Zijn vandalen de avant-garde van Franse stakers?

Het geweld bij Franse vakbondsdemonstraties is zo heftig dat de regering voor het eerst heeft overwogen ze te verbieden. Wat willen de 'casseurs', de relschoppers die de politie met hun vernielingen tot waanzin drijven?

null Beeld EPA
Beeld EPA

Een demonstratie verbieden is heiligschennis in Frankrijk, zeker voor een linkse regering. Niet meer voorgekomen sinds 1962, toen een demonstratie tegen de oorlog in Algerije werd verboden. Maar gisterochtend leek het toch te gebeuren. De vakbonden mochten niet meer demonstreren tegen de omstreden arbeidswet, omdat hun betogingen de afgelopen maanden voortdurend uitdraaiden op hevige rellen. Rond het middaguur haalde de regering alweer bakzeil. Vandaag zullen de bonden toch de straat op gaan, al mogen ze slechts een klein, door de regering uitgestippeld rondje lopen.

De crisissfeer in Frankrijk wordt versterkt door de demonstraties tegen de arbeidswet. Ze zijn niet bijzonder massaal en de meeste betogers zijn gestaalde, maar vreedzame vakbondsleden. Steevast lopen echter enkele honderden casseurs mee, extreem-linkse relschoppers die flessen en stenen gooien, met de politie vechten en de ruiten van banken, luxewinkels en andere symbolen van het kapitalisme inslaan.

Casseurs

Het zijn informele groepjes, in het zwart gekleed, gemaskerd en voorbereid op geweld, met hun helmen, hun zwembrilletjes en gasmaskers tegen het traangas. Ze mengen zich in de demonstrerende menigte, slaan snel toe en trekken zich weer terug in de massa, waardoor ze moeilijk te vangen zijn.

'Soms is het slim de boel te op te blazen', zei casseur 'Marius' in de linkse krant Libération. Wie vernielt, doet van zich spreken. Voor de casseurs is de arbeidswet slechts een miniem onderdeel van de strijd. Ze willen het kapitalisme ten val brengen. Natuurlijk weet 'Marius' ook wel dat de revolutie niet aanstaande is. 'We hebben tienduizend redenen om pessimistisch te zijn. Maar tijdens de betogingen boeken we een heleboel kleine overwinningen waardoor we een vorm van collectieve kracht voelen. Er is een veel grotere menigte die applaudisseert als sommige betogers banken vernielen. De zaadjes die tijdens deze beweging worden gezaaid zullen groeien', zegt hij.

De casseurs voelen zich de avant-garde van een opstand tegen het kapitalisme die nog vorm moet krijgen. Geweld is geoorloofd om een betere wereld tot stand te brengen. Wat betekenen materiële vernielingen nou helemaal? Dat vraagt casseuse 'Clémence' zich af, ook in Libération: 'Voor mij is dat geen geweld.' De commotie rond de politieauto die enkele weken geleden in brand werd gestoken, vindt ze schromelijk overdreven. De politieman was allang uitgestapt toen de vlammen uit de ramen sloegen. 'Ik zou niet willen dat een politieman sterft', zegt ze, al maakt ze wel onderscheid tussen een gewone straatagent en de CRS, de Franse mobiele eenheid, 'die je onderdrukken en met knuppels slaan'.

Kinderziekenhuis

Vorige week overschreden de casseurs een grens, toen ze de ruiten ingooiden van Hôpital Necker, een kinderziekenhuis in Parijs. Die dag raakten 29 politieagenten en 11 demonstranten gewond.

De regering verklaarde het geweld zat te zijn, ook omdat de politie op haar tandvlees loopt door de opeenstapeling van terreurdreiging, sociale onrust, Calais en het EK voetbal. Volgens minister Cazeneuve van Binnenlandse Zaken raakten de afgelopen maanden meer dan vijfhonderd politiemensen gewond door geweld van demonstranten.

De regering eiste dat de vakbonden een 'statische' demonstratie zouden houden, een bijeenkomst op Place de la Nation. De vakbonden weigerden: zij wilden per se door de straten van Parijs defileren. Daarop verbood het hoofd van de politie van Parijs de demonstratie van vandaag. 'Een oorlogsverklaring, natuurlijk gaan we demonstreren!', reageerde een bestuurder van de radicale vakcentrale CGT. 'Iedereen de straat op!', riep de communistische partij in de Parijse voorstad Bobigny. Ook linkse politici verklaarden te gaan demonstreren, uit protest tegen deze 'aanval op de democratie'. Een woordvoerder van de regering verklaarde gisterochtend helemaal 'zen' te zijn tegenover dergelijke dreigementen. Niettemin ging de regering even later overstag. De vakbonden mogen defileren, heen en weer tussen Bastille en de Seine. Een zwaarbewaakt rondje van anderhalve kilometer.

Met de verboden betoging in 1962 liep het niet goed af. Enkele duizenden tegenstanders van de oorlog in Algerije gingen toch de straat op. Er vielen die dag negen doden. Het hoofd van de politie was toen Maurice Papon, later veroordeeld wegens oorlogsmisdaden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden