Zo maak je het perfecte vuur

Harry Leenders weet hoe je flutvlammetjes en gemene rook vermijdt en hoe je je vuurtje beheerst.

Bart Leenders. Foto Frank Ruiter

'Mensen zijn vergeten hoe ze vuur moeten maken. Zonde, als je bedenkt dat het vermogen om vuur te maken ons onderscheidt van dieren. Wij brengen het vuur terug naar de mens. Met een jasje eromheen.

'Goed stoken begint met een moderne kachel die aan alle milieueisen voldoet. De rest is een kwestie van droog, schoon hout en goed advies bij de aanschaf.

'Het grootste probleem is getemperd stoken. Dat betekent dat mensen continu bezig zijn om hun kachel niet op volle kracht te laten branden, omdat het anders te heet wordt. Dat leidt tot onvolledige verbranding en overlast.

Bart Leenders. Foto Frank Ruiter

Flutvlammetje

'Een kachel heeft een bepaald vermogensbereik, als je het vuur telkens smoort, door de luchtschuif te sluiten, gaat alle troep naar buiten. Alsof je gas geeft en tegelijkertijd aan de handrem trekt.

'Als ik een zwart raampje zie, weet ik genoeg. Met een klein flutvlammetje en te weinig hout krijg je zwarte rook. Een goede schoorsteen rookt niet, daar zie je alleen maar warme lucht naar buiten komen.

'Dan het hout. Dat moet schoon zijn, niet geverfd, onbehandeld. En droog. Dat betekent dat het minimaal twee jaar buiten in de wind is gedroogd. Vers gehakt hout is te nat.

'De basis maak je van vuistdik hout. Daarop stapel je duimdikke latjes aanmaakhout. Een goede stapel is even hoog als hij breed is.

Bart Leenders

Bart Leenders (47) ontwikkelt houtkachels bij Harrie Leenders (vader Harrie richtte het bedrijf in 1979 op) in Oirschot. Hij organiseert stookavonden, workshops over vuur en geeft tutorials op YouTube. In de winter trekt hij graag in Zweden rond met honden, tent, slee en houtkachel.

Bart Leenders. Foto Frank Ruiter

Startfase

'Daarbovenop gaat een aanmaakblokje, niet onder het hout met een prop krantenpapier zoals veel mensen doen. Dat is de Zwitserse methode: je vuur van boven naar beneden aanmaken. Zo krijg je veel minder rookontwikkeling.

'De startfase is kritiek: je hebt kans op onderdruk, het rookkanaal is nog koud en het binnenwerk is koud. Alsof je een koude jas aantrekt. Een oven moet toch ook voorverwarmen? En niet meteen die luchtschuif dicht, vuur heeft zuurstof nodig.

'Als die eerste stapel op is, is de kachel op basiswarmte, dan is het een kwestie van bijvullen. Een gemiddelde lading hout brandt ongeveer drie kwartier. Elk type hout heeft zijn eigen brandkarakter. Beuk en eik zijn zwaarder: die branden korter maar gloeien langer. Spar brandt kort en fel.

Bart Leenders. Foto Frank Ruiter

Genoeg lucht

'De eindfase gaat in als de stoker naar bed gaat of het huis verlaat. Het vuur moet genoeg lucht krijgen om op te branden. Daarom moet je de luchtschuif open laten.

'Sommige mensen denken slim te zijn door nog even een lading hout erop te gooien en dan het schuifje helemaal dicht te doen, zodat de kachel de volgende ochtend nog gloeit: daar krijg je die gemene rook van - niet doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.