TER REDACTIEcoronacrisis

Zo is het om verslag te doen van de coronacrisis: ‘Al weken geen dag vrij’

Dagenlang onderzoeken lezen, wetenschappers bellen vanuit bed, elk feitje natrekken. En al weken geen dag vrij. Het zijn hectische tijden voor wetenschapsredacteur Maarten Keulemans, die het coronavirus op de voet volgt.

Wetenschapsredacteur Maarten Keulemans: ‘Als journalist is dat eigenlijk het moeilijkst, om zowel de rust als het tempo erin te houden.’Beeld Eva Faché

Dé corona-expert van de Volkskrant lag zaterdagochtend nog in bed toen de eerste appjes binnenstroomden. Wetenschappers van een Rotterdamse universiteit hadden een doorbraak gemaakt met een medicijn tegen het coronavirus, las wetenschapsredacteur Maarten Keulemans op zijn telefoonscherm. De krant verlangde zo snel mogelijk een stuk, mensen uit zijn netwerk wilden weten of het waar was.

‘Uiteindelijk lag ik vanuit mijn bed te bellen met een hoogleraar’, zegt Keulemans. ‘Aan het einde van het gesprek zei ook hij: nu ga ik eerst even douchen als je het niet erg vindt.’

Maffe tijden, noemt Keulemans het. De virologen waarmee hij spreekt, zijn dag en nacht in touw om het nieuwe coronavirus beter te begrijpen en een medicijnen te vinden, zelf heeft de wetenschapsredacteur ook in weken geen vrije dag meer gehad. Hij heeft er al een dagtaak aan om alle nieuwe onderzoeken en publicaties over het coronavirus bij te houden. En dan moet hij ook nog het waarheidsgehalte van elk nieuw weetje grondig controleren.

Neem die antistof van de onderzoekers uit Rotterdam. ‘Op de website van het Erasmus Magazine lees je opeens: wereldprimeur uit Rotterdam. Maar zodra ik die hoogleraar belde, zei hij gelijk dat ze nog heel veel tijd nodig hebben, dat gebruik op mensen nog ver weg is. Ik belde met een andere viroloog, die zei dat het een goede stap was, maar dat ze ook enorm moesten oppassen dat deze antistof je niet juist zieker maakt.

‘Het is heel verleidelijk om zulke grootse berichten zo snel mogelijk online te zetten, maar ik denk juist dat het belangrijk is nu om ook kalm te blijven en zoveel mogelijk informatie in te winnen voordat je je pen op papier zet. Als journalist is dat eigenlijk het moeilijkst, om zowel de rust als het tempo erin te houden.’

De site trekt ongekend veel bezoekers, het land hongert naar informatie. Hoe voelt dat als wetenschapsredacteur?

‘Ik voel een enorme verantwoordelijkheid. In januari had ik een bijlagestuk met als werktitel: met dit virus zijn we nog niet klaar. Dat zijn bijna profetische woorden gebleken.’ Hij glimlacht wat wrang. ‘Afgelopen week was een heel gekke week. Normaal gesproken wil ik al mijn lezerspost beantwoorden, maar ik kreeg zo gigantisch veel mailtjes van lezers − een niet ophoudende stroom.

‘De meeste vragen gaan over de basisfeiten. Hoe besmettelijk is het, wat is de kans dat ik er aan doodga? Hiernaast kreeg ik vragen van ongeruste collega’s, en ook nog appjes en telefoontjes van mensen die mij persoonlijk kennen en vragen hebben.

‘Dat was in de dagen tussen de eerste Nederlandse besmetting en de strengere maatregelen, toen hing alles nog in het luchtledige. Ik werd bijvoorbeeld gebeld door iemand die ik ken van mijn volleybalclub, die wilde weten of ze haar dochter uit Groningen weg moest halen omdat die groep studenten terugkwam uit Noord-Italië.’

En had je antwoorden voor ze?

‘Nee, natuurlijk niet.’ Hij lacht. ‘Mijn antwoord was meestal: bedankt, ik zet deze vraag op mijn lijstje.’

Ondertussen is ook Keulemans’ persoonlijk leven overhoop gegooid, net als dat van iedereen, en verloopt dit interview maandagmiddag via een videoverbinding. Het was- en rommelhok gooide hij dit weekend om tot thuiskantoor. 

Keulemans draait de camera even rond om de kamer te laten zien: om hem heen kasten, een strijkplank en een oud drumstel. ‘Een kantoor kan je het niet echt noemen, hè? Maar ik heb wel een stabureau, kijk. Ben ik zondag nog even voor naar de Ikea gereden, ik dacht: je krijgt natuurlijk veel minder beweging.’

Ben jij niet hartstikke moe na zulke weken?

‘Het gaat wel hoor, ik doe vandaag ietsje rustiger aan. Maar het is ook tof en spannend voor mij als wetenschapsredacteur. Ik word wel blij van hectiek en adrenaline, hiervoor ben ik de journalistiek ingegaan. Het is een historisch moment, zo’n pandemie als deze, je zit met je neus op de geschiedenis.’

Niets te veel gezegd, die avond nog schrijft hij een stuk naar aanleiding van de redevoering aan het volk van premier Rutte, de eerste livetoespraak van een premier sinds Joop den Uyl ten tijde van de oliecrisis in 1973. Onze premier zei maandag dat ons een ‘extreem moeilijke periode’ te wachten staat en dat het land zeker de komende maanden en mogelijk jaren nog niet van het coronavirus af is. Keulemans schetste de inzichten van wetenschappers over de drie mogelijke scenario’s.

Keulemans: ‘Gelukkig doe ik het natuurlijk absoluut niet alleen. Je ziet bij zo’n crisis dat het beste in onze redactie naar boven komt. Een liveblog dat continu wordt bijgehouden, fantastische reportages van onze verslaggevers Leen Vervaeke in China, Jarl van der Ploeg in Italië en van onder meer Michiel van der Geest uit Brabant. Ik ben zelf nu aan het bedenken hoe ik het moet aanpakken de komende tijd. De maatschappij ligt plat, hoe kan ik als wetenschapsredacteur het debat het beste voeden met feiten?’

Hoe controleren jullie het nieuwe onderzoek dat binnenkomt, hebben jullie daar bepaalde standaarden voor?

‘Wij hebben in ieder geval het Van Calmthout-protocol, vernoemd naar onze voormalige chef Martijn van Calmthout. Als je over een onderzoek schrijft, laten we altijd iemand die niet bij het onderzoek is betrokken ernaar kijken. Dat zet de bevindingen in perspectief, en zo kan je de onderzoekers zelf ook gerichter vragen stellen als je ze spreekt.

‘En we willen genuanceerd blijven. Er zijn twee kampen in de discussie over de ziekte. Aan de ene kant een groep mensen die zegt: het gaat helemaal mis met dat virus, dat wordt dood en verderf. En aan de andere kant een groep die zegt: joh, het is maar een griepje, niets aan de hand. De waarheid ligt ertussenin. We proberen dat zo zorgvuldig mogelijk weer te geven, stapje voor stapje. En dicht bij de cijfers blijven, dat is het devies.’

Ga je alles na via je netwerk in de wetenschap?

‘Ja. Die mensen kennen mij inmiddels, dat is fijn. Ik kan de kenners direct bellen met vragen. Ik was best trots dat wij Jaap van Dissel van het RIVM konden interviewen vorige week, dat komt ook omdat ik hem al kende voor deze crisis uitbrak. 

‘Ik merk ook dat het veel scheelt dat ze weten dat we geen onzin verkopen, dat we bij de Volkskrant niet van de schreeuwende koppen zijn. Ze zijn er erg mee bezig om paniekerige desinformatie tegen te gaan.’

Wat voegen jullie als wetenschapsredactie toe tijdens zo’n crisis? In principe kunnen mensen gewoon het advies van algemene autoriteiten zoals de overheid en het RIVM volgen.

‘Ten eerste: soms kun je het RIVM verbeteren. Bijvoorbeeld met hun eerdere uitspraak dat contactoppervlakken zoals deurklinken niet gevaarlijk zijn, omdat het virus buiten het lichaam niet zou overleven. Bekijk je de vakliteratuur, dan zie je dat het toch wel een dag overleeft. Dat moesten ze dus bijstellen. 

‘Ten tweede laten wij als redactie zien wat het onderzoek is achter de maatregelen. We leggen bijvoorbeeld uit dat de conclusie om de scholen te sluiten, is gebaseerd op onderzoek naar grieppandemieën. Wij vragen ons steeds af: hoe komt die kennis tot stand? Waarom weten we wat we weten van het virus?’

En dan is er nog de context voor de lezers: wat betekent dit voor het dagelijks leven? De wetenschapsredactie behandelt sinds vorige week dagelijks een alledaagse vraag over het virus. Ook vragen als: kan ik nog wel mijn hond uitlaten?’

Wat is voor jou de belangrijkste vraag die nu beantwoord moet worden?

‘Waar ik echt super benieuwd naar ben, is de subklinische verspreiding. Hoeveel van de mensen die het virus krijgen, hebben alleen milde symptomen? Al het onderzoek gaat nu uit van mensen met sterke symptomen, maar we weten inmiddels dat ook veel mensen het virus na twee keer niezen weer kwijt zijn.’

Is daar al zicht op, dat we dat te weten komen?

‘Nee, nog helemaal niet. Er zijn schattingen. Onderzoekers denken dat het merendeel van de mensen er weinig van merkt als ze covid-19 hebben. Maar het antwoord op die vraag is de hoofdprijs. Dan weet je pas echt hoe dodelijk het is, en hoeveel zorgen we ons moeten maken.’

Hoeveel levens kan corona in ons land eisen?
Duizenden tot wel een half miljoen levens, blijkt uit
berekeningen op het spreekwoordelijke bierviltje.

Dit is het begin van een lang gevecht tegen het covid-19.
We wegen de scenario’s van Rutte en het RIVM

Waarom je afstand moet houden
Een simpel model laat zien hoe sociale onthouding een wereld van verschil maakt als je het coronavirus wil afremmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden