Zijn ziel achterna

OP 1 SEPTEMBER 1968 stapten de latere reclamemiljonair en schrijver Peter ten Hoopen en zijn vriend Ewald Vanvugt op de trein naar München: de eerste etappe van een lange reis over land naar India....

HANS BOUMAN

Het lijkt een onmogelijke onderneming om na zoveel jaren een levendig en betrouwbaar reisverslag te maken, maar al eerder bewees Patrick Leigh Fermor met zijn trilogie-in-wording Zwerversjaren dat het kan; zijn boeken beschrijven zelfs een reis uit de jaren dertig.

Ten Hoopen kon niet teruggrijpen op uitgebreide dagboekaantekeningen. Maar geen nood: zijn geheugen, verklaart hij, is 'uitzonderlijk helder'. 'Ik heb een scherp beeld van elke plaats waar we de nacht doorbrachten, met alle monumenten en stemmingen, iedere indrukwekkende ontmoeting en de manier waarop ik erdoor geraakt werd.' Deze bewering mag wat boud klinken, het ruim vierhonderd pagina's lange reisverslag dat erop volgt, is dermate levendig, gedetailleerd en overtuigend geschreven dat Ten Hoopen zo niet over een fabelachtig geheugen, dan toch in elk geval over een bewonderenswaardige verbeeldingskracht beschikt.

Als doel van de onderneming noemt hij, naast een afscheid van 'een beschaving die leek weg te zakken in een moeras van overvloed', vooral het achterna reizen van zijn ziel. Zijn ziel, schrijft hij, had hem enige maanden tevoren verlaten en vertoefde 'ergens in het Oosten, vermoedelijk in India'. Oorzaak: hij had zijn ziel jarenlang schaamteloos verwaarloosd door uitsluitend voor materieel gewin te leven. Na een periode van diepe depressies besloot hij vervolgens vrijwel al zijn bezittingen te verkopen en op reis te gaan, vergezeld door 'peripatetisch auteur' Vanvugt.

Ten Hoopens taalgebruik is bloemrijk, soms bijna barok. Het Centraal Station van Amsterdam heet 'de neogotische kathedraal van het reiswezen', in geval van een typische mannenmaatschappij wordt gesproken van 'de nagenoeg volkomen obliteratie van het vrouwelijk geslacht', herinneringen hebben 'de korreligheid van een oude chromolitho'. Een enkele keer slaat een uitspraak door naar betekenisloze woordpatserij: 'Reizen, het creatief vormgeven aan handeling in het metrum van het moment, is de hoogste vorm van poëzie.'

Die momenten van zweverigheid of al te opzichtige mooischrijverij domineren echter niet. Ondanks de misschien wat misleidende titel is De trancekaravaan over het algemeen een nuchter, degelijk en uitstekend met achtergrondinformatie gedocumenteerd verslag van een avontuurlijke reis, door een gebied dat tegenwoordig een stuk moeilijker voor reizigers toegankelijk is dan destijds. Er wordt stevig in gerookt en met liefde gesproken over de diverse soorten rode, witte en zwarte Libanon, maar aan het cliché-beeld van de wazige, voortdurend in hogere sferen verkerende hippy weten Ten Hoopen en Vanvugt gelukkig te ontkomen.

Het tweetal begint de reis met elk een enkeltje Badgad op zak, maar besluit al snel dat er avontuurlijker en goedkopere wijzen van reizen zijn. Ze wisselen hun reiscoupon voor het traject München-Istanbul weer in. Vanuit München vertrekt immers de 'Mercedes-karavaan': stokoude Mercedessen die zijn opgekocht door Pakistani en volgeladen met westerse luxe-artikelen.

Eenmaal in hun vaderland verkoopt men de auto aan een taxibedrijf en de rest op de zwarte markt: een gouden business. Het probleem is echter dat de Pakistani niet kunnen rijden, en dat, zelfs als ze dat wel konden, hun rijbewijs nergens wordt erkend. Dus huren de Pakistani de chauffeursdiensten in van jonge reizigers richting India. Naast transport zijn logies en maaltijden inclusief.

Het klinkt allemaal mooier dan de werkelijkheid blijkt te zijn. Het eten bestaat voornamelijk uit wittebrood, tomaten en hardgekookte eieren, de overnachtingen vinden bij voorkeur in de auto plaats en tegen de tijd dat Joegoslavië wordt bereikt, dreigt het voertuig geheel uit elkaar te vallen. Krankzinnige scènes vol bijna-ongelukken en bewonderenswaardig improvisatietalent geven dit hoofdstuk het karakter van een spannend jongensboek.

In Istanbul laten Ten Hoopen en Vanvugt de Pakistani en hun Mercedes voor wat ze zijn; zij reizen via Anatolië naar Syrië. Daar worden ze voor het eerst geconfronteerd met de nadelen van de sterk pro-Israëlische houding van Nederland, tijdens de Zesdaagse Oorlog van een jaar eerder. Het doet ze besluiten voortaan een neutraal land van herkomst te kiezen - Zwitserland, Zweden - maar reeds bij de eerste gelegenheid vallen ze daarbij door de mand.

In Libanon verleidt 'het landbouwproduct van de Beqaa' Ten Hoopen tot poëtisch-vinologische bespiegelingen. Rode Libanon is 'de Margaux van de hasj: zijn rijke, fruitige smaak, met alle complexiteit van een zeldzame bodemsamenstelling', terwijl het witte equivalent vergelijkbaar is met 'Beaujolais Primeur, slechts een paar maanden per jaar beschikbaar; net als haar viticulturele tegenhanger heeft zij een maagdelijke frisheid die naar het hoofd stijgt als liefde op het eerste gezicht'.

Tot de meest indrukwekkende delen van het boek behoren de passages over de reis door Irak en Iran. In Irak constateert Ten Hoopen dat de holocaust er als Israëlische propaganda wordt afgedaan en ontkomt hij ternauwernood aan een steniging op verdenking een Israëlische spion te zijn. Met groeiende afkeer neemt hij kennis van het fanatisme van de sjia-islam.

Volstrekt anders zijn zijn ervaringen met de Moerasarabieren, over wie Wilfred Thesiger zijn befaamde The Marsh Arabs (De Moerasarabieren) en Gavin Young Return to the Marshes schreven. Zoals bekend zal geen reiziger de unieke ervaringen van Thesiger, Young en Ten Hoopen meer deelachtig kunnen worden. Na de Golfoorlog legde Saddam Hussein het gebied via dammen grotendeels droog en vergiftigde hij de moerassen. Ten Hoopen besluit zijn beschrijving hiervan met de wat curieuze verzuchting dat hij hoopt dat Thesiger het niet heeft hoeven meemaken. Zou het hem onbekend zijn dat de inmiddels 86-jarige Thesiger nog altijd onder ons is?

Via Afghanistan, de Khyber Pas en Pakistan komen Ten Hoopen en Vanvugt uiteindelijk in Amritsar terecht, locatie van de befaamde Gouden Tempel. Later, in 1984, zou dit sikh-heiligdom het toneel worden van een keiharde confrontatie tussen terroristen en het leger, culminerend in een bloedbad, en enkele maanden later in de moord op Indira Gandhi door enkele sikh-lijfwachten. Ten Hoopens associaties zijn van een andere aard: 'Mijn ziel, die me een jaar eerder vooruit was gereisd en me gedwongen had achter hem aan te gaan, was vol vreugde dat zijn lichaam eindelijk gekomen was.'

De trancekaravaan bevat een hoop prikkelende bespiegelingen, sommige wat aan de zweverige kant, andere broodnuchter. Af en toe schiet Ten Hoopen echter door naar het type rabiate beweringen dat hij zelf zo in Iran en Irak heeft leren haten. Over het toerisme bijvoorbeeld, volgens hem 'het giftigste van alle westerse kwaden'. De toerist, meent hij, 'is in zijn slechtste vorm de duivel zelf. In zijn beste vorm is hij een kind dat vernielt zonder erbij na te denken.' Uiteraard geldt dat niet voor Ten Hoopen en Vanvugt. Zij zijn immers geen toerist, maar reiziger en die is 'in zijn ideale manifestatie' niet minder dan een engel. 'In minder verheven verschijningen is hij altijd nog een gevallen engel.'

Ironisch genoeg ondergraven Ten Hoopens eigen reiservaringen deze stelling. Menige 'reiziger' richting het oosten blijkt een lafhartige profiteur van de plaatselijke, straatarme bevolking, zoals veel hedendaagse 'toeristen' diezelfde plaatselijke bevolking een inkomen bieden. Van het scherpe onderscheid dat Ten Hoopen maakt tussen reizigers en toeristen, blijft bij diepere beschouwing weinig over. Bovendien zijn individuele reizigers per definitie de voorlopers van de toeristenstromen en dus duiveljes met een harp. Als toerisme een ziekte is, is de reiziger het virus.

Hans Bouman

Peter ten Hoopen: De trancekaravaan - Een reis naar het Oosten door de jaren zestig.

Contact; ¿ 49,90.

ISBN 90 254 0689 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden