Zo normaal mogelijk doen

Niks ‘prachtwijken’ of ‘krachtwijken’; Eberhard van der Laan spreekt liever van Vogelaarwijken. Als de dood is hij voor het Haagse dieventaaltje: ‘Terugtrimmen, hoorde ik laatst.’ Door Hans Wansink..

Wouter Bos aan de lijn, het is begin november. ‘Het zou wel eens mis kunnen gaan met Ella Vogelaar. Ben je dan beschikbaar?’

Eberhard van der Laan, drie maanden later: ‘Er is dan helemaal geen tijd om te vragen wat de problemen in je portefeuille zijn. En of er wel genoeg geld is. Nu nog ben ik aan het leren hoe het precies in elkaar zit. Wat ik wel met Wouter heb besproken, ging over de vrijheid die ik wilde krijgen om de conflicten en de ruzies op te lossen met de corporaties.’

Waarom heeft u ja gezegd tegen Bos?

‘Omdat het nodig was. De Partij van de Arbeid heeft mij eerder gevraagd minister te worden. Maar dat was in de tijd dat het goed ging, de tijd van Wim Kok en Paars. Ik had toen helemaal niet het idee dat ze me nodig hadden. Wouter heeft me ook gevraagd in 2003. Toen was die urgentie er natuurlijk wel. Na Fortuyn en zo. Maar toen kwam het kabinet van PvdA en CDA niet tot stand.’

Een joviale, levenslustige man met een gezellig buikje. Eberhard van der Laan heeft er zin in, in Wonen, Wijken en Integratie, zoals zijn voorgangster Ella Vogelaar het ‘projectministerie’ heeft genoemd. Een positieve man ook. Vol waardering over de coaching van Wouter Bos in de eerste weken. Vol enthousiasme over de twintig van de veertig Vogelaarwijken die hij inmiddels heeft bezocht. ‘Ze doen goeie en slimme dingen. Bewoners worden er beter bij betrokken. Het opbouwwerk is weer terug van weggeweest. De welzijnswerkers hebben zichzelf opnieuw uitgevonden. Ze hebben het nu tegenover hun bewoners en bestuurders over boter bij de vis, over afspraken maken en nakomen.’

Over boter bij de vis gesproken, hebt u de financiering van de veertig wijken rond?

Van der Laan: ‘Als het misgaat met de wijkenheffing, moet ik geld zoeken. 211 van de 450 woningbouwcorporaties hebben bezwaarschriften ingediend. De financiering vanuit het rijk loopt tot en met 2011. Dus voor daarna is er nog van alles te doen aan de financiering van de Vogelaarwijken.’

Maar, vervolgt de minister, de wijken 41 tot en met 200 staan er ook slecht voor. Ook in die 160 probleemwijken is van alles te doen. ‘Er is een budget van twee keer 30 miljoen. En dat werd preventiebudget genoemd. Maar ik heb dat woord preventie door laten halen, want dat is echt onzin. Een miskenning van hun situatie, want veel van die wijken zijn er vrijwel net zo slecht aan toe.’

U wilt de dingen bij de juiste naam noemen?

‘Niks prachtwijken of krachtwijken, want het zijn de veertig wijken van Nederland met de grootste problemen. Vogelaarwijken noem ik ze dus, of aandachtswijken. Iedereen bedoelt het hier in Den Haag heel goed. Maar als je van buiten komt, zie je dat men toch heel erg op elkaar is gericht. Dan krijg je tussen ambtenaren en politici eigen gebruiken die niet altijd passen bij wat die andere zestien miljoen Nederlanders aan het doen zijn. Je krijgt een eigen idioom, een dieventaaltje onder elkaar. Ik heb mijn ambtenaren uitgelegd dat ik geen stuk meer wil ondertekenen waarin staat: kwaliteitsimpuls. Of uitfaseren. Ontzorgen. Opharden. Terugtrimmen hoorde ik laatst.’

U had het over vrede stichten. Met corporaties als Woonbron, die u op de vingers hebt getikt vanwege de uit de hand gelopen investering in de SS Rotterdam?

‘Mag ik je vertellen wat Woonbron in de Colijnstraat in Dordrecht heeft gedaan? Die werd de Cokelijnstraat genoemd. Die straat en die huizen hebben ze pico bello opgeknapt. Op de plek waar de meeste dealers stonden, hebben ze een informatiecentrum ingericht, voor opleiding en begeleiding naar werk. Ze hebben particuliere bewaking ingehuurd, naast de politie. Met jongeren sluiten ze contracten – niet alleen voor de huur, maar ook over een bepaalde opleiding die ze moeten volgen en dat zich netjes moeten gedragen. Datzelfde Woonbron dat uit de bocht vliegt met die boot, krijgt van mij voor dit project een 10.’

Haalt u die tachtigduizend nieuwe woningen per jaar?

‘Dat is de taakstelling. Als we niet oppassen, gaat dat achteruit zakken. Het zit in de genen van Den Haag om je niet gek te laten maken. Maar het stilvallen van de huizenmarkt heeft grote nadelen. Als mensen niet meer durven te verhuizen, willen ontwikkelaars ook niet meer bouwen. Als de continuïteit uit de bouwproductie verdwijnt, en die hele machine moet na deze crisis weer worden opgetuigd, vrees ik dat het tekort aan woningen veel groter wordt. Dan gaan de prijzen over een paar jaar nog meer stijgen. Terwijl starters het in sommige delen van het land toch al heel moeilijk hebben.

‘Eén woning bouwen betekent 1,6 arbeidsplaats in de bouw. Tel daar nog toeleveranciers, verhuizers en Ikea bij op. Bouwen is ontzettend belangrijk voor de werkgelegenheid. Ik probeer nu een soort alliantie tot stand te brengen met iedereen die betrokken is bij de woningmarkt. Projectontwikkelaars, verhuurders, eigen woningbezitters, makelaars. Daar is iets van een chemie aan het ontstaan. We zijn nu bezig met een integraal plan. Maar dat moet nog door het kabinet, en naarmate ik er meer over zeg, wordt de kans kleiner dat het lukt.’

Zijn vader was huisarts in Rijnsburg. Een heel hard werkende man, herinnert Van der Laan zich. ‘Maar hij zat ook in de gemeenteraad, voor de ARP. Gewoon omdat dat hoorde! Dat moest gewoon, dat was niet omdat hij het leuk vond. De politiek zou ontzettend aan draagvlak en aan kwaliteit winnen als veel meer mensen dat corvee zouden doen. Vier jaar, acht jaar in de raad of in de Kamer, en dan weer weg. Er zijn ontzettend veel mensen die iets te bieden hebben, maar die denken: dat is niks voor mij. Ik hoopte dat mensen in Amsterdam zouden zeggen: als Eberhard acht jaar gemeenteraad kan combineren met zijn werk als advocaat, dan kan ik het ook. Dat is niet erg gelukt.’

Van der Laan begon zijn loopbaan bij een groot commercieel kantoor, Van Doorne Sjollema. Hij leerde het vak van ervaren collega’s volgens het ouderwetse meester-gezelsysteem. In 1992 stapte hij er met zeven partners uit om, met vier andere advocaten, een eigen kantoor te stichten: Kennedy Van der Laan. ‘Het stond niet in de sleutel van het geld en er moest ruimte zijn voor andere dingen. Voor de één zijn kinderen, voor de ander zijn proefschrift, voor mij de gemeenteraad van Amsterdam. Onze grondwet luidde: ‘goed, leuk, commercieel, maar niet asociaal’. Omdat het geld werd teruggeploegd in het kantoor, ging het heel snel. Er zijn nu tweehonderd medewerkers, waarvan ruim honderd advocaten.’

Toen u in de Amsterdamse raad kwam, in 1990, had de PvdA negen zetels verloren.

‘Die verkiezingsnederlaag van de PvdA, van 21 naar 12 zetels, heeft mij getekend. Die afstraffing was gewoon verdiend. De spraakmakende gemeente waren we kwijtgeraakt, omdat er bijvoorbeeld niemand aftrad toen er 80 miljoen budgetoverschrijding bij de Stopera was. Of omdat de Kleine Komedie werd gesloten. Als je groot en dik bent, zoals de Amsterdamse PvdA in de jaren tachtig, lig je al heel snel onder de verdenking dat je arrogant bent. Onze eigen, traditionele achterban zei: als iemand een vuilniszak van het balkon gooit, mag ik daar toch wel iets van vinden? Of: waarom nemen mijn buren niet de moeite mijn taal te leren?

‘Er waren in de Indische buurt bewoners die zeiden: onderwijs in eigen taal en cultuur onder schooltijd is een obstakel voor mijn witte kind, dat ook niet goed kan rekenen en schrijven. Maar in plaats van dat daaraan wordt getrokken, moet ie dan een paar uur gaan handenarbeiden. Toen heb ik gezegd: ze hebben volkomen gelijk, die eigen taal is prima, maar moet buiten de gewone les plaatsvinden.’

Dat riep weerstand op in de partij?

‘Net als nu zeiden mensen: ja, het kan wel waar zijn, maar het klinkt zo grimmig. Het gaat in het integratiedebat snel om de toon. Mijn les is: als het gaat om je eigen toon, kun je niet zorgvuldig genoeg zijn. Maar klaag niet over de toon van een ander. Want dan neem je de ander niet serieus genoeg op de inhoud van zijn boodschap.

‘In die tijd zeiden mensen in de partij: veiligheid is een thema van rechts. Dan moest je uitleggen dat het onze mensen zijn die ’s avonds niet in de tram durven om uit te gaan. Veiligheid is bij uitstek een sociaal-democratisch thema. We kregen het stempel Nieuw Flinks opgedrukt. Ik moest me verantwoorden. Mensen zeiden tegen mij: hé, wat een mooie sociaal-democraat ben jij, die ouders voor de rechter laat slepen omdat hun kinderen spijbelen. Hoe zit dat? Ik zei: dat kan ik heel makkelijk uitleggen. Ik heb liever die ouders nu hier staan voor 75 gulden boete, omdat ze hun kinderen niet naar school sturen, dan dat we die kinderen later voor de rechter terugzie als crimineeltjes.’

Door die nieuwflinkse lijn kwam er geen Leefbaar Amsterdam van de grond?

‘Nauwelijks! Maar de Amsterdamse bevolking heeft dat wel bij ons afgedwongen. Toen ik in 1994 lijsttrekker werd, stond het er zo slecht voor dat iedereen die kwaad op ons was geweest, ook wel weer bereid was ons te helpen. Onder het motto: het is een afschuwelijke partij, maar hij moet er wel weer bovenop komen. We kwamen met vier hoofdthema’s: samenleven van oude en nieuwe Amsterdammers stond op één. We wilden toen al niet meer praten in termen van allochtonen en autochtonen. Het maakt niet uit waar iemand vandaan komt, als ie maar wil meedoen.

‘Twee was een aanval op de werkloosheid met het plan-Schaefer, wat later de Melkertbanen werden. Drie was veiligheid: wijkagenten, stadstoezicht, de conducteur terug op de tram. En het vierde was een aanval op de slechte onderwijsresultaten. Invoering CITO-toets, aanval op spijbelen. Problemen zijn er om op te lossen. Maar dan moet je ze wel eerst benoemen. Wat hier in Den Haag nu de mantra is, perspectief bieden en grenzen stellen, zat er toen al in.’

Uw partij is er wat betreft de integratie nog lang niet uit. De resolutie van het partijbestuur moest herschreven worden, er zijn 400 amendementen.

‘Ik vond de resolutie die er lag al goed, ik heb er nog zelf een beetje aan meegeholpen. Maar ik vind hem nu, na en door het heftige debat, nog iets beter.’

Voorzitter Ploumen werd uitgescholden voor Wilders-maatje.

‘Daar maak ik mij heel erg kwaad over. Dat is zó niet waar! Het is het wegwerken van achterstallig onderhoud in de discussie. Het serieus nemen van de zorgen van alle kanten van de samenleving. In de eerste versie lag het accent erg op de problemen van de oorspronkelijke Nederlanders. In die nieuwe versie is meer aandacht gekomen voor wat er gebeurt met nieuwe Nederlanders, die goed meedoen, maar na 2001 het gevoel hebben dat zij wel loyaal zijn aan de Nederlandse samenleving, maar de Nederlandse samenleving niet zo loyaal aan hen. Dat is een probleem, dat nu gelukkig meer aandacht krijgt.’

Bos had het over beschaafd nationalisme, tot ergernis van velen in de PvdA.

‘Dat was niet zo’n gelukkige term. Ik snapte wel wat Wouter Bos daarmee bedoelde: patriottisme, je moet trots op je land kunnen zijn. Maar de term nationalisme blijft verbonden met overaccentuering wat je als natie met elkaar hebt, met uitsluiting van anderen.’

Wordt het nog spannend op het congres van 14 maart?

‘Ik denk dat de grootste kou uit de lucht is. Mijn lieve partijgenoten moeten niet onderschatten dat in de dagelijkse praktijk iedere wethouder in Nederland, iedereen die voor de Partij van de Arbeid in de samenleving actief is, wordt geconfronteerd met de dilemma’s waar de resolutie over gaat. De nota is nodig om in ons land iedereen erbij te kunnen houden. Als je je als Partij van de Arbeid niet inzet voor die oudere Nederlander, die zich alleen gelaten voelt, die niet over straat durft, dan ben je gewoon geen knip voor je neus waard. Dit is waarvoor je bestaat als sociaal-democratische partij. Dit zijn onze mensen, die altijd in de sociaal-democratie hebben geloofd. Het is onverdraaglijk dat zij zich in de steek gelaten voelen. Ik ben het lang niet met alles eens wat die mensen mij mailen en schrijven, maar ik wil ze wel altijd serieus nemen. Het gaat erom dat je in evenwicht bent, dat je positief bent, dat je consequent en voortvarend bent, dat je mensen bij elkaar brengt om samen vooruit te komen. Klaar. Dat heeft niks met hard en zacht te maken.’

De middenpartijen zitten in zwaar weer.

‘Ik probeer naar iedereen te luisteren. Ook naar de SP en de PVV. De PVV zegt: kijk naar bepaalde discussiesites en huiver van het antisemitisme en de discriminatie van vrouwen en homoseksuelen op die sites. Dat kan gewoon niet, daar hebben ze gelijk in. Dat zijn we nu aan het onderzoeken. Binnenkort komen we met een reactie. De PVV’ers krijgen wat ze verdienen. En op die manier heb je des te meer gezag, als je ze een draai om hun oren geeft wanneer ze op de automatische piloot voorstellen om ouders van kinderen die een tweede strafbaar feit hebben gepleegd het land uit te zetten.

‘Maar ik hoop dat je ook met de PVV iets krijgt dat op communicatie lijkt. Ik heb de illusie dat ze dat ook willen. En ik heb de overtuiging dat hun achterban niks liever wil, dan dat er weer communicatie komt. Ik wil zo normaal mogelijk doen en mezelf blijven. Dus ik ben helemaal niet zo dat ik alleen naar het kabinet of de coalitie kijk en de rest van de Kamer niet zie staan. Dat wil ik zo lang mogelijk volhouden. Maar ik ben niet naïef, een dialoog moet wel van twee kanten komen.

‘Middenpartijen die niet goed in hun vel zitten, of niet voldoende assertief zijn, die worden, naarmate de crisis voortschrijdt, een prooi van partijen op de flanken. Maar middenpartijen die weten wat ze willen, oprecht gericht zijn op samenwerking, die dus luisteren, prioriteiten weten te stellen, hoeven helemaal niet weggespeeld te worden. Helemaal niet!’

Worden de PvdA en Ajax nog eens kampioen?

‘Ik geef op het ogenblik meer voor een kampioenschap van de PvdA dan voor een titel voor Ajax.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden