Zijn pensioenfondsen uit de tijd?

PETER DE WAARD

Straten worden meestal vernoemd naar historische helden, kunstenaars, burgemeesters of leden van het koningshuis. Er zijn weinig ondernemers met vier straten in Nederland.

Jacques van Marken, de oprichter van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek (later Gist-Brocades en nu DSM) en de pindakaasfabriek Calvé, is vereeuwigd in straten te Assen, Schiedam, Rijswijk en Delft. Van Marken vond al in 1880 dat 'een billijke pensioenverzekering tot den kostenden prijs van den arbeid' behoorde. 'Zolang de ondergetekende de eer zal hebben uwe onderneming te leiden, zullen geene oude paarden zonder voer op stal worden gezet.' Daarom hield hij bij zijn werkpaarden - zoals arbeiders toen heetten - een deel van hun loon in. Als ze van hun 21ste tot hun 60ste bij Van Marken hadden gewerkt en de volle pensioenpremie hadden betaald, ontvingen ze daarna het volledige loon.

Nu werden in die tijd weinig mensen 60 jaar, laat staan veel ouder, zodat de regeling betaalbaar bleef. Van Marken zou zelf in 1906 op precies 60-jarige leeftijd overlijden.

Op dat moment waren er in Nederland al zo'n 30 ondernemingspensioenfondsen, onder meer die van de gebroeders Stork. In 1917 kwam ook het eerste bedrijfstakpensioenfonds tot stand - dat voor de coöperatieve zuivelfabrieken in Friesland - maar in 1938 viel per saldo nog geen 8 procent van de Nederlandse werknemers onder een pensioenfonds. Daarom werd na de oorlog de pensioengunst een pensioenplicht.

Bij Van Marken, Stork en andere patriarchen speelde paternalisme eigenlijk een nog grotere rol dan idealisme. Ze waren ervan overtuigd dat arbeiders niet zelf voor later zouden kunnen sparen, maar hun geld zouden verbrassen aan jenever en bier.

Daar kan Nederland nu dankbaar voor zijn, want het heeft anno 2012 een reservepot van 900 miljard euro opgeleverd. Dat is even groot als de totale Nederlandse staatsschuld plus de hypotheekschuld van alle huishoudens. Het is alleen te klein om alle Nederlanders ook op lange termijn te garanderen dat zij na hun 65ste of zelfs 66ste of 67ste een waardevast pensioen krijgen dat 70 procent van hun inkomen bedraagt. Daarvoor komen er nu veel te veel ouderen die ook nog te lang blijven leven.

Dat betekent dat de premie omhoog moet, de uitkering omlaag of - zoals nu de consensus lijkt - via een boekhoudkundige truc een voorschot op de toekomst moet worden genomen.

In deze tijd van individualisme laten werknemers niet meer door een paritair samengesteld orgaan een extra deel van hun loon afnemen voor later. Ze denken er zelf veel verantwoordelijker mee te kunnen omgaan en zouden het liefst de premie zelf willen beleggen.

Als Jacques van Marken nu zijn pensioenplan had gepresenteerd, was geen straat naar hem genoemd, maar was hij weggehoond.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden