Zittenblijven voor de wetenschap

Heel wat universitaire medewerkers blijven na hun pensioen gewoon zitten. Uit intellectuele passie. En de vakgroep kan soms niet zonder....

Door Maarten Evenblij

Niet alle wetenschappelijk onderzoekers stoppen als ze depensioengerechtigde leeftijd bereiken. Heel wat blijven actief. Vaak op eenlager pitje en dikwijls niet in het directe actieve onderzoek, maar alsadviseur of redacteur van een tijdschrift. Sommigen gaan iets uitzoekenwaar ze nooit aan toe gekomen zijn, schrijven een boek of storten zich ineen hobby.

Maar er zijn er ook die gewoon blijven doorwerken als gastmedewerker.De universiteit geeft ze een e-mailadres, een telefoon, dikwijls een bureauen zorgt voor verzekering tegen ongevallen en aansprakelijkheid en somsonderzoeksgeld. Hoogleraren kunnen nog tot vijf jaar na hun emeritaatpromotor zijn. Een enkele hoogleraar krijgt zelfs doorbetaald.

Hoeveel onderzoekers na hun 65ste doorwerken, is onduidelijk. Debrancheorganisatie VSNU, die de statistieken van de universiteitenbijhoudt, weet het niet. In 2004 viel 0,2 procent van het aantalpersoneelsleden in de categorie 65 jaar en ouder - in totaal 73 full timeeenheden. Om welk personeel en hoeveel personen dat gaat is onduidelijk,want de gastmedewerkers krijgen zelden betaald.

Er zijn faculteiten en vakgroepen waar slechts een enkele doorwerkendeprofessor of doctor getolereerd wordt, vanwege diens passie en verdienstenin het verleden. Er zijn echter ook vakgroepen en onderzoeksinstellingendie voor een belangrijk deel draaien op de wetenschappelijke inspanningenvan gepensioneerde medewerkers en vrijwilligers.

Zo heeft de Utrechtse tak van het Rijksherbarium van de UniversiteitUtrecht meer gepensioneerden dan betaalde wetenschappers. 'Meer dan dehelft van onze wetenschappelijke publicaties is van onbetaaldegastmedewerkers, vaak gepensioneerden', zegt directeur dr. Hans ter Steege.Hij telt bijna vijftien gepensioneerden die in het herbarium werken, tegen twee betaalde wetenschappers.

'De gepensioneerden willen heel graag doorwerken en de taxonomie is eenverdwijnend vakgebied. Biodiversiteit heet belangrijk, maar voor deinkaartbrengers daarvan, de taxonomen, is geen geld. Het is misschien eenstoffig vak, maar wel heel belangrijk.'

Gratis taxonomie

Om de expertise niet verloren te laten gaan, biedt het herbariumgepensioneerden de mogelijkheid om gratis door te werken. Ter Steege: 'Hetkost ontzettend veel tijd om een taxonomisch expert te worden. Vaak ben jedaarin de enige. En als je het dan niet af hebt als je met pensioen gaat. . . Voor een aantal is het echt hun leven. Wij zijn blij dat we eengastmedewerkersplaats kunnen bieden. Maar ook dat loopt af, taxonomensterven uit. Er zijn bijna geen studenten en de vrijwilligers komen opleeftijd.'

Interim-directeur René Kwant van het departement biologie van deUniversiteit Utrecht helpt graag bij een gastmedewerkerschap. 'Het is welallemaal maatwerk met een contract van maximaal een jaar dat kan wordenverlengd. Het moet geen wildgroei worden en wel passen bij de uitgezetteonderzoekslijnen. Een verzoek wordt soms afgewezen wegens te veelhobbyisme.'

Vooral bij de arbeidsintensieve beschrijvende vakken zijn vrijwilligers.Laboratoriumwerk aan genetica en eiwitten wordt door betaald personeelgedaan. Kwant: 'Er blijft weleens iemand om een boek te kunnen schrijven,medewerkers te begeleiden of te coachen. Ook daar werken wij als instellinggraag aan mee. Het gaat daarbij altijd om additioneel werk dat volstrektlos staat van bezuinigingen. Wij stimuleren alles wat kan bijdragen aankennisverwerving, maar selectie is wel nodig. Wij zijn immersverantwoordelijk voor maatschappelijke investeringen. Gastmedewerkerskunnen de universiteit ook iets opleveren aan wetenschappelijke kennis ofranking.'

Bij de vakgroep eiwitbiochemie van de Radboud Universiteit Nijmegenkunnen ze daarover meepraten. Twee elkaar opvolgende hoogleraren - de een83 jaar, de ander 68 - werken nog steeds bij de vakgroep. De eerste alachttien jaar. 'Tien, vijftien jaar lang heeft hij volledig meegedraaid,met eigen medewerkers en eigen subsidies', zegt afdelingshoofd prof. dr.Wilfried de Jong over Hans Bloemendal, de oudste van de twee. 'Hij had eenenorme expertise. Als Bloemendal was weggegaan, zou een flink stuk zijnverdwenen.'

Veel reviews

Het was geen kwestie van de hand over het hart strijken of van naderendebezuinigingen, benadrukt De Jong. 'Sommige onderzoekers, zoals ook PietBorst, staan nog lang volledig in de wetenschap en kunnen een hele groepdraaiend houden. Bloemdal bracht subsidies in en hij publiceert nog steeds.Veel reviews. Dat komt ook de groep ten goede. Zijn citaties - vooral diemet buitenlandse onderzoekers - tellen mee voor de scores van ons lab.'

De Groningse universiteit kent ook de mogelijkheid pensioengerechtigdendoor te betalen. 'Als de instelling daar iets aan heeft, geeft het Collegevan Bestuur daar toestemming voor. Meestal zijn het hoogleraren. Ik schatdat het er nu zo'n twintig zijn', zegt drs. Henk van der Meulen, hoofdpersoneel en organisatie van de Rijksuniversiteit Groningen. 'Daarnaasthebben oud-hoogleraren een soort gewoonterecht. Ze behouden faciliteiten,een werkplek, secretariële ondersteuning en rekenfaciliteiten. Het gebruikdaarvan neemt echter snel af na de pensionering.'

Van der Meulen merkt dat naast hoogleraren ook gepensioneerden in anderefuncties graag zo'n gewoonterecht willen. 'Het college heeft dat een beetjeafgehouden. Wel krijgt men een bibliotheekkaart en e-mailvoorzieningen.Maar het recht te mogen blijven op werk- en labruimten, kan ertoe leidendat mensen letterlijk en figuurlijk in de weg gaan lopen. Daar zijn we zeerterughoudend in.'

Vooral de vakgroepen met veel 'kleine' specialisaties maken graaggebruik van de expertise van pensionado's. Daar waar collecties ontsloten,beschreven en bestudeerd moeten worden, zoals herbaria, zoölogische engeologische musea, botanische tuinen. Ook waar men zich richt op deetnografie en linguïstiek van specifieke bevolkingsgroepen.

'Wij zijn trots op de grote hoeveelheid talen waarover wij de kennis inhuis hebben', zegt prof. dr. Vincent van Heuven, een van de directeuren vanhet Leiden Universiteit Centrum voor Linguïstiek. 'Maar niet iedereen diemet pensioen gaat, kan worden vervangen. Als iemand nog een jaar of tienwil doorgaan, bieden we die graag een flexplek.' Zeker met de beschrijvingvan 'kleine talen' is haast geboden want elke week verdwijnt er naarschatting één.

De 21 onderzoekers van het Leidse natuurmuseum en onderzoeksinstituutNaturalis begeleiden elk drie gastmedewerkers. Gastonderzoekers engasttechnici zijn oud-werknemers. 'Gastmedewerkers zijn enorm belangrijkvoor ons', zegt tijdelijk sectorhoofd onderzoek prof. dr. Leo Kriegsman.'Het ontsluiten van de collectie zou anders honderd jaar duren. Bovendienhebben ze expertise die wij niet in huis hebben. Iemand die fossieleschelpen kan determineren, kan dat niet met fossiele vissen.'

Kriegsman constateert dat de betaalde expertise aan het verdwijnen is.Overigens ook die bij vrijwilligers. 'We maken ook veel gebruik vanvrijetijds-biologen, archeologen en paleontologen. Die groep veroudertook.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden