Zo'n gevoel van: ons kan niets gebeuren

Niemand lijkt in Nederland wakker te liggen van ook maar de lichtste dreiging van een terreuraanslag. Madrid is ver weg, en misschien is dat in werkelijkheid ook wel zo....

En Nederland? Een alleen gelaten tas op station Uitgeest leidde tot lichte paniek en daarna hilariteit, omdat er een pak koek tevoorschijn kwam. Het debat omtrent de Nederlandse aanwezigheid in Irak gaat nog altijd voornamelijk over de marinier die werd opgesloten omdat hij een plunderaar had doodgeschoten. De Nederlandse geestesgesteldheid lijkt niet geschikt voor de grote boze wereld, beaamt de van oorsprong Amerikaanse historicus James Kennedy.

VU-professor Kennedy specialiseerde zich in de recente mentaliteitsgeschiedenis. Hem is opgevallen dat de mate van argeloosheid in Nederland de laatste jaren is verminderd. Toch ziet hij buiten de vliegvelden heel weinig militaire aanwezigheid. 'De houding blijft: wij zijn een klein onschuldig land, geen grote speler. Wij hebben het beste voor met de anderen, en we zijn zelf ook fijn, dus niet zo snel een doelwit.' Volgens Kennedy lijkt dat gevoel wel op het Amerikaanse zelfbeeld van voor 11 september: ons kan in ons eigen land niets gebeuren. Daarom was de schok zo groot toen het wél gebeurde.

De onschuld heeft veel te maken met het feit dat Nederland grote ellende bespaard is gebleven. Geen Algerijnse aanslagen zoals in Frankrijk, geen IRA als in Groot-Brittannië, geen ETA als in Spanje. De gemiddelde Nederlander is inderdaad weinig doordrongen van grote urgentie, beaamt Colin Budd, ambassadeur voor het Verenigd Koninkrijk. Ook in Irak is Nederland er, afgezien van één burgerslachtoffer, nog schadevrij afgekomen. Hij wijst op een verschil met de Britse mentaliteit. 'Britten zijn in zulke situaties heel erg stoïcijns. Nederland is een mengsel van nuchterheid en naïviteit.'

De grote vraag is wat de meest geschikte reactie, de meest adequate Nederlandse reactie zou zijn. Prof. James Kennedy is niet overtuigd van het nut van draconische maatregelen. Daar speelt de mentaliteit opnieuw een rol. In Frankrijk voelt men zich prettiger als de staat zichtbaar aanwezig is. In Amerika zijn cruciale plaatsen ook veel meer gemilitariseerd dan hier. 'Maar het zou kunnen dat grootscheeps militair vertoon in Nederland de angst eerder verergert, dan dat het publiek zich beschermd voelt.'

Ook VVD'er Hans Dijkstal, die als oud-minister van Binnenlandse Zaken het klappen van de zweep kent en deel uitmaakt van de commissie die momenteel de AIVD onderzoekt, is niet overtuigd van het voordeel van een uitbundige militaire aanwezigheid. Voor Nederland kan Madrid nog heel ver weg lijken, zegt hij, en misschien is dat in werkelijkheid ook wel zo.

De moeilijkheid is dat we domweg niet weten welke risico's Nederland nu loopt, aldus Dijkstal. Hij onderstreept het verschil tussen reële onveiligheid en het gevoel van onveiligheid. 'U kent het verhaal van de vrouw die in het achterste dorp van Friesland woont, en die in De Telegraaf leest over drie moorden en dan zegt: o, wat is het onveilig geworden. Als je maatregelen neemt, moet je de bijeffecten wegen, en de contra-effecten.'

Veiligheidsdeskundige Cees Wiebes, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, ziet al evenmin veel heil in openlijk machtsvertoon. 'Met een paar soldaten op de hoek voorkom je echt geen aanslagen.' Hij wijst op de ervaringen in Groot-Brittannië. Die camera's hangen er al jaren, maar hebben die aanslagen van de IRA voorkomen? Wiebes onderstreept het belang van infiltratie: van elke vijf pogingen tot aanslagen hebben de Britse geheime diensten er vier weten te voorkomen door middel van infiltratie.

Dat ligt met Al Qa'ida een stuk ingewikkelder. In de ouderwetse Koude-Oorlogsverhoudingen kon je infiltreren door beloftes te doen over geld of seks. Dat ging goed met de RAF, de Rode Jeugd of de Stasi. Maar bij Al Qa'ida schiet dat niet op, zegt Wiebes, dat soort mensen is daar niet gevoelig voor. Wat overblijft is afluisteren, onderscheppen van het berichtenverkeer. 'Dat gaat redelijk goed, maar het heeft zijn eigen problemen. Iemand belt iemand anders op en zwijgt een minuut. Wat moet je daarmee? Of iemand heeft tien sim-kaarten in zijn mobiele telefoon en wisselt die voortdurend af. Onderschat de explosieve groei van het aantal boodschappen niet: Nederland heeft tien miljoen gsm's. Als die allemaal tien keer op een dag worden gebruikt, heb je honderd miljoen dagelijkse boodschappen.'

Eén ding is zeker, zegt Wiebes, de internationale samenwerking is nog altijd niet goed. En Nederland heeft op het gebied van terreurbestrijding beslist geen goede naam. In Europa moppert men over de Haagse laksheid, omdat nog altijd het Europese arrestatiebevel niet is ingevoerd. Een doorn in het oog van veel landen is dat AIVD-inlichtingen hier nog altijd niet erkend worden als bewijsmiddel, en dat voorbereidingen voor een terroristische actie niet in de strafwet zijn opgenomen.

De Franse ambassadeur Anne Gazeau-Secret wijst erop dat Nederland over een paar maanden EU-voorzitter wordt. Zij noemt het curieus en paradoxaal dat er zo weinig gevoel voor urgentie is, terwijl daar toch waarachtig aanleiding voor is.

Burgemeester Deetman van Den Haag leek deze week aan zulke zorgen te beantwoorden. Hij zei in de gemeenteraad dat hij een brief aan minister Remkes heeft geschreven met de vraag of kan worden onderzocht of Den Haag met zijn overdaad aan internationale organisaties wel voldoende wordt beschermd.

De Turkse ambassadeur Tacan Ildem is daar blij mee. 'Een paar maanden geleden liet Deetman nog niet blijken dat hij dergelijke zorgen had.' Ildem wil beslist niet klagen. Hij zegt dat het een principekwestie is: 'Onze eigen beoordeling van de risico's zou ook in de overweging van de Nederlandse autoriteiten moeten worden betrokken. Dat doen wij in Turkije ook, als de Nederlandse ambassade om extra maatregelen vraagt. Vergeet niet dat onlangs ook in Istanbul grote aanslagen zijn gepleegd.'

Een diplomatieke steen des aanstoots is dat de Amerikanen in Den Haag wel op hun wenken worden bediend. Permanente politiebewaking, een ruime cirkel van hekwerken rondom de ambassade. In andere ambassades wordt gedacht: gelijke monniken, gelijke kappen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden