Zo gaat Europa het niet redden

Europa moet zijn problemen onder ogen zien, waarschuwt Evangelos Areteos. Anders wacht een sombere toekomst.

'De overeenkomst met Turkije komt niet als een verrassing. Het is het zoveelste symptoom van de tragische afbrokkeling van ons continent. Beeld Eleni Papadopoulou

Mij wordt gevraagd mijn koffer te openen terwijl een politieagent de man naast mij grondig fouilleert. Om ons heen staan agenten met honden en zwaarbewapende militairen met hun vinger aan de trekker. Ik sta op een treinstation net onder het Europees Parlement in Brussel, een kleine 24 uur na de aanslagen. Het grote plein voor het parlement staat normaal altijd vol mensen.

Nu is het leeg.

Ik heb me terug naar huis gehaast, hier vlak buiten de stad, waar mijn gezin in alle staten is.

Woestenij

De weinige passanten kijken om zich heen met de angst in hun ogen. Heel even heb ik het gevoel dat ik me in een andere dimensie bevind, dat ik alle gevoel voor tijd en ruimte kwijt ben. Het hart van Europa leek wel even op The Waste Land van T.S. Eliot, het complexe, lange gedicht over de psychologische en culturele crisis die ontstond door het verlies van een morele en culturele identiteit na de Eerste Wereldoorlog. En terwijl een helikopter boven ons cirkelt in de EU-wijk van Brussel, bedenk ik me dat ik eigenlijk al twee weken door een waste land, een 'bar land', reis: van Turkije naar Griekenland, weer terug naar Turkije en vervolgens door naar Brussel. Een gigantisch land, waar het gevoel van een diepe desillusie en een ineenstorting van normen en waarden de overhand lijken te hebben.

Mijn reis door dit barre land was begonnen op het Griekse eiland Lesbos, nabij de Turkse kust. Ik wilde voor een reportage het spoor van de vluchtelingen volgen, over de Egeïsche Zee, door Griekenland naar de noordgrens met Macedonië. De eerste nacht van mijn reis was ik op het strand, nabij het vliegveld van Lesbos. Om één uur 's nachts hadden de vrijwilligers met wie ik meeliep een boot met vluchtelingen gesignaleerd die uit Turkije kwam. Eerst was het nog een zwak licht in de duisternis van de Egeïsche Zee, dat slechts door ervaren vrijwilligers gezien werd. Toen werd het licht van de boot helderder en klonk een kreet: 'Een boot! Een boot!'

De vrijwilligers kwamen uit Griekenland, uit diverse Europese landen en uit de VS. Het waren vooral jonge mensen, maar ook wat ouderen en 'professionals'. Iemand als Nasos, een Griekse marineveteraan, en José, een brandweerman uit Spanje, die twee weken vakantie had genomen om vluchtelingen op Lesbos te komen helpen.

Levens redden

Er was nergens een overheidsfunctionaris of EU-afgevaardigde te bekennen. Er waren alleen maar vrijwilligers om deze levens te redden. Zodra de rubberbootjes dicht genoeg waren genaderd, gingen zij het water in om ze recht te houden in de woeste golven en ze naar het strand te trekken. Een menselijke keten vormde zich om de vluchtelingen naar het strand te brengen. Ik was geen vrijwilliger, maar een journalist die toevallig ter plaatse was. Maar de kracht van die menselijke keten werkte zo hypnotiserend dat ik ook het koude water in liep om mijn plaats in te nemen.

Eerst dacht ik dat ze heel weinig woog, en ik hoefde me niet echt in te spannen om haar uit het rubberbootje te lichten en naar het strand te brengen. Maar toen ik haar optilde en ze zich in mijn armen liet vallen, leek ze me wel te verpletteren met haar gewicht. Haar lichaam was verstijfd en haar kleren waren kletsnat. Uit alle macht begon ik te lopen en droeg ik haar door het water naar het strand. Ik bleef maar herhalen 'het komt wel goed,' omdat ik zo stom was om te denken dat dit haar gerust zou stellen. Haar ogen waren hol en leeg, alsof ze niet zag wat er allemaal gebeurde, alsof ze geen deelgenoot was van alles wat haar overkwam.

Het regende die nacht op Lesbos pijpenstelen, overal klonken harde stemmen, de gezichten om mij heen dansten koortsachtig heen en weer tussen het nachtelijk duister en het felle licht van de zaklantaarns. De regendruppels liepen in mijn ogen en ik kon niet echt goed zien. Maar nu weet ik dat het niet alleen de regen was die ervoor zorgde dat ik die nacht niet helder kon zien. Diep van binnen was er iets wat de werkelijkheid tegensprak, me toefluisterde dat dit niet echt waar kon zijn in Griekenland, niet in Europa, anno 2016.

'De verschrikkelijke ideologie van IS, die zoveel jonge mensen uit Europa aantrekt, is een soort drug. Het Europa waarin zij leven kan niet concurreren met de 'heilsboodschap' van IS.' Beeld anp

Overeenkomst als grafsteen

De jonge vrouw die ik naar het strand probeerde te dragen begon ineens tegen me te schreeuwen in een taal die ik niet verstond en ze bleef maar wijzen naar het rubberbootje. Ze bleef maar schreeuwen en probeerde zich vast te grijpen in het natte zand, terwijl ik probeerde om haar verder het strand op te trekken, naar de vrijwilligers die eerste hulp en dekens boden. Een man kwam op ons af met een klein kind in zijn armen, dat de vrouw begon te omhelzen. Het kind dat de man met zich meedroeg was blijkbaar van haar.

Ik ben drie keer teruggegaan naar de boot, een keer om samen met een vrijwilliger een oude vrouw aan land te brengen en verder om de bezittingen van de vluchtelingen mee te nemen. Toen de boot leeg was en eenmaal op het zand lag, heb ik me afgezonderd. Op handen en knieën heb ik in het donker zitten huilen. Uit schaamte als mens, uit woede als staatssburger.

Drie dagen vóór de aanslagen in Brussel had de EU eindelijk overeenstemming bereikt met Turkije over het vluchtelingenvraagstuk. Na vele uren onderhandelen en politieke en diplomatieke uitruil werd een overeenkomst gesloten die ik niet anders kan beschouwen dan als een grafsteen op het laatste restje morele superioriteit in Europa en op onze Europese beschaving. Ik bedoel niet superioriteit in misplaatste zin, ik bedoel de wens om daadwerkelijk beter te zijn dan anderen, beter dan je was.

Beschamend en aanstootgevend

De overeenkomst legt een akkoord vast tussen Europese lidstaten om ook al die mensen uit 'ons Europa' te weren die vluchten voor de gruwelen van oorlog en vernietiging. De EU zegt niets meer van het toenemende autoritaire bewind in Turkije dat schaamteloos iedereen in Turkije te kijk zet die dacht dat de EU met haar idealen zou dienen als een richtsnoer voor democratische hervormingen in eigen land.

De overeenkomst is juridisch beschamend omdat hij elementaire normen en waarden, zoals mensenrechten en menselijkheid, schendt. Zo heeft elke vluchteling het recht om asiel aan te vragen. De vraag is wat daarvan overeind blijft als je vanuit Griekenland meteen wordt teruggestuurd naar Turkije.

De overeenkomst is politiek aanstootgevend omdat Turkije dingen worden beloofd die de EU niet wil nakomen en omdat er van de gefaalde staat Griekenland wordt gevraagd om van de grond af een asielsysteem op te bouwen dat zelfs de ontwikkeldste landen van de unie niet hebben. Het maakt van Griekenland een enorm vluchtelingenkamp en spreekt daarmee elk gevoel van Europese solidariteit tegen.

Xenofobe krachten

Iedere politieke 'leider' heeft zijn eigen agenda, zijn eigen vrees om in zíjn land bedreigd te worden door de spectaculaire opkomst van nationalistische en xenofobe krachten, die hem zouden kunnen dwingen om iets te ondernemen tegen de 'barbaren' die zich voor de poorten hebben verzameld.

Deze overeenkomst komt dan ook niet als een verrassing. Het is het zoveelste symptoom van de tragische afbrokkeling van ons continent. Niets verbeeldde dat beter dan de tweet waarin de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, vluchtelingen opriep de Egeïsche Zee niet over te steken omdat de Griekse noordgrenzen gesloten zijn.

De aanpak van de economische crisis was al een pijnlijk voorbeeld van gebrek aan solidariteit. De EU gaf Griekenland de onmogelijke opgave binnen twee jaar zijn complete economische systeem te veranderen. En nu heeft Europa weer nieuwe muren gebouwd, dit keer aan de buitengrenzen en bekrachtigt ze met de ijdele hoop dat ze de eigen gemeenschappen en geërodeerde systemen zal 'beschermen' tegen eigentijdse 'barbaren'.

Modder en menselijke uitwerpselen

Ik heb vijf dagen opgetrokken met deze 'barbaren'. Ik ben met ze meegegaan van Lesbos naar Piraeus en toen van Athene naar de hel van Idomeni, aan de grens tussen Griekenland en Macedonië. Daar, achter de muur van prikkeldraad die de Macedonische autoriteiten hebben opgeworpen, zinkt de EU weg in modder en menselijke uitwerpselen.

Toen ik Idomeni voor het eerst binnenkwam en de mensen en de tenten bij het vallen van de nacht kletsnat zag worden van de regen, dacht ik dat ik in zo'n dure, 'eind-van-de-wereld' Hollywoodproductie was beland.

Tijdens mijn reis, de afgelopen twee weken, door Griekenland en Turkije en vervolgens in Brussel, kreeg ik vaak het idee dat ik alle gevoel voor tijd en ruimte kwijt was. Alles wat ik om me heen zag, zowel in mijn eigen land als in de EU waarin ik zo heilig geloofde, leken wel beelden uit ons bloederige verleden of uit een angstaanjagende toekomst.

Angst voor het begin

In Idomeni zag ik gebroken mensen, die nog wel de kracht en de hoop hadden om te overleven. Ik zag overal vrijwilligers, de autoriteiten slechts in de vorm van politie, en zo'n 15.000 mannen, vrouwen en kinderen die angstvallig de resultaten van de EU-top van 18 maart aan het afwachten waren. Ze hoopten dat Europa zijn grenzen open zou stellen en hen binnen zou laten. Dat Europa nog zou beschikken over menselijkheid en normen en waarden. Het mocht niet baten.

Maar het Waste Land is voor ons allemaal niet ver weg meer. Het was er ook in Istanbul in het weekend voorafgaand aan de aanslagen in Brussel. Op zaterdagochtend blies een zelfmoordterrorist van IS zichzelf op in het voetgangersgebied van Istiklal, in het hart van Istanbul, om toeristen te vermoorden. De aanslag was de zoveelste terroristische actie in een serie die afgelopen zomer begon. Het hele weekend was het doodstil in het centrum van Istanbul, mensen waren bang. Bang dat dit nog maar het begin was.

Diezelfde angst, dat dit nog maar het begin was, hing in Brussel waar ik aankwam vanuit Istanbul. De hoge gebouwen van de EU-instanties, omgeven door agenten en militairen, waren vrijwel leeg.

Onze waarden

In reactie op de aanslagen zeggen politici pal te staan voor 'onze manier van leven' en dat wij zullen overwinnen. Ik wil het graag geloven, maar het lukt me niet meer. Want waar zijn de waarden die aan 'onze manier van leven' ten grondslag liggen?

Toen ik mijn koffer moest laten inspecteren bij het checkpoint van de politie en het leger op het treinstation bij het Europees Parlement, vroeg ik me af of de islam en het islamisme en het mislukte Belgische integratiemodel nu de schuld waren van de vreselijke aanslagen in Brussel.

Ik geloof dat dat te simpel is. De verschrikkelijke ideologie van IS, die zoveel jonge mensen uit Europa aantrekt, is een soort drug. Het trekt mensen aan die de weg zijn kwijtgeraakt in Europa, die hun plek niet kunnen vinden in het nihilisme en het zelfdestructieve egocentrisme ervan.

Eigen verantwoordelijkheid

In het Europa waarin zij leven - met zijn cultuur van hevig egocentrisme en onmiddellijke beloning -, voelen zij zich gemarginaliseerd en vol haat tegen de 'maatschappij'. Dat Europa kan niet concurreren met de 'heilsboodschap' van IS.

Het feit dat die boodschap verpakt wordt in de islam maakt dat jongelui met een moslimachtergrond zich ertoe aangetrokken voelen. Niet dat ik aan de vrije wil en verantwoordelijkheid voorbij ga. De mensen die zich aansluiten bij IS zijn zelf verantwoordelijk voor hun afgrijselijke keuze en hun gruweldaden en daar is geen excuus voor.

Wel geloof ik dat IS profiteert van leegheid. De islam kan die leegheid niet opvullen. Het islamitische geloof is als cultuur, ondanks een humanistische traditie die sterker is dan velen denken, niet in staat gebleken om een bredere morele superioriteit te verspreiden. Maar ook het seculiere of 'verlichte' Europa kan die leegte niet opvullen.

Zelfde bloed, zelfde cultuur

Het project Europa ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op alle schanddaden uit het verleden, maar die tijd ligt ver achter ons. Uit de as ervan komen spoken van het verleden, de natiestaten en de populistische volkswoede, weer naar boven als de grote winnaars.

Na de oppervlakkige euforie over de val van de Berlijnse Muur en de overwinning van het kosmopolitische vooruitgangsdenken, keert Europa terug naar nationalisme, xenofobie en utopieën van 'zelfde bloed, zelfde cultuur'.

In die zin past Turkijes Tayyip Erdogan perfect binnen Europa. Wat momenteel in Turkije gebeurt, is niets anders dan wat overal in Europa gebeurt: de enorme versterking van de natiestaat en het daaraan verbonden idee van een 'gemeenschap', puur op de eigen cultuur gericht. In Turkije heeft dat de vorm van een soennitisch-Turkse identiteit aangenomen, zoals dat langzamerhand in de landen van Europa een christelijk-nationaal karakter heeft gekregen. Het Turkse populisme verschilt niet wezenlijk van wat er gebeurt in Hongarije of Polen of in andere landen in Europa.

'Uit de as van het project Europa, dat ontstond als reactie op de schanddaden uit het verleden, komen de natiestaten en de populistische volkswoede weer naar boven als de grote winnaars.' Beeld anp

Natiestaat bepaalt

De natiestaat maakt een gewelddadige comeback en wordt aangehangen door steeds grotere delen van de Europese bevolking en ook 'elites' als de oplossing voor alle problemen. De natiestaat, in combinatie met een opkomend populisme, bepaalt het politieke en maatschappelijke leven in Europa en in landen rondom Europa. Er wordt tekeer gegaan tegen de enige oplossing die we echt hebben: meer Europese eenheid. We hebben een Europa nodig, dat verder gaat dan de natiestaten, om het hoofd te bieden aan de crises waarmee wij te maken hebben.

De Europese 'leiders' leggen de schuld altijd elders: bij de vluchtelingen, bij de islam, bij de integratiemodellen... Ze blijven liegen, net als een groot deel van de Europese maatschappij. Ze zien niet onder ogen dat het onze problemen zijn, dat we iets moeten doen aan onze decadentie, aan de chronische economische en sociale ongelijkheid en de wijd verspreide cultuur van populisme.

Integratiemodel

Europa, Turkije, de Balkan, we zitten in hetzelfde schuitje, datzelfde rubberbootje dat over woelige baren vaart. Zelfs als we onszelf blijven voorliegen. Gelukkig is ons bootje niet alleen. Ergens, op een strand in het duister, zijn er mensen die proberen te helpen.

Al die duizenden jonge mensen uit heel Europa en de rest van de wereld die de gaten vullen die de EU en de natiestaten laten vallen. Al die activisten, die nieuwe generatie idealisten die vluchtelingen helpen op Lesbos en in Idomeni, die in Brussel demonstreren tegen een schandalige overeenkomst, die in Caïro, Teheran en Istanbul demonstreren voor meer democratie... Uiteraard vormen die mensen een minderheid, niet alle nieuwe generaties zijn zoals zij, integendeel. De moderne jihadisten behoren immers ook tot deze nieuwe generaties. Maar de geschiedenis heeft ons geleerd dat veranderingen altijd komen van verlichte minderheden, nooit van meerderheden. En daarin, niet in de staten of de Europese instellingen, schuilt de hoop.

Naast de terugkeer van de extreme natiestaat biedt de geschiedenis ook een tegengif: deze nieuwe vorm van burgerschap, een progressieve en actieve vorm van burgerschap die geen grenzen kent, niet in geografisch en niet in culturele zin. En dat gaat nu al verschil maken.

Evangelos Areteos (44) is schrijver en journalist; voor de Cypriotische krant Politis schrijft hij over de EU, Turkije, Syrië en Noord-Irak.

Vertaling: Herman te Loo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden