Zijn verhalen zijn onverslijtbaar

Vervolg van pagina 1.

Hij leeft. Dat merk ik een dag later weer in het Dickens Museum in Bloomsbury (48 Doughty Street), waar hij tweeënhalf jaar woonde en als een razende schreef (Pickwick Papers, Oliver Twist, Nicholas Nickleby). Net als de wandeling, die je van de werkelijkheid (de gevangenismuur) over de grens naar de boekenwereld voert (de kerk waar Little Dorrit trouwde), zijn de memorabilia in dit 'allerleukste museum ter wereld' (volgens Godfried Bomans, de populaire schrijver en dickensiaan die exact even oud werd als zijn held, 58 jaar) ook uit beide universa afkomstig: de rode armstoel, daar heeft Dickens in gezeten, zijn katheder ging inderdaad mee op lezingen, en die grote klok uit Gad's Hill is de echte. Maar we zien óók de snuifdoos van Mr Pick-wick, en het raampje waardoor de weesjongen Oliver Twist ontsnapte, allebei even aanraakbaar en echt.


Hoe kan het dat die overgang bij Dickens moeiteloos verloopt? Bij ons is het ondenkbaar dat in het Harry Mulisch Museum aan de Amsterdamse Leidsekade, dat nog moet worden ingericht, behalve zijn pijpen en manuscripten ook de poppenkast uit archibald strohalm wordt geëxposeerd, of het originele Mens-erger-je-niet-spel dat mevrouw Steenwijk uit de commode haalt in het eerste hoofdstuk van De Aanslag.


Het heeft niet alleen te maken met de Engelse souplesse om de fantasie niet rigoureus als verboden gebied te beschouwen, en je ook in een museum een grapje te permitteren. Het komt ook door Dickens' talent. Hij beschreef een wereld die in zijn tijd al voorbij was: de ergste wantoestanden in gevangenissen, weeshuizen en scholen waren óver, met dickensiaans bedoelen we dus níet de tijd van Dickens maar de tijd die hij in zijn werk opriep, die daarvóór lag. Dickens nam de overwonnen misstanden, en overdreef die: zijn boeken zijn theater, levendige verhalen vol scène-wisselingen als in een soap (heeft te maken met de manier van schrijven, in maandelijkse afleveringen van 32 pagina's, waardoor de cliffhangers je voortdrijven), opgewonden personages die van kop tot teen worden beschreven (personages in drie dimensies, of in Bomans' woorden: 'zo dat men er omheen kan lopen en ze van alle kanten bekijken'), van zijn lezingentournees is bekend dat hij ook stemmetjes deed, hij was een showman die alles over had voor een goed verhaal.


De kritiek die George Orwell in 1940 formuleerde op Dickens wordt tot op de dag van vandaag herhaald door sommige beroepslezers die succes verdacht vinden, zoals laatst nog in onze Groene Amsterdammer: Dickens is sentimenteel (waar), meer verteller dan architect (klopt, hij nam geen tijd om zorgvuldig te componeren), en uiteindelijk geen revolutionaire geest.


Dat laatste verwijt zegt meer over de geëngageerde Orwell, die zijn politiek geladen toekomstroman 1984 nog moest schrijven. Maar dat Multatuli het kolonialisme niet wilde afschaffen maar alleen veranderen, maakt van Max Havelaar toch ook niet een minder groots boek? Het ging Dickens er niet om de wereld te veranderen - een warm universum creëren, dat was zijn engagement; alles wat hij gezien had wilde hij kwistig kwastend weergeven, met satirische en karikaturale uitschieters, met dialogen zo levendig dat ze van de pagina's springen (gebruiksklaar voor verfilmingen), en met dromen en angstbeelden die de lezer in een stemming brengen die het beste kan worden vervat in een term die A.F.Th. van der Heijden in een ander verband ooit muntte: knusse huiver.


Hij is op zijn best als het zijn personages slecht gaat, en het geluk alleen verhoopt mag worden. Dáárom blijf je hem lezen. Ebenezer Scrooge (uit A Christmas Carol, 1843) die maar de hele dag opgetogen goed loopt te doen, en nog geheelonthouder is geworden ook, zo'n laatste levensfase wens je niemand toe. Maar dat verhaal is onverslijtbaar door het begin, als hij nog een gierige rotzak is: 'Hij droeg zijn eigen kilte altijd bij zich; in de hondsdagen koelde hij zijn kantoor ermee en met Kerstmis maakte hij het geen graad warmer.' Heerlijk.


Het vreselijke schoolhoofd Thomas Gadgrind in Hard times blikt de klas in: 'Zoals hij met fonkelende ogen naar hen keek vanuit de bovengenoemde kelderruimte, leek hij wel een soort kanon, tot de muil toe geladen met feiten en klaar om de kinderen met één schot finaal uit het domein van de jeugd weg te blazen.' Applaus.


Als het regent, is het meteen hondenweer. Neem Great Expectations, als het volwassen weeskind Pip 's avonds de regen striemend op de ramen hoort roffelen. De lampen waaien uit. Als toppunt van onheil hoort hij voetstappen de trap op komen, naar zijn verdieping. Een gespierde zestiger klimt naar boven, 'ijzergrauw haar' aan de zijkanten van een gerimpeld kaal hoofd, die vóór hij verklaart wie hij is op een stoel voor de haard gaat zitten, en zijn voorhoofd bedekt met 'grote bruine geaderde handen'. Angstig vragend of niemand hem volgt. Dan pas dringt tot Pip door wie deze vent is... hij kent hem van vroeger, en wordt daar niet blij van. Maar in die drie pagina's vóór de onthulling rillen we al, het is of de dood zelf de trap bestijgt.


Daarom lees je Dickens, en daarom kijk ik getroffen rond in de kleine Mary Hogarth-kamer, op de tweede verdieping van het Dickens Museum: dus hier kreeg op 6 mei 1837 zijn schoonzus Mary (17) plotseling een fatale hartaanval, en stierf in Charles' armen. De onverhoedse dood doet denken aan die van de angelieke 'Little' Nell Trent in The Old Curiosity Shop (1841), waarover toentertijd al zoveel tranen werden vergoten dat het Oscar Wilde te gortig werd, getuige diens aforisme: 'Je moet wel een hart van steen hebben om te kunnen lezen over de dood van Little Nell zonder te lachen.'


In de koffiekamer van het Dickens Museum, daar waar vroeger de keuken voor het personeel was, zit een dametje achter haar thee met een scone. Brilletje, bonnet. Goedkeurend kijkt ze naar de 'Dickens 200th Anniversary Tea Towel' die ik in de museumshop heb aangeschaft, ze is geen verschijning, ik kan om haar heen lopen.


Maar dit weet ik óók: als ik eenmaal thuis weer een Dickens opensla, zal ik haar opnieuw tegenkomen.


Anneke Hesp: Wandelen met Dickens.

Totemboek; 36 pagina's; € 9,50.


ISBN 978 90 77557 89 1.


John Forster: The Life of Charles Dickens - The Illustrated Edition.

Sterling Signature; 512 pagina's; € 52,75.


ISBN 978 1 4027 7285 6.


Alex Werner and Tony Williams: Dickens' Victorian Londen 1839-1901.

Museum of London/Ebury Press; 288 pagina's; € 34,59.I


SBN 978 0 09 194373 8.


Bij uitgeverij Veen zijn edities leverbaar van Grote verwachtingen, Oliver Twist en Zware tijden. Op 7 februari wordt in het Nederlandse Dickens-museum een porseleinen beeld onthuld van de schrijver tijdens zijn laatste openbare optreden: Onderstraat 2, Bronkhorst, 14 uur.


SPOEDCURSUS DICKENS

We zitten wel allemaal te genieten als er weer een Dickens-verfilming voorbij komt, maar kunnen we het ook opbrengen om die twintig dikke boeken van hem te lezen? Weet u ook zogenaamd niet 'waar u moet beginnen'?


Hier drie ingangen.


1. The Posthumous Papers of the Pick-wick Club (1836-37)

De komische Dickens. Onvergetelijk vanaf de eerste notulen van een vergadering rond de gepensioneerde zakenman met het kale hoofd, de bril, de slobkousen en de kuitbroek: Samuel Pickwick, oprichter en A.V.L.P.C. ofwel: Algemeen Voorzitter, Lid der Pickwick-club. Vertaald door Godfried Bomans, die zonder dit boek nooit de Gedenkschriften van mr Pieter Bas had geschreven.


2. The Life and Adventures of Nicholas Nickleby (1837-39)

De schmierende Dickens. Ze zijn er nauwelijks nog, schreef Dickens in het voorwoord, de Yorkshire schools waar wreedheden jegens weeskinderen heel gewoon waren. Wellustige schetsen van haveloos Londen, en zoals zijn eerste biograaf Forster het zegt: 'Als het goed gaat, krijgen we alle schoonheid daarvan te zien; als er slechtheid in het spel is, hoeven we niet bevreesd te zijn het met goedheid te verwarren.'


3. Great Expectations (1860-61)

De complete Dickens. Humor en sentiment, angsten en onzekerheden. In een flits kan Dickens een karakter schetsen: 'Ze was een nicht - een ongetrouwde vrouw met een slechte spijsvertering, die haar rigiditeit religie noemde, en haar lever liefde.' Hoe de weesjongen Pip volwassen wordt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden