De tram, de avond van de aanslag, op het 24 Oktoberplein in Utrecht.

Dubbelinterview Aanslag Utrecht

Zo beleefden de politiechef en waarnemend hoofdofficier de aanslag in Utrecht

De tram, de avond van de aanslag, op het 24 Oktoberplein in Utrecht. Beeld Ab Ketelaar

Utrecht, 18 maart. Politiechef Rob van Bree en waarnemend hoofdofficier Rutger Jeuken coördineren de zoektocht naar de dader van de aanslag in de tram. Dit is hun verhaal. ‘’s Nachts komt de tragiek binnen.’

‘Pepijn van het arrestatieteam belde: er is geschoten in het openbaar vervoer. We zijn onderweg.’ Op 18 maart, om tien voor elf, zit Rob van Bree – hoofd Operatiën van de politie Midden-Nederland – in het reguliere maandagochtendoverleg op het hoofdbureau in Utrecht. Een drukke week wordt geëvalueerd, met de rellen in Urk en een aanslag op moskeeën in Nieuw-Zeeland waardoor wijkagenten extra alert zijn op spanningen tussen bevolkingsgroepen. Het weekeinde is rustig geweest, concluderen de aanwezigen.

Dan klinkt Live is life van de band Opus door de vergaderruimte – het is de telefoon van Van Bree. ‘Meerdere gewonden’, zegt Pepijn aan de andere kant van de lijn. ‘Verder weet ik nog niets.’

Van Bree: ‘Mijn gutfeeling zei: dit zou weleens groot kunnen zijn. Ik belde ­meteen de districtschef en het hoofd van de recherche: ‘Mogelijk een terreuractie. Ga vast in die mindset.’

Rutger Jeuken, waarnemend hoofdofficier van Midden-Nederland, en Rob van Bree, hoofd Operatiën van de politie Midden-Nederland. Beeld Linelle Deunk

Een kilometer verderop, op de vijftiende verdieping van het Openbaar ­Ministerie, trilt ook de telefoon van Rutger Jeuken, sinds een week waarnemend hoofdofficier van Midden-Nederland. ‘Districtschef Liesbeth belde: ten minste één dode en meerdere gewonden. Dan bel je meteen de burgemeester.’

Van Bree: ‘Vlak na de eerste melding kreeg ik het hoofd van de meldkamer aan de lijn: ‘Rob; drie reanimaties, er is mogelijk op meer plekken geschoten, een dader is gevlucht.’ Het gerucht circuleerde dat iemand op Facebook een livestream had aangekondigd, net zoals in Nieuw-Zeeland. Alles bij elkaar was dat voldoende om te zeggen: we gaan handelen zoals bij een terroristische actie. Ik belde de korpsleiding in Den Haag. Daar werd besloten direct landelijk op te schalen.’

Jeuken: ‘Je schrikt: oei, een dode, dit is serieus. Je belt meteen met het Parket-Generaal zodat de OM-top de minister kan informeren.’

Van Bree: ‘Ik belde de meldkamer met de mededeling: we gaan nu uit van scenario man-hunt. Maar het mooie was: de raderen bleken al te draaien, iedereen hield er al rekening mee. We hebben dit vaak geoefend. Vanuit onze meldkamer ging er vervolgens een signaal naar de Landelijke Eenheid in Driebergen. Daar werd op de rode knop gedrukt. Letterlijk. Bij heel veel mensen gaat dan een alarm af, onder wie leden van de Dienst Speciale Interventies, die dan weten: oké, nu stap ik in de auto, waar ik ook ben: gáán.’

Jeuken: ‘Alle agenten trekken dan kogelwerende vesten aan.’

Van Bree: ‘Ook de opsporing schaalt meteen op. Zij gaat kijken: hoe kunnen we rechercheren naar die verdachte. De ME staat klaar, op straat worden extra agenten ingezet. Van alle kanten komt personeel ingevlogen. Hoofddoel: voorkomen van erger.’

Jeuken: ‘Binnen drie minuten stonden we buiten, en waren we met twee auto’s vol medewerkers onderweg naar de ‘kelder’ van het politiebureau aan de Briljantlaan, waar ook Rob en de burgemeester naartoe kwamen. Klaar om een onderzoek te draaien.’

Van Bree: ‘Dit politiebureau heeft een ruimte onder de grond, eentje met stalen deuren zoals je ook wel ziet in een onderzeeër. Er zitten meerdere ruimten in, iedereen heeft er een vaste plek en je kunt er een hele operatie aansturen. Het is een bunker. We noemen het ‘de kelder’.’

Jeuken: ‘De adrenaline giert door je lijf.’

De eerste uren: beslissen in chaos

Van Bree: ‘De eerste uren is er chaos. Bij de meldkamer komen honderden meldingen binnen. Je zoekt uit wat waar is, en wat niet. Een dilemma: je reageert soms op informatie die niet klopt, maar je wilt elk risico uitsluiten.’

Jeuken: ‘Je probeert koortsachtig het beeld helder te krijgen: wat is er precies aan de hand? In de kelder was de eerste analyse: meerdere gewonden, meerdere doden, meerdere – dachten we toen nog – daders, op meerdere plekken zou zijn geschoten, veel hulpdiensten, grote paniek. We keken elkaar aan en besloten om het advies uit te brengen: mensen, blijf binnen. De stad ging plat.’

Van Bree: ‘We schaalden op naar crisisniveau 3. Op dat niveau zit je er niet alleen meer als driehoek, maar komen de brandweer- en ambulancediensten er ook bij, en wordt de burgemeester de bevelhebber.’

Jeuken: ‘Bij niveau 3 gaan we met z’n allen naar de kazerne aan de Belcampostraat, de bovenste verdieping is helemaal ingericht als crisisruimte voor een operatie met meerdere hulpdiensten. Daar zijn we tot woensdagavond gebleven, met uitzondering van de nachten. Op het parket werd ook meteen een B-ploeg samengesteld. Ik zat in de A-ploeg, wij begonnen met de crisis en hadden dienst tot middernacht. Tegen de B-ploeg werd gezegd: ga naar huis, ga uitrusten, vannacht zijn jullie aan de beurt. Als je niet met ploegen werkt, zo hebben we uit eerdere crises geleerd, val je om.’

Het politiebureau aan de Briljantlaan heeft een ruimte onder de grond die bij calamiteiten als coördinatiepost wordt gebruikt. Beeld Linelle Deunk

Van Bree: ‘Inmiddels was een enorm rechercheteam ingeschakeld, met drie Teams Grootschalig Optreden. Eentje voor de klopjacht, een voor de slachtoffers – voor informatie en contact met familie –, en een voor de plaats delict.’

Jeuken: ‘We zaten ook met het ­dilemma: hoe gaat het OM door met het ‘normale’ werk. Het gerechtsgebouw is aan de overkant van het plein. Maar als de officieren niet meer naar buiten mogen, zouden daar alle rechtszaken gecanceld moeten worden. Je wilt niet dat verdachten vrij­komen door een schietpartij in de stad, dus we regelden dat auto’s met officieren en secretarissen de personeelsingang van de rechtbank konden binnenrijden.’

Van Bree: ‘De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, Pieter-Jaap Aalbersberg, kondigde dreigingsniveau 5 aan voor de provincie Utrecht.’

Jeuken: ‘Mijn vriendin appte: ‘Ik kan je niet bereiken.’ Ik appte terug: Aanslag, druk.’

Van Bree: ‘Mijn zus woont in Utrecht. Geen seconde bij stilgestaan. Pas aan het eind van de middag zag ik in onze familie-app een berichtje van mijn vrouw aan mijn zus: alles goed met jou?’

Jeuken: ‘Als dit soort dingen gebeurt, staan alle neuzen in de organisatie dezelfde kant op. Niemand moppert meer over de koffie, iedereen stapt over z’n eigen ego. Zo’n aanslag bindt. Het is gigantisch wat we die dag allemaal hebben ingezet aan technische middelen. Afluisteren, ­telefoons tappen, observeren, het leegtrekken van de camera’s in de tram – de hele rimram.’

Van Bree: ‘Er waren mensen ziek thuis, maar die komen toch. Je voelt een enorme betrokkenheid en je gaat door-door-door.’

De jacht op de verdachte: het net sluit zich

Jeuken: ‘Kort na de middag kregen we de beelden van de schutter. De technische recherche trekt die beelden door alle systemen en ineens: verrek, dat is ’m. Ik overlegde met het Parket-Generaal over het vrijgeven van zijn identiteit met foto ten gunste van de opsporing. Dat is een nogal ingrijpende maatregel en die beslissing ligt bij mij. Dan belt je rechercheofficier en zegt: Rutger, we weten het ­zeker: dit is de verdachte. Geef jij toestemming? Ik zei: d’r uit. Meteen.’

Van Bree: ‘Meerdere collega’s kenden de schutter. Dan draait de opsporingsmachine op volle toeren: wat weten we van hem? Met wie staat hij in contact? Op welke adressen komt hij?’

Jeuken: ‘De politie stormde op veertien plekken naar binnen en heeft acht huizen helemaal op z’n kop gezet. Je wilt die vent pakken voordat hij meer schade aanricht. Ondertussen houdt Nicolette, de directeur ­Publieke Gezondheid, het crisisteam in de Belcampo-kazerne op de hoogte van de slachtoffers. Je hoort hun gezondheidssituatie, leeftijden, familieomstandigheden. Dat komt hard binnen. Wij staan daar gelukkig niet dicht op, anders kun je geen verstandige beslissingen nemen. Maar voor onze mensen, die samen met de recherche die trambeelden analyseren, hebben we meteen een nazorgtraject in gang gezet.’

Van Bree: ‘Je hebt zelf kinderen, ­familie, je denkt aan wat dit betekent voor gezinnen, voor nabestaanden. Verschrikkelijk. Uit het niets, zonder enige relatie met de dader, zonder enige betekenis ben je weg. Ik heb een makkelijk baantje, zeg ik altijd. Maar als je bij die tram staat, wordt het pittig.’

Jeuken: ‘Aanvankelijk was ik bang dat er een gewelddadige groepering rondtrok. Maar zodra de recherche vaststelde dat er niet op meerdere plekken was geschoten, hebben we samen met de burgemeester het advies om binnen te blijven ingetrokken. Een woordvoerder van de gemeente trok ons uit een vergadering om een filmpje met die boodschap te maken.’

Van Bree: ‘Dat vonden we een hartstikke goed idee. We zaten zelf immers ook vast vanwege de lock-down en konden geen persconferentie geven.’

Jeuken: ‘Dus je kijkt in het mobieltje van de woordvoerder, de burgemeester spreekt zijn tekst uit en wij staan achter hem. Achteraf kijk je terug en weet je: een heleboel communicatiebureaus gaan zeggen: dit ziet er niet uit.’

Van Bree: ‘Achteraf hebben we erom gelachen, maar op dat moment: het zal me een zorg zijn. We willen die vent pakken en Utrecht weer veilig maken. Huppakee. Hoe het eruitziet, interesseert me echt geen zier.’

Jeuken: ‘Je staat daar als driehoek. Dat is belangrijk. We doen het samen.’

Van Bree: ‘Mijn gevoel was: we gaan hem pakken. Je weet: het net is zich aan het sluiten.’

Jeuken: ‘Om zes uur moesten wij als driehoek een persconferentie geven. Er was niet eens tijd om je stropdas bij wijze van spreken recht te trekken.’

Van Bree: ‘We stemden heel kort af: wie zegt wat.’

Jeuken: ‘Dan kom je in een zaaltje, je gaat zitten achter een tafel en je kijkt tegen een haag van journalisten, cameramensen en fotografen. Onafgebroken hoor je het geklik van hun toestellen.’

Van Bree: ‘Tijdens de persconferentie komt onze districtschef door de meute ineens mijn kant op. Ze gaf me een briefje. Ik ken haar goed, ik zag het al in haar blik.’

Jeuken: ‘Yes!’

Van Bree: ‘Er stonden drie woorden op. Drie heel mooie woorden: ‘Hij is aangehouden.’’

Jeuken: ‘Daar heb je niks aan toe te voegen. Iemand zei: jongens, er staat eten voor jullie op de eerste verdieping. Dan realiseer je je pas hoe hongerig en moe je bent. De brandweer had chinees gehaald. Man, wat was dat lekker.’

Van Bree: ‘Ik had alleen om vier uur de banaan van onze districtschef opgegeten. Toen viel ik echt van m’n graat.’

Jeuken: ‘Tijdens het eten is er even een moment van reflectie. Ik zei tegen Rob: ik trek het wel aan, hè? Vlak nadat ik hier was gekomen als plaatsvervangend hoofdofficier was de hoofdofficier op vakantie en moest ik op een persconferentie zeggen dat Anne Faber was gevonden. Steeds als ik er toevallig alleen voorstond, gebeurde er iets heftigs. En nu ben ik een week de waarnemend hoofdofficier en is er een aanslag.’

Van Bree: ‘Ik grapte: als het misgaat, geven we jou gewoon de schuld.’

Jeuken: ‘Dat kunnen we van elkaar hebben.’

Van Bree: ‘We weten elkaar feilloos te vinden.’

Jeuken: ‘We werken nu zeven maanden, zeven dagen per week samen. We hebben onderling weleens stevige discussies over waar we capaciteit op zetten of hoe we slachtoffers bedienen of wat-dan-ook. Dat gaat soms hard, maar altijd met humor. Terwijl iedereen om ons heen denkt ‘oei’, vonden wij het een heel goed gesprek.’

Van Bree: ‘De driehoek werd uitgenodigd in het programma Jinek. De burgemeester zei tijdens het eten: ik wil naar mijn stad, naar mijn burgers, maar ik wil graag dat iemand in dat programma gaat zitten. Toen ben ik gegaan. Onderweg belde ik een aantal van onze mensen die in en rond de tram hulp hadden verleend. Dan hoor je de ongefilterde verhalen, over het reanimeren terwijl de dader nog vrij rondloopt en je niet weet of je wel veilig bent. En dat je ook nog moet constateren: het lukt niet meer.’

Impact op privéleven: de stilte van de nacht

Jeuken: ‘Je komt heel laat thuis en dan kun je niet slapen. ’s Nachts komt de tragiek binnen. Bizar hoe het leven ineens kan eindigen. Zo zinloos, zo oneerlijk. Dat heb ik in meer straf­zaken. Je bent erop getraind en je gaat ervoor, maar toch komen steeds weer die momenten dat je denkt: waarom moest dat nou? Waarom doet iemand zoiets? Het dient geen enkel doel.’

Van Bree: ‘Half zes ’s ochtends ben ik een uur in m’n eentje gaan wandelen. Om mijn hoofd leeg te maken, tot rust te komen. Even reflecteren. Opladen voor de dinsdag, waarin je in volle vaart weer verder moet. Toen ik thuiskwam, was mijn zoon al op. Ik vroeg hem of in zijn klas over de aanslag was gesproken. Ja, zei hij. Hij had ook speciaal naar het Jeugdjournaal gekeken. Mijn dochter is nog te jong, die was heel vrolijk en heeft er gelukkig weinig van meegekregen.’

Jeuken: ‘Ik zat al vroeg weer op het parket, samen met het hoofd Beleid en Strategie en mijn rechercheofficier. Samen zorg je dat alle medewerkers de systemen leeghalen zodat de minister alle relevante informatie krijgt. Vervolgens ga je weer naar de kazerne – kijk of er schade is, en voor wie. Je probeert een beeld te krijgen van de stad: is er onrust in bepaalde wijken? Maken mensen zich zorgen? Waar moeten we extra aandacht aan besteden? En het nazorgtraject treedt in werking. In al die nazorg zit ook de stille tocht die gaat komen.’

Van Bree: ‘We vroegen een Limburgs ME-peloton of ze het 24 Oktoberplein veilig wilden houden. Daar werden de hele dag bloemen gelegd. Een bouwvakker kwam met bloemen naar het politiebureau om te bedanken dat we heel snel de hulpverlening van hem hadden overgenomen. FC Utrecht-supporters verbroederden er met moslims die hun medeleven kwamen betuigen – ontroerend. Ik hoorde later dat de commandant van dat Limburgs ME-peloton het de mooiste dienst van z’n leven had genoemd.’

Jeuken: ‘Wij moesten volop processen-verbaal schrijven voor alle opsporingsbeslissingen die we ’s maandags hadden genomen. Daar zijn we dagen mee bezig geweest.’

Van Bree: ‘Ik schat in dat we dit incident nog een half jaar met zo’n vijftig man zullen onderzoeken.’

Jeuken: ‘Je wilt niet in een tunnel­visie belanden. We gaan uit van een terroristisch oogmerk, en we doen onderzoek naar het achterliggende motief.’

Van Bree: ‘Bij ons was de zorg: hoe voorkom je dat collega’s niet driedubbel belast worden in zo’n week. Je wilt niet dat iemand die bij de tram heeft gestaan, ook de stille tocht moet bewaken en vervolgens een demonstratie van de Nederlandse Volksunie voor z’n kiezen krijgt.’

Jeuken: ‘Mijn grootste worsteling was het creëren van rust en het tegemoetkomen aan de enorme informatiebehoefte die maatschappelijk leeft, maar tegelijkertijd oppassen dat je niet te veel prijsgeeft omdat hij een eerlijk proces moet krijgen – je wilt niet meewerken aan een trial by ­media. Dat is enorm balanceren.’

Van Bree: ‘Wij liepen in de tocht mee met zo’n dertig, veertig man. Op veel plekken werd voor ons geapplaudisseerd. Je moet je voorstellen: als politie moet je vaak optreden in situaties waar niet iedereen blij met ons is, dat is nou eenmaal onze taak. Dus dit was hartverwarmend.’

Jeuken: ‘zestienduizend mensen liepen mee. Je voelt die saamhorigheid, het respect. Dat is een ongelooflijk, intens gevoel.’

Van Bree: ‘Je hebt in één week dat vreselijke incident, en dat gezamenlijke, massale verzet daartegen. Ik ben optimistisch van aard, ik geloof dat wat ons bindt altijd overwint van hetgeen ons verdeelt. Met die overtuiging leef ik, en dat werd bevestigd. We laten ons als samenleving niet klein maken. Door niemand.’

De verdachte

De 37-jarige Gökmen T. heeft toegegeven dat hij op 18 maart het vuur heeft geopend in een tram bij het 24 Oktoberplein in Utrecht. Daarbij kwamen drie personen om het leven. Een vierde slachtoffer overleed vorige week aan zijn verwondingen. T. werd na een klopjacht aangehouden in een appartement aan de Oudenoord. 

90 dagen 

met die termijn is het voorarrest verlengd van Gökmen T., de verdachte van de aanslag in Utrecht. Binnen die 90 dagen moet er een zitting bij de rechter zijn geweest. 

Bloemenzee 

Komende dinsdag wordt de bloemenzee op het 24 Oktoberplein in Utrecht weggehaald. Van de bloemen wordt compost gemaakt en op de herdenkingsplek komen planten met rode en witte bloemen, de kleuren van Utrecht. Tegelijkertijd sluit de gemeente de condoleanceregisters. Nabestaanden krijgen een bundeling van deze registers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.