Zo makkelijk is China niet te begrijpen

China stort in, de 'collapsionisten' zijn er zeker van. Maar Marije Vlaskamp weet: niets zo onvoorspelbaar als China. Dus wacht nog even met conclusies.

Beeld Wassinklundgren / lllustratie Bier en Brood

Mijn boekenkast is aan een voorjaarsschoonmaak toe. Ik weet niet waar ik me meer aan erger: het stof of het boek The Coming Collapse of China. Daarin voorspelt auteur Gordon Chang dat de Volksrepubliek China nog 'vijf, hooguit tien jaar' te gaan heeft. De communistische partij, de economie en de levens van 1,4 miljard mensen gaan allemaal down the drain. Zet je klok er maar op gelijk, aldus Chang.

In 2011 moest het gebeurd zijn, maar aangezien China in 2012 niet was ingestort, stelde Chang zijn voorspelling noodgedwongen met een jaartje bij. Anno 2016 is de Volksrepubliek er nog steeds. Maar dat duurt niet lang meer, zegt een groeiend legertje China-watchers. Steeds meer mensen kijken gretig uit naar het onvermijdelijke moment dat China vol op zijn bek gaat.

Die gedachte komt deels voort uit het idee dat een land dat zich niet volgens de westerse patronen ontwikkelt, tot mislukken gedoemd is. De Volksrepubliek laat onomwonden zien dat ze tegenwoordig sterk en machtig genoeg is om zich Chinees te gedragen en de zaken op een eigen Chinese manier aan te pakken. Wie daar niet klaar voor is, kan terecht bij een vervangend geloof, namelijk de overtuiging dat dit niet goed kan aflopen. De intellectuele onderbouwing voor dat idee komt van China-collapsionisten. Hun werk vermomt zich als objectieve analyse die steevast tot dezelfde conclusie leidt: China stort in.

Een beetje collapsionist begint met een opsomming van alle denkbare problemen. Dat zijn problemen die China in werkelijkheid ook echt heeft. Heel leerzaam. Veel collapsionisten zijn in China teleurgesteld geraakte sinologen, met zo'n intimiderende academische kennis dat ik al lezend inderdaad bijna geloof dat ze gelijk hebben. Vooral als ik zo'n boek tot me neem op een sombere avond. Mijn internet ligt plat door de aangescherpte censuur en dat uitgerekend na een dag vol deprimerend werk. Een gesprek met een in detentie gemartelde mensenrechtenadvocaat. Een bericht van een ngo, die na twintig jaar fantastisch werk zijn gratis rechtshulpdienst voor vrouwen moet opdoeken, omdat hun buitenlandse sponsoren op dit moment een te groot politiek risico zijn. Of ik ben een dagje buiten geweest in de doffe smog, rondbanjerend in een dorp waar water en bodem zo giftig zijn door vervuiling dat de boeren hun eigen groenten niet durven eten. Die verkopen ze dan weer wel op stadsmarkten; dat anderen er ziek van worden doet er minder toe.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld thinkstock

Wondergroei stokt

Kortom, van die dagen waarop ik me afvraag waar China in vredesnaam mee bezig is. Met zijn eigen ondergang, weten collapsionisten. Die weten namelijk alles. Ook dat de communistische partij aan dat doemscenario kan ontkomen door de macht een beetje te delen met anderen en het volk een grotere stem te geven. Maar die democratische wensdroom is wel het laatste waar China, een van de oudste autoritaire regimes ter wereld, mee bezig is. Het politieke klimaat is op dit moment juist vrij grimmig. De confrontatie tussen China en de Verenigde Staten verhardt. De economische wondergroei stokt.

Alle waarnemingen van collapsionisten dienen ter onderbouwing van de intellectuele tunnelvisie die uitkomt op de afgang van de eenpartijstaat. Dertig jaar lang spectaculaire economische groei? Kan niet goed gaan - als de bubbel van snel rijk worden barst, betekent dat het failliet van de communistische partij. Treedt een partijleider keihard op tegen corruptie? Foute boel, zo maakt hij vijanden en daardoor brokkelt de partij in facties uiteen. Gewone Chinezen die een comfortabel leventje leiden? Wacht maar af: zodra een bepaald percentage van de bevolking tot de middenklasse behoort, willen ze niet alleen hun vakantiebestemming en automerk kiezen, maar ook hun politieke leiders.

Twee eeuwen lang konden wij in het Westen doen alsof de wereld van ons was. Eerst maakten de Europese koloniale machten de dienst uit, daarna namen de Verenigde Staten het stokje over. China struikelde van de ene rampzalige periode naar de andere: het keizerlijke systeem takelde af, een burgeroorlog verwoestte het land en de puinhopen die over waren, raakten onder de eerste generatie communistische leiders in een internationaal isolement.

Levensader

Pas dertig jaar geleden begon Peking met hervormingen en een opendeur-beleid. Dat was zo'n daverend succes dat zelfs China's grootste vijand moet toegeven dat het land de levensader van de mondiale economie is geworden. Een en ander voltrok zich in een typisch Chinees ijltempo. Toen ik in 2001 uit Nederland vertrok, waren Chinezen vooral glimlachende obers in restaurants waar voor weinig geld veel kon worden gegeten. Of illegale migranten die op weg naar een beter leven stierven in containers gevuld met tomaten. Vijftien jaar later komen er vliegtuigen vol rijke Chinezen naar Europa. Vakantiegangers die opstoppingen veroorzaken bij diamantairs of de afdeling designtassen bij de Bijenkorf. Magnaten die golfclubs, voetballers of zelfs hele overslaghavens kopen.

Het Westen heeft nauwelijks de tijd gehad zijn beeld van China bij te stellen of Peking dendert alweer door naar de volgende fase: China doet niet wat het Westen wil. En dat terwijl we dachten dat China een onbeschreven blad was dat als hoogste ideaal had een oriëntaalse kopie van het Westen te worden.

Peking heeft slim gebruikgemaakt van die veronderstelling door een tijdje te zeggen van westerse stokpaardjes als mensenrechten, democratisering, een schoner milieu of de vrije markt te willen leren. Een uitgekookte strategie. Verblind door de hoop dat China op weg was te worden zoals wij kwamen westerse landen met technologie, kennis en andere zaken die China heel nuttig vond. De uiterlijke schijn - modieus geklede jongeren, moderne power-architectuur en een Starbucks op elke straathoek - bevestigde dat China op de goede weg richting verwesterlijking was. 'Het ziet er helemaal niet communistisch uit en de Chinezen zijn heel open!', zeggen vers in Peking aangekomen bezoekers.

Het is blijkbaar moeilijk te accepteren dat China niet zoals het Westen wordt. Zelfs een van mijn lievelingssinologen, David Shambaugh, heeft zich bij het kamp der collapsionisten gevoegd. Hij kondigt 'het eindspel voor de communistische partij' aan. Bewijs: Shambaugh was bij een conferentie van een Chinese staatsdenktank, waar ambtenaren 'met bevroren gezichten, houten lichaamstaal en tastbare verveling' zaten te luisteren. Ik weet niet hoe ze er vroeger in Shambaughs lange, indrukwekkende carrière bij zaten, maar ik ken Chinese ambtenaren eerlijk gezegd niet anders dan bevroren en houterig. Dat is overigens best actief, want ze vallen ook geregeld in slaap bij conferenties.

Verder met het bekende rijtje argumenten voor de totale ineenstorting. De basis voor het gezag van de partij, de economische groei, valt weg. De Chinese elite parkeert zijn vermogen in afwachting van de ineenstorting alvast in het buitenland. De eenpartijstaat is zo nerveus over zijn eigen voortbestaan dat de minste of geringste kritiek met staalharde repressie wordt beantwoord. De totale chaos staat voor de deur.

Beeld thinkstock

Zo'n avondje collapsionisten lezen conditioneert tot doemdenken. Zelfs een jolig hoofdstukje uit een boek van een 'pandaknuffelaar' helpt niet. Pandaknuffelaars kronkelen zich in alle mogelijke bochten om alles wat er in China gebeurt, positief te verklaren. Zowel voor China als voor de hele wereld is de communistische partij een zegen. Moet ik meestal vreselijk lachen om die onzin, nu bevestigt de naïviteit van pandahuggers slechts het betoog van de collapsionisten.

Met mijn hoofd nog vol van het aanstaande einde der tijden droom ik van staatsgrepen. Krijgsheren zetten hypermoderne steden in de fik en het Volksbevrijdingsleger speelt met de atoomknop. Een kwart van de wereldbevolking raakt op drift in een vluchtelingenstroom die zijn weerga in de menselijke geschiedenis niet kent. Het effect op de internationale economie is een nachtmerrie apart, maar ga er maar van uit dat het ook daar einde verhaal is.

Ineenstorting

Het is of deze totale ineenstorting, of de Derde Wereldoorlog. Dat komt door de valstrik van Thucydides-val, een uiterst populair buzzword in de China-literatuur. Volgens de Griekse geschiedschrijver Thucydides leidt de opkomst van een nieuwe grootmacht naast een bestaande supermacht - de Verenigde Staten - onvermijdelijk tot oorlog.

Kortom, het loopt slecht af, of China nu opkomt of valt.

De volgende ochtend staat alles nog keurig overeind in een stralend lente-zonnetje, waardoor het stof op de boekenplank nog beter uitkomt. Ik maak een sopje, peinzend over China. Jihua ganbushang bianhua, zoals de Chinezen zeggen: de veranderingen gaan zo snel dat elk plan bij voorbaat achterhaald is. Het enige wat zeker is, is de volkomen onvoorspelbaarheid van dit land. Alles gaat hier altijd net even anders dan je je had voorgesteld. Soms beter, meestal slechter. Als ik denk dat ik iets begrijp, stoot ik gegarandeerd mijn neus. Daarom zijn die collapsionisten, pandahuggers en Thucydides-aanhangers ook zo verleidelijk. Als ik hun manier van denken omhels, kan ik mezelf niet alleen overtuigen dat ik snap wat er om me heen gebeurt, ik kan ook de toekomst voorspellen.

Laat ik het maar bij mijn oude onzekerheid houden. Niets is zoals het lijkt en het wordt niet wat je verwacht: een mooi uitgangspunt in deze verwarrende tijden. Het boek van Chang gaat resoluut bij het oud papier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden