ZO GOED ALS VERGETEN

Alleen in deze tijd van het jaar denkt Frans Rühl weleens terug aan de oudejaarsconférences van Wim Kan. Rühl was zijn assistent en kende Kans nukken en grillen....

Kort is de roem, heette begin jaren zeventig een nummer in het theaterprogramma van Wim Kan. Kan was geobsedeerd door de gedachte dat de tijd hem in de vergetelheid zou storten. Ruim twintig jaar na zijn dood moet zijn vroegere vertrouweling en assistent Frans Rühl hem gelijk geven: Wim Kan is zo goed als vergeten. De grondlegger van de oudejaarsconférence, de man van 15 Miljoen Oliebollen Op Aardgas en Zuinig Over De Drempel - er is niemand die het meer over hem heeft. Zelfs Frans Rühl, die Kans geschreven teksten erfde en in 1989 de uitgave van zijn dagboeken verzorgde, denkt nog zelden aan hem terug.

Goed, in december wordt Rühl, tegenwoordig succesvol impresario van Javier Guzman, Wilko Terwijn en Claudia de Breij, nog wel eens overvallen door een herinnering aan de oudejaarsavonden van toen. Aan de stress in de laatste weken, het repeteren, opnemen, afkeuren. O ja, zó deden we het, denkt Rühl dan; laat ik het nu met mijn artiesten ook zo doen. En voort gaat het dan, van eindeloos try-outen, opbouwen naar de opnames toe, naar schrappen en zoeken en de balans vinden.

Hij geeft nooit interviews. Maar als het over meneer Kan gaat, wil hij wel een uitzondering maken. Het gaat zó snel, voor je het weet, is Kan inderdaad volkomen uit het collectieve geheugen verdwenen. En duikt hij hooguit nog af en toe op als fenomeen, zoals pas op de dvd die de VARA uitbracht naar aanleiding van het 80-jarig bestaan. Twee Kan-fragmenten stonden erop. Frans Rühl werd emotioneel toen hij ze zag. Misschien houdt hij het daarom ver van zich af, omdat het hem nog zo raakt. Die fragmenten waren heel erg goed, nog steeds. Maar twintigers en dertigers zouden het ritme van de grappen nu veel te traag vinden.

Geen opvolger

Het is de tragiek van cabaretiers, tenzij je zoals Frans Halsema of Wim Sonneveld, een paar prachtige liedjes achterlaat; dan wordt je naam nog wel eens genoemd. Kans conférences zijn gedateerd, en zo zal het ook zijn opvolgers vergaan.

Die er eigenlijk niet zijn, trouwens. Youp is geen opvolger van Kan en Freek is geen opvolger van Kan. Youp en Freek, vindt Rühl, zijn gewoon altijd bezig geweest met hun eigen verhaal, met hun eigen voorstelling. Niet met een verhaal over het afgelopen jaar.

Dat is wat Kan deed, vanaf 1954 voor de radio en vanaf 1973 voor de televisie: hij nam het jaar door. En iedereen keek, want er was niks anders. Er was verstilling tot twaalf uur en in die verstilling kreeg je dan dat jaaroverzicht.

In die zin is de oudejaarstraditie nog het best overgenomen door Lebbis & Jansen, alleen zouden die hun ouwejaren moeten doseren. Niet elk jaar doen, maar om het jaar - Wim Kan zat op eens per drie jaar. Dan, zegt Frans Rühl, krijg je de goede aanloop, het opgefokte sfeertje in de kranten, de verwachtingsvolle stemming: dan blijft de betovering overeind.

Zo ging dat bij Kan ook. Al maanden van tevoren begon de gewone voorstelling in het teken van de grote avond te staan. Oude grappen werden teruggehaald, omdat ze in het jaaroverzicht moesten. En meneer Kan had altijd te véél grappen. Per dag maakte hij er zes, zeven bij. Hij kon heel moeilijk dingen weggooien, dus zag je zo'n voorstelling avond aan avond langer worden, totdat Kans pianist Ru van Veen een beetje chagrijnig riep: 'Je wordt weer lááháát!'

Dan ging Wim Kan pas schrappen.

Woensdag 2 januari 1974, 5.05 uur. Diep in het bos. Absolute stilte. Ook een beetje aan het komen nu in mijn hart. Om drie uur wakker. Oudejaarsavond om kwart voor negen nog even in een rustig Rheden bij het station. Nog een paar auto's die zich televisiewaarts spoedden (zoals ik mijzelf troostte). Precies 21.15 uur begon het. Vond het zelf nog vaak te langzaam. Ontdekte kleine, nieuwe fouten. Had het graag ter plaatse over willen doen. Toen het uit was, lange tijd stilte. Twijfel stond rechtop in de huiskamer.

Het was een vast stramien: na de oudejaarsavond was er even tevredenheid, daarna sloeg de twijfel toe, niet zelden eindigend in een zware depressie. Kan wachtte op telefoontjes en als die uitbleven, wist hij zeker dat er niks van gedeugd had. Maar niemand kon hem bellen, zegt Rühl. Mensen durfden hem niet te benaderen omdat hij zo'n ongelooflijke hekel had aan telefoon en bezoek, en omdat ze zijn nummer niet hadden, want Kan nam steeds een nieuw geheim nummer.

Rühl had het nummer wel, en belde altijd direct. Dat doet hij nu nog bij zijn eigen artiesten. En hij hoort zichzelf dezelfde dingen zeggen als vroeger tegen Kan: hoe goed hij het gevonden had, en wie hij allemaal al gesproken had die het óók zo ontzettend goed gevonden hadden, wat godsonmogelijk was omdat de uitzending net dertig seconden was afgelopen.

Een raar soort familietje waren ze, zegt Frans Rühl. Meneer Kan, altijd onzeker, twijfelend aan zichzelf en onafscheidelijk van zijn tien jaar oudere vrouw; hijzelf, langharig, net van de filmacademie en nog geen 20 toen hij in 1968 als technicus in dienst trad bij hun ABC-cabaret (later kreeg hij rolletjes op het podium); en Wout van Liempt, de manager, die door meneer Kan altijd hardnekkig meneer Van Liempt werd genoemd. Meneer Van Liempt werkt nog steeds als impresario. Frans Rühl is in zijn voetsporen getreden. Hij heeft van niemand zo veel geleerd als van meneer Van Liempt, zegt hij, maar elkaar spreken doen ze niet meer. Rühl noemt zichzelf heel asociaal in zijn contacten, daarin is hij net als meneer Kan. Kan en zijn vrouw lieten nauwelijks mensen in hun omgeving toe.

Pietepeuterig klein

Er waren wel mensen die dáchten dat ze vrienden van Wim Kan waren. Mary Dresselhuys, Annie M.G. Schmidt, Simon Carmiggelt. Maar dat was geen vriendschap, hooguit aangenaam contact, volgens Frans Rühl. Mary Dresselhuys had een huis in Zwitserland, net als Kan, en Annie Schmidt woonde in dezelfde bocht van de Middellandse Zee als waar Kan en zijn vrouw een appartementje hadden. Als Annie Schmidt er op bezoek was, riep ze altijd: wat wonen jullie toch in een vó-ge-le-kooitje! Het was ook een pietepeuterig klein appartementje, door mevrouw Kan ingericht met dezelfde poppetjes en kleedjes en frutseltjes als hun andere huizen, waartussen ze voortdurend rusteloos heen en weer reden. Terwijl ze geld zat hadden. Kan moet waanzinnig rijk zijn geweest, maar dat besefte hij helemaal niet. De erfenis is naar de neven en nichten gegaan: Corry Vonk had er wel een stuk of dertig.

Neef Goof was de lievelingsneef. Dat was een geweldige man, zegt Rühl, die deed alles wat verboden was, wat voor Kan een enorm pluspunt was, want die hield van gekke dingen. En dan hadden ze nog neef Wim, de naamgenoot die natuurlijk het meest moest krijgen. En hij hééft ook een heleboel dingen gekregen. Maar het was een merkwaardige jongen, die een deel van de erfenis uit geldnood heeft verpatst.

De ridderorden bijvoorbeeld, waarvan meneer en mevrouw Kan zelf altijd hadden gezegd dat ze die in de Westeinderplas hadden gegooid, uit protest tegen de ontvangst door de Nederlandse koningin van de keizer van Japan. Die dingen doken op een veiling ineens op - ze zijn gelukkig opgekocht door het Theatermuseum.

Het slot van het Birma-dagboek, ook zoiets. De laatste zes pagina's zijn een hele tijd zoek geweest. Rühl, die ook het Birma-dagboek van Kan heeft uitgegeven, dacht altijd dat ze verloren waren gegaan; dat meneer Kan ze in paniek in de grond van Birma had begraven. Maar ze bleken nog te bestaan; Kan had ze uit zijn dagboek gescheurd, uit schaamte wellicht; het was een heftige passage die genadeloos liet zien hoe ontzettend bang Kan in die dagen is geweest. Bij de veiling lagen ze er ineens. Rühl gaf de pagina's ter inzage aan het televisieprogramma Hoge Bomen voor een programma over Wim Kan en kreeg daar vreselijk veel spijt van, want wat hoorde hij een commentaarstem tijdens de uitzending zeggen? 'De samensteller van het Birma-dagboek wist niet dat deze laatste pagina's nog bestonden, maar we hebben van een vriend de pagina's gekregen.'

Zaterdag 1 mei, 23.12 uur. Om 14.15 uur op het strand. Voor mij uit liep Meike en alweer een vriendinnetje, een ander weer. Bleef wel een kwartier achter ze aanlopen, tot ze me eindelijk zagen. Gewandeld tegen ijskoude noordoostenwind in tot de Wassenaarseslag. Gelachen! Om niets. Gedraafd tot Seinpost en om vijf uur terug bij mijn auto. Daar afscheid genomen, voorlopig voorgoed. Beetje triest want het haalde me net als 's avonds het lachen en de lol met Frans erg uit de diepe, diepe put waar ik op gezette tijden in woon.

Elke derde zin die Kan sprak, was iets in de trant van 'opa die wordt wel oud!' Zijn vrouw was tien jaar ouder, dat had er wellicht mee te maken. En hij kon ook heel jong doen. Zocht behalve bij Frans Rühl ook compensatie op het strand bij jonge 'wandelvriendinnen', pubers die hem herkenden en met wie hij ging lopen dollen. Dan ging hij 'gevaarlijk doen': de branding inlopen, met sokken en schoenen aan, en kijken wie dat ook durfde.

Na zijn overlijden in 1983, maar ook al toen hij nog leefde, werden geregeld toespelingen op Kans 'werkelijke geaardheid' gemaakt. Homoseksueel was hij in elk geval niet, zegt Rühl. Mogelijk viel hij op jong; maar hoe, of wat, daar is ook hij nooit achter gekomen. En hoe het ook zat, Corry Vonk was zonder meer zijn grote liefde.

Die strandwandelingen en de aandacht waren, denkt Rühl, voor Kan vooral een manier om te ontsnappen aan de gigantische druk die het succes had veroorzaakt. Rühl vond Kan niet depressief, wel tobberig. Uren kon hij 's avonds met hem aan de telefoon zitten, en als hij dan eindelijk alles had weggepraat, stond Kan de volgende ochtend met precies dezelfde problemen op. Kon ie weer helemaal opnieuw beginnen. Uitermate uitputtend was dat, je werd helemaal geleefd. Kan belde veel, over alles, ook over de kleine ergernissen en probleempjes. Claudia de Breij doet precies hetzelfde, die belt Rühl ook over alles. Zo zijn artiesten: ze vinden het lekker dat er altijd iemand is op wie ze kunnen terugvallen.

Zondag 16 januari 1983, 23.30 uur. Steeds zekerder wordt het dat de oudejaarsavond een grote kijkdichtheid had, zeveneneenhalf miljoen kijkers, maar een kleine waardering. Freek aan de overkant om elf uur werd vanaf het begin gebombardeerd als mijn tegenpartij en zoiets ligt me slecht. De plaat van mij wordt slecht verkocht. Maar het is ook geen goeie plaat! En het was ook geen goeie uitzending. Kunt u mij ook zeggen hoe laat de boot naar Elba gaat?

De laatste oudejaarsavond van Wim Kan was in 1982. Corry Vonk had dat jaar een attaque gehad, Kan was eigenlijk weer aan de beurt voor oudejaar, maar had zich niet zoals gebruikelijk kunnen voorbereiden. Hij zat daar maar in de bossen met een zieke vrouw, hij had niet eens tijd om kranten te lezen.

Na de opnameavond was meteen duidelijk dat het mis was, herinnert Rühl zich: er lag een klamme deken over de mensen. Anders kwamen ze altijd in volle euforie naar je toe, nu liepen ze met bedenkelijke hoofden rond, en zeiden dingen als 'benieuwd of jullie daar nog wat van kunnen maken'.

Rühl had de eerste viewing gemist, hij was op die 30ste december bezig de grammofoonplaat van de uitzending te monteren, die begin januari in de winkel moest liggen. Normaal was dat een klusje van drie uur; nu zaten ze de volgende ochtend om acht uur nóg te morrelen. Er was gewoon niks van te maken.

Op de 31ste was een tweede viewing, daar was Rühl wel bij. Die was niet veel beter dan de eerste. Toen hadden we moeten zeggen: dit zenden we niet uit, verwijt Rühl zich nog steeds. En dat hébben ze ook wel gezegd, denkt Rühl. Hoopt Rühl. Hij herinnert zich althans dat hij zei: dit is champagne zonder bubbeltjes. Sant Heijermans, de vrouw van Ru van Veen, was de enige die echt duidelijk stelling nam, die zei: dit is het niet, en is toen weggelopen. En meneer Van Liempt? Die drukte het door, samen met de VARA. Het werd een afgang, nog versterkt door het goede optreden van Freek op het andere net. Wim Kan overleed negen maanden later aan slokdarmkanker.

Hij was 72 jaar oud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden