Zilver met een goud randje

Jammer: zilver met een goud randje.

De Hard Gras Prijs 2006 (7500 euro, kunstwerk, eeuwige roem) is gewonnen door Simon Zwartkruis. De jury koos voor het interview met Ruud van Nistelrooij in Sportweek. Daarin introduceerde Van Nistelrooij het 'ik mag je-gehalte' van bondscoach Marco van Basten. Lees het interview hier.

We kunnen ermee leven. Simon is een aardige gozer en een voortreffelijke sportjournalist bovendien. En over aandacht hadden we ook dit jaar niet te klagen, want het magnifieke interview van collega Bart Jungmann met Peter Michels, de broer van Rinus, werd door de jury niet genomineerd, maar wel geprezen. En terecht.

Guus Hiddink reikte de prijzen uit. Hij vergeleek journalisten van de Volkskrant met middenvelders die altijd de beslissende pass willen geven. Ook daar konden we in Amsterdam mee leven.

Onderstaand het juryrapport, uitgesproken door Henk Spaan.

Het JURYRAPPORT Hard Gras Prijs 2006

Juryleden: Hugo Borst, Matthijs van Nieuwkerk, Peter Ouwerkerk & Henk Spaan.

In de serieuze literatuur staat het verhaal niet in hoog aanzien. Althans niet bij sommige Nederlandse en ook buitenlandse literatoren. Ze prefereren een vorm die je ‘tekst’ zou kunnen noemen. Het is een praktisch onvertaalbare proeve van intellect en artisticiteit. Tekst onttrekt zich aan vormeisen. Inhoud komt op de laatste plaats. Een goed verteld verhaal met een begin, een midden en een eind beschouwen ze in die contreien niet als een verdienste. Anekdotiek noemen ze dat. Verhalenvertellers zijn in hun opvatting de moppentappers van de literatuur.
Hoe anders is dat in de sportjournalistiek. Bestaat de hoogste lof die iemand zijn collega kan toezwaaien niet uit twee woorden: aardig verhaal? Het is niet voor niets dat grote Amerikaanse auteurs als Philip Roth, Bernard Malamud, Norman Mailer en Ernest Hemingway uitstapjes hebben gemaakt naar de sport, die onuitputtelijke bron van materiaal.
De sport is bij uitstek het domein van de verhalen. Hoe langer een sportman actief is, des te meer verhalen hij in zich herbergt. En er zijn zo veel sportmensen, zo veel verhalen. Sommige komen pas na de dood aan de oppervlakte. Sportjournalistiek houdt nooit op. Nooit raken we uitverteld.
Deze geruststellende gedachte wilde ik u vanavond alvast meegeven alvorens het juryrapport nu aan u voor te lezen.

Het werk is de jury er dit keer zowel moeilijker als gemakkelijker op gemaakt. Onze waarschuwing van vorig jaar dat we alleen nog ingestuurd materiaal zouden beoordelen, heeft haar vruchten afgeworpen.

De hoeveelheid inzendingen is explosief gestegen en dat terwijl tot onze droefheid Het Parool en NRC Handelsblad verstek hebben laten gaan. De gestegen kwantiteit was ook het slechte nieuws: de jury moest veel meer lezen, wat weer goed nieuws opleverde. Ook de gemiddelde kwaliteit lag hoger. Met de gestegen kwaliteit groeide onze spijt dat we maar drie nominaties te vergeven hadden.

Dan alvorens verder te gaan één verzoek: wilt u geen hele bijlages meer insturen? We begrijpen de trots van redacteuren die maandenlang op zo’n product hebben gezwoegd, maar in elke bijlage springen er toch één of twee verhalen uit. Die artikelen beoordelen wij het liefst. Een Annie en Riemer van der Velde-bijlage met acht stukken over Annie en Riemer van der Velde kan een diepe haat voor Annie en Riemer van der Velde tot gevolg hebben. En dat zal de bedoeling niet zijn.

Mochten we hier eervolle vermeldingen uitdelen, en dat doen we niet, kwam daarvoor beslist Bart Jungmann in aanmerking voor zijn portret in de Volkskrant van de eigenzinnige Peter Michels, gepubliceerd na het overlijden van diens broer Rinus.
Ook een stuk in Het Financieele Dagblad van Reinier Koops over Nick Leeson, de Barings-fraudeur die nu manager is van een semiprofclub in Ierland, heeft de bewondering van de jury gewekt. En we noemen graag het ontroerende stuk van Edwin Winkels in De Muur over de Baskische wielrenner Javier Oxtoa.

Dan de genomineerden. En we verontschuldigen ons bij voorbaat ten opzichte van de hier niet genoemden en ook bij de twee genomineerde journalisten die straks geen winnaar blijken te zijn. De jury heeft de wijsheid niet in pacht, is wel naar eer en geweten te werk gegaan en deelt een passie voor het metier waarvan deze avond de uitdrukking is.
In alfabetische volgorde:

Bram de Graaf van Margriet.
Ook tot onze verrassing kwam Margriet dit voorjaar met een prachtige WK-productie die was toegespitst op het medium. Bram de Graaf schreef de portretten van vier vrouwen die in 1974 waren getrouwd met internationals van het Nederlands elftal: Maja Suurbier, Yvonne Krol, Corrie Rensenbrink en Dinie Jongbloed, wier verhaal werd verteld door haar dochter Nicole. Het woord verrassing slaat niet op het idee, noch op het genre van de human interest, wel op de kwaliteit van de stukken. Hoe dramatisch het verhaal van bijvoorbeeld de familie Jongbloed ook is, het materiaal ging nooit met de schrijver op de loop. Bram de Graaf hield in alle gevallen de beheersing over zijn onderwerp, dat zal blijven boeien. In deze stukken bleek eens te meer dat het drama van 1974, mits zo goed verteld, nog maar weinig aan actualiteit heeft ingeboet.

Willem Vissers van de Volkskrant.
‘Hè? Dat stuk heb ik in vliegende haast moeten schrijven,’ was de eerste reactie van Willem Vissers toen hij het nieuws hoorde over de nominering van zijn verslag op 26 juni over Nederland-Portugal. Inderdaad komt Vissers, hoe jong nog ook, misschien nu al in aanmerking voor een oeuvreprijs, zo hoog is de gemiddelde kwaliteit van zijn voetbalstukken. Maar het is juist de druk van de deadline die toch een artikel van dit niveau heeft opgeleverd, die de jury wil benadrukken.
‘Beide landen maakten de sport te schande in een macabere parodie op voetbal,’ schreef Vissers in de tweede zin van zijn stuk, met misschien nog een halfuur en zevenhonderd woorden te gaan tot de deadline. In die korte tijd demonstreerde hij een waarnemingszin, onafhankelijkheid van oordeel én betrokkenheid, die veel toevoegde aan alles wat de televisiekijker de vorige avond al had gezien.

Simon Zwartkruis van Sportweek.
Simon Zwartkruis zorgde er in de laatste week van september voor dat zijn blad Sportweek overal werd genoemd, van radio tot krant, van internet tot televisie. De impact van zijn interview met Ruud van Nistelrooij is nog steeds niet uitgewerkt. Nog altijd vraagt elke journalist die Van Nistelrooij tegenkomt naar de inmiddels dankzij Zwartkruis bekende weg. Je kunt zeggen dat hij toevallig aanwezig was toen Van Nistelrooij de behoefte kreeg om leeg te lopen, maar een topjournalist is altijd op het goede moment op de juiste plaats. De rimpels die zijn stuk in de voetbalvijver heeft veroorzaakt, hebben de oever nog niet bereikt.

De drie genomineerden kwamen alle voor op onze voorlopige lijstjes. Dat zegt iets over de eensgezindheid van de jury. Het winnende stuk stond bij ons alle vier bovenaan. Dat heet een unaniem oordeel.
De jury heeft gekozen voor de scoop.
De winnaar van de Hard gras-prijs voor Sportjournalistiek 2006 is Simon Zwartkruis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden