Zijne Martheid

Noem zijn naam op een verjaardag en er valt geen stilte. Zie daar presentator, journalist en schrijver Mart Smeets. Geliefd en gehaat, bewonderd en verguisd.

In een boek van het schrij- verscollectief Recensiekoning dat onlangs verscheen, staat een recensie over de grappen die worden gemaakt over de truien van Mart Smeets. De grappen worden gewaardeerd met slechts één ster. Dat is terecht, maar belangrijker is de observatie over de man die de truien draagt.


'De mensen die van hem houden, onder wie Mart Smeets, doen dat omdat hij zo bevlogen kan spreken over sport en wijn, zijn favoriete dingen.' Dat is de ene Mart Smeets, de vakman, de presentator die zich warmt aan zijn publiek, de columnist die overal opduikt, de sportliefhebber, de succesvolle veelschrijver, de entertainer ook.


De andere: 'Mensen die hem haten - en dit zijn er veel, onder wie zijn eigen werkgever de NOS en menig sporter - doen dit omdat hij iedere gelegenheid aangrijpt om zichzelf, Mart Smeets dus, in publieke zendtijd te promoten, doping goed te praten en te laten merken dat hij talloze sporters erg goed en erg persoonlijk kent (hai Mart! hai Lance! hai Ria!).'


Zie daar Mart Smeets, presentator, journalist en schrijver, geliefd en gehaat en bewonderd en verguisd - en bijna niets daar tussenin. Mensen houden van Smeets of ze haten hem en zo is het altijd geweest. En zo zal het trouwens ook altijd wel blijven. Noem zijn naam op een verjaardagspartijtje en er valt nooit meer een stilte.


Natuurlijk heet de biografie van Mart Smeets Mart Smeets, De Biografie. De schrijver is Kees Sluys (1949), een generatiegenoot van Smeets (1947) en freelance journalist en oud-redacteur van de VPRO Gids. Sluys kreeg alle medewerking, zo bleek uit een opmerking van Smeets in Voetbal International. 'Ik heb hem verteld wat hij wilde weten.'


Dat belooft veel. Maar was het ook genoeg?


Sluys schetst een omvangrijk portret van een man die door uitgeverij Atlas Contact een icoon van de Nederlandse sportjournalistiek wordt genoemd - geen woord aan gelogen trouwens. Het boek levert geen onthullingen op, wel enkele eigenaardigheden uit het leven van Mart Smeets.


Of het iets te betekenen heeft, is moeilijk te zeggen, maar wie in zijn of haar jonge jaren in Amsterdam in de buurt van Jan Marten 'Mart' Smeets verbleef, blijkt bijvoorbeeld vaak opvallend goed te zijn terechtgekomen.


Op pagina 23: 'Als Mart in de Dintelstraat aan de achterkant op hun balkonnetje stond, keek hij op het balkonnetje van Frits Barend, die in de Molenbeekstraat woonde. Twee huizen verder woonde Ernst Jansz, later lid van de groep Doe Maar en tegenover hem Marga Pauw, die haar eigen mode-imperiumpje zou ontwikkelen. De ouders van Ruud Krol hadden er ook een woning, net als de familie van Ton Boot.'


De bovenbuurman, Herbert Frank, was bevriend met beroemde kunstenaars als Zadkine en Appel. Ook de levens van Smeets en die van Barend Toet (oprichter van het muziektijdschrift Oor), Ad Visser (Toppop) en actrice Olga Madsen blijken elkaar te hebben gekruist. Ivo Niehe trad met zijn band Ivo and the Furies op het Spinozalyceum ooit op voor Smeets, en voor anderen ook natuurlijk.


Als klap op de vuurpijl blijkt hij 'waarschijnlijk' een 'verre' afstammeling te zijn van de beroemde Oostenrijkse schrijver Arthur Schnitzler (1862-1931). Dat kan allemaal geen toeval zijn, is de impliciete boodschap van biograaf Kees Sluys. Ook als het dat wel is, roept het in elk geval een ander beeld op dan dat van een man die in de huiskamers zulke tegenstrijdige gevoelens oproept, en dat al decennialang. En niet alleen in de huiskamers trouwens.


Kees Jansma, oud-chef van Studio Sport: 'Hij is wel een beetje een aansteller. Dat is gewoon zo.' Een beetje een aansteller - dat is duidelijke taal.


Over die Smeets staat ook het een en ander in de biografie. Sluys maakt bijvoorbeeld gebruik van een oude uitspraak van Studio Sport-collega Tom Egbers die in Het Parool plagerig dan wel vilein zei dat Smeets voor Vitesse én voor zichzelf is. Smeets vond het - en dat is net zo veelzeggend - 'een ongelooflijke lulopmerking'.


Collega-wielerjournalisten blijken hem 'Zijne Martheid' te noemen. Een van hen, radioverslaggever Jeroen Wielaert, zegt in het boek: 'Ook door zijn lengte was Mart eigenlijk al zijn eigen ivoren toren.'


Regisseur Martijn Lindenberg, in een verhandeling over het traditionele gekanker van Smeets op Frankrijk in het algemeen en de Fransen in het bijzonder: 'Het werk in Frankrijk vindt hij heerlijk, maar dan naar buiten toe roepen dat het allemaal zo vreselijk is. Waarom? God mag het weten.'


Een beetje een aansteller. Jansma zei het al. Lindenberg: 'Bovendien: neem hem de Tour af en hij pleegt bijna zelfmoord. Dus wat nou!? En de Guide Michelin ligt in de auto, hoor. Dat zijn weer van die momenten dat ik denk: Mart, overdrijf toch niet zo. Waarom moet dat nou? Hou toch op man, zit niet zo te koketteren.'


Waarbij eerlijkheidshalve wel moet worden aangetekend dat de meeste collega's hem zeer waarderen, als mens ook, maar vooral als journalist en presentator. Ondanks alles. Jansma, begripvol: 'Het is ook niet altijd even makkelijk om Mart Smeets te zijn.'


Dat is zo. Altijd is er bijvoorbeeld, al decennialang, de dopingvraag. Het verwijt dat hij als journalist in dienst van de NOS, van de publieke omroep, zijn plicht verzaakt, omdat hij niets onthult over het gebruik van dope in het wielerpeloton en uit zelfbescherming liever de andere kant opkijkt, treft hem al jaren.


Sluys gaat het onderwerp niet uit de weg. Al op pagina negen citeert hij royaal uit het geruchtmakende interview dat Ischa Meijer in 1984 met hem had voor Vrij Nederland. Smeets was destijds nog geen 40, maar had zijn verdedigingslinie al tot in de details opgebouwd en zijn nederlaag ruimhartig toegegeven.


'Laat de kijkers maar in de waan dat al die renners gelijk aan de start komen: honderdzeventig boerenkinkels, allemaal jongens die gezond zijn opgevoed met veel Tarvobrood - laat het publiek dat nou maar denken. De wetenschap die je als journalist hebt: hij gebruikt dope, hij niet, hij zus, hij zo - moet je dat nou echt openbaar maken? Wie, welke zaak dien je er eigenlijk mee? Je publiek? Jezelf? Je vak?'


Waarna Smeets zijn motto nog iets scherper definieerde en de overgave met een zwierig gebaar tekende: 'Ik heb heel lang dat gedrevene gehad, om aan te tonen dat sport heel echt en eerlijk moet zijn: maar ik zie nu wel in dat binnen die enorm grote cirkel van de sportwereld zoveel andere zaken een voorname rol spelen - het is allemaal gewoonweg niet meer te bevatten.'


Maar in hetzelfde interview zei hij ook dat Studio Sport geen 'journalistiek geweten' heeft. 'Als de Tour maar mooi overkomt, met hoge kijk- en waarderingscijfers - dan is mijn baas helemaal gelukkig. Ik verzet me daar voortdurend tegen.' Mart Smeets is óók een man van rekbare principes.


Bijna dertig jaar later blijkt er weinig te zijn veranderd. In een column in het tijdschrift NuSport schreef Smeets vorigt jaar: 'Ik weet dat ik al ettelijke jaren (pakweg vanaf 1972) in een ware cocon van illusies leef en heb er zo mijn eigen spelregels gemaakt. Met die regels kan ik bestaan, leven, denken en doen.'


Daar, op pagina 226, heeft Sluys de essentie te pakken van het leven van de hoofdpersoon. Smeets mag dan naar eigen zeggen alles hebben verteld wat Sluys wilde weten, hier had de schrijver hem niet voor nodig. 'Met je eigen spelregels kun je doen en laten wat je zelf wil.'


Zijn ruzies met de NOS, met de leiding vooral, de vele vrouwen in zijn leven, de lange tijd verwrongen relatie met zijn kinderen, de aanstellerij ook en de aandachttrekkerij, het is allemaal terug te voeren op dat ene: Zijne Martheid heeft altijd zijn eigen spelregels gemaakt, als de directeur van zijn eigen fabriek.


Kees Sluys: Mart Smeets, De Biografie. Uitgeverij Atlas Contact; 288 pagina's met foto's; 19,95 euro. ISBN 978 90 204 10 501


Andere auteur, zelfde omslag

Niet Kees Sluys maar Bert Hiddema was de beoogde auteur van de biografie van Mart Smeets. Hiddema, bekend van zijn boeken over onder meer Rinus Michels en Johan Cruijff, haalde zich echter de woede van de hoofdpersoon op de hals. Volgens Smeets bevatte de eerste versie talloze fouten en had de auteur zich voor een deel gebaseerd op (onware) stukken uit de roddelbladen.


Uitgever L.J. Veen besloot daarop het project te staken. Later werd Sluys benaderd. Volgens uitgever Atlas Contact, waar L.J. Veen eind vorig jaar in op ging, heeft Sluys geen gebruik gemaakt van het manuscript van Hiddema. Wel is de omslag gehandhaafd, deels uit commerciële motieven. 'Dat wilden we niet veranderen', zegt Cindy Eijspaart van Atlas Contact. 'De boekhandels hadden al duizenden exemplaren besteld. Het omslagbeeld is duidelijk en sterk en de boekhandelaren kennen het.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.