Zo getuigde Sonja Holleeder tegen haar broer: 'De moord op Cor, daar moet hij voor boeten. Hoe dan ook'

Op de zesde zittingsdag in het liquidatieproces tegen Willem Holleeder wordt zijn zus Sonja gehoord. Onverzoenlijk zegt ze: 'De moord op Cor, daar moet hij voor boeten. Hoe dan ook.'

Een onderuitgezakte Willem Holleeder. Foto Annet Zuurveen

Rechter: 'Waarom bent u tegen uw broer gaan verklaren?' Sonja Holleeder: 'Dat wilden we al veel eerder, maar ik dorst het niet. Je weet nooit of er iets uitlekt. Eigenlijk was het omdat mijn broer veel te ver ging. De moord op Cor (van Hout, Sonja's geliquideerde partner, red.), daar moet 'ie voor boeten, hoe dan ook. Die gerechtigheid wil ik voor mijn kinderen. De dreigementen die ik heb doorgemaakt met mijn broer... Hij dreigde raketten bij me naar binnen te schieten als ik niet zou doen wat hij wilde. Hij werd een tikkende tijdbom. Uiteindelijk dreigde hij mijn kinderen dood te schieten. Hij zei ook anderen op zijn lijstje te hebben staan. Het hield gewoon een keer op.'

Rechter: 'Heeft u een financieel belang om tegen hem te verklaren?'

Sonja Holleeder: 'Nee.'

Rechter: 'U bent zus van de verdachte. Waarom was u bang voor hem?'

Sonja: 'Ik heb in 1996 een aanslag op Cor meegemaakt waar ik zelf bij zat, en mijn kind ook. Cor zei tegen Willem: kan jij kijken wie erachter zit? Willem zei: Mieremet en Klepper. Hij ging bemiddelen en hij ging met ze in zee. Hij stapte over naar de tegenpartij. Omdat hij zo dom en laf is. Ik vind dat nogal wat.'

R: 'Waarom bent u niet naar politie gegaan?'

S: 'Als ik naar de politie was gegaan had ik hier niet meer gezeten. Cor is doodgeschoten, wat denkt u dat er gebeurt als ik ga praten? Willem wist alles wat ging gebeuren hè? Hij had platte petten bij de politie, zei hij.'

Politiemensen voor afgeschermde cabine van waaruit de zussen kunnen getuigen. Foto Annet Zuurveen

R: 'U en uw zuster hebben gespreksopnamen gemaakt. Op die van Tweede Kerstdag klinkt u niet zo bang.'

S: 'Toen praatte ik al met de politie.'

R: 'U spreekt de verdachte tegen. Uw broer wordt steeds bozer, maar u houdt stand.'

S: 'Om te laten zien hoe hij echt is. Als hij me een echt lief zusje vond, had hij me wel geholpen. 's Middags na dood van Cor zat hij te huilen, maar diezelfde avond - Cor lag nog boven de grond - vroeg hij om aandelen van Cors prostitutiepanden op de Alkmaarse Achterdam. Dan ben je voor mij gewoon een vieze hond.'

R: 'U maakte die opnames uit angst om niet geloofd te worden?'

S: 'Om te laten zien hoe hij echt is. Je hebt geen idee. Hij windt iedereen om z'n vinger. Iedereen denkt: want een aardige, joviale jongen. Ik kan u garanderen dat dat niet zo is.'

R: 'Uw broer was een vriend van Cor. Wat voor vriend was hij?'

S: 'Ik dacht dat het bloedgabbers waren, maar achteraf dus niet. Als je bloedgabbers bent en je stapt over naar de tegenpartij en dan.... (begint te huilen). Ik kan me niet voorstellen dat je overstapt naar degene die heeft geschoten op je vriend, op een kind, op je zus. Op de dag van de tweede aanslag op zijn leven zei Cor: Het is Willem. Het is je broertje.'

R: 'Hoe ging u daarmee om?'

S: 'Gewoon doorgaan, je hebt geen keus.'

R: 'Denk je dan niet: het blijft bij dreigen en schreeuwen?'

S: 'Ik wist waartoe hij in staat was. Hij zei altijd: ik dreig niet, ik doe. Hij zei altijd: Je weet wat ik met Corretje gedaan heb. En voor de liquidatie zei hij altijd: Corretje gaat.'

R: 'Na Cors begrafenis moest u naar het Amsterdamse Bos komen.'

S: 'Daar zei Willem dat ik mijn huis in Spanje aan Hillis moest geven, want de schutters op Cor moesten betaald worden.'

R: 'Wat kunt u over Willem Endstra verklaren?'

S: 'Mijn broer zat bij mij op de wc, ik moest de douche aanzetten, dan gaat ie poepen, dat doet ie bij iedereen hoor, dan zegt-ie: kom effe bij me zitten. Dit is een raar praatje, maar dat doe je dan dus. Hij zei dat Endstra met de politie sprak, dat wist hij van zijn petten, en dat Endstra eraan zou gaan. Hij zette altijd de douche of de droger of een kraan aan als hij zulke dingen ging zeggen.'

R: 'Waarom zou hij u zoiets vertellen?'

S: 'Hij maakt je monddood. Je mag nergens over praten. Dat is Wim. Als je wetenschap hebt van iets, trekt hij je ergens in mee.'

R: 'Wat kunt u zeggen over de geliquideerde Kees Houtman?'

S: 'Willem zei: het was hij of ik.'

Foto anp

R: 'En over Thomas van der Bijl?'

S: 'Willem kwam bij mij thuis omdat hij een foto van Thomas wilde hebben. Ik zei in eerste instantie: dat heb ik niet. Hij stond erop dat ik zou kijken voor die foto. Dan doe je het, de volgende ochtend nam hij die mee. Ik kan niet vragen: waar heb je die foto voor nodig. Je kon hem nooit iets vragen, dan dacht hij dat je met de politie praatte. Toen hoorde ik dat Thomas was doodgeschoten.'

R: 'Hoe weet u zo zeker dat Willem Holleeder achter de dood van Cor zit, dat het geen grootspraak was?'

S: 'Als jij bij mij komt om te weten waar Cor is, ben je met iets bezig. Ik moest de luxaflex omhoog of omlaag doen als signaal dat Cor thuis was of niet. Wim zei het ook gewoon hoor: Corretje gaat.'

R: 'Als u terugkijkt, die aanslagen op Cor, de derde keer overleed hij. Dan Willem Endstra. Kees Houtman. Thomas van der Bijl. Veranderde dat in hoe u met uw broer omging?'

S: 'Ik weet waartoe hij in staat is. Hij zei tegen me: je kan tossen om je kinderen. Míjn kinderen. Kunt u zich dat voorstellen? Dat is geen geintje hoor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.