Zo'n Citoscore is ook maar een tussenstand

Toch sneu voor al die achtstegroepers van wie de ouders géén kopie van de uitgelekte opgaven van de Citotoets hebben kunnen bemachtigen.


De meesten hebben al een oneerlijke achterstand op klasgenoten wier ouders er een paar honderd euro voor over hadden om hun kind te laten oefenen met een 'Citotrainer' (een goudmijn voor bijklussende studenten of uitgerangeerde leraren).


Want wat blijkt: stug oefenen voor de toets helpt wel degelijk. Toetsenmaker Cito mag dan beweren dat oefenen 'geen zin' heeft, volgens arbeids- en organisatiepsycholoog Jan te Nijenhuis (NRC Handelsblad, 1 februari) kan het tot 8 punten schelen in de uitslag. Acht punten: dat is het verschil tussen een vmbo-t- en een havo-advies, of tussen havo en vwo. Precies waar het die ouders om te doen is.


Dat is ouders niet kwalijk te nemen. Een hoger opleidingsniveau maakt nogal wat uit. Hoger opgeleiden verdienen niet alleen veel meer, ze zijn volgens de statistieken ook gelukkiger, gezonder, en ze leven zo'n zeven jaar langer dan laagopgeleiden.


Overigens betwijfelt Te Nijenhuis of een kind er iets aan heeft om door oefenen hoger te scoren; misschien moet het op de middelbare school 'op zijn tenen lopen'. Wat iets heel ergs schijnt te zijn. Dat vindt ook het Cito. Het is niet goed, zegt de website, om 'boven je daadwerkelijke niveau', terecht te komen. Daar 'wordt een kind niet gelukkiger van'.


Dat klinkt heel plausibel, maar is het ook waar? Wie bepaalt dat 'daadwerkelijke niveau' eigenlijk? De Citotoets is geen IQ-toets, maar meet wat een kind in acht jaar basisonderwijs heeft geleerd, wat het kent en kan. Er zijn enorme verschillen tussen basisscholen. Hetzelfde kind scoort op een zwakke school zomaar tien punten lager dan op een goede school. Uit een onderzoek van de Onderwijsraad in 2007 bleek, na een representatieve steekproef op basisscholen, dat bij 15 procent van de leerlingen prestatiescores worden behaald die duidelijk lager zijn dan hun IQ-scores.


Hoezo 'daadwerkelijk niveau'? Een kind heeft geen in lood geklonken niveau. Goed onderwijs vermag veel. De hoogte van de Citoscore is in hoge mate afhankelijk van de school, en vooral van de kwaliteiten van de juf of meester. Het zou dus best kunnen dat die punten die je met bijspijkeren wint - niet alleen oude toetsen maken maar hiaten vullen - de punten zijn die de school heeft laten liggen.


Het is niet moeilijk om 12-jarigen op het onderdeel taal beter te laten scoren. Twee middagen oefenen, met cola en stroopwafels, dat is alles. Ik heb het jarenlang gedaan (dit jaar niet, waar zijn ze? Bij de Cito- trainer?). Ondanks mijn gebrekkige didactische talent waren de gevolgen spectaculair. Gewoon de stam+t uitleggen, de verleden tijd en het voltooid deelwoord, het trucje van het kofschip. 'Is het zó makkelijk?' vroegen ze elk jaar verbaasd. En natuurlijk vertellen wat een 'persoonsvorm' is, want daar komen geheid vragen over. Die term hoorden mijn kinderen, neefjes en buurkinderen van mij voor het eerst. Dat was dus iets anders dan 'ik' of 'jij'? Nooit geleerd!


Zo'n middag oefenen, daar is niets 'oneigenlijks' aan. Je kunt in korte tijd veel leren, ook buiten school. Je leert ook door op je tenen te lopen.


Zoals Özcan Akyol deed, een schrijver van Turkse afkomst die met Eus een onverbiddelijke bestseller schreef. Na een liefdeloze jeugd en mislukte schoolopleiding werd hij beroepscrimineel. Doodsaai, vertelde hij in het tv-programma 24 uur met... In de gevangenis was hij als een dolle gaan lezen: Céline, Kafka. Dat was níet doodsaai. Hij werd gegrepen door het ritme van de zinnen. De lezer werd een schrijver.


Het resultaat van al dat lezen van wereldliteratuur is te horen aan het eloquente taalgebruik van Akyol: een hypercorrect Nederlands, met woorden als 'nopen', 'onverhoopt' en 'bewerkstelligen', woorden die je bij zijn leeftijdgenoten zelden hoort. Het deed me denken aan het deftige Nederlands van goed opgeleide Surinamers in de jaren zeventig, die prachtige woorden gebruikten als 'kwansuis', 'schier', of 'tersluiks'. Dat Akyol op zijn website vertelde dat hij Mannen spelen, vrouwen winnen van F.B. Hotz leest, nam me helemaal voor hem in.


Een mens kan grote sprongen maken. Gek dat juist veel leerkrachten de deterministische gedachte aanhangen dat 'niveau' onveranderlijk en van God gegeven is


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden