Interview Bestuursvoorzitter van stichting Westelijke Tuinsteden

Zo gaan zestien Amsterdamse basisscholen het lerarentekort te lijf

Leraren gaan zich weer bezighouden met de kern: lesgeven in vakken als rekenen, schrijven, lezen. De rest van het onderwijs komt voor rekening van vakdocenten, ouders en organisaties uit de buurt. Dat is de uitkomst van de ‘week van de onderwijskwaliteit’ die zestien Amsterdamse basisscholen vorige week hielden. 

Leerlingen staan klaar voor een persconferentie en het presenteren van een actiekrant. Deze krant werd aangeboden aan de Stichting Openbaar Onderwijs Westelijke Tuinsteden. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De basisscholen van de Stichting Westelijke Tuinsteden sloten een week lang hun deuren. Om een ‘statement’ te maken over het lerarentekort dat steeds grotere gaten in het onderwijs slaat – er staan momenteel vijfentwintig vacatures open. Maar vooral ook om te bedenken hoe ze desondanks goed onderwijs kunnen geven. 

Joke Middelbeek, bestuursvoorzitter van stichting Westelijke Tuinsteden, presenteerde dinsdag in de Tweede Kamer de plannen die de leraren en directeuren gemaakt hebben. Zo moet er een fonds komen – op kosten van de overheid – om die nieuwe manier van werken te betalen. 

Scholen moeten ‘broedplaatsen’ worden, nauw verbonden met ‘de community’, staat in jullie plannen. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

‘Dat is het leuke, dat weten we niet precies. Elke school geeft er een eigen invulling aan, afhankelijk van waar behoefte aan is. Waar het om gaat, is dat onze scholen veel meer in de verbinding komen met de omgeving. De bijvangst van een week lang onze deuren sluiten, was dat er plotseling allerlei partijen opstonden om een dagprogramma op te zetten voor de kinderen. Van de eigenaar van een yogaschool die yogalessen ging geven, tot een organisatie als ChildPress.org die samen met kinderen een krant ging maken, of het buurtcentrum Ru Paré dat een heel lesprogramma opzette. Er was te veel om op te noemen. Daar willen we veel meer gebruik van gaan maken.’

Wat betekent dat in de praktijk? Krijgen leerlingen elke dag iemand anders voor de klas?

‘Kinderen blijven wel bij één leraar horen, maar die focust zich op de kernvakken. Taal, rekenen, lezen, schrijven en wereldoriëntatie. Dat zijn ook de vakken waar op getoetst wordt in de eindtoets. Daarnaast willen we met wisselende thema’s gaan werken waar we partijen van buiten voor vragen: vakdocenten, ondernemers, of ouders die iets kunnen bijdragen aan het thema - denk bijvoorbeeld aan ondernemerschap. Elke twee maanden kiezen we een ander thema en zoeken we daar mensen bij.’

Onderwijsminister Arie Slob benadrukt telkens dat ‘niet zomaar iedereen’ voor de klas mag staan, ondanks het lerarentekort.

‘Dat vind ik ook en dat gaan we ook niet doen. De school blijft natuurlijk verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit. Alle mensen die bij ons voor de klas komen, moeten een Verklaring Omtrent Gedrag hebben. Anders komen ze niet in aanraking met onze kinderen. We gaan van tevoren ook na of iemand in staat is zelfstandig les te geven. Je kunt wel veel kennis hebben, maar je moet het ook over weten te brengen. Het is niet de bedoeling dat onze leraren nog meer werk krijgen aan begeleiding. 

Bovendien: het zijn geen wildvreemden. De mensen aan wie we denken werken nu al in veel gevallen met onze kinderen, maar dan buiten schooltijd. Het zijn de mensen die in het buurtcentrum of in een andere welzijnsorganisatie werken. Ze kennen onze kinderen al. We gaan de mensen die bij ons tijdelijk voor de klas komen ook gewoon betalen, het is geen liefdewerk oud papier. ’

Dat klinkt ook als veel gedoe. Levert deze manier van werken jullie niet veel meer organisatorische rompslomp op?

‘We gaan nieuwe functies instellen, bijvoorbeeld de functie van roostermaker en makelaar die het contact tussen de leerkrachten regelt. Leerkrachten hoeven dat niet te doen. Zij bedenken wel de thema's: welke stap moeten leerlingen nog maken om al hun leerdoelen te halen? Natuurlijk zal de eerste periode ook pittig zijn. We moeten uitvinden hoe we die thema’s het best kunnen organiseren.’

Het klinkt ook een beetje als een houtje-touwtje-oplossing. De buurt moet het werk waar leraren speciaal voor zijn opgeleid overnemen.

‘Zo zie ik het helemaal niet. Dit is ook geen plan voor de korte termijn. Dit is een veel duurzamer systeem dan onze huidige manier van werken. Onze leerlingen moeten later hun weg zien te vinden in een kenniseconomie, het onderwijs van nu is daar niet op ingericht.

‘Kinderen hebben niet één juf voor de klas nodig, ze moeten leren netwerken, ze moeten leren omgaan met verschillende talen - misschien hebben ze later collega’s van over de hele wereld. Het model waar wij nu mee willen gaan werken sluit daar veel beter bij aan, vind ik. 

‘Natuurlijk moet er ook meer geld naar het onderwijs, er moeten hogere salarissen komen voor docenten, dat is allemaal waar. Maar het lerarentekort oplossen begint met het serieus nemen van leerkrachten. Dat hebben wij gedaan. Dit zijn de ideeën waar onze docenten mee komen.’

Slob: ‘Geen onbevoegde ouders voor de klas’

Een delegatie van scholenkoepel Westelijke Tuinsteden was maandag op bezoek bij minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) en dinsdag in de Tweede Kamer. Slob zei vorige maand tijdens de begrotingsbehandeling in de Kamer open te staan voor inventieve oplossingen van het lerarentekort. Maar over het voor de klas zetten van onbevoegde ouders was hij stellig: ‘No way!’

In reactie op het Amsterdamse plan laat hij weten: ‘Het is heel goed dat ze serieus nadenken over andere manieren om het onderwijs te organiseren. Wij gaan door met onze maatregelen om meer nieuwe leraren aan te trekken en de huidige te behouden. Maar gezien de krapte op de arbeidsmarkt is het daarnaast onvermijdelijk om het onderwijs in te richten met minder leraren dan we gewend zijn, zonder dat leerlingen daarvan de dupe worden. Bij alles wat we doen, moet het uitgangspunt zijn: alle kinderen moeten goed onderwijs blijven krijgen.’

SP-Kamerlid Peter Kwint noemde het op peil houden van de onderwijskwaliteit de ‘million dollar question’. Paul van Meenen (D66) leek het plan de droom van elke leraar: ‘Standaard nadenken over wat het doel van je onderwijs moet zijn.’ In het wegnemen van regels waar noch leraren, noch politici verantwoordelijk voor zijn zag Lisa Westerveld (GroenLinks) de voornaamste uitdaging bij het plan. 

Kirsten van den Hul (PvdA) zei dat het lerarentekort kansongelijkheid vergroot. ‘Het ene kind wordt veel harder getroffen dan het andere.’ Dat beaamde Joke Middelbeek: ‘Wij laten met deze actie zien wat er aan de hand is: kinderen krijgen nu niet wat ze nodig hebben.’ Ze sloot een volgende brainstorm-week met gesloten schooldeuren niet uit.  

Remco Meijer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden