaccinatie-infrastructuur die ongeschikt is voor het Pfizer-vaccin.

9 november: de vaccinbaas rent juichend de trap af

Marc Kaptein zit thuis op zijn werkkamer als het bericht op zijn laptop binnenkomt. Kaptein schiet van zijn stoel, rent juichend de trap af en roept naar zijn vrouw: ‘We zitten boven de 90 procent!’ Die kijkt hem niet-begrijpend aan en vraagt: ‘Waar héb je het over?’

Kaptein, medisch directeur bij Pfizer, heeft net de resultaten binnen gekregen van de eerste tussentijdse analyse van de fase-III-trials van het vaccin dat de farmaceut samen met BioNTech ontwikkelde. De uitslagen overtreffen alle verwachtingen.

In recordtijd hebben de farmaceuten, dankzij de nieuwe vaccintechnologie van het messenger RNA een vaccin weten te creëren. De hoop bij Pfizer was, zegt Kaptein, dat het tussen de 65 en 70 procent effectief zou blijken. Daar hielden ze bij de farmaceut rekening mee. Boven de 90 procent was ongelooflijk, het droomscenario.

Door de nieuwe techniek wisten wetenschappers al vroeg de code van het virus in vetbolletjes te laden. Pfizer zette in maart een miljard euro opzij, begon proeven met vier vaccinvarianten en kon daardoor al snel na de pandemie-uitbraak met de eerste testfases beginnen. In april vaccineerde het de eerste proefpersonen in Europa, in mei volgden mensen in de Verenigde Staten. In juli kwamen de eerste uitslagen. Toen dacht Kaptein al: oeh, dit ziet er goed uit.

Hoopvol gaat hij augustus in, en hij begint mensen bewust te maken: mogelijk lukt het om het vaccin eind dit jaar af te hebben. ‘Dan werd ik wel meewarig aangekeken.’ Begin oktober brengt Pfizer het ministerie en het RIVM op de hoogte van de verpakkingseigenschappen van het vaccin: te bewaren bij -70, aanlevering in speciale dozen van duizend stuks.

Binnen een maand na die analyses in november levert Pfizer het volledige dossier van vaccin BNT162b2 in bij de geneesmiddelenautoriteiten. Het vaccin komt begin november opeens heel dichtbij.

Nederland is voorbereid, schrijft minister Hugo de Jonge al in september aan de Tweede Kamer. Hij heeft immers het RIVM gevraagd ‘na te denken over en waar mogelijk voorbereidingen te treffen voor de uitvoering van de vaccinatie’. Bovendien ‘brengt het RIVM knelpunten in kaart en hoe deze kunnen worden weggenomen’. En spreekt het instituut ‘potentiële uitvoeringspartijen over de mogelijkheden tot samenwerking’.

Eind augustus zijn deze ambtelijke voorgesprekken begonnen. Een soort afstemmingsoverleggen tussen al die zorgpartijen die Nederland rijk is aan de digitale tafel: VWS, RIVM, de GGD, en de verenigingen van de huisartsen, verpleegkundigen, ouderenzorginstellingen, thuiszorginstellingen, gehandicaptenzorg, arbo-artsen, instellingsartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen verstandelijk gehandicapten.

Er wordt geen sporthal afgehuurd, geen ict-systeem gebouwd, geen medewerker aangenomen. ‘We wisten sinds maart dat vaccins onze weg uit deze pandemie zouden zijn. Je verwacht dat er scenario’s zouden zijn uitgewerkt’, zegt een betrokkene die bij de gesprekken aanwezig was. ‘Van dat iedereen een vaccin per post thuisgestuurd zou krijgen met toedieningsinstructies, tot hoe om te gaan met een precair vaccin als dat van Pfizer. Dat was er allemaal niet. Er zijn mensen die geloven in ‘ad hoc’. Ik hoor daar niet bij.’

Het duurt tot diep in november voordat de bestuurders van alle bovenstaande organisaties voor het eerst samenkomen om over vaccinaties te praten. Dat is aan de vooravond van het advies van de Gezondheidsraad. Die dicteert welke vaccinatiestrategie Nederland hanteert: wie wordt in welke volgorde gevaccineerd? Pas dan kunnen de overlegtafels concreet aan de slag.

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) wordt op 21 december rondgeleid langs de ultra-low vriezers,  bestemd voor vaccins, door locatiemanager Michiel Heller van Movianto Nederland. Beeld ANP
Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) wordt op 21 december rondgeleid langs de ultra-low vriezers, bestemd voor vaccins, door locatiemanager Michiel Heller van Movianto Nederland.Beeld ANP

19 november: het vaccinatieplan dat niet paste bij het vaccin

Dat rapport Strategieën voor COVID-19-vaccinatie komt uit op 19 november, vijfenhalve maand nadat de minister erom had verzocht. Het is een doorwrocht advies waarin de Raad in 66 pagina’s de voor- en nadelen van verschillende strategieën goed leesbaar bespreekt.

Het uiteindelijke strategie-advies is niet verrassend: vaccineer eerst de groepen die het meest te lijden hebben van het virus – ouderen, mensen met onderliggende aandoeningen – en de zorgmedewerkers, en daarna pas de gezonde 60-minners. Begin daarbij met de oudste ouderen met aandoeningen, oftewel: de verpleeghuisbewoners en inwoners van gehandicaptenzorginstellingen. En, als dat niet kan, de mensen die hen verzorgen.

Precies zoals de ons omringende landen het gaan doen, en precies wat oud-Gezondheidsraadvoorzitter André Knottnerus al in juni in de Volkskrant voorspelt. Precies ook, zegt De Jonge tegen de klaarstaande televisiecamera’s, wat het kabinet al probeert te bewerkstelligen met haar coronastrategie: de ouderen beschermen en de zorg ontlasten.

Een dag later ligt er dan ook een Kamerbrief, waarin het kabinet het advies van de Gezondheidsraad overneemt. En er is een plan om die vaccinaties uit te voeren, dat zoveel mogelijk aansluit ‘op bestaande structuren’ en ‘vertrouwde locaties’. Blauwdruk daarbij is de jaarlijkse griepprik.

De huisartsen roepen elk jaar hun zes miljoen oudere en kwetsbare patiënten daarvoor op. En dit coronajaar hebben ze er daar bijna vier miljoen van coronaproof gevaccineerd. De bedrijfsartsen in de zorginstellingen geven die prik aan hun personeel, en het personeel van de ouderen- en gehandicaptenzorg verzorgt de griepprik weer voor hun bewoners.

Dat aansluiten bij bekende structuren is een diepe overtuiging van het ministerie en het RIVM. Het geeft houvast op verder onbekend terrein. Dat Duitsland kiest voor grootschalige vaccinatiecentra komt, zegt De Jonge op 17 december nog, omdat het land ‘ook niet die infrastructuur [heeft] zoals wij die hebben met de griepvaccinatie en moest dus wel een aparte infrastructuur optuigen voor deze vaccinatie’. 

Als eind november, tijdens een bijeenkomst met journalisten, de term ‘spierballenvertoon van de Duitsers’ valt, reageert Jaap van Delden, programmadirecteur covid-19-vaccinatie bij het RIVM: ‘Spierballen refereren aan kracht. Maar ik denk dat slimheid misschien wel belangrijker is.’

Pas als het fijnmazige netwerk van de griepvaccinatie helemaal is gebruikt voor de 6,5 miljoen kwetsbare en zorgverlenende mensen in Nederland, komen de GGD’s aan de beurt voor de tien miljoen overige Nederlanders. Dat is pas ergens in augustus, denkt de GGD zelf, alle tijd.

Dus nee, sporthallen zijn er nog niet gehuurd, zegt minister De Jonge op 27 november in een interview met NRC. ‘Die hebben we voorlopig niet nodig.’ En: ‘Voordat we naar die meer massale vaccinatie toe gaan zijn we echt een paar maanden verder’.

In zijn Kamerbrief van 20 november is De Jonge dan ook vol vertrouwen. ‘In de voorbereidingen is ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat in december al de eerste vaccins beschikbaar zijn.’

Gekoelde vaccins voor elke EU-lidstaat staan op 24 december klaar in de productielocatie van Pfizer in Puurs, België.
 Beeld BELGA
Gekoelde vaccins voor elke EU-lidstaat staan op 24 december klaar in de productielocatie van Pfizer in Puurs, België.Beeld BELGA

1 december: het moet toch anders

Op 1 december heeft Hugo de Jonge nieuws: ‘Als alles meezit kunnen we in de week van 4 januari beginnen met vaccineren.’ De zorgpartijen die zo hard werken om de vaccinatiecampagne voor te bereiden zijn verrast, zo niet geïrriteerd. Dáár wisten zij niets van. Sterker nog, er waren nog zo veel haken en ogen dat zorgbestuurders eerder op de dag het ministerie in een overleg nog op het hart drukten vooral géén datum te noemen.

Ouderenzorgorganisaties Actiz en Verenso (de specialisten ouderengeneeskunde) sturen nog dezelfde dag een kritisch persbericht de deur uit. Die genoemde datum is ‘erg enthousiast en mogelijk een beetje prematuur’. Want, zo schrijft Actiz, ‘het definitieve draaiboek van het ministerie van VWS heeft Actiz nog niet gezien. Er zijn nog veel vragen en weinig antwoorden op dit moment.’

Dat noemen van die 4de januari is typisch De Jonge, zegt een betrokkene. ‘Dat is een lastig dilemma bij deze minister. Dan denk je: doe nou eens niet zo stoer, je loopt ons voor de voeten. Aan de andere kant kan het helpen druk te zetten, om de dingen vooruit te brengen.’

Juist die dagen blijkt er een ander probleem. De vaccins van Pfizer zijn niet geschikt voor toediening in de kleinschalige verpleeghuizen. Niet zozeer de bewaartemperatuur van -70 graden blijkt het probleem, maar de hoeveelheden – duizend per doos dus – waarin de farmaceut ze aanlevert. Tussen half november en de eerste week van december onderzoekt het RIVM of het mogelijk is de flesjes te herverpakken in kleinere hoeveelheden, noodzakelijk om de fijnmazigheid van de Nederlandse vaccinatiestructuur te kunnen bedienen. Het blijkt te omslachtig, te veel handelingen, ‘het lukte gewoon niet goed’, zegt De Jonge later in de Kamer. ‘Van die ingewikkeldheid konden wij pas weten in de loop van november.’

Maar dat de vaccins in dozen van duizend kwamen, zegt Pfizer-directeur Kaptein, dat was bij het RIVM en bij het ministerie ‘sinds begin oktober uit en te na bekend’. Een bewuste keuze van de farmaceut, zegt hij. ‘Wij zijn er altijd vanuit gegaan dat we miljarden doses moesten maken, we zitten immers in een pandemie. Wij werken voor een wereldwijde campagne, waarin we zijn uitgegaan van gecentraliseerde locaties met grote verpakkingen.’ 

Dan vallen duizend doses nog mee, zegt Kaptein. Uurtje vaccineren in een sporthal en het is weg.

Begin december moet de gekozen strategie in de prullenbak. Niet de bewoners van de verpleeghuizen mogen als eerste, maar het personeel. Om zo een ‘beschermende ring’ om de kwetsbaren heen te creëren, in afwachting van het Moderna-vaccin dat wel kleinschalig kan worden uitgedeeld. En dat vaccineren kan niet op de zorglocaties zelf, maar moet in grootschalige vaccinatielocaties, waar grote hoeveelheden wél zonder verspilling kunnen worden toegediend.

Probleem: de instellings- en arbo-artsen hebben helemaal geen ervaring met het opzetten van dit soort vaccinatiestraten. De werkgevers en het kabinet vragen de GGD om hulp, eerst vooral om de locaties op te zetten. Een week later, op de dag dat in het Verenigd Koninkrijk de 90-jarige Margaret Keenan als eerste de Pfizer-vaccinatie ontvangt, zijn het de werkgevers zelf die de GGD nog een keer bellen: kunnen jullie toch niet het gehele vaccinatieproces van de zorgmedewerkers doen? Van uitnodigen tot prikken tot registreren.

Die GGD heeft namelijk een ‘vangnet-functie’, zo is afgesproken, in principe zijn ze niet aan de beurt tot aan de zomer. De GGD heeft daarbij al een uitzonderlijk zwaar jaar achter de rug, met het inrichten van alle teststraten, het grootschalige bron- en contactonderzoek, tegen een achtergrond van jarenlange bezuinigingen. Het vaccinatie-vangnet van de GGD moet derhalve begin december nog helemaal worden opgebouwd.

De organisatie moet, minder dan een week nadat De Jonge sporthallen huren nog niet nodig vond, op zoek naar 25 geschikte locaties om grootschalig te kunnen vaccineren; in recordtempo een ict-systeem in elkaar zetten (‘in een tempo waarvoor de meeste ict-consultants voor de eer bedankt zouden hebben’, zegt André Rouvoet, voorzitter van de GGD-koepel GHOR Nederland, later tegen de Volkskrant); en op zoek naar prikpersoneel (‘nog wel het minste probleem’, zegt een woordvoerder).

Dat lag, legt Rouvoet later uit, aan de ingewikkelde en veranderende leveringen van Pfizer. De farmaceut kon plots in 2020 geen miljoen maar slechts 500 duizend doses leveren, en dus alleen maar in die onhandige hoeveelheden, die niet te herverpakken waren. ‘Niemand wist dat’, zegt Rouvoet. ‘Toen werd aan ons gevraagd of we terugvalopties hadden. En die hadden we.’

Inwoners van Voorthuizen halen de griepprik op 8 oktober.  Beeld Marcel van den Bergh
Inwoners van Voorthuizen halen de griepprik op 8 oktober.Beeld Marcel van den Bergh

17 december: ‘Kijk maar op de website van de Britten’

Nederland begint 8 januari met vaccineren, schrijft De Jonge aan de Kamer. Dat is verantwoord en bovendien snel. Eerder kan niet, ook al heeft het Europese Medicijnen Agentschap EMA de toestemmingsdatum met ruim een week naar voren geschoven. Niet langer 29 december, maar 21 december is nu de datum.

Maar, zegt De Jonge, we moeten wachten op informatie van het EMA en een laatste advies van de Gezondheidsraad over de strategie. Die informatie moet nog worden verwerkt in de telefoonscripts voor de GGD-medewerkers en in de ict-systemen die nog in ontwikkeling zijn. De GGD’s bouwen een planningssysteem voor de vaccinatieafspraken van zorgmedewerkers, waarin leveringsinformatie van het vaccin moet staan, een juiste vervolgafspraak, andere technische details. En die moeten dan via een ict-bruggetje ook in de centrale database van het RIVM terechtkomen.

En welke informatie daar precies in moet, hangt weer van het EMA-besluit. ‘Iedereen die zegt dat dit sneller had gekund, snapt niet hoe werkt’, zegt Rouvoet daarom.

Tegelijkertijd adviseert het RIVM in de dagelijkse overleggen – inmiddels tot wel vijf op een dag – de zorgverleners die snakken naar vaccininformatie voor hun medewerkers vooral om ook te kijken op de sites van de Amerikaanse en Britse medicijnautoriteiten: die hebben hun besluiten immers al gepubliceerd, gebaseerd op dezelfde farmaceutische data.

Op 4 januari moeten de systemen zijn getest en kan het inplannen van de afspraken beginnen. In principe zijn dan vanaf 11 januari drie GGD-regio’s klaar om te vaccineren (bewust een klein aantal om kinderziektes snel te kunnen detecteren en oplossen), vanaf 18 januari kunnen overal in het land zorgmedewerkers terecht.

‘Hadden wij vanaf het begin ingezet op grootschalige vaccinatie, dan hadden wij twee weken eerder kunnen beginnen, dat zie ik ook wel’, zegt een voorzitter van één van de koepelorganisaties. ‘Maar we leven in Nederland, en daar zijn we het gewend kleinschalig te doen. Normaal gaat dat prima. Er is heus wel vooruitgedacht, maar binnen de bestaande structuren. Nu is het lastig te verkopen dat Duitsland en België al begonnen zijn.’

Uiteindelijk, zegt De Jonge in het Kamerdebat van 17 december, ‘is een week eerder of later beginnen niet de kern. Het is namelijk niet de startdatum die bepaalt of je beschermd bent, maar het is de vaccinatiegraad die bepaalt of je beschermd bent.’

De rij voor de concert- en eventhal Arena in Berlijn, waar op zondag de eerste vaccins worden toegediend.
 Beeld EPA
De rij voor de concert- en eventhal Arena in Berlijn, waar op zondag de eerste vaccins worden toegediend.Beeld EPA

Farmaceut Pfizer, zegt medisch directeur Kaptein, is slechts leverancier. De geneesmiddelenfabrikant overlegt dagelijks met het RIVM en VWS om oplossingen te bedenken voor de ontstane problemen, het is niet aan hem een mening te hebben over het Nederlandse vaccinatieproces.

Maar, zegt Kaptein, ‘wat ik moeilijk vond als mens is dat er zo’n nadruk werd gelegd op het langetermijndoel van groepsimmuniteit. Ik weet ook hoe hard vrienden van mij werken als arts op de ic of op de covidafdelingen. Het wordt nu nog zwaarder voor ze in de derde golf. Voor het kortetermijndoel, het beperken van de druk in de gezondheidszorg, had meer aandacht mogen zijn.’

Twee weken eerder beginnen maakt namelijk wel degelijk verschil, zegt eerder hoogleraar immunologie Anke Huckriede uit Groningen tegen de Volkskrant. ‘Er overlijden in Nederland ongeveer vierhonderd mensen per week aan corona en zijn er circa 60 duizend nieuwe infecties. Gezien het feit dat elke geïnfecteerde weer nieuwe mensen infecteert, is het uiterst belangrijk dit aantal zo snel mogelijk naar beneden te krijgen. Hoe sneller we kunnen beginnen met vaccineren hoe sneller we de meest kwetsbaren kunnen beschermen. Dat betekent minder doden. Des te sneller ook zal de door vaccinatie bewerkstelligde immuniteit helpen de verdere verspreiding in te dammen.’

De startdatum voor de vaccinaties die De Jonge in zijn Kamerbrief zet is 8 januari. De laatste dag van de week van 4 januari, precies zoals hij begin december aankondigde. ‘Logisch’, vindt Rouvoet. ‘Je wilt een moment creëren om aan Nederland te laten zien dat we zijn begonnen met prikken.’ Maar, zegt hij ook, ‘dit is de grootste vaccinatieoperatie uit de Nederlandse geschiedenis. Die valt of staat niet met twee of drie dagen. Het is in die zin symboliek.’

‘Het zal een eerste spuitje zijn’, schampert een koepelvoorzitter. ‘Blazoenzuivering’, stelt een andere. ‘Deze minister is in staat een in Duitsland van de vrachtwagen gevallen vaccin in iemands arm te zetten, en het dan nog als bewijs te presenteren dat de campagne geslaagd is.’

Deze reconstructie is tot stand gekomen aan de hand van Kamerdebatten, brieven aan de Kamer, uitlatingen van betrokkenen in andere media, en na uitgebreide (achtergrond)gesprekken met twaalf betrokkenen. Het RIVM heeft de reconstructie gelezen en zag ‘geen grote feitelijke onjuistheden’. 

Meer over de start van de vaccinaties

‘Een dag van hoop’, zei de president van Duitsland. ‘Europa’s moment’, aldus Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Vrijwel alle Europese lidstaten beginnen vandaag of morgen met het toedienen van de eerste doses van het BioNTech-Pfizer-vaccin. De grote uitzondering is Nederland, dat pas op 8 januari start met prikken. Een overzicht.

De GGD’s hebben, met anderen, zo snel als mogelijk de Nederlandse vaccinatiecampagne voorbereid. Dat zegt André Rouvoet, voorzitter van de GGD-koepel GHOR Nederland. Wie zegt dat het sneller had gemoeten, begrijpt volgens hem ‘niet hoe het werkt’. ‘Onze procedures zijn zorgvuldig. Ik verzet me tegen het woord vertraging.’

Op zijn laatste benen debatteerde minister De Jonge donderdag in de Tweede Kamer. En ook al geeft hij zijn zwakten niet graag bloot, hij moest toch toegeven dat het zorgstelsel kwetsbaar is. Maar de Kamer dwong hem niet het anders te doen of eerder met vaccineren te beginnen. Voorlopig moet het land het doen met wat er ligt.

De eerste vaccinaties tegen het coronavirus vinden in Nederland plaats op 8 januari. Dat heeft minister De Jonge de Kamer laten weten. Daarmee begint de vaccinatiecampagne een kleine twee weken later dan in andere Europese landen.

Eerder dan op 8 januari beginnen met vaccineren is niet zinnig en verantwoord en daarom zal het in Nederland niet gebeuren. Met die boodschap van minister De Jonge van Volksgezondheid moet de Tweede Kamer het doen: ‘Het gaat er niet om wanneer je begint, het gaat erom wanneer je klaar bent.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden