Zilte sluiers van het gemeenste schuim

Pieren, boulevards, havenhoofden en duinrepen, in de afgelopen decennia zijn ze vaak onherkenbaar veranderd. Een zomer lang berichten Nederlandse schrijvers op deze plek over de metamorfose van kustplaatsen....

Bij goed strandweer ging het zeskoppige gezin waarvan ik deel uitmaakte per fiets door bos en duin naar de 'eigen' kust van Heemskerk, niet te bereiken met de auto en derhalve gevrijwaard van luidruchtige toeristen. Ofwel reden we naar de stranden van Castricum, Wijk of Egmond aan Zee waar, op een steenworp afstand van verweesde bunkers die slechts half werden gecamoufleerd door duinzand en helmgras, menige kreeftrode Duitser over zijn verwoed gedolven kuil waakte als over een loopgraaf.

Met hardvochtiger getij was het anders. Zodra mijn vader lucht kreeg van slagregens en onweer, en het Noordhollandse radionieuws zijn vermoedens bevestigde door te gewagen van tempeesten die de kust kwamen teisteren, riep hij onder handenwrijven het gezin bijeen voor zijn favoriete weekendtrip.

Als het menens werd, gingen we naar IJmuiden. Door de beslagen autoruiten zagen we de fabriekspijpen van de Hoogovens dreigend de grauwe lucht in steken, af en toe een gore wolk uitstotend. Gevoegd bij de donder en bliksemschichten erboven en erdoorheen, was het maar al te begrijpelijk dat ik dikwijls meende dat dergelijk rotweer in het binnenste van de Hel der Hoogovens alchimistisch werd gefabriceerd.

Waarom mijn vader doelgericht koers zette naar IJmuiden, werd bij aankomst meteen duidelijk. De belangrijkste weg voerde je naar het strand en de zee -maar bovenal naar die pier, ruig en zonder lantaarn of balustrade, met aan het begin het waarschuwingsbord dat op mijn vader inwerkte als een invitatie: 'Bij rode vlag verboden pier te betreden.' En daaronder dat ene kille woord dat de allergrootste aanzuigende kracht had: 'Levensgevaar'.

In mijn herinnering bleef mijn moeder soms achter, met mijn zusje en jongste broer, machteloos toekijkend hoe haar man zijn twee oudsten meevoerde. De pier op! Een woordloze expeditie, want de storm verhinderde elke conversatie. Aan de hand van vader overgeleverd aan de elementen. Oog in oog met het gevaar keken we niet achterom. Wel weet ik nog goed dat ik de zee bezag als een levend dier, dat in natte vlagen een poot of vlerk op de pier trachtte te zetten, daarvan werd weerhouden door reusachtige blokken beton en basalt, met als gevolg dat we meermalen werden omvademd door zilte sluiers van het gemeenste schuim. Halverwege de pier wisten mijn broer en ik nauwelijks nog waar we waren. Maar mijn vader was niet te stuiten. Voort, naar de rode vlag, die een eindje verderop vermanend beefde - en hij moest er ook altijd een stukje voorbíj.

Het onweerde genadeloos. De Hoogovens brulden. Niets hield ons tegen. Altijd weer zag ik dan ineens een haveloze trui over een rotsblok hangen, en dan was de ene schoen niet ver meer. Nooit een paar; steevast één schoen. Van iemand die het niet heeft gered, wist ik. En als we dan de rode vlag achter ons hadden - met al het andere dat herinnerde aan menselijk leven - , en we de ziedende zee uitdaagden door een tiental verboden voetstappen, dan was daar strijk en zet die autochtoon met verantwoordelijkheidsgevoel die mijn vader luid kapittelde. 'Hei daar! Levensgevaar, man! En je hebt nog twee koters bij je ook! Weg!'

Dat deden we dan maar. Trots en gelaten lie- ten we ons door de orkaan terugfluiten. De buit was binnen. Wij hadden de pier van IJmuiden gedaan.

Een jaar of dertig later ben ik er weer, middenin de zomer van 2003, en ik neem mijn vierjarionveranderd sober. Het waarschuwingsbord bevat nog dezelfde tekst.

Geen pier om een rustiek liedje over te maken als Toon Hermans deed in zijn one man show 1965, over die andere: 'Vader ligt er aan te branden/In onwennig blote standen/Naast de moe der lage landen/Op de Scheveningse pier.' Er ís wel een lied waar de IJmuidense in voorkomt, 'De thuishavensamba' uit 1982 van Cornelis Vreeswijk (1937-1987), te vinden op de dubbel-cd die vorig jaar verscheen bij wijze van hommage aan de alhier onderschatte 'woudzanger' die in Zweden verdiende triomfen vierde. Maar zijn tekst is andere koek dan Toon: 'De zee was vol met mijnen/Hoort u dat wel zonnebaders?/' k Heb de zon in de zee zien schijnen/Over vroegere landverraders.'

Vreeswijk komt uit IJmuiden, dat hij verliet op zijn dertiende toen het gezin naar Zweden emigreerde. Af en toe deed hij nadien Nederland aan, om er een plaat op te nemen ('Ik zie helemaal geen strand meer/Tussen eb en tussen vloed/Maar misschien wordt het morgen beter/Al wordt het toch nooit goed') en dan kwam hij, als ik de Nieuwsbrief van het Cornelis Vreeswijk Genootschap mag geloven, graag uitwaaien op de Zuidpier. Sinds 7 juni jongstleden staat er bij het strandpaviljoen een mooi bronzen Vreeswijk-borstbeeldje, gemaakt door Tineke Ongkiehong en geplaatst op een stuk Zweeds natuursteen. Een initiatief van mijn gedreven achterneef John van Dijk, fractievoorzitter van Groenlinks Velsen en 'een groot Cornelisfan', die in april 2001 overleed aan de gevolgen van een ongeneeslijke ziekte.

Het borstbeeld van Cornelis die over de zee uitkijkt, is zo bescheiden van afmetingen dat

ge zoon mee de pier op. Het is vredig en heet. Ik denk aan mijn vader, die in 1995 is overleden en mijn zoon nooit heeft gezien. Tot mijn genoegen stel ik vast, dat de pier van IJmuiden in de tussentijd niet is verbouwd tot een flaneer-allee met restaurant. De constructie is het de ingetogen sfeer van deze stek geenszins bruuskeert. Het is al heel wat, dát hier een standbeeld staat. Immers, Adriaan Morriën (1912-2002) die opgroeide in het dorp dat pas in 1876 ontstond aan de monding van het Noordzeekanaal, herinnerde zich in Ik heb nu weer de tijd (1996) dat IJmuiden in zijn jeugd geen gevelsteen kende, geen gedenktafel of doorluchtig graf. 'Nergens een standbeeld.' Het was een dorp voor vissers - Morriëns vader was een zeilmaker, zijn moeder de dochter van een visserman - , ambachtslieden en kleine neringdoenden. In de jaren twintig schreef Morriën er zijn eerste gedichten, zich 'een pionier in het ontbrekende' voelend, 'een voorvechter in het ijle luchtruim van de moedertaal'.

Cornelis Vreeswijk en Adriaan Morriën zijn gestorven. Wie zal er nog eens van de pier gaan zingen of verhalen. Jack Spijkerman misschien, die hier ook vandaan komt. In IJmuiden komt de allure je niet toegewaaid, je moet die er zelf veroveren. Staande op de pier, met de blik zeewaarts gewend, kun je bij goed weer even denken dat de toekomst rimpelloos en weids voor je open ligt. Stormt het daarentegen, dan is het raadzaam je heil elders te zoeken.

Zonder vader red je het van je levensdagen niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden