Zo gaat het met perfectionisme

Vroeger liep ze huppelend het toneel op. Nu denkt ze: waar ben ik aan begonnen? Toch ziet Petra Laseur uit naar de première, over een paar dagen, van 'Familie' in de Stadsschouwburg Amsterdam....

ZE HADDEN taart bij de repetitie vanmorgen, chocoladetaart. Voor Bram van der Vlugt, ter ere van zijn Louis d'Or. Ja, leuk. Petra Laseur glimlacht. Bram is haar tegenspeler in Familie, het stuk waarvoor ze hard aan het repeteren zijn. Maandag gaat 't in première in de Stadsschouwburg Amsterdam. Ze was er niet, zondagavond, bij de uitreiking van de onderscheiding. 'O, nee. Veel te laat. Feesten en partijen, daar staat m'n kop momenteel niet naar, dat kan ik er niet meer bij hebben.' Ze is nét thuis. Het is onverwacht mooi weer, de tuindeuren gaan open, zonwering gaat neer en Laseur laat zich enigszins buiten adem in een bank zakken. Even later veert ze weer op: om de Theo d'Ors te pakken die ze zelf ooit won, om na te kijken wanneer dat toch ook allemaal was.

Ze hebben juist een week gerepeteerd in IJmuiden, lekker wel. De afstand tot haar huis in Buitenveldert is goed te doen, rustige schouwburg, leuk restaurantje tegenover - geen magnetronbami in de kleedkamer. Dat soort dingen wordt belangrijk met de jaren. Zeker in een periode als deze. 'Het liefst zou ik nu in een klooster wonen. Alleen aan die rol werken. Vroeger ging ik huppelend het toneel op met een première. Nu denk ik alleen maar: waar ben ik in godsnaam weer aan begonnen.' Ze glimlacht opnieuw, beleefd, behoedzaam. Tutoyeren, nee, dat liever niet.

O, zeker, het stuk is goed, het eerste toneelstuk van Maria Goos. Laseur (1939) zei direct ja toen Ronald Klamer van Het Toneel Speelt haar ongeveer een jaar geleden de eerste versie voorlegde. Mooie rol, en de club van Klamer en Hans Croiset staat veelal voor goede bezetting. 'Wij zestigers moeten ons ook een beetje nederig opstellen', zegt ze half-schertsend. 'Tuurlijk. Anders word je niet meer gevraagd. Die leeftijd, die centrifugeert langzamerhand uit. Dat is nou eenmaal zo.' Ze kende regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen, die eerder met Goos Pleidooi en Oud geld maakte. 'Heerlijke televisie. Jammer dat het publiek Goede Tijden, Slechte Tijden verkiest.'

Met de meesten van de Familie-medespelers heeft ze niet eerder op toneel gestaan: Peter Blok, Marisa van Eyle, Betty Schuurman - ook met Van der Vlugt speelde ze nooit echt. Alleen met Bart Klever stond ze een paar jaar geleden in Koos Terpstra's Troje Trilogie. 'Enig. Dat is het leuke van freelancen. Steeds opnieuw spelen met mensen die ik totaal niet ken. Met mensen die echt een stuk jonger zijn.'

De cast vormt, jawel, tezamen een familie, met Laseur als moeder Els en Van der Vlugt als vader Jan. De vier 'kinderen' hadden gezien hun leeftijd echt haar kroost kunnen zijn - haar eigen zoons zijn 36 en 40 jaar oud. Met de toneelfamilie gaat het, op z'n zachtst gezegd, niet altijd even geweldig. Moeder Els krijgt het behoorlijk voor d'r kiezen. Laseur, fel: 'Ze deelt ze ook uit hoor. Els is geen lieverdje.'

Pauzeert. 'We hebben met het gezelschap veel verhalen over onze eigen families opgehaald. Ik weet dat ik in de opvoeding een aantal dingen verkeerd heb gedaan, honderd procent zeker. Maar ik hoop in godsnaam niet dat mijn twee zoons soms zo over mij praten. Echt, daar ga je toch over lopen nadenken.'

'Het is leuk geschreven en het is énig om in je eigen taal te spelen - onvervalst Hollandse spreektaal is dit. We spelen natuurlijk toch vaak vertaald werk. Tegelijkertijd is het een heel internationaal stuk: je kunt het zo plekken in de Franse Alpen, of ik weet niet waar, in Italië. Ik vind dat heel bijzonder.'

Ze wil het goed doen. Ze is perfectionistisch. Er wordt nog regelmatig wat in de tekst gewijzigd en dat is lastig: 'Dan verandert m'n bladspiegel! Ik leer met een bladspiegel in m'n hoofd. Als je ineens een heel andere bladindeling krijgt - knipt en plakt, daar een zin tussen en die zin eruit - oh! Nog steeds heb ik moeite met zo'n scène. Denk: o god! Daar komt-ie weer.'

Nog tot daaraan toe. Erger: bij de try-out in IJmuiden reageerde het publiek onverwacht. Er werd op de verkeerde momenten gelachen. 'Ik ben er helemaal van uit balans geraakt', zegt ze. Geruststellende woorden van collega's mochten niet baten. 'Ergens begrijp ik het ook wel: feitelijk heeft het stuk drie plots. Je wordt als toeschouwer een paar maal op het verkeerde been gezet.' Toch is ze blij dat er nog vier try-outs komen.

De telefoon gaat. Laseur, opgevouwen op de bank, springt moeiteloos uit de knoop. Het gesprek is kort. Moeder Mary Dresselhuys. Ze zijn behoorlijk close, altijd geweest, ook met Merel, de oudere zus. Groeiden op aan het Merwedeplein in Amsterdam. Vader Cees Laseur, acteur en regisseur, vertrok toen Petra vijf was. Twintig was ze toen hij stierf. Een band hadden ze niet. Van generatiegenoten bij de Haagse Comedie hoorde ze verhalen over haar vader. 'Annet Nieuwenhuijzen wist meer van hem dan ik.' Wrang? 'Nee. Dat hoofdstuk heb ik overgeslagen.'

Mary, Merel, Petra, kinderen en de mannen van het moment - samen vierden ze hun vakanties. Goed voor Familie-parallellen? 'Helemaal niet. Zulke bijeenkomsten kunnen ongecompliceerd leuk zijn. Ik doe het nu weer met de kleinkinderen. Toen mijn echtgenoot nog leefde, huurden we huizen in Frankrijk, daar kwam dan iedereen, onze zonen, vrouwen, kleinkinderen, we namen de honden mee.'

Vijf jaar geleden stierf haar tweede man. 'Martin.' Even later: 'Het enige voordeel van het weduwe zijn, is dat ik nu alleen ben tegen een première aan. En dat ik dus tegen niemand aan hoef te zeuren. Echt: post openmaken vind ik nu al veel.'

De ouderdom. Vroeger, net van school, speelde ze avond aan avond, drie producties door elkaar. Alle drie wel honderd keer, saai werd het op die manier nooit. Blijspelen. Moderne Franse, Amerikaanse, Engelse komedies. 'Dat vond de mensheid prachtig in die tijd, we waren niks gewend. Iedere zomer twee maanden in het De la Mar, hartstikke vol.

'En nu: je kunt er geen drie bladzijden meer van lezen. Het gaat nérgens over, helemaal nergens over. Françoise Sagan speelden we: Het flauwgevallen paard. Van de ene verkleedpartij naar de andere, beeldig zag het eruit: tennispakjes, avondkledij, dan weer gingen we in het Schots gekleed, het kon niet op. Het kon niet óp. En het ging nergens over. Hartstikke leuk om te doen, zeker met Ko van Dijk als regisseur. Dat was een geweldige leermeester.'

'Grootmoeder vertelt sprookjes', zegt ze peinzend. 'Het is raar om zo lang bij het toneel te zitten.' Ze won een Colombina voor haar rol van Sonja in Oom Wanja. Dat was eind jaren zestig. Volgde een Theo d'Or voor haar Hedda Gabler in het gelijknamige stuk van Ibsen, en krap tien jaar later een voor Lotte uit Groot en Klein van Botho Strauss in de regie van Hans Croiset. Die laatste is haar misschien wel het liefst. 'Ook al omdat iedereen dacht: die Croiset is gek'.

In 1989 verruilde Laseur na dertig jaar het vaste gezelschap voor het freelance-bestaan. 'En ik heb een spijt gehad, oh, oh, oh', zegt ze zuchtend. Hoe dan ook, haar generatiegenoten die bij het gesubsidieerd toneel bleven, lopen nu ook tegen het pensioen: dat wordt wachten bij de telefoon. Grinnikt: 'Ik ben het inmiddels gewend, als freelancer zit je altijd naast dat toestel.'

Die ging gelukkig nog wel. 'Ook als je een prijs had gewonnen. Je wist het direct. Nu word je genomineerd. Vreselijk. Ik heb het meegemaakt, voor Een Sneeuw. Eerst denk je: o, leuk. Iedereen zegt: o, leuk. Vanaf dat moment wordt het alleen maar minder. In die zaal is het een wedstrijd die je ontzettend verliest! Ik bedoel: arme Chris Nietvelt, zondag, en Sacha Bulthuis ook, al had ze al twee keer een Theo d'Or; en winnares Marie-Louise Stheins was ook al twee maal genomineerd!' Afschaffen, dus. Zelf hoeft ze geen prijs meer, trouwens: 'Ik vind dat nu de jongeren aan de beurt zijn.'

'Goed van Gijs', zegt ze even later - Scholten van Aschat, die tijdens het prijzengala opstond om te protesteren tegen de dreigende subsidiestop aan De Appel, Orkater, Discordia. 'Als je zoiets doet, gaat je hart wel van bonkbonkbonk, reken maar.'

Verlegen, o, ja dat is ze. 'Waarom denk je dat ik zo weinig interviews heb gegeven.' Maar het is wel minder erg geworden. In tegenstelling tot de zenuwen. 'Toneelspelen is pas leuk als het stuk succes heeft.' Ton Lutz zei het al, tijdens Oom Wanja: dat perfectionisme van het kind. Ze heeft het van geen vreemde.

'Ik herken dat van mijn ouders. Natuurlijk. En het gaat verder dan het stuk. Ik erger me als er op het gebied van de techniek iets klunzigs is gebeurd, of de schouwburgmedewerkers er met de pet naar gooien. Hoe het gebouw eruit ziet, ook belangrijk. Ik word gek als er in een zogenaamd nette schouwburg oude pleisters in de kleedkamers liggen. Zover gaat het met dat perfectionisme, het breidt zich uit als een een olievlek.'

Met Familie staan ze straks in de Amsterdamse Schouwburg. 'Ik zie ernaar uit. Vijf dagen achtereen. In mijn eigen schouwburg. M'n tweede woning, m'n buitenhuisje. Ja, daar ben ik toch opgegroeid, daar heb ik m'n eerste stappen gezet. Ik ken er zo langzamerhand iedere steen.' Maar wat ziet het eruit. 'De grauwsluier die erover hangt! Treurig. Het is toch een topgebouw. Daar is iets van te maken, zonder dat je heftig gaat verbouwen en gaat roepen dat de foyer uitgebreid moet worden met het halve Leidseplein.'

Serieus: 'Ik wil dat mensen het er leuk hebben. Dat er sfeer is. Goed eten en drinken. Mooie lunchvoorstellingen. Ik zou er bij betrokken willen zijn, als adviseur, waarom niet. Niets op artistiek of zakelijk gebied, uiteraard. Maar wat betreft pand, personeel, publiek: graag. Eens even haarfijn uitzoeken hoe je het op kunt knappen.'

Vooralsnog is het stil, na Familie. O, nee roept ze vrolijk, 'ik doe mee in De Ontdekking van de Hemel. ''It's a boy'', dat is mijn tekst.'

Film heeft Petra Laseur niet heel veel gedaan. 'Ik kan het ook eigenlijk niet. Er is zo'n verhaal: de camera moet van je houden en jij moet van de camera houden - dat hebben we niet, de camera en ik.' Wel maakte ze een aantal reclamespotjes. Zingt: En wat ik mijn verloofde geef/ Dat is natuurlijk Philishave. 'Dat was na de scheiding van mijn eerste man, eeuwen geleden. Ik deed alles om hier maar te kunnen blijven wonen. Gelukt. Ik woon hier nu 32 jaar. En alle jubilea van lichting '59 van de toneelschool hebben we hier gevierd, hier, in dit clubhuis.'

Reizen wil ze liefst beperken. Lesgeven misschien wat uitbouwen. Warmgekoesterde wens: 'Bijzit zijn bij een jonge regisseur. Om 'm de kneepjes te leren. Zodat-ie niet nog een keer het wiel hoeft uit te vinden.' Grinnikt: 'Ik roep zelfs wel eens tegen Willem van de Sande: aha, dit is modern toneel!' Ernstig: 'De regisseur is absoluut bepalend. Ik zeg vaak: na je partner is de regisseur op bepaalde momenten de belangrijkste persoon in je leven. Je ziel en je zaligheid leg je in de handen van die man of vrouw. Die moet je sturen, die moet je helpen.

'Er zijn weinig goede regisseurs in Nederland. Neem me niet kwalijk, dat is maar een handjevol. En de goede jonge talenten, nou, die moeten nog behoorlijk opstaan. Neem het blijspel - mijn vader heeft er wel honderdduizend geregisseerd - weinig mensen meer die er gevoel voor hebben. Gijs de Lange, die heeft nog een mooie Ayckbourn gebracht. Ook al weer vijf jaar geleden. Jammer hoor. Familie vind ik geen somber stuk, het is ook om te lachen. Maar weer eens in een echte komedie spelen, o, daar kan ik naar snakken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden