Zo maakt Mozambique de wereld mijnvrij

Binnen tien jaar kunnen alle mijnen geruimd zijn

De strijd tegen landmijnen heeft decennia geduurd, maar als alles meezit kan de wereld in 2025 mijnvrij zijn. Mozambique geeft het goede voorbeeld.

Foto Raphaël Dallaporta

Alan Johnson heeft nog geleerd hoe je een mijnenveld aanlegt. Nu ruimt hij de resten ervan op. Er wordt hard gewerkt aan een landmijnvrije wereld en daarin worden vroegere soldaten ingezet als ontmijners. Johnson heeft zelf nog nooit een landmijn geplaatst, zegt hij. Maar hij weet er wel alles van, tijdens zijn opleiding tot militair technicus heeft hij geleerd hoe mijnen werken. Toen hij in de jaren zeventig op de militaire academie van het Nieuw-Zeelandse leger zat, was het gebruik van landmijnen nog heel gewoon.

Nu rijdt Johnson door Mozambique als hoofd van de ontmijningsteams van een hulporganisatie. De zoektocht naar de laatste landmijnen is begonnen, want aan het einde van dit jaar moet Mozambique officieel mijnvrij zijn. Een belangrijke stap op weg naar een wereld zonder landmijnen, want het land lag na tientallen jaren oorlog bezaaid met de wapens.

Met zijn terreinwagen slaat Johnson plotseling rechtsaf en verlaat hij de weg. Takken van bomen krassen langs de ramen, de auto wipt als een bootje. 'Soms rijden we 17 kilometer door de bush', zegt Johnson, een krachtige man met gekleurde tattoos op zijn onderarm. Johnson heeft als ontmijner ook al in Irak gewerkt. Ruim vier jaar werkt hij nu in Mozambique.

Laatste mijnenvelden

De laatste mijnenvelden liggen in het nauwelijks ontwikkelde binnenland. Af en toe duiken er vrouwen met manden op langs de weg die geen weg is. Soms is het gebied zo afgelegen dat de teams er ook overnachten. Dan moeten ze hun eigen minidorpje opbouwen voor de weken die ze er werken. Water komt van een tankwagen - zo ver hij kan komen door de bush; zonnecellen zorgen voor elektriciteit.

Die laatste landmijnen vinden is het moeilijkst, zegt Johnson. Maar hij wil pas vertrekken als alle explosieven uit de grond zijn gehaald. Een van zijn teams werkt tegenwoordig nog aan het ontmijnen van een elektriciteitsleiding in het binnenland, drie uur rijden van de stad Beira. Tijdens de burgeroorlog heeft de regering mijnen rond de elektriciteitsmasten geplaatst om ze te beschermen tegen sabotage.

De speurhonden zijn net weer begonnen. Handicap International, Johnsons organisatie, werkt met machines, mensen en honden. Een zware graafmachine verwijdert de struikgewassen. Pas dan kunnen de honden en de ontmijners aan de slag. Ze moeten met scharen eerst voorzichtig het gras snijden voordat ze met de metaaldetector eroverheen kunnen.

Honden

De honden, opgeleid om de explosieven op te sporen, zijn zo'n dertig keer sneller dan een mens. De neus is hun detector. De trainer staat aan de rand van het veld en geeft met zijn handen aanwijzingen waar ze naartoe moeten lopen. Een hond kan 3.000 tot 4.000 vierkante meter per dag ontruimen, legt Alan Johnson uit. Een mens komt niet verder dan gemiddeld 20 vierkante meter per dag. Bewegen is zwaar in de Afrikaanse hitte en regelmatig moeten de mannen en vrouwen pauzeren om geconcentreerd te blijven.

Omdat het zo lang duurt, denken ontmijners in vierkante meters en niet in vierkante kilometers: alle mijnenvelden in Mozambique bij elkaar beslaan 34,3 miljoen vierkante meter. Dat is vier keer de oppervlakte van het centrum van Amsterdam. De eerste mijnen werden in de onafhankelijkheidsoorlog tussen 1964 en 1975 gelegd. Na de onafhankelijkheid van Portugal in 1975 begon een burgeroorlog die tot 1992 duurde en waarbij zowel rebellen als het leger landmijnen gebruikten. Eigenlijk had het land al in 2009 landmijnvrij moeten zijn. Er bleken echter drie keer zo veel mijnenvelden te zijn dan toen werd gedacht.

'Het succes in Mozambique geeft hoop dat ook andere landen hun mijnproblemen kunnen oplossen', zegt Amelie Chayer, onderzoeker bij de International Campaign to Ban Landmines (ICBL). 'Vroeger kregen we te horen dat het wel honderden jaren zou duren om een landmijnvrije wereld te bereiken.' De vooruitgang in Mozambique en andere landen spreekt dit tegen. Chayer hoopt dat de landmijnvrije wereld over tien jaar, in 2025, werkelijkheid zal zijn. Op een conferentie in Mozambique eerder dit jaar stelden ongeveer honderd landen dat als doel vast.

Het zou een historische gebeurtenis zijn, want mijnen worden al eeuwen gebruikt. De eerste werden in de Amerikaanse burgeroorlog ontwikkeld, maar ze beleefden hun 'doorbraak' in de Tweede Wereldoorlog. Toen werden ze vooral gebruikt om vijandige troepen tegen te houden, daarna ook om de bevolking te intimideren, vluchtelingenstromen te stoppen of toegang tot akkers of infrastructuur te belemmeren.

'Landmijnen werden als de betere soldaten beschouwd', zegt Alan Johnson in Mozambique. 'Ze zijn goedkoop, slapen nooit, ze zijn onzichtbaar en missen hun doelwit nooit.' Ze maken helaas ook geen onderscheid tussen vriend en vijand, tussen soldaten en kinderen. 'Antipersonnel landmine' worden ze daarom officieel genoemd.

Flora Armando Chipossa Tenho (31) speurt landmijnen op bij een elektriciteitsmast langs de weg van Maputo naar Zuid-Afrika. Foto Getty

Schade

Sommige mijnen gaan af als ze door druk van boven geactiveerd worden, andere als er iemand in de buurt beweegt. Door de explosie worden vaak de benen opgeblazen. Slachtoffers overlijden meestal niet door de landmijn, maar als gevolg van het bloedverlies of omdat ze niet worden verpleegd.

Er gaat het verhaal dat landmijnen expres geen dodelijke werking moesten hebben. Want een gewonde soldaat kost een land meer en brengt meer schade toe aan de vijand dan een dode. Als een soldaat ter plekke overlijdt, kunnen zijn kameraden hem laten liggen. Als hij zwaargewond raakt, moet hij worden verzorgd - dat kost tijd, geld en mankracht.

Landmijnvrij betekent volgens Chayer van de ICBL dat er geen mijnen meer in de grond liggen, de voorraden vernietigd zijn, het gebruik ervan ophoudt en de rechten van slachtoffers gewaarborgd zijn.

Slechts een handjevol staten heeft in de afgelopen jaren nog landmijnen gebruikt, waaronder landen als Syrië die het internationale verdrag voor het uitbannen van landmijnen niet erkennen. 'Door het verdrag worden landmijnen als een absoluut onaanvaardbaar wapen beschouwd.' Deze morele uitbanning is misschien wel het grootste succes in de strijd tegen landmijnen.

Damas Socossa (53) raakte in 1988 gewond door een landmijn in Mozambique. Foto Getty

Campagne

Dat is het resultaat van een campagne die decennia geleden is begonnen. Tot in de jaren negentig gebruikten de strijdkrachten van de meeste staten landmijnen. De kritiek op het wapen nam toe toen het aantal dodelijke slachtoffers opliep tot soms tienduizenden per jaar, onder wie veel burgers. Organisaties als het Internationaal Comité van het Rode Kruis en de Verenigde Naties richtten in 1992 de ICBL op. En in 1997 kwam er een verdrag: de Ottawa-Conventie, een verbod op het gebruik, de productie en opslag van landmijnen. In hetzelfde jaar won de campagne tegen landmijnen, die werd gesteund door de Britse prinses Diana, de Nobelprijs voor de vrede.

Sindsdien is het gebruik van mijnen wereldwijd sterk gedaald, stelt de Landmine and Clustor Munition Monitor, de tak van de ICBL die onderzoek doet naar de naleving van het verdrag. Nederland bijvoorbeeld heeft tussen 1996 en 2002 zo'n 255 duizend landmijnen vernietigd. Voor training en ontwikkeling heeft de Nederlandse krijgsmacht nog 1.830 landmijnen overgehouden. Zelfs de Verenigde Staten, die het verdrag niet hebben ondertekend, hebben al twintig jaar geen landmijnen meer geproduceerd. Dit jaar heeft de Amerikaanse regering verklaard dat dit het officiële beleid blijft.

Aandacht

Toch is nog helemaal niet zeker of het doel 2025 gehaald kan worden. In 56 landen liggen nog mijnenvelden. Van 40 landen wordt verwacht dat ze binnen vijf jaar landmijnvrij zijn. In de andere 16 landen - vooral in Afghanistan en Irak - liggen nog zo veel mijnen in de grond dat het onduidelijk is hoe lang de ontruiming zal duren. Ook is niet bekend of er tegenwoordig in Irak en Syrië opnieuw landmijnen worden geplaatst.

Het grootste risico is dat de aandacht verslapt, zegt Amelie Chayer van de ICBL. Dan bestaat de kans dat de internationale gemeenschap alsnog kort voor de finish zal struikelen.

'We werken in de schaduw van andere problemen die de wereld heeft', zegt Alan Johnson. Hij merkt dat de afgelopen jaren de belangstelling voor het landmijnen-probleem afneemt, ook omdat er issues als hiv, malaria en klimaatverandering op de wereldpolitieke agenda staan.

In Mozambique gaat het wel lukken. Ongeveer 28 elektriciteitsmasten moeten nog worden ontmijnd. Als het niet regent, is zijn team voor het einde van het jaar klaar met de elektriciteitsleiding.

En dan op naar het volgende land. Chayer: 'Als de regeringen hun verplichtingen en beloften nakomen, kan het probleem relatief snel worden opgelost - en kunnen we het van de to-do-lijst van de wereld schrappen.'

Benjamin Duerr is een Duitse journalist die werkt voor Der Spiegel, Al Jazeera en andere Duitse, Nederlandse en Engelstalige media. Dit artikel kwam tot stand met steun van het International Reporting Project (IRP) van de Johns Hopkins University.

Foto De Volkskrant