Zo min mogelijk doen bij 140 in het uur

Op de rechte stukken van de baan is ze machteloos. Alleen in de bochten kan bobsleepilote Esmé Kamphuis bijsturen. Ze doet dat zo goed dat iedereen voor de Winterspelen op haar let.

De bobsleebaan van Winterberg ligt er verlaten bij als Esmé Kamphuis even na 8.00 uur arriveert. Het is donker. Uit de dichte mist valt regen op het Duitse ijskanaal. 'Ik denk dat we de baan vandaag voor onszelf hebben', grapt een teamlid als de slee voorzichtig wordt uitgeladen.


Over twee uur zal Kamphuis (30) naar beneden razen in de Flying Lion, zoals de oranje slee met leeuwenkop wordt genoemd. Eerst is het tijd voor een verkenningstocht. 'De baanloop' noemt Kamphuis de wandeling die ze voor elke training maakt door het ijskanaal met bondscoach Nicola Minichiello (35).


Kamphuis is vandaag te vroeg om het ijs op te mogen, dus ze begint haar wandeltocht op het asfalt naast de baan. Bij de start hangt ze meteen met Minichiello over de ijsrand. Ze bestuderen de groeven waardoor de slee de eerste 40 meter zal glijden.


Zijn die net zo recht als bij de trainingen van gisteren, toen Kamphuis de beste twee tijden van de dag neerzette? Of hebben de Duitse baanverzorgers de groeven aan het einde iets verlegd, zodat de slee anders naar de eerste bocht glijdt? Geen verschil, concluderen pilote en bondscoach.


Kamphuis: 'Maar morgen misschien wel. Of op de dag van de wedstrijd.'


Ze zetten hun inspectietocht voort. In elke bocht stoppen ze. Ze praten over de ideale lijn. Ze proberen te bepalen op welk punt Kamphuis moet bijsturen om de volgende bocht te bereiken zonder tegen de zijkant van de baan te botsen. Ze bestuderen de ribbels om te zien of er ijs is geschaafd door de baanverzorgers.


'De truc van het bobsleeën is met zo min mogelijk sturen de snelste weg vinden', legt Kamphuis uit. Elke stuurbeweging kost snelheid. Toch moet ze soms bijsturen, vanwege oneffenheden in de baan. Dat kan alleen in de bochten. De ronde ijzers hebben daar grip op het ijs, omdat de slee door de hoge snelheid tegen de wand wordt gedrukt.


Stuiteren

Op de rechte stukken is sturen onmogelijk. De ijzers hebben geen grip. Als Kamphuis verkeerd de bocht uitkomt, kan ze pas in de volgende bocht bijsturen. Daartussen is ze machteloos. Ze stuitert, in het ergste geval, van wand tot wand en verliest kostbare snelheid. 'Zeker hier in Winterberg is het een kwestie van de slee laten lopen. Doe zo min mogelijk. Maar wat je doet, moet je precies op het juiste moment doen.'


Elke ambitieuze piloot verkent de baan. Kamphuis loopt altijd van boven naar beneden. Anderen kiezen de omgekeerde weg. Bij bocht zeven, halverwege de baan, komt ze een Australische rivale tegen. Zij loopt tot verbazing van de Nederlandse in het ijskanaal. 'Dan gaan wij er ook in', zegt ze. Maar voor de zekerheid vraagt ze via de intercom aan de ijsmeester of het is toegestaan.


Kamphuis: 'Ik vraag altijd of het mag, helemaal bij de Duitsers. Je kan een boete krijgen of worden gediskwalificeerd.'


Minichiello: 'Als ze je kunnen pakken, zullen ze het niet laten.'


Kamphuis: 'Helemaal als je het goed doet.'


Ze is niet vergeten dat ze in de aanloop naar deze olympische winter niet mocht trainen op de Duitse bobbanen. Ze wordt gezien als een serieuze concurrent van de Duitse vrouwen.


Uit hun rugzakken halen de vrouwen rubberen zolen met stevige spikes, die ze onder hun wandelschoenen binden. Ze klimmen op het ijs en zetten hun tocht knarsend voort. Het ijs torent in sommige bochten hoog boven ze uit.


Kamphuis is volgens haar coach een van de beste piloten. In 2013 werd ze zesde bij de WK bobsleeën, op 0,1 seconde van de medailles. Dit jaar is ze onzeker begonnen, maar ze lijkt elke wedstrijd beter te worden.


Minichiello: 'Als alle puzzelstukjes op hun plek vallen, kan Esmé hoog eindigen in Sotsji. Het is wachten tot het klikt. Iedereen weet dat. Vorig jaar lette niemand op ons. Nu houdt iedereen ons in de gaten. Ze filmen ons, ze proberen te ontdekken welke ijzers we gebruiken en welke lijnen we kiezen in de baan.'


Die lijnen staan soms in de ijswand gegrift. Bij bocht negen wijst Kamphuis naar de groeven op ooghoogte. De slee hangt op die plek op zijn zij. De coach suggereert dat ze ongeveer 30 centimeter hoger door de bocht moet. 'Laat eens zien wat je met je handen doet', vraagt ze.


Kamphuis buigt haar knieën licht en sluit haar ogen. Ze stelt zich voor dat ze in de slee zit. Tijdens de wedstrijd liggen haar handen stevig op haar dijen om te voorkomen dat ze door het gerammel van slee gekke bewegingen maakt. Ze houdt de stuurtouwtjes tussen haar vingers. Kleine, korte bewegingen zijn genoeg om de richting van de slee te veranderen. Het luistert nauw bij zo'n 140 kilometer per uur.


Nu laat ze haar handen dansen. Ze glijden sierlijk door de lucht. 'Just flow with it', zegt de Britse Minichiello, die zelf als pilote wereldkampioen werd in 2009. 'Laat je meevoeren door de bocht. Het zag er gisteren prima uit.'


In gedachten daalt Kamphuis veel vaker af dan in werkelijkheid. Als pilote heeft ze zo'n 800 runs gemaakt, waarvan een stuk of zeventig in Winterberg. Een afdaling is duur: 80 euro buiten wedstrijden. Visualiseren is dus noodzaak. Ze moet elke ribbel kennen, want tijdens de afdaling is alles vlak en wit. De snelheid is te hoog om scherp te kunnen zien.


Laat

Minichiello wijst naar de wand in bocht dertien. 'Hier stuurde je gisteren in bij je eerste afdaling.' Dan wijst ze naar een punt 10 meter verderop. 'En daar in je tweede afdaling. Dat is vrij laat.'


Kamphuis: 'Maar niet verschrikkelijk laat.'


Minichiello: 'Doe het toch maar eerder. Het gaat zo snel. Als je niet heel scherp bent, stuur je te laat. En dan wordt het een verkeerde gewoonte.'


Aan het begin van haar loopbaan gebruikte Kamphuis herkenningspunten langs de baan, zoals camera's. Nu gaat ze af op haar gevoel en kennis van de baan. Ze is al acht jaar piloot. 'Het is een kwestie van ervaring. Gevoel ontwikkel je in de loop der jaren. Je moet in een split second beslissen. En als het ijs op het laatste moment iets anders doet dan je verwacht, moet je gokken.'


Na bocht veertien, voorbij de rode eindstreep die in het ijs is gevroren, komen Kamphuis en Minichiello tot dezelfde slotsom. In sommige bochten is wat ijs weggehaald, maar veel is er niet veranderd. De inspectie heeft drie kwartier geduurd. Kamphuis heeft vertrouwen in de afdalingen die ze over een uur zal maken.


Langs de kant van de weg steekt ze haar duim omhoog, in de hoop op een lift naar boven. Omhoog lopen doet ze niet meer. Dan verbrandt ze te veel calorieën. Ze weegt 76 kilo en moet veel moeite doen om dat gewicht te behouden. Ze probeert zelfs aan te komen. Een zwaardere slee daalt sneller.


Kamphuis: 'Het is niet gemakkelijk. Het is een combinatie van heel hard trainen, zodat je spiermassa kweekt, en gedisciplineerd elke twee uur eten. Niet eten totdat je geen zin meer hebt, maar eten totdat je misselijk bent. En dan nog een paar happen.'


Of het werkt? Een uur na de baaninspectie scheurt Kamphuis met remster Judith Vis door het ijskanaal. Het regent niet meer. De mist is opgetrokken. Na 58 seconden is ze beneden. Die tijd baart opzien. Ze is bijna een halve seconde sneller dan de rest. In een sport die draait om honderdsten van seconden is dat veel. Toch blijft ze nuchter, ook nadat ze de snelste is in de tweede afdaling van 1.330 meter.


Kamphuis: 'Een paar kleine foutjes, niets groots, daar doen we het voor.'


Ze weet, dit is Winterberg. Haar Duitse concurrenten hebben waarschijnlijk verstoppertje gespeeld. De kans is groot dat het ijs er zondag bij de wedstrijd net iets anders bij ligt. Zij mag dan geen baanloop doen. De Duitse vrouwen krijgen de verraderlijke wijzigingen ingefluisterd door de ijsmeester. Thuisvoordeel heet zo'n ingreep in het bobsleeën.


Kamphuis: 'Het blijven Duitsers.'


Wereldbeker: Van Calker strand in eerste run

Bij de wereldbekerwedstrijden in Winterberg is Edwin van Calker in de tweemansbob al na de eerste run gestrand. Hij eindigde met Sybren Jansma als 21ste en verspeelde daarmee zijn startrecht voor de tweede run.


Het betekende de zoveelste mislukte poging om zich ook in de tweezitter te kwalificeren voor de Winterspelen van Sotsji. In de viermansslee is dat Van Calker al gelukt. Om ook in de tweemansbob naar Sotsji te mogen, moet hij in een wereldbekerwedstrijd een keer bij de eerste tien eindigen.


Ook Ivo de Bruin en Yannick Greiner wisten zich niet te verzekeren voor een ticket voor de Spelen. Ze plaatsten zich met een 18de tijd voor de tweede run, maar wisten die klassering niet meer te verbeteren. Het duo moet naar de beste acht glijden om zich te verzekeren van een ticket voor Sotsji.


Beide duo's krijgen de komende weken in Igls en St. Moritz nog een kans om zich te kwalificeren.


Esmé Kamphuis komt zondag in actie in Winterberg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden