Zingeving op de Zuidas

De Zuidas in Amsterdam: op het eerste gezicht een wereld van bankiers, grof geld en vette bonussen. Maar midden in die wereld staat de Thomaskerk - een plek waar zakenmannen in pakken samenkomen om zich te bezinnen op hun leven.

'Ze bidden en


Ze dansen


Ze geven mij het woord


Ik zeg


Dit is de eerste keer


Dat ik in iets geloof


Ik geloof


En vraag niet wat


Maar ik geloof


In deze dag


Ik geloof


Vraag niet in wie


Maar ik geloof


Wat ik hier zie'


In het dagelijks leven 'hegdet' bankier Evert Nater (28) valutarisico's voor bedrijven. Oftewel, hij garandeert dat im- en exportbedrijven kunnen handelen tegen een afgesproken vaste geldkoers. Maar op deze avond zoekt Nater bezinning. Daarom draagt hij in een gezelschap van fiscalisten, bankiers en notarissen in de theaterzaal van de Thomaskerk een gedicht voor. De plek ligt slechts een paar honderd meter van de kantoren van de Amsterdamse Zuidas. Waar op deze avond nog steeds lichten branden op de burelen van collega's die aan het werk zijn. Waar veel leden van dit gezelschap zich dagelijks bezighouden met het verdienen van de 'platte poen'. Een plek die uitgroeide tot het Nederlandse symbool van de kredietcrisis en de graaiende bankiers.


'Het A4'tje doet misschien vermoeden dat ik dit gedicht zelf heb geschreven', zegt Nater, die het witte blaadje opvouwt en weer in de zak van zijn colbertje stopt. 'Maar niets is minder waar: het is van de grote 'dichter' Stef Bos.' De reden dat hij deze tekst, Zondag in Soweto, voorleest op deze herfstachtige donderdagavond is dat hij 'wel gelooft, maar niet weet in wie of in wat'.


Had je hem een paar jaar geleden gezegd dat hij hier vanavond zou staan, dan had de jonge bankier je met een sceptische blik aangekeken. Maar inmiddels is hij overtuigd. Aanleiding: de komst van Ruben van Zwieten: de 27-jarige Dominee van de Zuidas.


Literatuur

Sinds een jaar of twee bestiert de blonde Van Zwieten, samen met zijn collega Ad van Nieuwpoort, de stichting Zingeving Zuidas. Doel is niet zozeer het evangelie verkondigen, maar een nieuw elan te geven aan geloven en de verhalen in de Bijbel. 'Het is eigenlijk literatuur.' Inmiddels volgen meer dan honderdvijftig young professionals bijbelklassen, doen tientallen ceo's / bestuursvoorzitters mee aan de existentielunches, en durft een enkeling, net zoals Nater, gedichten voor te dragen op de poëzieavonden in de Thomaskerk.


Van Zwieten - die net als de rest van de Zuidas-gangers gekleed is in pak, das en overhemd - is niet de standaard dominee. EO-jongerendagen zijn niet aan hem besteed. Op de vraag of hij in een God gelooft, zegt hij niet meteen 'ja'. En ook in zijn opvoeding stond de kerkgang niet centraal.


Tijdens zijn studententijd was Van Zwieten president van het Leidse studentencorps Minerva. Naast zijn domineeschap runt hij een arbeidsbemiddelingbureau en is hij bezig met de oprichting van HiPoflex, een uitzendbureau voor topstudenten. In 2009 stond hij in de NRC-toptien van de grote beloften voor het komend decennium.


Toch is het beroep dominee een lang gekoesterde wens. 'Toen ik in groep 3 zat, overleed mijn opa. Ik was te jong om hem te missen, maar zag wel dat mijn mama geen papa meer had. Dat vond ik vreselijk confronterend voor haar. Hoewel ik verder niet erg kerkelijk ben opgevoed, zag ik wel dat mijn moeder troost vond in het verhaal van de dominee.'


Toen kort daarna 'juf Ria' tijdens een kringgesprek op de lagere school vroeg wat de jonge Van Zwieten wilde worden, antwoordde hij niet zoals hij altijd had gedaan met 'piloot', maar met 'dominee'. 'Dat was duidelijk het verkeerde antwoord. Juf Ria begon keihard te lachen. Ze lag dubbel, met haar hoofd tussen haar benen. De rest van de klas begon ook te lachen.' En Van Zwieten? Die huilde.


De jaren erna verdween de gedachte naar de achtergrond. 'Als puber zei ik dat ik fiscalist wilde worden. Ik wist niet wat het was, maar wel wat het verdiende.'


Toen de tijd gekomen was om zich in te schrijven op de universiteit, verzweeg Van Zwieten lange tijd dat zijn keus gevallen was op theologie in Leiden. 'Pas aan het eind van het examenjaar vertelde ik het, terwijl ik me al vijf maanden eerder had ingeschreven.' Hij vermeldde er destijds meteen bij dat hij 'niet van theos was', maar alleen geïnteresseerd was in religie.


Eenmaal in Leiden besloot hij rechten erbij te doen. 'Want theologie in Leiden is best saai. Aanvankelijk zat ik tussen mensen die vanuit Dordrecht kwamen 'sporen' en alleen oog leken te hebben voor de profeet Jeremia. Ik wilde ook praten over wat ik om drie uur 's ochtends bij Minerva had beleefd. Het waren twee heel andere werelden. De anderen hadden tot dan toe 5.400 preken in hun leven gehoord, ik misschien 140.'


Toen rond zijn 25ste zijn afstuderen naderde en zijn bedrijf Van Zwieten & Company begon te floreren, vroeg hij zich af wat zijn roeping in het leven was. 'Bezig zijn met mijn bedrijf was prachtig, maar ik wilde ook stage lopen als theoloog. Leren preken, ontdekken wat het is om van de bijstand te leven en mensen begeleiden aan het sterfbed.'


Dat hij uiteindelijk op de Zuidas belandde, is toeval. 'Ik was op vakantie in New York, en bezocht de Trinity Church. Dat is vlak bij Wall Street. Ik zag daar hoe een van de beurshandelaren, met zijn hesje nog aan, de kerk binnenwandelde om te gaan bidden. Hij stapte even uit het paradigma van het werken, om er even later weer met een nieuwe blik in te stappen. Dat vond ik mooi.'


Eenmaal thuis wees zijn vader hem op de Thomaskerk van Ad van Nieuwpoort. 'Het klikte meteen.'


Platte poen

In het kleine theater van de Thomaskerk haalt de volgende spreker een wit A4'tje uit zijn zak. Het is Paul Quist (46), notaris en partner bij Stibbe. Vanochtend om half 8, toen hij - zoals elke ochtend - ontbeet achter zijn computer, heeft hij nog even geoefend op zijn zelf geschreven gedicht. Om zeker te weten dat het goed zou gaan. Een eigen gedicht is al spannend genoeg, vindt hij. Zeker als je leeft in een wereld waarin niemand zich kwetsbaar durft op te stellen. 'Het hoort bij mijn ritueel. Lastige dingen tackle ik tussen half 8 en half 10 's ochtends. Als dat lukt, is mijn dag gemaakt', licht Quist toe voordat hij begint te lezen.


Wat mijn beroep was, vroeg de specialist


notaris, zei ik neutraal -


maar eigenlijk ben ik een verdwaalde dichter


een beetje gek wel


het zal de spanning zijn geweest


de man in de jas keek er niet van op


het was weer even stil


toen begon hij zowaar iets te zeggen


ach - zijn wij- ergens -niet allemaal - verdwaalde dichters


zei hij, langzaam, schrijvend


dat was het, niet meer


behalve dan


over drie weken zie ik u weer.'


Tijdenlang voelde Quist zich gevangen in het keurslijf van de Zuidas. Een wereld waarin iedereen zegt dat hij succesvol is, ook al voelt dat niet altijd zo. En een wereld waar het draait om hard werken en geld. Maar sinds hij om de paar weken met andere ceo's aanschuift bij de existentielunches van de Zuidas-dominee, weet hij dat het anders kan. 'Niet iedereen zit hier voor de platte poen. We zijn hier niet alleen om te plukken, maar ook om een rol te vervullen en te zaaien.


'Een wandelaar', vervolgt hij, 'komt drie metselaars tegen. Aan de eerste vraagt hij: wat doe je? Hij zegt: ik verdien mijn geld. Aan de tweede stelt hij dezelfde vraag en deze antwoordt: ik metsel een mooie muur. Daarna volgt de derde, en deze zegt: ik bouw een kathedraal. Waarschijnlijk is hij al dood voordat die kathedraal klaar is, maar hij bouwt wel aan iets moois en groots, en legt daardoor de stenen anders op elkaar.'


Het succes van Zingeving Zuidas vindt Quist 'logisch'. Zeker nu er als gevolg van de kredietcrisis barsten in het Zuidas-keurslijf zijn ontstaan. 'De tijd is er naar. We hebben geen idealen meer, de kerken zijn leeg, we gaan de barricades niet meer op. Maar worstelen wel met de vraag: waar leef ik voor? Is het echt alleen voor mijn kinderen? Dat zou ik mager vinden, je schuift de vraag dan door naar de volgende generatie en er blijft een leegte ongevuld.'


Of zijn aanwezigheid in deze kerk betekent dat hij gelooft? Hij weet het niet. 'Ik zeg met een grote aarzeling 'ja'. Maar wat is geloven?'


God

Twee weken eerder. Van Zwieten staat in een zaal van Kempen & Co aan de Amsterdamse Beethovenstraat, te midden van de topvijftig van de zakenbank. Door de glazen wanden is te zien hoe de woonwijken eromheen door de invallende duisternis langzaam veranderen in een grote wolk van lichtjes. 'Er wordt hier bikkelhard gewerkt', zegt Paul Gerla (44), directeur vermogensbeheer tegen de aanwezigen in chique zaal, waar sommigen nog even hun laatste berichten checken op hun blackberry. ' Maar er is meer dan dat. En daarom heb ik een inspirerend persoon uitgenodigd: Ruben van Zwieten.'


Ook Gerla luncht zo nu en dan met de Zuidas-dominee om te praten over z'n 'existentie'. Aanvankelijk was hij sceptisch, want bijbelteksten bezorgen de van huisuit katholiek nog altijd kromme tenen. 'Maar zijn verhaal raakt me. Toen ik jong was, was ik meer statusgericht. Werken, werken, werken, daar ging het vaak om. Maar nu ik ouder word, ben ik meer op zoek naar zingeving.' Door de crisis is zijn verantwoordelijkheidsgevoel sterker geworden, denkt hij. Want neergezet worden als graaiende bankier, vindt ook hij niet leuk. 'Je denkt nog meer na over de impact van de dingen die je doet. Wij beleggen onder andere pensioengeld. Wat wij doen kan voor veel mensen grote gevolgen hebben.'


Van Zwieten is hier vanavond aanwezig, omdat hij de zakenbank helpt bij de zoektocht naar maatschappelijk verantwoorder ondernemen. Zo organiseerde de dominee dit voorjaar al een voetbaltoernooi, waarbij Lodewijk en Diederik van de Zuidas en Rachid en Abdel uit een Amsterdamse achterstandswijk elkaar troffen op het voetbalveld. Een goed initiatief, vindt Gerla. 'Want daar in Slotervaart blijken heel andere mensen te wonen.'


Kempen & Co is niet de enige die de dominee heeft benaderd voor hulp. Na het toernooi heeft Akzo Nobel de Slotervaart-jeugd meegenomen naar het Botlek-gebied. En advocatenkantoor Houthoff Buruma gaf gratis juridisch advies aan hun school. Samen met onder meer Heineken verkent de Thomaskerk de mogelijkheid om een café te beginnen aan de Zuidas, waar de bediening in handen zal zijn van gehandicapten. Om het Zuidas-publiek ook te confronteren met de gebrokenheid van het leven, vertelt Van Zwieten aan de bankiers. 'Maar er komen natuurlijk wel iPads op tafel waarmee je kunt bestellen. Anders is het niet tijdsefficiënt.'


Het draait dus niet om wel of niet geloven, wil de Zuidas-dominee maar zeggen. 'We zitten opgesloten in een geloofsparadigma', vindt hij. 'Je gelooft dat God bestaat, of je gelooft niet. Je denkt dat het waar is wat er in de Bijbel staat of niet. Het is het een of het ander, en niets ertussenin.' En dat is juist hetgene waar we van af moeten, zegt hij. 'Ik ben geen gelovige in de traditionele zin van het woord, en ik ben ook geen christen. Ik ben Ruben, die leeft met de God van de Bijbel. God definieert zichzelf in de verhalen van de Bijbel. En het is niet één verhaal, maar het zijn vele verhalen. Waar het omgaat is wat die verhalen voor mij of voor jou betekenen. Laat je leiden door de taal van de verbeelding. Kom in het verhaal, het geeft je een nieuwe manier van denken. De mens die de hele dag bezig is met woorden als discounted cash-flows en spreadsheads, moet toch op een gegeven moment behoefte hebben aan een échte tekst.'


Consument

Terug in de Thomaskerk¿ Fiscalist Philip McLean (30) haalt als derde een papiertje uit zijn zak om een gedicht voor te dragen. Niet van hemzelf, maar eentje van dichter Ed. Hoornik. 'Op de Zuidas gaat het om hebben', legt McLean uit. Hoewel hij nog maar enkele jaren werkzaam is bij een accountantskantoor, voelde hij een leegte. 'Cru gezegd: ik werkte vijf dagen. En vanaf vrijdagavond begon ik te consumeren. Eerst lekker eten en drinken. De volgende dag sliep ik uit, ging ik lunchen en kocht ik misschien nog wat mooie dingen.' Niet dat hij zijn 'rol als consument in deze samenleving niet meer hoog in het vaandel heeft' staan. Maar hij miste wel wat. 'Ik heb behoefte om stil te staan bij mezelf en mijn omgeving. Vanavond draait het om 'het zijn'.'


'Op school stonden ze op het bord geschreven,het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,de ene werklijkheid, de andre schijn.Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.Is van de wereld en haar goden zijn.Zijn is, boven die dingen uitgeheven,vervuld worden van goddelijke pijn.Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.Is naar de aarde hongeren en dorsten.Is enkel zinnen, enkel botte plicht.Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,is kind worden en naar de sterren kijkenen daarheen langzaam worden opgelicht.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden