Zit er systeem in de meningenmoord?

Ruim twee jaar na de moord op Pim Fortuyn, door Theo van Gogh de 'Goddelijke Kale' genoemd, lag dinsdag Van Gogh zelf onder een laken op het asfalt....

Nee, ik was geen vriend van Theo van Gogh. Slechts kort, eind jaren tachtig, begin negentig, gingen we vriendschappelijk met elkaar om. Hij gaf me zijn boeken cadeau, met daarin steevast een opdracht 'met een plechtige knipoog', zoals, toen ik in between jobs was: 'en dat-ie maar gauw weer een baasje mag vinden'. Daarna keerde hij zich tegen me, 'de vegetarische weerwolf', om redenen waarnaar ik moest gissen.

Waarschijnlijk had zijn vijandschap (want met minder nam hij geen genoegen) er mee te maken dat ik als hoofdredacteur van Elsevier zijn geniale boezemvriend Michel Korzec (nu, in zijn eigen woorden, 'een oude Poolse jood') niet toestond om in de kolommen van dat weekblad de vete verder uit te vechten tussen columnist Hugo Brandt Corstius en de als 'de eeuwige antisemiet' (dixit HBC) gebrandmerkte Van Gogh.

Op 'baasjes' had Van Gogh het niet, die konden niet deugen. Dat ik hoofdredacteur was en banden onderhield met andere hoofdredacteuren maakte me al helemaal verdacht. Dat waren zijn natuurlijke vijanden, lieden die het niet konden laten het vrije woord te breidelen. Als om te bewijzen hoe labbekakkerig deze hoeders van het vrije woord wel niet waren, scheidde hij zulke venijnige stukjes af dat ze wel tot aanvaringen met hoofdredacteuren moesten leiden – en steeds weer tot zijn onafwendbare vertrek. Wetende wat hem en mij te wachten stond, heb ik hem nooit een column aangeboden. Het 'anarchistische' internet bevrijdde hem uit deze vicieuze cirkel en kroonde hem tot alleenheerser over zijn vervaarlijke woorden. Misschien dat dankzij die uitweg zijn laatste stek als columnist, bij Metro, wel duurzaam was.

Terwijl ik dit schrijf, ligt Theo's enorme lijf voor oud vuil onder een wit laken in de Linnaeusstraat. Het is een sinistere herhaling van de 'Goddelijke Kale', Van Goghs koosnaampje voor Fortuyn, in het Mediapark in Hilversum, tweeënhalf jaar geleden. Toen de Goddelijke Kale, nu de Goddelijke Dikke.

Fortuyn haalde ik wél als columnist naar Elsevier. Vaak is me, verwijtend, de vraag gesteld: waarom? Het antwoord is dat ik, op zoek naar een politiek columnist en al op Fortuyn geattendeerd, hem eind '93 met Theo van Gogh verwikkeld zag in Een prettig gesprek, Van Goghs tv-programma. Fortuyn, met vaste hand door Van Gogh gemend, was levendig, gevat, welbespraakt, geïnformeerd, persoonlijk, jennerig, serieus. Inderdaad een prettig én goed gesprek, ondanks het feit dat Fortuyn zijn idiote ambitie om uit het niets premier te worden ook toen al ventileerde. Een kniesoor die daarop lette.

Van Gogh en Fortuyn werden vrienden. Zij deelden hun afkeer van allerlei benarde autoriteiten en autoriteitjes, in het bijzonder hoofdredacteuren. Zij verfoeiden gedempt, angstvallig, afwezig debat en vreesden de islam, radicaal of niet. Die 'achterlijke' cultuur – waarvoor Van Gogh nog veel driftiger woorden in huis had dan Fortuyn –, was hun overtuiging, zou de zwaar bevochten vrijheid van meningsuiting en andere vrijheidsrechten, zoals het recht op een eigen seksuele identiteit, gaandeweg aan banden leggen. Zij ontwaarden al midden jaren negentig de slagschaduw van een soort 'islamofascisme' dat het Westen ernstig bedreigde, intern en extern, en bepleitten een onverzoenlijke weerbaarheid tegen deze krachten van de duisternis. Geef niet, nooit toe aan hun eis tot intolerantie en het recht op afwijking in eigen kring van de westerse rechtsstatelijkheid.

Zelf heb ik nooit veel geloof gehecht aan dit apocalyptische wereldbeeld. Zelfs heb ik Fortuyn op dit punt ook nog echt gecensureerd door columns te weigeren – een feit dat hij dan weer vrolijk via Van Goghs gastvrije website naar buiten bracht. Van Gogh voorspelde de dood door moordenaarshand van Fortuyn en gispte – terecht – het bagatelliseren van die moord door het meest sectarische deel van de 'linkse kerk', dat treurnis over zo'n paljas maar onzin vond. Het Hadjememaarkarakter van die schertsfiguur en het akelige klootjesvolk dat met hem was weggelopen, legitimeerden als het ware de moord, maakten die althans niet echt ernstig.

Maar nu – wordt, wat met enige goede wil in het geval van Fortuyn nog als, al dan niet betreurenswaardig, 'incident' kon worden afgedaan, systeem? Is er 'method in our madness'? Het is moeilijk hierop een antwoord te geven zolang de motieven van de dader niet bekend zijn. Maar het lijkt onwaarschijnlijk dat deze 26-jarige Marokkaanse Nederlander Van Gogh heeft gedood omdat hij hem, om maar iets te noemen, een slechte filmer vond. Het lijdt nauwelijks twijfel dat hij Van Gogh om diens opvattingen heeft gedood, zoals Van der G. Fortuyn om diens opvattingen doodde.

Dat het om een meningenmoord gaat, lijkt daarom welhaast vast te staan. Bij alle verschillen tussen de daders, is dit gemeenschappelijk aan de daad: intolerantie voor meningsvrijheid, iemand ontzeggen zijn mening te uiten, hoezeer die velen misschien ook tegen de borst stuit en in strijd is met de welvoeglijkheid. Maar het wezen van meningsvrijheid is juist dat zij ook voor onwelgevallige opvattingen geldt. Ondanks Fortuyn is dit besef onvoldoende krachtig aanwezig geweest. Te vaak zijn ook in de post-Fortuynjaren meningen niet inhoudelijk bestreden, maar gingen zij in de ban en was het goed gebruik om te stellen dat iets dat niet gezegd had mogen worden, 'miszegd' was.

De persconferentie van de 'driehoek' op televisie had de beeld-en geluidskwaliteit van een Nederlandse low-budgetfilm. De autoriteiten blonken uit in een idiote onmededeelzaamheid. Waarom kon niet meteen gezegd worden wat er op dat briefje stond? Nog altijd de deftigheid in het gedrang. Theo zou hebben gegnuifd van minachting.

Nederland was een ontspannen samenleving. Het is zeer de vraag of dat zo blijft. Onze vrijheid en gematigdheid zullen zich moeten wapenen – opdat ook 'extreme' meningen geventileerd kunnen worden. Dat vergt goede inlichtingendiensten, actieve opsporing en het vergemakkelijken van de bewijslast. Ook kunnen we een voorbeeld nemen aan de Verenigde Staten, waar de multiculturele samenleving bestaat bij de gratie van een vrijwel absolute vrijheid van meningsuiting. Die idee moet leidraad worden voor burgers, oud en nieuw, en autoriteiten. Onze vrijheid zal gewapend zijn, of niet zijn. Alles van waarde is weerbaar.

H.J. Schoo is columnist van de Volkskrant en oud-hoofdredacteur van Elsevier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.