Zo kan het nieuwe kabinet zwakkere leerlingen kans op goed onderwijs bieden

De formatie biedt een kans op gezondverstandoplossingen voor slepende problemen. Wat mag straks niet ontbreken in het regeerakkoord? Vandaag: maak van het onderwijs een emancipatiemachine.

'In het voortgezet onderwijs raakt het onderscheid tussen zwakke en goede leerlingen verder geïnstitutionaliseerd.' Beeld Margo Vlamings

Onderwijs zonder schotten en drempels, met een sterke eigen verantwoordelijkheid voor de onderwijsinstellingen en de docenten die er werken. Dat is een gezamenlijk element in de programma's van de vier partijen die momenteel proberen een kabinet te vormen. De VVD ziet een stelsel voor zich dat levenslang leren faciliteert. Het CDA pleit voor het herstel van brede brugklassen of de invoering van een meerjarige brugklas voor leerlingen van uiteenlopend niveau. D66 en GroenLinks willen dat docenten de handen vrij hebben voor de individuele begeleiding van leerlingen. Elke partij legt andere accenten. De een acht goed onderwijs van belang voor de emancipatie van minderheden, de ander voor de economische weerbaarheid van Nederland. Maar allemaal wensen ze goed onderwijs met zoveel mogelijk deelnemers.

Het onderwijsstelsel dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgebouwd, gaf uitdrukking aan een brede consensus - van de sociaal-democraten tot de christen-democraten. Het bood iedereen gelegenheid om met een stapeling van 'aktes' of diploma's een hoogstpersoonlijk traject af te leggen van basisschool naar eindbestemming. Er waren geen institutionele (of financiële) belemmeringen op de weg die - lijnrecht of meanderend - van de basisschool naar de universiteit kon voeren.

In principe is die weg nog steeds begaanbaar. Maar hij is wel met obstakels bezaaid geraakt. Het eerste is het schooladvies. Dat komt niet alleen in een vroeg stadium van een schoolloopbaan - omstreeks het twaalfde levensjaar - tot stand, maar is in de praktijk ook vaak onherroepelijk. Wie door het schooladvies eenmaal op een bepaald spoor is gezet, komt daar niet makkelijk meer uit.

Sociale ongelijkheid

De Mammoetwet (1968) voorzag in grensoverschrijdend verkeer tussen verschillende schooltypen. Wie het op het vwo niet kon bolwerken, kon - bij wijze van spreken na elk rapport - naar een mavo (vaak binnen dezelfde scholengemeenschap) verhuizen. Omgekeerd konden leerlingen die op de mavo uitblonken tussentijds naar de havo (en vervolgens het vwo) worden gepromoveerd. De weg 'naar beneden' wordt nog wel afgelegd. Maar de weg 'naar boven' is moeilijker begaanbaar. Vaak moet een leerling het volledige vmbo-t doorlopen alvorens de overstap naar de havo te kunnen maken.

De betekenis van het schooladvies - gebaseerd op de Citotoets en het oordeel van de basisschool - is daardoor toegenomen. Gevolg is dat ouders die zich dat kunnen veroorloven aanvullend onderwijs aankopen om de kansen van hun kinderen te vergroten. Jaren tevoren hadden zij zich bij hun keuze voor een basisschool vaak al laten leiden door de prestaties van die school - uitgedrukt in Citoscores en doorstroming naar het vwo. Zoals de Onderwijsinspectie vorig jaar vaststelde, worden met name kinderen uit sociaal zwakke milieus door deze gang van zaken benadeeld.

In het voortgezet onderwijs raakt het onderscheid tussen zwakke en goede leerlingen verder geïnstitutionaliseerd. 'Brede' brugklassen, waar leerlingen van uiteenlopend niveau bij elkaar zitten, maken plaats voor homogene (vmbo-, havo- of vwo-) brugklassen - die daardoor feitelijk geen brugklassen meer zijn. 'Brede' scholengemeenschappen, die onderwijs van vmbo-k tot vwo aanbieden, maken plaats voor categorale scholen voor vmbo of havo/vwo. Hierdoor is de sociale ongelijkheid van het onderwijs toegenomen.

Geen van de partijen die nu met elkaar om tafel zitten, kan gelukkig zijn met deze ontwikkeling. In vergelijking met veel andere landen slaagt Nederland er weliswaar goed in om sociaal zwakke leerlingen binnenboord te houden, vaak doet het diploma echter geen recht aan hun talenten. Tezelfdertijd is de intrinsieke waarde van die diploma's afgenomen. Zo raken Nederlandse havisten en vwo'ers hun hoge positie in de wiskunde, leesvaardigheid en natuurwetenschappen - door de OESO in haar driejaarlijks PISA-onderzoek gemeten - geleidelijk kwijt.

De origine van deze relatieve achteruitgang ligt volgens deskundigen in het basisonderwijs of, beter gezegd, in de zwakte van de pabo, de opleiding voor leerkrachten in het basisonderwijs. 'Studenten die naar de pabo gaan, kunnen niet rekenen. Studenten die kunnen rekenen, gaan niet naar de pabo', zei een wiskundedocent hierover in de Volkskrant. De (onvolmaakte) rekentoets getuigt daarvan: manco's in rekenvaardigheid die op de basisschool zijn ontstaan, moeten op de middelbare school worden hersteld. De pabo geldt dan ook als 'de weeffout van het Nederlands onderwijs'.

Beeld Margo Vlamings

DE OPLOSSING

Zo kan het kabinet ook de zwakkere leerlingen meer kansen bieden op een goede opleiding.

Herstel de flexibiliteit

Een vroege selectie voor het voortgezet onderwijs hoeft geen probleem te zijn als nadien voldoende mogelijkheden worden geboden om een verkeerd advies te repareren. Die mogelijkheden zijn er nu onvoldoende. Wie, naar later blijkt onterecht, naar een vmbo-t (theoretische leerweg) is verwezen, kan vaak pas na het behalen van zijn diploma overstappen naar de havo. De schotten tussen de verschillende 'onderwijssporen', zoals de OESO ze vorig jaar in haar rapport over het Nederlands onderwijs noemde, zouden poreuzer moeten worden of (in het geval van vmbo-k/vmbo-t en havo/vwo) helemaal moeten verdwijnen.

Geen extra drempels

Havo's mogen geen aanvullende toelatingseisen stellen aan houders van een vmbo-diploma. Scholen voor vwo zouden geen aanvullende toelatingseisen mogen stellen aan houders van een havo-diploma.

Citoscores

De Onderwijsinspectie zou bij de beoordeling van basisscholen minder de nadruk moeten leggen op Citoscores en de schooladviezen.

Zesjarige vmbo en havo

Overweeg de instelling van een zesjarig vmbo en zesjarige havo. Dat zou pabo's bijvoorbeeld in staat stellen om de toelatingseisen voor studenten te verzwaren. 'Waarom hebben we het stelsel zo ingericht dat de beste leerlingen de langste schooltijd krijgen en de net iets minder of anders getalenteerden een jaartje minder?', zei Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, hier vorig jaar over.

Brede brugklas

Stimuleer scholen voor voortgezet onderwijs om de 'brede brugklas' te herstellen. Dit zou gepaard moeten gaan meer individueel onderwijs. Niet het feit dat leerlingen van uiteenlopend niveau bij elkaar in de klas zitten is het probleem, maar het feit dat alle leerlingen op hetzelfde moment hetzelfde moeten leren.

Minder contacturen

Beperk de tijd dat een docent voor de klas staat tot maximaal 20 uur per week - conform de wens van de Tweede Kamer. Daardoor kunnen docenten - notoire overwerkers - meer tijd besteden aan lesvoorbereiding, methodeontwikkeling en de individuele begeleiding van leerlingen.

In deze serie:

Maak het belastingstelsel simpel

Ontwerp een deltaplan voor integratie

Maak van het onderwijs een emancipatiemachine


Deze kunt u nog verwachten:

Red de verpleeghuizen

Bouw en verduurzaam 1 miljoen huizen

Vergroen het belastingstelsel

Verklein het verschil tussen vast en freelance

Verbeter kinderopvang en vaderschapsverlof

Voer de gekozen burgemeester in Geef defensie meer armslag

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden