ReportageLibanon

Zit er in de ambulance nu opeens een Hezbollah-strijder?

Hezbollah showt tijdens een persuitstapje in Tyrus, midden april, de ambulances die de militie zegt in te zetten voor de hulp aan covid-19-patiënten in Libanon. Beeld Nabil Mounzer / EPA

In Libanon grijpt de sjiitische Hezbollah-militie de coronacrisis aan om het blazoen – ook internationaal – eens flink op te poetsen. De Volkskrant ging kijken en stuitte op een geoliede coronapropagandamachine. Maar wat is waar?

Ook voor Hezbollah-strijders zijn het vreemde tijden. De man die zich voorstelt als ‘vader van kleine Nasrallah’, guitige lachrimpeltje achter een doorzichtig masker, stond nog niet zo lang geleden naar eigen zeggen aan het front in Syrië, aan de kant van president Assad. En nu staat hij hier. Aan de frontlijn met covid-19. Naast een ambulance in de Libanese havenstad Tyrus.

Zijn verhaal ratelt hij af in redelijk Duits. Hij woonde zes jaar als asielzoeker in Bocholt (‘op zes kilometer van de Nederlandse grens’). Terug naar Libanon, want het islamitische verzet lonkte. Hezbollah dus. Drie zonen, allemaal bij Hezbollah. Twee zijn omgekomen in het Syrische grensgebied. Hij was daar zelf gestationeerd voordat de coronacrisis begon.

En deze militiestrijder, een terrorist volgens de definitie van de Nederlandse overheid, rijdt nu op een ambulance. Om mogelijke coronapatiënten te vervoeren.

Net als je een van de vele vragen wilt stellen die dit relaas oproept, springt een Hezbollah-woordvoerder tussenbeide. Vader van Kleine Nasrallah moet zijn mond houden. Snel, instappen in ambulance 113, in optocht van de parkeerplaats af, sirenes en zwaailichten aan, om voor de camera’s te laten zien dat Hezbollah klaar is voor de strijd tegen corona.

Corona als godsgeschenk

Voor de sjiitische strijdersgroep komt corona als geroepen. Hezbollah is op zoek naar een nieuw verhaal. De bekendste en een van de oudste pro-Iraanse gewapende organisatie in het Midden-Oosten, met in Libanon een invloedrijke politieke tak, wordt geplaagd door problemen in binnen- en buitenland.

De laatste voltreffer: vorige week verklaarde Duitsland Hezbollah tot terroristische organisatie. Nederland deed dat overigens jaren geleden al, maar een Duits verbod hakt erin. De organisatie heeft in Duitsland een groot diaspora-netwerk en zou daar meerdere goededoelenorganisaties runnen die worden gebruikt om geld op te halen.

Hassan Nasrallah, de secretaris-generaal van Hezbollah, vreest dat andere Europese landen binnenkort ook een verbod zullen afkondigen. Ondertussen stapelen Amerikaanse finan­ciële sancties zich op. Collecte lopen onder rijke Libanese emigranten wordt daarmee een stuk lastiger.

Dan zijn er nog de scheuren in het thuisfront. Tijdens massale demonstraties afgelopen najaar maakte de Libanese bevolking duidelijk dat de organisatie wordt gerekend tot het establishment van corrupte graaiers die het land uithollen. Een tegenvaller voor een groepering die vanwege het gewapende verzet tegen buurland Israël – voor Libanon de aartsvijand – altijd bij veel Libanezen op steun kon rekenen, ook buiten hun directe sjiitische achterban.

Even dreigde covid-19 een nieuwe catastrofe te worden. Hezbollah kwam in maart onder vuur te liggen omdat hun strijders, die worden getraind in corona-hotspot Iran, het virus zouden importeren naar Libanon. Kortom: tijd voor een nieuw geluid. Dus gaat Hezbollah nu voorop in ‘de oorlog tegen corona.’

Gele vlaggen

Het Hezbollah-mediakantoor – dit kantoor werd vorig jaar zelf wereldnieuws na een Israëlische drone-aanval – organiseerde de afgelopen weken drie persuitstapjes om het ‘crisismanagementplan’ in de strijd tegen het virus te demonstreren, in Zuid-Beiroet, Baalbek en Tyrus, traditionele Hezbollah-machtsbases. Dat is veel, voor een organisatie die voor buitenlandse journalisten meestal potdicht zit.

De persexcursies zijn propaganda in de beste Arabische traditie. Hoogtepunt is de ambulanceshow, de bestuurders soms met woestijnkistjes onder hun witte overalls, alsof ze zo zijn weggerend van het omstreden Syrische front om coronapatiënten te redden. Bruggetjes tussen covid-19 en ‘de zionistische vijand’, alias Israël, worden niet geschuwd.

Maar soms ontstaan scheurtjes in de choreografie. Zo is daar de hygiënetraining in een kantoor van de gemeente Baalbek. Tegen een decor van gele Hezbollah-vlaggen legt een trainer in een olijfgroen pak uit: ‘Je moet je handen wassen, met speciale krachtige zeep, en ze drogen met een tissue.’ Wie na afloop op de parkeerplaats wacht, ziet hoe de gele vlaggen langs de trap van het gemeentekantoor weer naar buiten worden gedragen.

Zeker: Hezbollah en de Libanese staat zijn soms ongemakkelijk met elkaar verweven. Vooral in Baalbek. De stad vlak bij de Syrische grens gold in de jaren tachtig zo’n beetje als kraamkamer van Hezbollah. Baalbek is bovendien de geboorteplaats van de Libanese minister van Volksgezondheid Hamad al Hasan, die Hezbollah vertegenwoordigt. Maar het is niet zo dat gemeentekantoren hier standaard gedrapeerd gaan in gele vlaggen.

Overheidsziekenhuis

Dit verhaal vertelt Hezbollah over zichzelf: de organisatie , die ook in normale tijden ziekenhuizen runt en voedsel uitdeelt aan de armen onder hun achterban, wil in de strijd tegen corona een ‘extra helpende hand’ zijn voor de Libanese overheid.

Met dat verhaal worden we het Overheidsziekenhuis in Baalbek in geleid. Het Overheidsziekenhuis is, zo moeten we begrijpen, met 105 bedden en testapparatuur klaar voor de strijd tegen corona. Maar wat heeft Hezbollah daarmee van doen? Niets, zo blijkt, ook al organiseert de groep hier een rondleiding. ‘Alles komt van het ministerie van Volksgezondheid’, erkent de plaatselijke Hezbollah-coördinator Said Taleb desgevraagd.

Baalbek beschikt over een gemeentelijke burgerwacht, waaronder in Libanon ambulances vallen. Waarom toont Hezbollah hier dan een wagenpark van tientallen eigen ambulances? Mohammed Ahmed, de lokale ‘perssecretaris’, jong, studentikoos, brilletje, begint te schateren, en geeft een antwoord waarin de tragiek van de situatie ligt besloten. ‘Dit is Libanon.’

Weinig besmettingen

De politiek in Libanon is diep verzuild. Elke religieuze stroming, niet alleen het sjiitische Hezbollah, maar ook christelijke en soennitische organisaties, eisen macht op ten koste van de overheid, die in Libanon zwak is. Maar andere groeperingen hebben geen burgerwacht. ‘Het is alleen de staat en wij, als de twee grote spelers in de ­samenleving,’ zegt Mohammed. ‘We houden contact met elkaar. Als de ene het druk heeft, kan de andere bijspringen.’

Libanon heeft volgens de officiële cijfers pas 741 besmettingen en 25 coronadoden op bijna 7 miljoen inwoners, dus het is onmogelijk om vast te stellen hoe de samenwerking in de praktijk verloopt rond het vervoer van een hoestende covid-19-patiënt. ‘Tijdens de bosbranden afgelopen zomer gingen we er samen op af.’

Gebakken gamba’s

In de zuidelijke havenstad Tyrus wordt duidelijk waarom in Libanon ruimte bestaat voor Hezbollah om een rol te spelen in de coronabestrijding. ‘De overheid doet hier niets tegen corona’, zegt Abdallah Nouredinne, verantwoordelijk voor de Hezbollah-burgerwacht in Zuid-Libanon. Kijk naar de kaart van het crisiscomité van de regering en warempel: Abdallah heeft gelijk. Ten tijde van het bezoek aan Tyrus, half april, is nog geen enkel ziekenhuis in Zuid-Libanon geschikt bevonden om coronapatiënten te verplegen.

In Tyrus eindigt het persuitstapje met een heerlijk lunchbuffet in een boomgaard, zonder mondkapjes of social distancing. Wat blijft hangen tussen de gebakken gamba’s is de openlijke mededeling dat Hezbollah in deze regio 915 mensen voor twee weken in quarantaine heeft geplaatst. Het gaat om terugkerende reizigers, ‘vooral uit Iran’. Maar ook om Libanezen die slechts uit een andere provincie komen. Ze zijn door Hezbollah in quarantaine geplaatst in hun eigen huis. De strijdersgroep zorgt voor toezicht en eten. Maar er zijn volgens Hezbollahs eigen opgave ook meerdere van hun ­eigen klinieken ingericht voor quarantaine.

De Hezbollah-vrijwilligers lijken geen figuranten voor één dag. Maar pogingen tot een gesprek worden veelal direct onderbroken door een woordvoerder. Soms lukt het om toch even te praten: kleine inkijkjes in een normaal voor buitenstaanders gesloten wereld.

‘Als één persoon in je familie bij het verzet zit, dan zit iedereen erbij’, zegt Hanna Fakhredinne (67), een vriendelijke grootmoeder, haar gezicht omzoomd door een zwart gewaad, die voedselpakketten samenstelt in een sporthal in Baalbek. Kijk, daar pakt haar zus dozen in. Daar, een vriendin. En haar nichtje. Haar broer is ook bij Hezbollah.

Merkwaardig bezoek

Voor een polikliniek in Maknah, ten noorden van Baalbek, staat een blauwe tent met daarop een meer dan levensgrote poster van Hezbollah-leider Nasrallah, omringd door een slinger van gele vlaggetjes. Hier worden mogelijke coronapatiënten opgevangen, luidt het verhaal. Niet zozeer dát is fascinerend, maar wel de vrouw met een panterprint hoofddoek die zich voorstelt in perfect Engels.

Dokter Gina. Aangenaam. Ze is Libanees, maar woonde 21 jaar in Canada. Kreeg een gezin. Wilde toen terug naar haar geboorteland. En nu werkt ze hier in deze Hezbollah-kliniek met uitzicht op de Syrische grens. Heerlijk werk. ‘Hezbollah regelt alleen de financiering.’

We weten niet wat we niet zien, en we kunnen evenmin beoordelen wat we wel zien. Net als je dat dreigt te vergeten, geeft Hezbollah een rondleiding in het kraakheldere, uitstekend geoutilleerde Dar al Alam-ziekenhuis in Baalbek. Boven liggen mogelijke covid- 19-gevallen, meldt de Hezbollah-delegatie. Kom kijken. Sommige journalisten grijpen dit aanbod enthousiast aan.

Maar ja, als hier inderdaad coronapatiënten worden verpleegd, lijkt het niet verstandig om daar bovenop te gaan staan met als enige bescherming een flodderig mondkapje en de toezegging dat een plastic schort zal worden uitgereikt.

De Volkskrant blijft daarom beneden. Daar toont een verpleegkundige zich verbaasd over het bezoek van Hezbollah. ‘Wij zijn een onafhankelijk universiteitsziekenhuis. Wij zijn niet verbonden aan een politieke partij. En wij hebben geen covid-19-patiënten.’

Lees ook

Jihadistische terreurbewegingen willen profiteren van coronacrisis
De wereld is met niets anders bezig dan met het coronavirus, maar andere dreigingen zijn allerminst verdwenen. De internationale gemeenschap moet oppassen dat jihadistische bewegingen niet van de crisis profiteren en hun macht versterken.

In Libanon hebben de armen wel iets anders aan hun hoofd dan corona
In Tripoli, de straatarme tweede stad van Libanon, hebben de mensen wel andere zorgen aan hun hoofd dan corona. Wie genoeg geld heeft om zich druk te maken over de epidemie, is van de elite. Die moet wegwezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden