Zó Hollands De mooiste luchten hangen in De Hallen in Haarlem

Het licht in Nederland is het mooiste van Europa. Schilders weten dat al eeuwen.

De tentoonstelling Zó Hollands in De Hallen in Haarlem heeft een lange en enigszins schoolse subtitel: 'Het Hollandse landschap in de Nederlandse kunst sinds 1850'. Dat klinkt naar verstoft proefschrift of plichtmatige educatie - maar in de zalen van de Hallen wekt Zó Hollands gelukkig geen associaties met dorre plicht en verstoffing. Die Hollandse landschappen, van Jongkind en Maris tot Dibbets en Wolkers - sodeju, wat hangen die er fel en feestelijk fonkelend en flitsend bij! Dat komt niet zozeer door die landschappen zelf, hoe realistisch, expressionistisch of avant-gardistisch ook geschilderd. Want het Hollands landschap is en blijft vlak, kaal, laag, sober en plat. De fonkelingen en feestelijkheden zijn te danken aan het licht waarin die landschappen baden.

Het grote voordeel van Hollands laagland voor landschapschilders is dat er veel ruimte overblijft voor lucht en licht. De Hollandse wolk is, zo bewijst ook Zó Hollands, de moeder aller wolken. Zie bijvoorbeeld in De Hallen de wolken in de getoonde werken van - ik doe een greep - Jan Hendrik Weissenbruch (soms duister, soms mollig wit), Jan Voerman (bijna Magritte-achtig hyperrealistisch) of Jan Toorop (die wolken kon schilderen die er net zo smakelijk en romig uitzien als bolletjes Italiaans vanille-ijs).

Maar de wolken en het naar zilver neigend blauw van de lucht bepalen niet kern en wezen van het Hollands landschap. Iedere beeldgeworden ode aan het landschap is een ode aan het licht dat ons land beschijnt. Dat licht doorzindert vrijwel alle schilderijen van Zó Hollands. In elk schilderij is dat licht een vaste waarde, een personage bijna. Dat licht draagt dan ook een eigen naam. Het heet Hollands Licht. Niet voor niets was een lemma in de onvolprezen reeks 'Der Nederlanden' in deze krant een tijdje geleden aan dit Hollands licht.

Al direct in de benedenzaal van De Hallen is zo'n ode aan het Hollands licht te zien: Koeien in een plas (1891) van Willem Maris. Hoog aan de wand in De Hallen is een uitspraak van Maris gekalligrafeerd: 'Ik schilder geen koeien, ik schilder het licht.' Variaties op die uitspraak keren terug in zowel de tentoonstelling als de bijbehorende catalogus van Zó Hollands. Zo beweerde Eugène Brands (1913-2002), ook in relatie tot een groepje koeien bijeen in het landschap: 'Welbeschouwd zie ik een in het weiland liggende groep koeien als een zwart-wit compositie (...). Alleen de kleur (...) rest als expressiemiddel. (...) Het licht is een fantastische schepping en (...) het element kleur moet puur kosmisch overkomen, als het ondoorgrondelijke mysterie van het licht.'

Stukken minder geëxalteerd laat Willem den Ouden (1928) zich uit over dit 'ondoorgrondelijke mysterie', specifiek te vinden in Nederland: 'In Nederland heb je het allerprachtigste licht. En dat komt door de vochtige atmosfeer, door al het water in dit land. Dan krijg je dat zilveren licht. Bij Venetië heb ik dat ook gezien.'

In Zó Hollands zijn twee werken van Den Ouden te zien. Beide schilderijen, en dan vooral Zon boven de Waal (2006), onderstrepen onbedoeld dat het nog razend lastig is om dat zilveren licht ook echt op doek te vatten. In Zon boven de Waal spat het zilverwit en het hemelblauw bijna uiteen doordat een lage, onzichtbaar blijvende zon er een kanonskogel op afvuurt. Eenzaam aan de wal is één minuscule figuur, een wandelaar vermoedelijk, die onder die zilverwitte explosie bijna de existentiële nietigheid meekrijgt als van een eigentijdse naneef van de figuur in Monnik aan zee (1909) van Caspar David Friedrich. Duits licht concurreert sterk met Hollands licht - overigens zonder dat het licht bij de buren het onze ooit overklast, dat spreekt.

Kunstenaars van elders kwamen hier op culturele bedevaart om het Hollands licht te schilderen, van JMW Turner en James Whistler tot Eduard Manet en Claude Monet. Schrijvers die een grand tour door Europa maakten, stonden vrijwel altijd stil bij het 'ondoorgrondelijk mysterie' van het licht in ons land. In hun dagboek van 1861 noteerden de gebroeders De Goncourt: 'Aan de hemel altijd en eeuwig die witte en loodgrijze wolken. De bolronde wolken van Ruisdael.' Iets specifieker was de Duitse schilder Max Liebermann: 'De nevels die uit het water opstijgen en alles met een doorzichtige sluier omhullen, geven het land dat bijzonder schilderachtige, de vochtige atmosfeer van zachte hardheid van de contouren. En geeft de lucht die tere, zilvergrijze toon: alles schijnt in licht en lucht te baden.'

Vaak heb je toeschouwers van elders nodig die de schoonheid die ons dagelijks omringt, te benadrukken: onszelf valt die 'tere, zilvergrijze toon' vaak niet eens (meer) op, omdat we die toon als vanzelfsprekend beschouwen. En met 'de vochtige atmosfeer van zachte hardheid' komt Liebermann een heel eind in het verwoorden van het unieke van het Hollands licht.

De gebroeders De Goncourt en Liebermann passeren de revue in de documentaire Hollands licht uit 2003, destijds uitgezonden door de AVRO (en, gelukkig, te koop op dvd). Niemand hoeft meer plannen te maken voor het maken van een film over het fenomeen van het licht in Nederland, want deze documentaire vertelt, liefdevol en nauwgezet, in één keer het definitieve verhaal erover. Kunstenaars als Jan Dibbets, Jan Andriesse en Robert Zandvliet, maar ook de hoogleraar sterrenkunde en kosmologie Vincent Icke krijgen alle tijd om te vertellen over kern en wezen van het Hollands licht.

Vincent Icke duidt die kern in nuchtere termen. Het Hollands landschap wordt bestraald door een dubbele lichtbron: de reflectie van het licht, afkomstig van de Noordzee, mengt zich met het licht uit de ver van de evenaar verwijderde hemelkoepel - om het een beetje á la Eugene Brands te zeggen.

De kunstenaars die aan het woord zijn in Hollands licht maken vriendelijk doch beslist korte metten met de vermeende suprematie van het meditterane licht. Zo vertelt Robert Zandvliet dat het hem opviel, na een verblijf in Italië en met de lijnvlucht landend op Schiphol, 'dat Holland zoveel licht en kleur bevat'. In Italië, aldus Zandvliet, schijnt de zon zó krachtig dat 'alles er eigenlijk door verbleekt'. Daarna spreekt Zandvliet een van de mooiste zinnen uit de documentaire uit: 'In Holland is alles bedekter, dus de kleuren knallen meer naar voren.'

Kijk, zo hadden we het nooit eerder bekeken: kleuren die naar voren knallen doordat alles hier bedekter is. Goeie schilders laten je altijd beter kijken. In Zo Hollands! knallen de getoonde werken van De Jannen Toorop, Sluijters en Wolkers inderdaad in volle kracht naar voren. Het Hollands licht tilt bij hen de kleuren op.

Het is vermoedelijk geen toeval dat in Haarlem tegelijk met Zo Hollands! in het Teylers Museum een kleine tentoonstelling is te zien van foto's van Rineke Dijkstra in onverwachte combinatie met tekeningen van de Franse kunstenaar Claude Lorrain (ca 1600-1682). De meeste foto's van Dijkstra in het Teylers komen uit haar Vondelpark-reeks. Tere en stakerige middelbare scholieren verpozen in het Vondelpark, telkens op dezelfde plek in het park gefotografeerd, maar telkens gehuld in een ander daglicht dat het park bestraalt.

In de tekeningen van Lorrain bepalen de weersomstandigheden de aard van het getoonde. Duister werk omkranst als vanzelf een duister tafereel. Scherp zonlicht introduceert zonnige personages. Dijkstra noemt zelf het licht het gemeenschappelijke element tussen haar Vondelpark-foto's en Lorrains tekeningen van het landschap rondom Rome. 'Licht is van het grootste belang', zegt ze erover, 'het licht bindt ons samen.' Aldus fungeert de combinatie Lorrain-Dijkstra in het Teylers Museum als een ideaal postscriptum bij Zo Hollands! in De Hallen.

Deze zomer is niet Eindhoven maar Haarlem de nationale lichtstad.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden