Reportage De wolf komt

Zo beschermt de familie Teesselink hun schaapjes tegen de komst van de wolf

In Overijssel bereiden ze zich voor op de komst van de wolf. Samen met een speciaal team vrijwilligers. Waar lammetjes en ooien lonken, wordt een wolfwerende omheining geplaatst. ‘De wolf is er nu eenmaal, daar moeten we mee dealen.’

Het team van Wolf-Fencing plaatst een wolfbestendige omheining rond het land van de familie Teesselink in Hellendoorn. Beeld Foto Harry Cock / de Volkskrant

Een regenachtige zondagochtend in Overijssel. Er heerst nog diepe stilte op het boerenland tussen Hellendoorn en Lemele, maar op het erf bij het huis van Hennie en Frits Teesselink is het een drukte van belang: het team van Wolf-Fencing is gearriveerd. Een twaalftal vrijwilligers heeft zich verzameld in de stal, rondom twee pasgeboren lammetjes en een ooi in het stro, er is koffie en cake. Dan direct aan de slag, in twee groepen verspreiden de vrijwilligers zich over het land: ze gaan wolf­werende afrasteringen maken.

Ze waren hier al eerder. Een deel van het land van de Teesselinks is in december al omheind, vandaag staat de rest op het programma. Oude palen eruit, nieuwe palen erin. Met vijf stroomdraden; 1,20 meter hoog wordt de omheining, dat is genoeg. Want wolven kunnen wel springen, maar dat doen ze niet, weet Jeannet Hulshof, de bedenker van Wolf-Fencing. ‘Dat kost ze te veel energie en het risico is te groot.’

Die wetenschap komt niet uit de lucht vallen. Wolf-Fencing is in feite een kopie van een Zweeds initiatief. Daar wordt het ‘vijfdradig systeem’ al tientallen jaren gebruikt om wolven te weren. Met succes. Zeker, er worden ook in Zweden en Duitsland nog weleens schapen gepakt door wolven, maar, zegt Hulshof, ‘dan stonden ze niet achter deze omheiningen. Of er stond geen stroom op de draden.’

Ze wilde wat doen, Jeannet Hulshof, ­biologieleraar in Winschoten. Ze zag de discussies op de sociale media verharden, tussen voor- en tegenstanders van de wolf, vooral na de eerste aanvallen van zwervende wolven op schapen. Zelf is ze liefhebber van wolven. Al ­jaren gaat ze op vakantie naar gebieden waar wolven zijn, en zoekt dan ook naar sporen.

Geen wolvenknuffelaar

Maar van wolven knuffelen moet ze niets hebben. ‘Ik blijf wel een nuchtere Groninger. Ik vind het prachtige dieren, maar als ik wolf zou zijn dan zou ik de andere kant zijn opgelopen en niet naar Nederland. En de wolf is een roofdier. Ik kan me heel goed voorstellen dat schapenhouders niet zitten te wachten op zijn komst. Ik heb zelf ook geiten en pony’s. Ik moet er niet aan denken dat die worden gepakt door een wolf en aangevreten in de wei liggen. Dus dacht ik: we moeten daar iets tegen doen. Voor het maatschappelijk draagvlak. En preventie is de oplossing. Want de wolf is er nu eenmaal, daar moeten we mee dealen.’

Dus bedacht ze samen met Hans Hasper, met wie ze samen wolven volgt in een Duits wolvengebied, een plan: schapenhouders helpen met het aanleggen van wolfbestendige omheiningen. De boeren betalen het materiaal, de vrijwilligers leggen de omheiningen aan. Hulshof had zich verdiept in wolfwerende maatregelen, Hasper heeft het benodigde gereedschap en de praktische kennis in huis, als landschapsarchitect. Als snel hadden ze meer vrijwilligers dan er op een dag als vandaag mee kunnen.

De eerste klussen hebben ze inmiddels geklaard, vooralsnog alleen bij hobbyboeren en natuurorganisaties. Vandaag wordt er veel omheining aangelegd om weinig schapen te beschermen. Want ook de Teesselinks zijn hobbyboeren, Hennie Teesselink verzorgt de schapen: een paar rammen, een paar ooien en hun lammeren.

Ze kwam via Facebook in contact met Jeannet Hulshof, zegt ze. ‘Ik schreef: jullie hebben makkelijk praten, maar wij zitten ermee. We hebben vrij veel grond, we willen de schapen overal laten lopen. En dan zitten er flinke kosten aan om ze te beschermen. Jeannet schreef toen: ‘We komen langs.’ En ik: ‘Daar houd ik je aan.’ En verdomd: in december kwamen ze voor het eerst. En nu dus weer.’ Dat is dan ook wel weer mooi, vindt ze. ‘Veel mensen maken zich boos op Facebook, maar het kan dus ook leuke dingen brengen. Ik ben er niet voor dat de wolf komt. Maar dat een ander er plezier aan beleeft kan ik begrijpen. En ik weet dat-ie komt. Dus voor ons is dit de oplossing.’

Kralen als alternatief

Frits Teesselink verspreidt met de tractor de palen. ‘Zo hoort het eigenlijk’, zegt Jos Hoekerswever, voormalig schaapherder, een van de deelnemers van het eerste uur. ‘Als er in Polen een schaap wordt gegrepen door een hond of een wolf, dan zegt de bevolking: je had het vee beter moeten beschermen. Wij hebben 150 jaar het gemak gehad dat er geen wolf was, nu is-ie er weer, dus moeten we zelf wat doen.’

Toch begrijpt hij de terughoudendheid wel van de commerciële schapenhouders. ‘Het is niet makkelijk voor ze. Ze hebben hun schapen vaak ver in het buitengebied lopen, op verschillende plekken. Ze zitten ook vaak in de nabeweiding bij de intensieve veehouderij. Voor die mensen is het lastig om even een raster te plaatsen. Maar je kunt ook met kralen gaan werken, waar ze ’s nachts in staan.’

Ook Jeannet Hulshof kent de bezwaren. ‘Honderd procent preventie bestaat nooit, maar er zijn overal oplossingen voor. Je kunt ook met een semipermanent raster werken of met fladderlinten. Je hebt goede schapennetten, die prima werken als er voldoende stroom op staat. Nachtkralen kunnen, kuddebewakingshonden ook. Je hoort vaak: maar mijn schapen lopen op koeienweides. Maar daar staat meestal ook al een draadje, voor de koeien. Een paar draadjes erbij en je bent klaar.’

En van geld natuurlijk. Dat is wel een wezenlijk probleem, erkent Hulshof. ‘De provincies zouden een deel van de kosten voor die maatregelen moeten betalen. Tot nu toe lijkt alleen Gelderland daartoe bereid. Nu vergoeden de provincies wel de schade die wolven aanrichten, maar je kunt die schade beter voorkomen. Dat scheelt vergoedingen, maar vooral enorm veel emoties en dierenleed. En het is natuurlijk goed voor het draagvlak voor de wolf.’

De ondergrond wordt gemaaid, nieuwe palen gaan de grond in. ‘We worden steeds beter’, concludeert Hulshof tevreden.

Wat moet je doen als je een wolf tegenkomt?

Ren in elk geval niet weg, maar neem rustig afstand. En vergeet vooral geen foto te maken, zegt de organisatie ‘Wolven in Nederland’: wolven in Nederland komen nog steeds zelden voor. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.