Zit alle wijsheid in een Big Mac?

Een Big Mac bij McDonald's kost in de VS 4,20 dollar, in Zwitserland 6,50 franc en in Oekraïne 18 grivna.


Omdat de Big Mac in al deze landen uit precies dezelfde ingrediënten bestaat - twee schijven rundergehakt, sla, kaas, augurk en uitjes samengeperst in een driedelig sesambroodje - zou voor 4,20 dollar hetzelfde product moeten worden gekocht als voor 6,50 Zwitserse franc of 18 grivna.


Dat betekent dat één dollar 0,65 Zwitserse franc waard zou moeten zijn en 0,23 grivna. Een dollar kost echter 0,97 franc, wat betekent dat de franc op de valutamarkt 51 procent is overgewaardeerd. De grivna is echter maar 0,12 dollar, zodat die 48 procent is ondergewaardeerd.


In 1986 lanceerde het blad The Economist zijn zogenoemde koopkrachtpariteit op grond van de Big Mac die in 120 landen in de wereld op exact dezelfde wijze wordt samengesteld. De ongezonde hap bleek een betere indicator te zijn dan alle andere slimme indexen die waren ontwikkeld.


Omdat het bereidingsprocedé tot op de seconde nauwkeurig is vastgelegd in het 600 pagina's dikke Operations & Training Manuel, zijn er niet alleen geen smaakverschillen, maar kost het bereiden ook overal dezelfde hoeveelheid arbeid. Hoewel de lancering van de Big Mac-index als een grote grap was bedoeld, publiceert het blad vanwege het succes elk jaar een nieuwe versie.


Sinds die tijd kan geen wetenschapper meer om Burgernomics heen. In 1993 kwam de socioloog George Ritzer met een boek over de mcdonaldisering van de mondiale samenleving: het standaardiseren en rationaliseren van productie en distributie. Begin dit jaar gebruikte de Amerikaanse econoom Orley Ashenfelter van Princeton University de fastfoodketen voor een onderzoek naar de loonniveaus in verschillende landen.


Omdat het personeel van McDonald's wereldwijd precies hetzelfde werk moet doen, zijn hun lonen (McWages) als vergelijkingsmateriaal genomen voor een studie waaruit blijkt dat mensen in India of China voor exact hetzelfde werk maar eentiende verdienen van wat Europeanen of Amerikanen krijgen. Omdat de prijzen daar lager zijn - bijvoorbeeld die voor Big Macs - is het verschil in koopkracht echter minder groot, zij het nog aanzienlijk. Een fritesbakker in New York kan van zijn uurloon 2,2 Big Macs kopen, die in China een halve.


Tussen 2000 en 2007 stegen de McWages in de VS met 13 procent, maar de prijs van een Big Mac steeg met 21 procent, zodat de Amerikanen 7 procent aan koopkracht inleverden. McWages worden nu gebruikt voor het meten van productiviteit en de concurrentiekracht.


Misschien zouden ze in Brussel eens een Big Mac moeten eten.


Reageren? p.dewaard@Volkskrant.NL


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden