'Zo'n conservatieve kolonel als premier wordt niks'

'Ik ben voor pornografie. Het is tenslotte het enige middel tegen zeeziekte', zei toenmalig minister-president, en voormalig onderzeebootcommandant, Piet de Jong ooit in de ministerraad....

De Jong was minister-president (1967-1971) in de jaren dat het gezag onder druk stond, waarin provo, de kabouters, de Maagdenhuisbezetting, de Damslapers en de Dolle Mina's opgeld deden. Hoe het toenmalige kabinet-De Jong reageerde op de maatschappelijke onrust, wordt beschreven in de deze week verschijnende biografie Van buitengaats naar Binnenhof van de auteurs J. Brouwer en J. van Merrïenboer.

'Het zal u raar in de oren klinken, maar ik zat er op te wachten', zegt De Jong (86) in zijn appartement in het Haagse Park Marlot. De Jong had in zijn periode dat hij als onderzeebootcommandant de O 24 bestierde ook tijd om geschiedenis te lezen. 'Na de Eerste Wereldoorlog braken overal revoluties uit. Mijn verwachting was dat het in Nederland na de Tweede Wereldoorlog flink zou gaan spoken. Tot mijn stomme verbazing gebeurde er niets.'

Een kleine twintig jaar later, toen Nederland weer een aangeharkt tuintje was, begonnen politieke partijen zich te bezinnen en kwam het autoritaire gezag ter discussie. 'Ik was er klaar voor, als land kwamen we in de puberteit.'

Veel dispuut in het kabinet is er niet geweest over de handhaving van de orde, dat hield De Jong aan zichzelf. De haviken in zijn kabinet kregen geen kans. Macht en de handhaving daarvan, daarvoor had hij op zee gevoel ontwikkeld.

'Mijn vaste lijn was dat je heel vroeg moet onderkennen waarmee je precies te maken hebt. Als het relschoppers waren: snel en krachtig ingrijpen. Maar als je merkte dat het over iets ging dat leefde bij de mensen, dan moest je erover praten.'

Dat was ook zijn koers bij de Maagdenhuisbezettting. 'Ik dacht: ze hebben heel wat te bespreken, dus laat ze maar zitten. Maar toen ze de administratie begonnen te vernielen, moesten we ingrijpen.'

De Jong is opgewekt, de geschiedenis doet hem eindelijk recht. Het beeld van zijn kabinet dat maar op de winkel paste, wordt flink bijgesteld in zijn biografie. Een omvangrijk wetgevingsproces werd vrijwel geheel door de Eerste en Tweede Kamer geloodst. Als eerste kabinet na de oorlog zat het de rit uit in een moeilijke tijd. De Jong heeft wel een verklaring voor het povere beeld van zijn kabinet.

'Het was mijn schuld, een beetje. Ze dachten: dat kan nooit wat worden met zo'n conservatieve kolonel als minister-president.'

Het verschijnsel van de voorlichters die hun bewindslieden verkopen aan de pers vindt hij nog steeds bedenkelijk. 'Tegenwoordig heb je van die spindoctors, die moeten alles gladstrijken en oppoetsen, lachwekkend vind ik dat.' Toch had hij als eerste premier het middel in handen om dat te verbeteren: hij introduceerde de wekelijkse persconferentie van de minister-president. 'Maar ik had er een hekel aan mezelf op de borst te slaan voor wat we presteerden.'

Later begreep hij dat hij met zijn benadering zijn ministers en staatssecretarissen te kort deed. 'Ik troostte me met de gedachte dat ze later allemaal goed terecht zijn gekomen. Nu is wetenschappelijk vastgesteld dat we goed werk hebben verricht.' De Jong toonde zich als minister-president een teambuilder met gevoel voor humor, die moeilijke kwestiesverend opving. De politiek liet hij over aan de fractievoorzitters van de regeringspartijen KVP, VVD, ARP en CHU. 'Ik runde de tent.'

De ministers van het kabinet-De Jong (1967-1971) komen al dertig jaar iedere maand bij elkaar in kasteel Wittenburg. 'Dan praten we vooral over internationale politiek', zegt hij. 'De vrouwen willen we ook zien, die gaan een of twee keer per jaar mee naar een museum.'

Het gezelschap is in de loop der jaren uitgedund. 'Onze Vader heeft er al heel wat van ons verzameld', zegt De Jong. Maar ministers als Witteveen, Bakker, Schut, Udink en staatssecretaris Van Veen komen graag. 'Als ze tenminste in het land zijn.'

De biografie geeft ook inzicht in de huzarenstukjes van onderzeebootcommandant De Jong. Hij heeft zo'n tien vijandelijke schepen of onderzeeërs naar de zeebodem getorpedeerd en kreeg aanvallen met dieptebommen te verduren. Dat zijn niet de prettigste herinneringen voor hem. Na de oorlog kwam het boven: 'Ik heb een paar keer kwaaie dromen gehad van dieptebomaanvallen.'

Door zijn oorlogservaringen kreeg hij een andere kijk op het leven. Het geloof werd belangrijk, iets waaraan hij steun had in zijn periode als minister-president. 'Het is een zekere rust, je raakt niet zo gauw opgewonden of overstuur. Het is een permanent gevoel. Het gaat er ook om dat je geen gemene dingen doet, sociaal optreedt en opkomt voor de verdrukten.'

Aan het einde van zijn periode als minister-president had De Jong een Drees-achtige populariteit bereikt. De premierbonus kon geïncasseerd worden. Maar de in verwarring zijnde KVP koos voor de jonge Veringa, op een manier waarop het CDA patent zou ontwikkelen.

Partijvoorzitter - 'Hoe heet-ie ook al weer' - Fons van der Stee kwam bij hem langs en deed De Jong een voorstel. 'Hij was niet de meest gepolijste diplomaat en vroeg mij of ik op plaats twee wilde gaan staan in de noordoostelijke provincies. Toen heb ik hem snel naar de deur gebracht, dat vond ik een belediging.

'Later heeft Van der Stee verteld dat ik het lijsttrekkerschap heb geweigerd, maar dat heeft hij gejokt. Die twaalf jaar als staatssecretaris, minister van Defensie en minister-president gingen ten detrimente van mijn gezin. Het kan best zijn dat ik het niet gedaan zou hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden