ReportageBavaria

Zo. Nu eerst een ijzergestookte Bavaria

IJzervijlsel lijkt de ideale oplossing voor verduurzaming in de industrie. Het brandt zonder CO2-uitstoot, wat overblijft is roest, dat weer kan worden omgezet in ijzer. Bavaria experimenteert met de alternatieve brandstof.

Proefopstelling voor het gebruik van ijzervijlsel als brandstof bij Bavaria in Lieshout.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Achter de kijkglaasjes boven op de metershoge installatie flakkert het schijnsel van hels vuur. Dit vuur wordt gebruikt om stoom te maken, dat via een dikke leiding verdwijnt in een van de productiehallen van bierbrouwer Bavaria. Stoom is een onmisbaar onderdeel van de productie bij veel energie-intensieve industrieën, en ook bij Bavaria. 

Tot zover niets bijzonders. Wel bijzonder is dat het vuur niet gestookt wordt op gas, zoals tot nu toe gebruikelijk, maar op ijzerpoeder. Brandend ijzer? Dat lijkt misschien nog wel onmogelijker dan brandend water. Toch heeft ijzer een hoge energiedichtheid en kan het, mits vermalen tot een fijn poeder en voorzien van voldoende zuurstof, flink fikken.

Roestrest

Anders dan bij het verbranden van bijvoorbeeld gas, ontstaat bij het verbranden van ijzer geen klimaatontwrichtend CO2. Het enige wat resteert is roest, dat aan het einde van de meterslange installatie in een opvangzak valt. Dankzij deze eigenschappen is ijzer misschien wel de ideale brandstof om de energie-intensieve industrie te verduurzamen, zegt hoogleraar verbrandingstechnologie Philip de Goey van de TU Eindhoven, die het idee een paar jaar geleden bedacht.

Kijk, zegt De Goey: ijzer heeft als energiedrager een aantal grote voordelen, waarvan de belangrijkste is dat het veel makkelijker te vervoeren en op te slaan is dan waterstof, die andere vaandeldrager van de energietransitie. Waterstof is een lastig gas, zegt De Goey. Het moet onder zeer hoge druk worden bewaard en is een stuk brandgevaarlijker. IJzer kieper je bij wijze van spreken in een groot schip en kan eenvoudig van het ene naar het andere continent worden vervoerd.

Na verbranding resteert zoals gezegd roest. Dat laat zich al even makkelijk transporteren. Het mooie: roest is terug te toveren tot ijzer door het te laten reageren met waterstof. Zo ontstaat ‘nieuw’ ijzer dat opnieuw kan worden verbrand, om daarna weer te worden ‘opgewerkt’ tot ijzer. IJzer en waterstof kunnen zo hoofdrolspelers worden in een eeuwigdurende duurzame energiekringloop.

Het ijzervijlsel wordt via een trechter in de machine gedaan.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Klimaatvriendelijke kringloop

Voorwaarde voor een echt klimaatvriendelijke kringloop is wel dat het waterstof groen wordt geproduceerd met bijvoorbeeld zonne- en windenergie. Om daar genoeg van te maken, zijn enorme hoeveelheden windmolens nodig. Nederland is hiervoor veel te klein. Neem Tata, zegt De Goey. Als het staalconcern volledig CO2-vrij wil produceren op waterstof, moet een gebied zo groot als Noord- en Zuid-Holland worden vol gezet met windmolens. Dat gaat niet. Dus moet de duurzame energieproductie elders gebeuren, bijvoorbeeld rond de evenaar. Daar is immers volop zon en ruimte.

IJzer wordt dus in Nederland gebruikt als brandstof, vertrekt als roest, wordt elders met de daar opgewekte waterstof opnieuw ijzer en komt dan weer terug in Nederland. Zo kan ijzer met een beetje fantasie worden beschouwd  als waterstof in gestolde vorm, dat makkelijk is te transporteren en te bewaren, en op elk gewenst moment verbrand kan worden, net als olie en gas nu. Wel de voordelen van duurzaam, niet de nadelen van een weerbarstig gas.

Reuzen-Dyson-stofzuiger

Bavaria brengt de eerste helft van deze kringloop nu in de praktijk, met een metershoge installatie, waar studenten van de TU emmertjes ijzervijlsel in een trechter gooien, dat vervolgens wordt vermengd met lucht en verbrand, waarna de hete gassen worden gekoeld en het ijzervijlsel in een cycloon, een soort reuzen-Dyson-stofzuiger wordt afgevangen. Met de resterende gassen wordt stoom gemaakt. De roest valt in een zak onder de installatie. Het tweede deel, de installatie die het roestpoeder reduceert tot ijzer, wordt nu door een groot energieconcern gebouwd in Rotterdam. Die komt begin volgend jaar gereed en dan is de cirkel echt rond.

Wat we hier zien is een eerste stap, zegt iedereen; de hoogleraar, de studenten van de TU die het project van tekentafel naar deze installatie hebben begeleid, en ook topman Peer Swinkels van Royal Swinkels Family Brewers, het familiebedrijf achter Bavaria. ’s Werelds eerste ijzervijlselverbrandingsinstallatie, die donderdagmiddag wordt geopend, is een tijdelijke proefopstelling bedoeld om te laten zien dat het idee ook in de praktijk werkt. Het thermisch vermogen van 100 kilowatt is genoeg om jaarlijks 15 miljoen biertjes te brouwen, een fractie van het totaal. Om de hele fabriek erop te kunnen laten draaien, moet het vermogen honderdvijftig keer groter zijn. Bavaria wil volgend jaar een installatie van 1 megawatt neerzetten.

IJzervijlsel in de machine.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Zware klappen

Of dit dé manier is, weet Swinkels nog niet. ‘We onderzoeken allerlei duurzame energievormen. Maar dit lijkt veelbelovend en wij wilden per se hierbij zijn.’ Het concern, dat net als andere bierconcerns zware klappen heeft opgelopen in de coronacrisis, heeft veel investeringen tijdelijk teruggedraaid, zegt de topman. Maar de duurzaamheidsinvesteringen bleven op hetzelfde niveau. ‘Dit laten we doorlopen.’

Meer achtergrond

Stoppen we straks ijzer in de tank? Als het aan deze Eindhovense onderzoekers ligt, wel.

Heineken schrapt toch banen

Heineken deed het personeel eerder de toezegging dit jaar geen massaontslagen door te zullen voeren, maar nu de coronamaatregelen weer strenger worden, moet de mondiale bierreus toch reorganiseren.

Dat heeft de bierbrouwer woensdag gemeld bij de presentatie van de – fors lagere – cijfers over het derde kwartaal. De personeelsuitgaven op het Nederlandse hoofdkantoor en de regionale kantoren van de bierbrouwer moeten met ongeveer 20 procent omlaag. Hoeveel banen verloren zullen gaan, is nog niet duidelijk.

De reorganisatie begint in het eerste kwartaal van 2021, in nauw overleg met de vakbonden en ondernemingsraad, belooft de brouwer. Op het hoofdkantoor en de regionale kantoren van Heineken werken ongeveer 1.700 mensen. Het grootste deel daarvan is in Nederland werkzaam. In totaal heeft Heineken zo’n 85 duizend mensen in dienst.

Ook Bavaria verklaarde woensdag dat het verdwijnen van arbeidsplaatsen niet langer wordt uitgesloten. Bij Swinkels Family Brewers, het bedrijf achter merken als Bavaria, Swinckels en La Trappe, werken ongeveer 1.800 mensen.

In de eerste negen maanden van dit jaar verkocht Heineken aanzienlijk minder bier dan dezelfde periode een jaar eerder, doordat wereldwijd bars en restaurants werden gesloten. Het verkochte volume daalde in die periode op jaarbasis met 8,3 procent, tot 165,4 miljoen hectoliter. De winst kelderde in dezelfde periode tot 396 miljoen euro, tegenover 1,7 miljard euro in de eerste negen maanden van 2019.

In de zomermaanden verbeterden de resultaten dankzij versoepelingen van lockdowns, waardoor in het derde kwartaal nog maar 2,1 procent minder drank werd verkocht dan in die periode een jaar eerder.

Topman Dolf van den Brink blijft ondanks die verbetering pessimistisch. Een tweede golf van de virusuitbraak en eventuele nieuwe oplevingen van het coronavirus zullen de verkoop van bier verder schaden. In een aantal landen is er weer een lockdown. In Nederland duurt de sluiting van de horeca in elk geval tot in december, maakte het kabinet dinsdagavond bekend. Daar komt, zo stelt Heineken, de verwachte recessie als gevolg van de pandemie nog bovenop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden