Zin in een leuke loverboy

Vier advocaten kijken naar Keyzer & De Boer. ‘Veel realistischer dan Amerikaanse series, maar die luxevilla en die zeeën van tijd hebben we helaas niet....

De vier jonge advocaten die tijdens hun lunchpauze aanschuiven voor een aflevering van de vaderlandse advocatenserie Keyzer en de Boer verheugen zich op ‘het rustmoment van de dag’. Want de telefoon staat niet stil bij Advokatenkollektief Rotterdam. Met veertien advocaten is het een van de grotere sociale advocatuurbureaus in Nederland, precies ook het specialisme van de raadslieden uit Keyzer & De Boer. Drie van de vier advocaten hebben de serie nog nooit gezien, de vierde is gaan kijken omdat hij zich wilde voorbereiden.

‘Ally McBeal vind ik heel leuk’, zegt Nelleke Stolk. ‘Maar realistisch is het niet. Er wordt over alles geprocedeerd, dingen waarvan je hier denkt: daar begín ik niet eens aan. Maar ik kan me wel in Ally vinden: dat je van die stemmetjes hoort als je aan het pleiten bent, die zeggen: dat moet ook nog, en dan dat. Dat herken ik wel.’

Het belangrijkste verschil met het rechtssysteem in de VS? Remko Wijling: ‘Toch wel de jury.’ Stolk: ‘Het beïnvloeden van de jury, dat dat zo bepalend kan zijn.’ Reinier Feiner: ‘Juridisch heet dat het Angelsaksische model. Er zijn geen vastomlijnde wetten, op basis van eerdere uitspraken wordt een beslissing genomen. Op het continent hebben we een wetboek met vastliggende wetten, en jurisprudentie die die wetten uitlegt. Een verschil in het strafrecht zijn ook de plea bargains, dat de advocaat van de verdediging en het OM van tevoren tot een schikking komen. Zo de zaak beklinken kan in Nederland ook wel, het gebeurt ook steeds meer, maar lang niet zo vaak als in Amerika.’

Aflevering 19 uit het tweede seizoen van Keyzer & de Boer, Loverboy, begint. Stolk: ‘O, het gaat over loverboys. Leuk, ik heb net zo’n zaak gehad. Wij staan wel alleen slachtoffers bij in dit soort zaken.’

Een van de partners van het kantoor, Nina Bisschot, vraagt aan een van de jongere advocates of ze ‘zin heeft in een loverboy’. De Rotterdammers schieten in de lach. ‘Zo gaat het bij ons ook.’ Stolk: ‘Dan komen ze naar je toe, of belt een hulpverlener naar het kantoor...’ Feiner: ‘In Keyzer & De Boer zie je nooit hoe cliënten bij het bureau terechtkomen. En ook nooit wat ze ervoor moeten betalen.’ Wijling: ‘We hebben een inloopkantoor, klanten komen ook vaak gewoon langs.’ Katja Logtenberg: ‘Dan worden wij gebeld door de receptioniste en die vraagt inderdaad meestal letterlijk: heb je zin in een zaak zus of zo?’

Wijling: ‘Meestal zijn we met tien of twintig zaken tegelijk bezig. Niet dat die zaken in een week zijn afgerond, ze blijven veel langer lopen.’ Feiner: ‘Je hebt vaak wel 150 lopende zaken.’

De advocaten in Keyzer & De Boer hebben dikwijls cliënten die zomaar bij het Rotterdamse advocatencollectief zouden kunnen binnenstappen. Feiner: ‘Maar met sociale advocatuur verdien je niet zoveel als met ondernemings- of contractenrecht. Dat grote pand in Amsterdam-Zuid uit de serie en de luxe om er met zijn allen een paar dagen over na te denken, dat komt dus niet overeen met de werkelijkheid.’ Stolk: ‘Ze zitten wel in de verkeerde stad, hé.’

In de serie komt een andere hoofdrolspeelster zingend het kantoor binnen. Nina heeft ook voor haar een zaak klaarliggen: ‘De heer Juan Fuentes, uit Buenos Aires. Driehonderd gram coke. Had-ie gewoon in een supermarkttasje onder zijn trui.’ Collega: ‘Een regelrechte sukkel dus.’ Ook de Rotterdammers moeten geregeld naar Schiphol. Stolk: ‘En dan zeggen we ook wel eens: weer de gebruikelijke...’ Wijling: ‘...sukkel.’ (algemeen gelach)

Sabrina Santos, een van de jongere advocates bij Keyzer & De Boer, gaat de jongen die ervan beschuldigd wordt een loverboy te zijn verdedigen. ‘U wordt beschuldigd van gekwalificeerde mensenhandel met het oogmerk van prostitutie’, steekt ze van wal. ‘Sorry, mensenhandel?’ onderbreekt hij haar. ‘Sinds wanneer handel ik in mensen?’ Santos: ‘Als u uw vriendin naar haar werkplek vervoert om zich daar te prostitueren, dan is er sprake van mensenhandel. Staat een flink aantal jaren voor.’ Feiner: ‘Bijzondere definitie. Lijkt me sterk.’

De secretaresse in de serie loopt naar de werkkamer van Nina Bisschot met een net aangekomen cadeautje. Die bedankt de secretaresse en legt het neer op haar bureau. ‘We krijgen best vaak cadeautjes van dankbare klanten’, vertelt Stolk, ‘maar die worden meteen uitgepakt en onder het hele bureau verdeeld, of hier op het kantoor bewaard.’ Lootenberg: ‘Maar we hebben ook helemaal geen eigen kamer. We hebben een horizontale structuur, geen hiërarchie.’

Advocate De Swaan loopt binnen bij de officier van justitie om te overleggen over een regeling voor tangoleraar Fuentes, die drugs smokkelde voor een nieuwe heup. Feiner: ‘De officier houdt geen kantoor in het gerechtsgebouw, je kunt er niet zomaar langslopen. Ze zitten in een kantoortoren met een enorme administratie, je kunt bellen of een afspraak maken...’ Logtenberg: ‘Maar ze zijn wel lastig bereikbaar.’ Feiner: ‘Zo spontaan als dit gaat het in elk geval niet.’

Saskia Santos, die de loverboy verdedigt, gaat langs op de werkplek van het slachtoffer, een schoenenwinkel. Stolk: ‘Je komt klanten weleens tegen bij de supermarkt of zo. Dat je nog net in het vriesvak weg kunt duiken. Maar dit...’ Logtenberg: ‘Hier moet je wel erg mee oppassen. Je kan niet zomaar op een slachtoffer afstappen en dingen gaan vragen.’

Feiner: ‘Als je in het strafrecht een getuige wilt horen, doe je dat in principe gewoon voor de rechter-commissaris of in de rechtszaal. Tuurlijk wil je van tevoren even weten wat die dan gaat verklaren, maar je moet heel erg oppassen dat je zo’n getuige niet gaat sturen. Als zo iemand een advocaat heeft, ga je in principe altijd eerst naar de advocaat.’ Stolk: ‘Maar die is er ook bij, zie je? Ze waren toevállig samen schoenen aan het kopen.’

Advocate Santos stapt in haar auto. Op de achterbank blijkt een man te zitten die zich voordoet als de oom van loverboy Nick Mulder en haar adviseert ‘om het wat rustiger aan te doen.’ Logtenberg: ‘Nog niet meegemaakt gelukkig. Boze wederpartijen, dat hebben we wel eens. Die komen aan de balie.’ Feiner: ‘Zijn dit Amsterdamse praktijken of zo?’

Santos bezoekt haar cliënt in de gevangenis en voelt hem aan de tand over de haar tot dan toe onbekende ‘oom’. Feiner: ‘Een verdachte is vaak niet helemaal eerlijk tegen zijn advocaat, houdt dingen achter. Kom je daar pas halverwege achter, dan is dat ook in het nadeel van je klant, dat je niet hebt kunnen bespreken wat er aan de hand is.’

Terug naar de tangodanser met de slechte heup. Advocate De Swaan verwacht dat de officier van justitie vier maanden gaat eisen. Feiner: ‘Voor 300 gram? Op een gegeven moment hadden ze zo’n cellentekort op Schiphol dat ze iedereen die minder dan drie kilo had gesmokkeld, lieten gaan. Nu zijn ze strenger, maar deze straf lijkt me toch te zwaar. Zeker als je illegaal bent, dan sturen ze je liever meteen weg.’

Het gerechtsgebouw van Rotterdam komt in beeld. Feiner: ‘Heel bijzonder dat een Amsterdams kantoor daar een zaak doet. Hoewel, als een loverboyzaak heel heftig is, dan gaat het landelijk parket daarover. En dat heeft zijn hoofdkwartier in Rotterdam.’ Stolk: ‘Dit is overigens wel snel. Is dit de raadkamer of zo?’ (Die beslist over de verlenging van de aanhouding van de verdachte, red.) Logtenberg: ‘Nee joh, dit is de zitting al. Ze hebben in zo’n serie toch geen tijd voor een raadkamer.’ Feiner: ‘Maar dit is wel echt de Rotterdamse rechtbank.’

Over naar de rechtszaak van Juan Fuentes. De rechter stelt hem vragen over de drugssmokkel. Feiner: ‘Jammer dat er geen tolk bij zit. De rechter gaat echt geen Engels zitten praten.’

De advocate van Fuentes probeert de rechter ervan te overtuigen dat haar cliënt de ernst van de zaak begrijpt, de officier van justitie reageert daar schamper op. Stolk: ‘De officier mag reageren, maar niet direct, anders krijgt hij op z’n donder van de rechter. Een zitting verloopt via een vast patroon. De rechter stelt eerst uitgebreid vragen aan de verdachte. Vervolgens zegt de officier wat de beschuldiging is en mogen er zowel door de officier als de advocaat van de verdachte vragen gesteld worden. Daarna brengt de officier zijn eis naar voren en volgen de pleidooien.’ Logtenberg: ‘Je praat altijd tegen de rechtbank, niet tegen elkaar.’

De rechtbank veroordeelt Fuentes tot een jaar gevangenisstraf. Zijn advocate vertelt hem dat dat het maximum is, ‘omdat het een politierechter is’. Feiner: ‘Klopt, het is een routinezaak. Maar die heupoperatie komt er toch echt alleen als het medisch noodzakelijk is.’

Nieuwe scène. Stolk: ‘Dit is de eerste verdieping van het gerechtsgebouw, de ingang naar de getuigenverhoren. Ik denk dat ze een getuige gaan horen.’

De ‘oom’ die het slachtoffer Marieke in elkaar geslagen heeft, staat buiten aan het gerechtsgebouw. Zij herkent hem, hij wordt gearresteerd. Feiner: ‘Hé, dat ben ik daar op de achtergrond, denk ik.’ Stolk: ‘Had je dan niet gemerkt dat iemand voor je neus in de boeien werd geslagen?’

De advocates van Keyzer & De Boer houden een borrel op het einde van de dag. Stolk: ‘Die hebben wij ook, op vrijdagmiddag.’ Feiner: ‘Dan hebben we de heftigste debatten. Bijvoorbeeld over of we mensenrechtenschenders moeten verdedigen of niet. Al is de praktijk vaak schimmiger dan de theorie.’

Algemeen wordt de serie als ‘vrij realistisch’ ingeschat. Wijling: ‘Alleen is het allemaal net iets eenvoudiger voorgesteld.’ Feiner: ‘Net iets spannender, net iets flitsender dan de realiteit. En natuurlijk maar een paar verhaallijnen, terwijl een advocaat juist orde moet zien te houden in al zijn zaken. Hier zie je één zaak van begin tot eind, in het echt duurt dat acht maanden of zo. En dat het sociale advocatuur is, daar koop je geen dure villa’s van.’

Stolk: ‘Het komt veel meer in de buurt van de werkelijkheid dan Amerikaanse series. Maar ze lijken hier wel alle tijd van de wereld te hebben voor één zaak. Ze zijn niet aan het bellen, ze zijn niet aan het tikken, ze zijn niet aan het inspreken, er zijn geen secretaresses die ook maar ergens mee bezig zijn behalve afluisteren wat er gebeurt. Klanten zien overigens alleen maar dit beeld. Dan zegt onze receptioniste: ‘ze is naar de rechtbank’, en vragen zij verontwaardigd: ‘Wat doet ze daar dan?!’ *

Dit is de derde aflevering van een tweewekelijkse serie waarin Volkskrant Banen samen met professionals kijkt naar een bekende tv-serie over hun beroep. Wat klopt en wat niet?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden