Zo leuk vindt Jansen dat keepen niet

Ronald Jansen, de eigenzinnige en luidruchtige doelman van de Nederlandse hockeyploeg, hunkert naar persoonlijke vrijheid. Maar de dertigjarige Brabander realiseert zich dat in een teamsport groepsdiscipline een voorwaarde voor succes is....

GEESTDRIFTIG filosofeert Ronald Jansen over de zegeningen van Australië, in zijn ogen een continent met onbegrensde vrijheden. 'Australië is af', zegt de doelman van de Nederlandse hockeyploeg en verheft zich met een diepe zucht van zijn praatstoel.

Teammanager Koos Formsma heeft de klok der gehoorzaamheid geluid. Het is tijd voor de videobespreking. Jansen: 'Alweer zo'n sessie. Ik word soms niet goed van dat eindeloze getuur naar zo'n tv-scherm. Maar het hoort er nu eenmaal bij, in het moderne hockey.'

Ronald Jansen, eigenzinnig, luidruchtig en altijd hunkerend naar persoonlijke vrijheid. Hij is net zo min een typische Brabander als Frank Leistra, zijn vriend en illustere voorganger in het doel van het Nederlands elftal. Ook Jansen verheft zijn stem, in het veld, aan tafel en tijdens het verpozen in de vrije uurtjes. 'Ik heb een grote bek, net als Leistra, maar het wordt geaccepteerd dat ik zeg waar het op staat. De spelers vinden het juist prettig dat er weer een keeper in de kooi staat die zijn mond opendoet.'

Anders dan de doorsnee-hockeyer heeft Jansen nooit gestudeerd. Het keurslijf van de traditie past hem niet. 'Wie hockeyt gaat studeren, zo was het en zo is het nog. Maar bij mij lag het anders. Ik wist al vroeg dat ik nooit zou gaan studeren. Dat zat er gewoon niet in. Ik was er te speels voor. De verleiding van de vrijheid was te groot. Ik was altijd buiten en miste menige les. Het heeft lang geduurd voordat ik mij een beetje volwassen ging gedragen.

'Toch was ik niet roekeloos. Ik was een eigenwijs ventje dat wist waar hij naar toe wilde, maar dat ook zijn tekortkomingen kende. Studeren had geen zin, omdat ik me niet zo goed kan concentreren. Dat is ook mijn zwakke punt bij het hockeyen. Ik betrap me er wel eens op dat mijn gedachten afdwalen wanneer ik als keeper weinig te doen krijg.

'Bij het Nederlands elftal is het geen probleem. Tijdens zo'n WK weet ik echt wel waar het om gaat en kost het me nauwelijks moeite om bij de les te blijven. Maar als ik met mijn club, Oranje Zwart, tegen noem maar een dwarsstraat speel dan sta ik in die goal wel eens aan de hele wereld behalve aan het hockeyen te denken.'

Op straat speelde hij voetbal en soms hockey. Dat hij uiteindelijk voor de sport met de kleinste bal koos was uit gemakzucht. 'In hockey kon ik sneller doordringen tot de hogere elftallen.' Dat hij in het doel ging staan, kwam een beetje door Tretjak, de legendarische Russische ijshockeykeeper. 'Ik zag die man op televisie. Die naam, die reflexen, interessant.'

In 1987 haalde bondscoach Jorritsma hem bij de nationale selectie. Maar in de concurrentiestrijd met Leistra dolf hij het onderspit en in 1988, na de Spelen van Seoul, bedankte Jansen voor de eer als tweede keeper te worden opgeroepen. 'Elke keer weer op die bank zitten, dat is niets voor mij. Ik had er vrede mee dat Leistra in het doel stond, want hij was de beste. Ik heb gezegd dat ze voor mij maar een ander moesten nemen omdat ik een beetje gestoord werd van de bank.'

Niet gehinderd door een serieuze concurrent groeide Leistra uit tot de record-international onder de doelverdedigers. In 1992, na het Olympisch toernooi van Barcelona, trok hij zich terug. Richard Lemaire en Bart Looije betwistten zijn erfenis en Ronald Jansen dacht aan de hele wereld, behalve aan het Nederlands elftal.

Maar Lemaire raakte geblesseerd en Looije gaf te weinig leiding aan de verdediging, vond Roelant Oltmans. Daarom belde de bondscoach routinier Jansen die de man aan de lijn aanvankelijk niet serieus nam. 'Ik dacht dat ik door een vriendje in de maling werd genomen, dus ik riep: Sander of Wibo, wie het ook is, zeg 't maar. Oltmans moest Formsma er bij halen om mij te kunnen overtuigen.'

Jansen voelde er in eerste instantie weinig voor om de opengevallen plaats in Oltmans' selectie in te nemen. 'Ik dacht dat hij mij er als reserve bij wilde halen. Ik zei: dat moet je niet doen, want ik word een heel lastig mannetje als ik er niet in sta. Maar toen hij liet doorschemeren dat de rolverdeling van de keepers nog niet vaststond, heb ik me laten ompraten.'

0Z ES JAAR na zijn eerste uitverkiezing keerde Jansen terug bij het Nederlands elftal. Hij wist Looije uit het doel te verdrijven en werd op zijn dertigste de nummer één van Oranje. 'Terecht', vindt hij zelf, 'want ik heb routine, een goede techniek en durf te coachen. Bart Looije is een fijne jongen en een goede keeper, maar hij laat zich veel te weinig horen.'

Drie jaar geleden beleefde Jansen als hockeykeeper een ernstige crisis. 'Ik wilde er de brui aan geven, want ik had het allemaal wel gezien. Ik had geen lol meer in het hockey en dan is het een kwelling om in het doel te moeten staan. Want zo leuk is dat keepen niet. Als ik een kind zou hebben dat wil hockeyen, zou ik 't afraden om te keepen. Ga maar lekker in de spits lopen, want dat had papa eigenlijk ook gewild. Als je niet lekker in je vel zit dan is er niets vervelender dan in het doel te moeten staan.'

Maar een spectaculaire vernieuwing van het materiaal waarmee de hockeykeeper het ronde projectiel afweert, wekte de nieuwsgierigheid van Jansen. Schuimrubber in plaats van leer bleek het keepen een nieuwe demensie te geven. Het rubber, de keepers spreken van foam omdat het Engelse woord internationaler klinkt, geeft de op het lichaam afketsende bal een geweldige snelheid. Jansen: 'Leer remt de bal af, foam brengt 'm vele meters terug in het veld. Ik ontdekte dat ik heel anders kon keepen. Een sensatie.'

Omdat het nieuwe, vochtbestendige beschermingsmateriaal aanmerkelijk lichter is dan de leren hulpstukken, is de moderne hockeykeeper aanmerkelijk mobieler geworden. Met het selecteren van Jansen en tweede man Erik-Jan de Rooij heeft ook Oltmans het vertrouwde leer afgezworen. Jansen: 'De bondscoach heeft de grote voordelen van het foam ingezien en daarom twee gelijkgestemde keepers mee naar het WK genomen. Een verstandige keuze, want er valt niet te werken met een foam- èn een leerkeeper. Bij de één blijven de ballen in de cirkel liggen en bij de ander wordt het spel veel sneller verplaatst.'

Nu hij zich op het kunstgras bijna gewichtloos waant, heeft Jansen weer plezier in het doelverdedigen. 'Aan stoppen denk ik niet meer.' Wel aan de Spelen van Atlanta. 'Daar zijn we nog maar anderhalf jaar van verwijderd. Ik wil het graag een keer meemaken, zo'n Olympisch toernooi, maar of ik er ook daadwerkelijk bij zal zijn, hangt af van Oltmans' bereidwilligheid.'

Zijn baan, vertegenwoordiger (in sjaals en stropdassen), is een drukke en kent onregelmatige werktijden. 'Vanwege m'n werk moet ik wel eens een training laten schieten. Zolang Oltmans dat accepteert is er niets aan de hand. Maar zodra ik wat krediet bij hem verspeel wordt het moeilijk. Als hij zegt: je móet er zijn en ik zeg: het spijt me, maar ik móet werken dan is het klaar. Keepen in het Nederlands elftal is aardig, maar wanneer ik voor de keuze word gesteld: hockeyen of werken dan hoef ik niet lang na te denken. Zo belangrijk is het hockey nu ook weer niet.'

Frank Leistra, de furie die vier jaar geleden in Lahore wereldkampioen werd, haat het wanneer zijn vriend en voormalige concurrent diens relativerende toontje aanslaat. 'Ronald vindt het plezierig om wat onverschillig over te komen, maar ik prik er doorheen, want ik weet dat hij net zo fanatiek is als ik. Ik heb er een hekel aan wanneer hij zo overdreven begint te relativeren.

'Net als Ronald realiseerde ik mij ook dat er veel gewichtiger zaken in de wereld zijn, maar niet tijdens die zeventig minuten dat je in het doel staat. Dan is hockey het allerbelangrijkste en dat vindt Ronald ook. Tijdens interviews probeerde ik altijd mijzelf, de Nederlandse ploeg en m'n sport te verkopen. Ronald zou dat ook moeten doen.'

Dat Jansen in Australië het doel van de titelhouder verdedigt, doet Leistra deugd. 'Niet omdat wij een bijzondere band hebben, maar omdat hij de beste keeper van Nederland is. Ronald steekt er bovenuit, met meer dan kop en schouders zelfs. Hij is in veel opzichten mijn evenbeeld. Van de spelers heb ik gehoord dat ze blij zijn dat er weer iemand is die hen stuurt van achteruit. Ik ben er van overtuigd dat keepers als Jansen en Leistra een hoop gevaar wegpraten. Zij zorgen er voor dat een hoop ballen buiten de cirkel blijven.

'Ik heb de ervaring die nodig is om te kunnen coachen', weet Jansen. 'Een keeper van dertig is beter dan een keeper van pakweg 23. Om de simpele reden dat hij meer heeft meegemaakt. Keepen is anticiperen op de bewegingen van je tegenstander. Jonge, onervaren keepers zie je nog wel eens wild reageren, te vroeg of te laat uitlopen. Wie situaties herkent, doorziet ze ook en wordt rustiger. En wie rustig is, kan beter coachen.

'Leistra was daarin een grote, al liep het bij hem wel eens uit de hand. Hij schold falende verdedigers soms helemaal ondersteboven. Ik coach anders, uit mijn kritiek genuanceerder. Je hoeft tegen een voorstopper die z'n man laat lopen echt niet te zeggen: vrind zou je de volgende keer misschien wat beter op willen letten. Je mag best grof in de mond zijn zolang je er maar voor waakt dat je niet een ploegmaat die het moeilijk heeft de grond inboort.'

DE AANVALLENDE speelwijze van de Nederlandse hockeyploeg vergt veel geduld van de doelverdediger. Jansen: 'Het keept makkelijk als ze in de eerste minuten meteen drie keer tegen je aanschieten. Dan kun je lekker in de wedstrijd groeien. Ik moet me instellen op drie of vier lastige momenten per wedstrijd. We spelen pressing, proberen de tegenstander vast te zetten op z'n eigen helft. Achterin geven we daardoor veel ruimte weg. Mijn belangrijkste taak is ervoor te zorgen dat de verdedigers positioneel goed staan opgesteld. Keepen in het Nederlands elftal is dus vooral veel praten.'

De mentale kracht, die de wereldkampioen gisteren in het enerverende duel met India een zwaar bevochten overwinning va 4-2 bracht, kan Nederland volgens Jansen ver brengen in Australië. 'Die kracht komt voort uit een sterke groepsdiscipline. Iedereen is zich bewust van zijn taak en valt niet uit z'n rol als het even wat minder draait. Ik heb Johan Cruijff ooit horen zeggen dat een elftal in balans is wanneer de waterdragers geen champagnedragers willen zijn. Ik voel dat ons team in balans is. Daarom zijn we zo sterk en kunnen we opnieuw wereldkampioen worden.'

Triomferen in Australië, Jansen zou het als 'een geweldige climax' ervaren. 'Dit prachtige land heeft mij gegrepen. Ik heb het waanzinnig naar m'n zin hier. Als ik ooit zou moeten emigreren dan graag naar Australië. Nergens heb ik zo'n vrijheid geproefd als hier. Australiërs zeggen zomaar hun baan op en verkopen dan hun huis om een jaar te kunnen reizen. Daarna zien ze wel verder. Die mentaliteit spreekt mij aan. Australië is het einde, het is af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden