Nieuws Klimaattafels

Zo moet Nederland er op energiegebied over twaalf jaar uitzien

Nederland loopt achteraan in Europa als het gaat om de productie van duurzame energie en het terugdringen van CO2, maar Nederland wordt weer gidsland. Dankzij een oer-Hollandse aanpak: het polderoverleg. Aan vijf klimaattafels werden de tegenstanders bij elkaar gezet om de compromissen van de toekomst te smeden. Resultaat: veel ideeën, en enkele door te hakken knopen.

De voormalige hoogovens vanuit de lucht met daarachter de zeesluizen van IJmuiden. Foto Raymond Rutting

Industrie

‘Het heeft voor het klimaat geen zin als de productie uit Nederland verdwijnt en vervangen wordt door import van minder schoon geproduceerde producten uit het buitenland’, zo stelt het rapport van de Industrietafel. En daarmee is direct een van de belangrijkste problemen benoemd. 

Om de gestelde doelen te halen, moeten extra investeringen worden gedaan die optellen tot 15 à 20 miljard euro. Omdat Nederland meer wil doen dan Europa heeft voorgeschreven (een reductie van 49 procent in plaats van de Europese 40 procent), dreigt het Nederlandse bedrijfsleven met meer kosten te worden opgezadeld dan de concurrentie. Dat maakt een deel van de investeringen onrendabel, tenzij er een subsidie komt van een miljard euro per jaar.

Twistpunt aan deze tafel was de vraag of de industrie meer zou gaan betalen aan heffingen waaruit de energietransitie wordt betaald. Nu zijn het vooral de huishoudens die flink betalen. Die kwestie is omzeild: er komt een onderzoek of zo’n heffing niet schadelijk is voor de concurrentiepositie van de energieslurpende bedrijven.

Tot 2030 zullen de doelen vooral bereikt worden met het verhogen van de energie-efficiency, overstappen van brandstoffen op stroom en ‘waar nodig’ het ondergronds opslaan van CO2 (CCS). Die laatste post is wel meteen de grootste: de helft van de CO2-reductie, 7 megaton, wordt bereikt door CO2 ondergronds op te slaan. Het regeerakkoord sprak aanvankelijk nog over 18 megaton.

Rond 2030 zou er voor 3 à 4 gigawatt aan groene waterstof moeten worden geproduceerd. De investeringen moeten komen uit subsidie. Om het gebruik van waterstof aan te moedigen, moet er al op korte termijn een begin worden gemaakt met waterstof gemaakt uit aardgas.

De industrie moet ook meer stroom gaan gebruiken, want die stroom kan op den duur makkelijk duurzaam worden gemaakt (wind- en zonnestroom). Warmtepompen kunnen temperaturen halen tot 120 graden (op termijn ook nog heter). Voor hogere temperaturen kunnen ovens en boilers worden vervangen door elektrische varianten.

De prijs voor het uitstoten van CO2 moet omhoog. Als dat niet lukt met de Europese emissiehandel ETS, zouden Noordwest-Europese landen samen een CO2-prijs kunnen vaststellen.

Elektriciteit

Windmolens in zee voor de kust van IJmuiden. Foto Raymond Rutting

In 2030 moet er 84 terawattuur (84 miljard kilowattuur) aan duurzame stroom worden geproduceerd, vijf keer zo veel als nu. Het grootste deel zal van zee komen: 49 terawattuur. 

Maar als de vraag naar stroom flink gaat stijgen omdat de industrie overstapt van kolen en gas naar stroom, en woningen worden verwarmd met elektrische warmtepompen, kan de behoefte aan duurzame stroom oplopen tot 110 terawattuur. Dat is ongeveer 90 procent van de huidige stroomconsumptie.

Om draagvlak te krijgen voor molens en zonnepanelen op land moet ‘de lokale omgeving’ voor de helft eigenaar worden van die installaties.

De toenemende stroomproductie op zee levert tot 2030 nog geen problemen op. Daarna moet die stroom vooral worden gebruikt in industriecentra langs de kust, zodat peperdure verzwaring van de stroomnetten landinwaarts minder nodig is.

De ruimte wordt de grote beperking. Molens en zonnepanelen vergen ruimte, verzwaring van netwerken en opslag van gas en stroom idem. Het huidige beleid stevent af op 6.000 megawatt van windmolens op land in 2020. Volgens de Elektriciteitstafel kan daar nog flink wat bij, maar bij 11 duizend megawatt ‘loopt het tegen de grenzen van de ruimtelijke inpasbaarheid’ aan.

Een groot probleem is de Dunkelflaute: periodes in de winter waarin de zon niet te zien is en er nauwelijks wind is. Gemiddeld eens per twee jaar is er een Dunkelflaute van meer dan twee weken. Om ook in die periodes stroom te hebben, moet er weersonafhankelijke productiecapaciteit (gasgestookte centrales) zijn. In 2030 is daarvan 23,5 gigawatt aanwezig, net wel of net niet genoeg voor de vraag. Daarna wordt het alleen maar knellender.

De vraag naar stroom kan flexibeler worden gemaakt, door bijvoorbeeld slim op te laden (elektrische auto’s) en koelhuizen harder te zetten bij veel stroom. Hybride warmtepompen (deels op gas) en industriële installaties met een gasbrander voor noodgevallen kunnen bij de Dunkelflaute ook helpen. Maar het blijft ‘een grote uitdaging’.

Het tegendeel komt overigens ook voor: als zon en wind tegelijk tekeergaan, zal in 2030 zo af en toe maximaal 5 procent van de productiecapaciteit stilgelegd moeten worden.

Mobiliteit

Pleziervaartuigen door de Ketelbrug veroorzaakt file op de A6. Foto Raymond Rutting

De sectortafel Mobiliteit had onderweg een visioen: ‘Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd.’ De tafel heeft geen dichtgetimmerd plan ontworpen waarmee dit paradijs kan worden bereikt, maar somt op waar de mogelijkheden liggen. In totaal vond de tafel mogelijkheden voor een reductie van 16 miljoen ton CO2, ruimschoots het dubbele van wat nodig is.

De grootste hap komt uit de vergroening van auto’s (waarvoor tot 2025 fiscale middelen nodig zijn), vrachtwagens en bussen: 8 miljoen ton. Rekeningrijden is alleen voorzien voor vrachtverkeer. Op het spoor kunnen 150 diesellocomotieven worden vervangen door elektrische. Voor het vrachtvervoer komt het vooral aan op biobrandstoffen, een operatie waarvan de milieu-organisaties nooit erg gecharmeerd waren. Maar er moet ook een kilometerheffing voor vrachtwagens komen. Voor zwaar verkeer en scheepvaart moeten bio-LNG en waterstof worden ontwikkeld en ingezet. 

Gebouwde omgeving

Nieuwbouwhuizen in Leidsche Rijn. Foto Raymond Rutting

‘We staan aan de vooravond van de grote verbouwing’, stelt de tafel Bebouwde Omgeving. Voor die verbouwing komt de tafel met een reeks relatief concrete plannen.

Aardgas wordt duurder en stroom goedkoper. Zo wordt het overstappen van gasverwarming op warmtepomp gestimuleerd. Per saldo moet de energierekening in een huishouden gelijk blijven of licht dalen.

Om investeringen voor huiseigenaren betaalbaar te maken, moeten er instrumenten komen voor ‘gebouwgebonden financiering’. Daarbij zijn de leningen niet verbonden aan de inwoner, maar aan het huis. Bij verkoop van het huis gaat de lening automatisch over naar de nieuwe eigenaar. Hierdoor zijn lage rentes mogelijk en kunnen de maandelijkse lasten lager zijn door de kostenbesparing op de energierekening.

Woningcorporaties nemen de helft van de CO2-reductie voor hun rekening, onder voorwaarde dat er voldoende geld beschikbaar is voor deze investeringen en dat ook huurders een ‘redelijke’ bijdrage leveren aan de verduurzaming.

Gemeentes stellen uiterlijk in 2021 een plan op hoe elke wijk in 2050 bijna CO2-neutraal wordt. Voor verduurzaming van ‘maatschappelijk vastgoed’ zoals scholen, politiebureaus en ziekenhuizen moet al op 1 mei volgend jaar een plan klaarliggen.

Woningtaxaties moeten standaard de kosten en besparingen van energiebesparende maatregelen vermelden, om kopers aan te zetten tot verduurzaming van hun nieuwe woning. Een niet-verplichte norm voor woningen, met een maximale warmtevraag per vierkante meter, kan hierbij helpen. Werkt dit onvoldoende, dan kan de norm ‘een verplichtender karakter krijgen’.

Door innovatie moeten verwarmingstechnieken in 2030 tot 50 procent goedkoper worden.

Landbouw

Een boer bemest zijn grond. Foto Raymond Rutting

De landbouw heeft het hem toebemeten deel van de operatie vrij pijnloos weten in te vullen. De uitstoot van methaan moet verminderen, met een hoeveelheid waarvan het klimaateffect gelijkstaat aan een miljoen ton CO2. De varkenshouderij zal een beetje krimpen, door een ‘warme’ sanering, maar in de melkveehouderij wordt alleen op bedrijfsniveau gekeken hoe de uitstoot kan worden verminderd.

De glastuinbouw stapt deels af van aardgas op aardwarmte en warmtenetten, en bespaart zo 1,8 miljoen ton. Verder zal in veengebieden de grondwaterstand worden verhoogd en moet er meer CO2 worden vastgelegd in natuur- en landbouwgebieden. 

Klimaatteller


Weten wat u zelf aan CO2-uitstoot kunt besparen? Klik in dit virtuele huis uw eigen bijdrage aan de CO2-reductie bij elkaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.