Column

Zijn speculanten beste economen?

 

J.M. Keynes en Vrouw.Beeld anp

Als John Maynard Keynes in deze tijd had geleefd zou hij misschien niet als groot econoom van de progressief-liberalen te boek staan, maar was hij samen met Erik Staal van Vestia vernederd door een parlementaire enquêtecommissie.

Keynes was naast een groot schrijver over economie ook een roekeloos speculant. Begin jaren twintig van de vorige eeuw hing hij na het bekijken van de koerspagina's in de kranten elke dag een uur lang aan de telefoon met zijn effectenmakelaar. Niet alleen zijn eigen geld (de opbrengsten van zijn boeken), maar ook het geld van zijn vader, broer en Bloomsbury-vrienden als Duncan Grant en Vanessa Bell stak hij in riskante valutatransacties.

Aanvankelijk had Keynes succes, maar in 1921 verspeelde hij het gehele kapitaal toen de markt niet deed wat hij verwachtte. Dat weerhield hem er niet van opnieuw te beginnen. Eind 1923 had hij het verloren geld terugverdiend. Tegen de statuten in speculeerde hij zelfs via een door hem opgezet investeringsfonds met het geld van King's College in Londen. Vaak deed hij dat door middel van de nu zo verfoeide short-transacties - het verkopen van aandelen op termijn - in de hoop snel winst te kunnen maken. Soms liep het uit op een debacle, maar de meeste transacties pakten goed uit, waardoor hij met name tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn rijkdom vergrootte.

Keynes was van alle economen overigens lang niet de beste speculant. Zijn landgenoot David Ricardo was een eeuw eerder veel succesvoller. Hij wist dankzij marktmanipulatie en voorkennis zoveel geld te verdienen met speculaties op de afloop van de Slag bij Waterloo dat hij onmiddellijk stopte met werken, een enorm landgoed kocht (nu de woning van de Britse prinses Ann) en een van de belangrijkste klassieke economen werd.

Economen zijn zelden groot geworden door economie te studeren. Adam Smith, de aartsvader van de economen, studeerde sociale filosofie, Joseph Schumpeter rechten en Nederlands grootste econoom Jan Tinbergen wis- en natuurkunde.

Hieruit blijkt dat academische kennis geen voorwaarde is om iets verstandigs over de economie te zeggen. Het betekent ook dat niemand zich kan excuseren met de opmerking 'ik ben geen econoom' als iets niet wordt begrepen of fout gaat.

Hans Hirschfeld, de roemruchte secretaris-generaal op het ministerie van Economische Zaken tijdens de bezetting, noemde na de oorlog 'een economische opleiding aanbevelenswaardig maar niet noodzakelijk'. 'Een gezond economisch en financieel inzicht kan ook in de praktijk van het economisch leven verworven worden', aldus Hirschfeld.

Goede economen zijn mensen die helder kunnen denken en analyseren. De academische studie kan daarbij net zo goed een ballast zijn als een pre.

Misschien moet Staal als straf gratis economieles gaan geven.

Reageren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden