Zo'n virus denkt ook maar aan één ding

Uit het niets dook het op: het Schmallenberg-veevirus dat foetussen misvormt en boeren tot wanhoop drijft. Deze week breidde de ziekte zich uit over het land en dook het op in Engeland. Profiel van een ziektekiem op drift.

Ze waren er al maanden naar op zoek, vertelt Martin Beer, hoofd van het Duitse laboratorium voor dierziekten het Friedrich Loeffler Institut. Al in de nazomer kreeg Beer berichten van veeartsen: in Noordrijn-Westfalen zat een opvallend aantal boerderijen met koortsige dieren. Tien dagen koorts en minder melk, dat was alles. Maar op welke ziektekiem Beer de dieren ook testte: niets te vinden. 'De ziekte hield aan. Dus besloten we het anders aan te pakken', vertelt Beer.


Voor die andere aanpak wendde Beer zich tot een nieuw apparaat in zijn lab, dat uit een bloedmonster alle stukjes genetisch materiaal afleest. De resultaten kwamen als een schok. 'Van de duizend fragmenten die we vonden kwamen er zeven duidelijk overeen met een virus dat we hier helemaal niet kennen', zegt hij. Het was november; een nieuw diervirus was opgedoken, bij het plaatsje Schmallenberg.


Akabane, Ingwavuma, Marituba. Werp een blik op de familiestamboom van het virus dat Beer vond, en je weet direct dat het een nogal exotisch exemplaar is. Het virus behoort tot de groep der 'simbuvirussen' uit de familie der 'bunyavirussen' en is een verre verwant van obscure tropische mensenziekten als hanta en oropouche. Maar het is een uitgebreide familie - van de simbuvirussen zijn er zo'n 25, en daarvan worden in de regel alleen dieren ziek, doorgaans in Afrika, Australië en Japan.


En Schmallenberg? Niemand die nog met zekerheid kan zeggen wat het precies is, vertelt viroloog Wim van der Poel van het Centraal Veterinair Instituut in Wageningen. Ja: zoals alle bunyavirussen bestaat het uit een membraan met daarin drie sliertjes ingepakt genetisch materiaal. Slechts zes genen, heeft het virus: precies genoeg om een gastheer binnen te komen en daar kopieën van zichzelf te maken. Die genen vormen het belangrijkste houvast: een van de RNA-sliertjes komt voor 96 procent overeen met het Shamonda-veevirus uit Afrika en Japan, de twee andere lijken voor 65 tot 70 procent op het Aino- en het Akabanevirus, ook bekend uit Oceanië.


Frankenstein

Daarmee moeten onderzoekers als Beer en Van der Poel het doen. Misschien is het virus een iets veranderd Shamondavirus dat is meegelift met een trekvogel of een mug, het insect waarmee hij zich van dier tot dier verspreidt. Of, ook denkbaar, wellicht is het écht een nieuw virus, een microscopisch monstertje van Frankenstein waarin genen van Aino en Akabane met Shamonda zijn samengenaaid. Dat soort grappen halen virussen voortdurend uit: nog vorig jaar ontdekten wetenschappers dat een Peruaans mensen-bunyavirus dat men al tientallen jaren aanzag voor 'Oropouche' al sinds de jaren negentig stiekem andere genen was gaan dragen en nu een nieuwe gedaante had aangenomen. Waren er opeens twee virussen in plaats van een.


Zo'n virus wil in elk geval maar één ding: zich vermeerderen. En de ellende is dat hij dat het beste doet in de nog rijpende zenuwcellen van dierenfoetussen, vertelt veterinair patholoog Klaas Peperkamp van de Gezondheidsdienst voor Dieren. Met afzichtelijke gevolgen: 'Niet alleen het zenuwstelsel, ook de spierontwikkeling raakt aangetast; daardoor krijgen de gewrichten geen richting meer. Ze kunnen verschillende kanten op doordat de spieren verbindweefselen.' Gebogen ledematen zijn maar één symptoom: de doodgeboren lammeren en kalfjes hebben vaak ook kromme ruggen, gedraaide nekken en gemankeerde hersenen.


Nog een geluk dat Schmallenberg op menselijke cellen geen greep heeft. Alle experts zijn het erover eens dat het wel heel raar moet lopen voordat zo'n virus genoeg van vorm verandert om op menselijke cellen te passen. Het RIVM gaat de komende maanden mensen testen op antistoffen tegen het virus, maar dat is voor de zekerheid: 'Men wil horen dat er echt geen mogelijkheid tot infectie is', zegt Marion Koopmans, hoofd virologie bij het instituut.


En de herkomst? Experts sluiten niet uit dat het virus al onder ons was, onopgemerkt door artsen. Dat zou verklaren waarom het virus opeens op zoveel plekken tegelijk opduikt, zegt Van der Poel. 'Het is altijd mogelijk dat je een sporadisch geval uit een vorig seizoen mist', beaamt veterinair patholoog Peperkamp. 'Het eerste geval is altijd het lastigst te herkennen.'


Leer Van der Poel en Beer de viruswereld kennen: de virologen hebben wel zo'n idee hoe het verder gaat. Het virus zal zich verder verspreiden, vooral naar het noorden en misschien naar het zuiden, en na verloop van tijd zullen we minder ervan horen, naar mate meer dieren resistent raken tegen het virus. Een vaccin zal misschien iets uitrichten maar misschien ook niet: 'Er is nog geen vaccin. En het kost al snel anderhalf jaar om er een te ontwikkelen', zegt Van der Poel.


Muggen

In Duitsland wil Beer eerst maar eens aan de weet komen welk virus hij nu precies voor zich heeft. Een probleem is dat hij Schmallenberg niet in detail kan vergelijken met de andere virussen, domweg omdat daarvan weinig monsters bewaard zijn gebleven. Muggen die de afgelopen nazomer zijn gevangen, die wil hij ook hebben, omdat hij wil weten of Schmallenberg zich echt wel via muggen verspreidt. 'Maar we hebben ze nog niet gevonden', zegt de man die blij zou zijn met een dooie mug beteuterd. 'In heel België, Duitsland en Nederland lijkt er de afgelopen zomer niemand muggen te hebben verzameld.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.