Zo maken we het onderwijs beter

Hoe blits de schoolboeken ook zijn, kinderen weten niet wie Karel de Grote was. Frits van Oostrom, voorzitter van de commissie die de canon van Nederland opstelde, heeft een advies: dunnere boeken, ‘dikkere’ docenten....

De kennis van de historische en culturele canon is in de samenleving, speciaal binnen het jeugdige deel daarvan, uiterst fragiel geworden. Anders valt niet te verklaren waarom het canonontwerp van onze commissie zoveel enthousiaste opluchting heeft teweeggebracht. Nederland is merkbaar blij dat de voornaamste iconen van onze geschiedenis en cultuur opnieuw zijn geïdentificeerd en op eigentijdse wijze uitgelicht.

De grote opgave voor 2007 is om alle positieve energie van 2006 effectief te richten. Hier is vanzelfsprekend een hoofdrol weggelegd voor het ministerie van Onderwijs, dat om het ontwerp heeft gevraagd, er blij mee zegt te zijn en nu de regie moet nemen voor de nadere implementatie. Daarnaast moeten de werkers in het veld van onderwijs en cultuur zelf hun aandeel en verantwoordelijkheid nemen. Aldus moeten wij met zijn allen zorgen dat de canonkaart over de scholen verspreid raakt, dat de website entoen.nu nog verder wordt verrijkt, dat er aansprekende didactiek wordt ontwikkeld en deugdelijke toetsing, en dat de canon wordt verankerd in de kerndoelen.

Terwijl wij op de ingeslagen weg voortgaan, loont het ook de moeite terug te blikken op de route, en stil te staan bij de perspectieven die deze heeft geboden. Het canonproces is namelijk naar mijn overtuiging een van die exercities die naast hun intrinsieke belang een minstens even grote exemplarische betekenis hebben, met brede implicaties.

Terugblik

Terugblik
Allereerst dringt zich een paradox aan mij op. Hoe valt te verklaren dat de Nederlandse jeugd klaarblijkelijk zo weinig vertrouwd is met de vensters van de canon, terwijl ze vrijwel allemaal al in de schoolboeken figureren? Want laten we wel zijn: de presentatie van deze vijftig iconen in dit canonieke verband en in deze vormgeving moge dan nieuw zijn, er is geen schoolboek voor het vak geschiedenis dat, om maar wat te noemen, Karel de Grote, Karel V, Willem van Oranje en Koning Willem I overslaat, of nalaat uit te leggen wat hun historische betekenis is geweest. Dat houdt dus in dat onze canon wel degelijk wordt behandeld en getoetst, in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs. Toch is kennis ervan ver te zoeken.

Terugblik
Naar deze paradox zou een afzonderlijk onderzoek moeten worden ingesteld. Het gaat daarbij om weinig minder dan de effectiviteit van onderwijs. Wat er bijvoorbeeld mis gaat in vakken als rekenen en wiskunde – ondanks de enorme hoeveelheid uren op de basisschool aan rekenen besteed, ondanks het ontzag voor wiskunde bij beleidsmakers, plus de massieve inzet van het Freudenthalinstituut met bijna honderd medewerkers – is mij een volslagen raadsel.

Terugblik
Ten aanzien van de broze kennis van de canon reik ik hieronder drie suggesties aan. De eerste twee daarvan laten zich verenigen in de volgende formule, die een groot chiasme blootlegt in de Nederlandse onderwijsgeschiedenis van de afgelopen eeuw. Vroeger waren de schoolboeken licht, en de leraren zwaar beladen – inmiddels is het andersom.

Schoolboeken

Schoolboeken
We kennen allemaal sinds jaar en dag het sfeerbeeld van het brugklassertje dat met zijn overvolle schooltas door de gangen zeult. Maar dat hun Eastpack in de wind ze met de fiets over de kop doet slaan, en fysiotherapeuten waarschuwen voor scheefgroei en rugklachten, is van de laatste tijd. Uitgeverij Wolters Noordhoff maakte onlangs goede sier met het bericht dat men in overleg met die beroepsgroep voortaan een norm zou aanhouden voor maximaal gewicht – maar ik voorspel u waar dat zegenrijke verantwoordelijkheidsgevoel op uit gaat draaien: dat men het zware boek van 40 euro gaat splitsen in twee lichtere van ieder 25 euro.

Schoolboeken
Want laat ik het maar toegeven: voor dit gedeelte van het canonproces ben ik weer marxist geworden. Als er één sector is waar de zogenaamde vrije markt niet werkt ten voordele van de consument, is het die van het schoolboek. De Nederlandse Mededingingsautoriteit heeft het recent zelfs ex cathedra verkondigd – het woord kartelvorming valt niet, maar daar komt het wel op neer. Vier firma’s hebben hier 80 procent van de immense markt in handen, en opereren allemaal op dezelfde wijze. De schoolboekenmarkt heeft kenmerken te over van een aanbodgestuurde markt. ‘De ontwikkeling van lesmethodes wordt slechts in beperkte mate gestuurd vanuit de vraagzijde van de markt, zijnde de leerlingen’, aldus de NMa, die goed laat zien waardoor de schoolboekenmarkt wél wordt geregeerd: door de belangen van de aandeelhouders, en dus door de behoefte aan permanente winstgroei.

Schoolboeken
Voortdurende en geaccepteerde prijsstijging is uiteraard een droomscenario, en in de verwerkelijking daarvan zijn onze educatieve uitgevers de afgelopen jaren bijzonder succesvol geweest. Uit enquêtes van het Nibud en Research voor beleid blijkt dat in de drie jaar na 2000 de gemiddelde kosten van schoolboeken bij het vwo met 70 procent zijn gestegen en bij het havo 90 procent. Bij het vmbo was de stijging 100 procent. Wel in de eerste plaats verantwoordelijk voor deze commerciële tovenarij was dat men spotgoedkope schriften vervangen wist te krijgen door aan de methode vastgeklonken werkboeken.

Schoolboeken
Prijsopdrijving kan in onderwijsland gemakkelijker dan waar ook, omdat de school de boeken voorschrijft maar ze niet hoeft te betalen. Aan koperszijde kan op vrij vuige wijze worden gespeculeerd op de cultuurpsychologische natuurwet dat ouders liever op alles bezuinigen dan op de scholing van hun kinderen. Dus ze zuchten, tandenknarsen, gaan van fitness af – maar slikken hoe dan ook, en zetten hun handtekening onder de incassomachtiging aan Van Dijks boekhuis. Desnoods zal men op afbetaling kopen, of zelfs geld lenen – voor welke optie trouwens een van de grote schoolboekhandels voor het gemak meteen een frisse folder bijsluit.

Schoolboeken
Om deze prijswoeker een schijn van rechtvaardiging te geven, verwijzen educatieve uitgevers steevast naar de voortdurende onderwijsvernieuwing plus de steeds veeleisender geworden consument. Maar voor het overgrote deel, zo houd ik staande, wordt dit proces door niemand harder aangeblazen dan door de uitgevers zelf. Verbeterde herdrukken buitelen over elkaar heen, de methodes ogen steeds blitser, met meegesealde en maar zelden gebruikte cassettebandjes, cd-roms en alle mogelijke hulpstukken. De methode zelf, het vlaggenschip, komt rijk gepavoiseerd met heel veel kleurenplaatjes in de vaart – voor het goed uitkomen waarvan vanzelfsprekend glanzend en lekker duur papier sine qua non is. Het effect van deze opblaastechnieken is dat wat echt belangrijk is, gemakkelijk raakt overschaduwd en overwoekerd.

Schoolboeken
De uit winstbejag steeds zwaarder opgetuigde schoolboeken lijken mij deel van de verklaring dat kinderen geen hoofdlijnen en overzicht meer kennen, de canon en de samenhang uit het oog verloren zijn – al helemaal in vakken waar de kennis niet noodzakelijkerwijs lineair gestructureerd is. Want terwijl men bij wiskunde geen vierkantsvergelijkingen kan oplossen zonder de eerstegraadse te beheersen, is de kennis van geschiedenis en cultuur veel minder interdependent, zodat men het curriculum kan afwerken als seriële hordeloop met intervallen en zonder parcoursbesef. Men werkt van toets naar toets, en wist de harde schijf na elke opdracht. Zo draait het geschiedenisonderwijs tegenwoordig grotendeels op het korte termijngeheugen

Schoolboeken
Hier wreekt zich dat het ministerie van OCW niets over de inhoud van het onderwijs wil zeggen anders dan in zeer globale termen, beducht als men is voor elke schijn van dirigisme. Maar terwijl wij hem met zijn allen knepen voor staatspedagogiek, kregen we marktpedagogiek. Het wrangste is misschien wel dit: in de jaren dat in het Groningse hoofdkantoor van Wolters Noordhoff de grafieken in de boardroom een weldadige uptrend vertoonden, constateerde in dezelfde stad onderwijskundige Van der Werf bij haar longitudinale onderzoek naar abituriënten een neerwaartse tendens in het uitstroomniveau van het Nederlandse onderwijs.

Schoolboeken
In de afgelopen jaren is het met de onderwijsmarkt beter gegaan dan met het onderwijs zelf.

Docenten

Docenten
Het dikke boek hoort bij een dunne leraar. Het een wordt zelfs geregeld gerechtvaardigd met het ander. De leraren zouden te zwak zijn om op eigen kompas te kunnen koersen en het boek als bijbel broodnodig hebben. Hoewel ik de redenering nogal onthutsend vind, is er droevig genoeg wel iets van aan. Tot de sterkste ervaringen van de canoncommissie behoorden de aanhoudende klachten juist hierover. Dat de leerlingen de canon niet meer kennen, komt minstens ten dele omdat hun leraren hem ook niet meer beheersen – en dat geldt met name voor de jongere docenten, zoals ook vertegenwoordigers uit die beroepsgroep onze commissie volmondig verzekerden.

Docenten
Of dat kwaliteitsverlies nu is veroorzaakt doordat het instroomniveau van onze lerarenopleidingen lager ligt dan vroeger; of dat de vakinhoud in het curriculum verschraald is; of dat docenten aan die opleidingen op hun beurt te weinig in huis hebben, dan wel te weinig tijd voor voorbereiding, begeleiding of hun eigen nascholing; iets van dat allemaal of nog iets anders – ook dat moeten we hoognodig scherp zien te krijgen. Maar wat zo langzamerhand wel vaststaat, is dat de selectie, opleiding en begeleiding van onze leraren een van de centrale aandachtsgebieden zou moeten zijn van onze nieuwe minister van Onderwijs.

Docenten
Exact honderd jaar geleden stelde M.A.C.P. Poelhekke in De Gids: ‘De leraar is de methode.’ Vandaag de dag is het andersom geworden – en wij hadden dat nooit zover mogen laten komen. Die afwaardering van de leraar hebben wij collectief veel te gemakkelijk laten gebeuren omdat de persoonlijke rol van de docent vermeend minder belangrijk zou zijn: vanwege de veroudering van individuele vakkennis, de noodzaak tot het zelfstandig leren leren van de jeugd, de geavanceerdheid van modern lesmateriaal, de organiseerbaarheid van secties en scholen (vooral grote) en de beschikbaarheid van internet – die onmetelijke schaamlap voor allemans onwetendheid vandaag de dag. Het waren, welbeschouwd, allemaal drogredenen.

Docenten
Er gaat nog altijd niets boven een inspirerende docent, wiens enthousiasme voor zijn vak en voor de overdracht daarvan kunnen floreren. Eigenlijk zou ter voortdurende herinnering hieraan, en als een permanent baken voor alle beleidsmakers, op het plein voor het ministerie van Onderwijs een gedenknaald moeten worden geplaatst met een eeuwigdurende vlam voor de onbekende docent.

Algemene ontwikkeling

Algemene ontwikkeling
Daarmee zijn wij beland bij de derde verklaringsfactor die ik wil opperen voor de geërodeerde kennis van de canon, naast boeken die teveel en docenten die te weinig inhoud hebben.

Algemene ontwikkeling
De canon wordt vaak in verband gebracht met de spanning tussen kennis en vaardigheden die er in het onderwijs zou heersen. Maar er is nog iets aan de hand: de hiërarchisering, binnen het kennisdomein, van gespecialiseerde en algemene kennis. Als type kennis staat tegenwoordige geprofessionaliseerde deskundigheid ver boven algemene ontwikkeling. Of althans: in het onderwijs koersen we vooral af op het eerste, met het tweede hoogstens in de rol van zijspan. Dat begint al vroeg, wanneer we in de cito-toets examineren in drie domeinen (taal, rekenen en wereldoriëntatie), maar bij de bepaling van de fameuze cito-score die richtinggevend is voor het vervolgonderwijs het derde domein niet meetellen. In het voortgezet onderwijs zijn vakken als geschiedenis en aardrijkskunde niet verplicht in de bovenbouw, en sterker nog: ze gelden als de vakken voor het pretpakket. Aan de universiteit kan men naar het studium generale, maar op basis van volstrekte vrijwilligheid; het zou mij verbazen als meer dan 5 procent van de studenten daar ooit binnenkomt.

Algemene ontwikkeling
In het theater van de aandacht is algemene ontwikkeling door de assertiviteit van deelbelangen naar het schellinkje verdrongen.

Slotsom

Slotsom
Ter bevordering van de kwaliteit van het onderwijs moeten we opereren langs tenminste drie lijnen:

Slotsom
1. Saneren in de dictatuur van de methode. Schoolboeken moeten slanker en goedkoper. Minder plaatjeswoeker, cdroms en cassettebandjes; veel liever slim samenspel met internet. Grootscheeps terugdringen van werkboeken en andere voorgedrukte invuloefeningen. Leer de leerlingen liever fatsoenlijk notities maken, een zeer nuttige vaardigheid voor hun verdere leven.

Slotsom
2. Parallel hieraan: veel meer investeren in de leraar, diens rol en kwalificaties. Meer inhoud, en van daaruit meer vertrouwen, ruimte en gezag.

Slotsom
3. Herwaarderen van algemene ontwikkeling als leerdoel. Dat wil ook zeggen: meer oog voor onderwijs als vorming tot mens en burger, en niet alleen als beroepsvoorbereiding.

Slotsom
Ik besef dat het hier eigenlijk om heel klassieke, om niet zeggen ouderwetse waarden gaat, en dat van iemand die er allerminst van overtuigd is dat het vroeger over de hele linie beter was. Wel dat het nu veel beter kan en ook zou moeten. Vereist daartoe is bovenal, dat we elkaar indringend durven aanspreken op de inhoud van het onderwijs. De kostbare vrijheid van onderwijs in Nederland is nooit bedoeld geweest om dat gesprek onmogelijk te maken.

Slotsom
Ook moeten we de werkelijke kwaliteit durven benoemen, en het gesprek daarover niet laten verstommen in een vacuüm tussen cynisme op de werkvloer en hogere modelbouw in het management. Tenslotte moeten alle spelers, ouders en leerlingen incluis, beseffen dat het publieke domein niet een volstrekt vrij speelveld is, maar dat het toezicht, bezieling en onderhoud behoeft – als zaak van algemeen belang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden