Zijn spelregels nodig voor media? NEE

Berichtgeving moet extern worden getoetst op zorgvuldigheid vindt de voormalig minister. Dat is niet in het belang van de democratische rechtsstaat, zegt de hoofdredacteur....

Pieter Broertjes

NEE

Het valt wel mee met de 'mediacratie', waarin politici zijnovergeleverd aan de willekeur van journalisten. Thom de Graaf spreekt vaneen 'ijzeren wurggreep'. Maar politici en journalisten zitten deels inhetzelfde schuitje. Kiezers zijn onthecht van de politiek en lezers tenopzichte van hun krant.

De Graaf spreekt met veel passie over de noodzaak van kritischezelfreflectie. Hij signaleert een toegenomen bereidheid bij media omverantwoording af te leggen. Maar hij gaat een stap verder met zijnpleidooi voor overheidsregels, die moeten dwingen tot zorgvuldigheid enintegriteit van berichtgeving.

Is het echt zo erg gesteld met de ongebreidelde macht en de beroerdekwaliteit van de media in Nederland? En is dat van recente datum of vanalle tijden? Als we De Graaf moeten geloven, bestaat de pers vantegenwoordig uit gewetenloze onnozele halzen, die van hun gezond verstandniet weten: ze zijn onzorgvuldig, oppervlakkig en uit op goedkoopsentiment. Goddank steekt hij ook een hand in eigen boezem, want aanpolitici deugt ook van alles niet.

Mijn indruk is dat de kwaliteit van de meeste kranten en bijvoorbeeldde radiojournalistiek veel beter is dan - pakweg - tien, twintig jaargeleden. De Nederlandse kwaliteitspers houdt zich stilzwijgend aan allerleicodes (privacybescherming) die in het buitenland sinds jaar en dag metvoeten worden getreden. Tel uw zegeningen!

De media hebben macht, zeker. Ze agenderen maatschappelijke thema's enbeïnvloeden daarmee de meningsvorming van burgers. Dat schept een groteverantwoordelijkheid. Maar in de eerste plaats op het gebied vanintegriteit, betrouwbaarheid en kwaliteit. De pers vervult in eendemocratie een belangrijke rol als waakhond. Onze opdracht is, simpelgezegd, om 'nederig naar de waarheid te zoeken', falende wetgeving op tesporen en zo gaten te slaan in de Haagse kaasstolp. We moeten onsconcentreren op onze kernmissie: het bepalen van de randvoorwaarden voorhet democratisch functioneren van de staat.

En laten we onze invloed niet overdrijven. Het beste voorbeeld van degeringe macht van de media: allemaal (behalve Elsevier) hebben ze zichuitgesproken vóór de Europese Grondwet. De uitslag is bekend: twee vande drie Nederlanders stemden tegen.

Voor welk probleem zoeken we een oplossing? Is er, zoals De Graaf stelt,echt sprake van een ongezonde symbiose tussen politiek en media die - toemaar - onze liberale democratie bedreigt. De pers kan haar crucialecontrolefunctie het best uitoefenen bij de grootst mogelijkeonafhankelijkheid. In een te familiaire omgang tussen politici enjournalisten op het Binnenhof schuilt een levensgroot gevaar.

Maar draaft De Graaf niet door? Voor iemand die in zijn politiekevaandel heeft staan dat burgers meer invloed moeten krijgen, praat hij overdie burgers als louter consumenten, die zich laten leiden door wat de mediahun wijsmaken, alsof zij niet zelf nadenken.

Ik zie verontrustende tendensen in het onderlinge verkeer tussenpolitici en journalisten. De overheid steekt steeds meer tijd in het ondercontrole krijgen van de vrije pers. Tegenover 250 Haagse verslaggeversstaan zo'n duizend voorlichters. Elke journalist heeft dus vier mandekkers,die voortdurend bezig zijn te voorkomen dat ongefilterde informatie naarbuiten komt. Hooggeplaatste ambtenaren mogen journalisten niet meer tewoord staan. Dat belemmert de controle van het openbaar bestuur.

Zijn oproep aan mijn collega-hoofdredacteuren, omroepbesturen enuitgevers om een instrumentarium te ontwikkelen om gedegenverantwoordingsmechanismen te ontwikkelen die extern worden getoetst, zalik niet beantwoorden. Kán ik niet beantwoorden zonder ons fel bevochtenprincipe van vrije meningsuiting, verankerd in de Grondwet, geweld aan tedoen.

Journalisten maken fouten. Dat is begrijpelijk, want de werkelijkheiden de feiten zijn zelden eenduidig. Maar die fouten maken we in hetopenbaar. Waarheidsvinding is een voortdurend proces.

Externe toetsing is de verkeerde remedie. De macht van de mediaonderwerpen aan externe regelgeving is niet in het belang van dedemocratische rechtsstaat.

Media controleren de macht en niet andersom. De overheid zou zich erhelemaal niet mee moeten willen bemoeien.

Een effectieve aanpak is om te werken aan een overheid die goedcommuniceert met haar burgers. Er is niets tegen de webloggende bewindsman.Ook wij, beleidsbepalers van de moderne media, moeten meer rekening houdenmet lezers, kijkers en luisteraars. Op dat vlak zijn bemoedigendeinitiatieven genomen. Ombudsmannen zijn aangesteld, er is een permanenteNieuwsmonitor ingesteld om kritische analyses te plegen naar hypes, heikelethema's en onbetrouwbare krantenkoppen. En er is een Mediadebatbureauopgericht om discussies in eigen kring te entameren.

De beroepsgroep is zich er meer dan ooit van bewust dat maatschappelijkverantwoording afleggen moet. Zelfregulering heet dat. Je kwetsbaaropstellen is een teken van kracht.

Pieter Broertjes

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden