Zo mild is Nederlandse rechter niet: verwijt dat vaak alleen taakstraf wordt opgelegd is onterecht

Zo 'soft' zijn de Nederlandse rechters helemaal niet, blijkt uit een evaluatie van onderzoeksbureau Pro Facto. Sinds een wetswijziging in 2012 wordt minder vaak alleen een taakstraf opgelegd.

Jongeren met een taakstraf. Foto anp

Hardnekkig misverstand: de Nederlandse rechter straft veel te mild. Een Nederlandse rechter kiest er liever voor een beschuldigde - zelfs in het geval van een ernstig zeden- of geweldsmisdrijf - een taakstraf op te leggen dan naar de gevangenis te sturen. Zo heet het in populistische kringen.

Uit een nu door minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) naar de Tweede Kamer gestuurde evaluatie van de Wet Beperking Oplegging Taakstraffen rijst een ander beeld. Zo 'soft' is de Nederlandse rechter helemaal niet.

Zwaarder straffen

Het verwijt dat de rechter zich vaak niets aantrekt van de herhaalde roep vanuit de politiek en de maatschappij om zwaarder te straffen, en snel kiest voor een taakstraf, strookt niet met de realiteit. Dat blijkt uit de evaluatie van het aangepaste beleid voor het opleggen van taakstraffen, verricht door bureau Pro Facto, in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Sinds de invoering van de Wet Beperking Oplegging Taakstraffen, in 2012, is een trend zichtbaar dat rechters daders veel minder vaak alleen maar een taakstraf opleggen, blijkt uit het onderzoek. Precies zoals de bedoeling was van de wetgever toen in 2012, na aanzwellende kritiek op de taakstraf, de regels werden aangepast.

Het gebeurt nog weleens dat rechters zelfs bij ernstige delicten (waarop zes jaar gevangenisstraf staat of meer) besluiten tot een taakstraf in combinatie met een korte, soms maar enkele dagen durende celstraf, maar dat zijn uitzonderingen. Het gaat dan bijvoorbeeld over zware mishandelingen in groepsverband waarbij niet precies is vast te stellen wat het aandeel is geweest van een aangeklaagde.

Kritiek op de taakstraf (sinds 1989 in het Wetboek van Strafrecht als straf opgenomen) is er altijd geweest. De straf, qua zwaarte te rangschikken tussen een vrijheidsstraf en een geldboete, was en is onder meer bedoeld om de 'humanisering van de strafrechtpleging' te bevorderen en recidive te verminderen. Volgens de onderzoekers van Pro Facto had de wetgever niet voorzien dat het opleggen van taakstraffen botst met het 'rechtsgevoel in een deel van de samenleving'.

Geen bewijs

Na een radio-uitzending van Zembla in 2007, waarin (ten onrechte) werd gesuggereerd dat zelfs moordenaars er met een taakstraf vanaf konden komen, zwol de kritiek op de strafmaatregel nog meer aan. Onder politieke druk werd de wetgeving aangepast waardoor rechters minder ruimte kregen om voor een taak- in plaats van een gevangenisstraf te kiezen.

Pro Facto onderzocht vonnissen in de drie jaar voor de aanpassing van de wet in 2012 en vonnissen in de drie jaar erna. 'Rechters vonnissen in lijn met de wet', concludeert Ko de Ridder van de Rijksuniversiteit Groningen, betrokken bij de evaluatie. Volgens hem is er geen bewijs dat rechters milder oordelen dan de wetgever voor ogen heeft.

Foto anp

Dat vooral rechters wordt aangewreven dat ze te vaak voor een taakstraf kiezen is onterecht, zegt De Ridder. 'In gevallen waarbij een taakstraf van toepassing kan zijn, zijn het Openbaar Ministerie en de rechter het heel vaak eens.' Ook dat rechters, anders dan de geest van de wet, bij recidive soms toch nog een taakstraf opleggen, nuanceert De Ridder: 'We moeten dan echt niet denken aan ernstige delicten maar aan kleine vergrijpen zoals winkeldiefstal.'

Volgens de onderzoekers vinden zowel het Openbaar Ministerie als de rechters het verstandig als in bepaalde gevallen ook een taakstraf kan worden opgelegd in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Dat staat de wet nu niet toe. Minister Sander Dekker komt voor de zomer met een reactie op de evaluatie.

Tbs

Rechters verzuimen te vaak een tbs-maatregel op te leggen aan verdachten die weigeren mee te werken aan onderzoek naar een mogelijke psychische stoornis. Rechters kunnen ook zelfstandig vaststellen dat er sprake is van gestoord gedrag waardoor een tbs-maatregel in beeld komt. Dat concludeert WODC-onderzoeker Marleen Nagtegaal. Volgens Nagtegaal zijn ‘sommige rechters niet op de hoogte’ van een arrest hierover van het Europese Hof. Ze komt tot die voorlopige conclusie na bestudering van rechterlijke vonnissen in de periode 2012-2016 waarbij verdachten medewerking aan onderzoek weigerden. Het onderzoek van Nagtegaal wordt in mei afgerond.