'Zijn offer is niet onopgemerkt gebleven'

Een boom met inscriptie in een Gronings bos. Wie kerfde zijn initialen in die stam? Journalist Ernst Arbouw reconstrueerde het korte leven van een jonge Canadese soldaat op zoek naar avontuur.

Beeld Familiecollectie

Het pad loopt met een flauwe bocht over landgoed De Duinen, aan de rand van Eelde-Paterswolde, iets ten zuiden van de stad Groningen. Boswachter Booi Kluiving van Natuurmonumenten loopt langs kale beukenbomen en stapt met zijn laarzen dwars door grote modderpoelen die liggen verscholen onder natte novemberblaadjes. Hij blijft stilstaan bij een Y-splitsing in het pad. 'Hier staat-ie ergens. Kijk maar eens of je hem kunt vinden.' De stammen zijn groen uitgeslagen. 'Hier, kijk...'

Kluiving vertelt hoe hij een paar jaar geleden op een winterse dag door het bos liep. Verse sneeuw zat tegen de stammen geplakt. 'Ik keek opzij en ik zag ineens 'Toronto' op een boom staan. Door de opgewaaide sneeuw staken de letters donker af.' Hij was misschien wel honderd keer langs de plek gelopen. Toevallig keek hij deze ene keer opzij, toevallig was deze ene keer het opschrift goed te zien.

Zoektocht

Met m'n wijsvinger volg ik voorzichtig de letters: H.W.R. Toronto. Canada. Harold Wilbert Roszell, 21 jaar oud toen hij, waarschijnlijk op 14 april 1945, zijn initialen kerfde in een boom in Eelde-Paterswolde. Harold is na zeventig jaar tevoorschijn gekomen uit de geschiedenis. Eén van de 43 Canadese soldaten die sneuvelden bij de bevrijding van Groningen. Twee dagen nadat hij zijn naam in een boom had gekrast, was hij dood. Neergeschoten door een Duitse sluipschutter.

De zoektocht naar Harold Roszell begint met een fotootje van de boom op de Facebookpagina van boswachter Kluiving. 'Onze bevrijders kunnen we hier nog aanraken', schrijft Kluiving bij het plaatje - Groningen is bevrijd door Canadezen. Iets verder op hetzelfde landgoed staan vergelijkbare bomen met inscripties uit de oorlog, data in 1942 en 1943. De initialen op deze boom zien er ongeveer even oud uit, de letters zijn verweerd en uiteengegroeid, duidelijk niet van een toevallige toerist die hier recentelijk een boswandeling maakte.

De inscriptie in de boom. Beeld Marie Wanders

Ineens een naam

Bij de Canadese veteranenorganisatie vang ik bot, het Canadese ministerie van Defensie reageert niet op de mail, maar het archief van de Commonwealth War Graves Commission, de organisatie die de graven van soldaten uit Gemenebestlanden onderhoudt, levert een treffer. De initialen kloppen, de woonplaats klopt, het legeronderdeel klopt - Harolds divisie trok voor de bevrijding van Groningen door Eelde-Paterswolde. Ineens hoort er een naam bij de drie initialen. Voor de zekerheid controleer ik de lettercombinatie. Van de 45.368 Canadezen in de database hebben er negen dezelfde initialen als Harold, twee van hen komen uit Toronto. Van de ruim vijfduizend Canadezen die in Nederland zijn begraven, heeft er maar één de initialen H.W.R. Bewijs is het niet, een goede indicatie is het wel.

Ik vind nog twee puzzelstukjes: een nieuwsberichtje over Harolds dood in Groningen uit de Toronto Star en een vermelding in de catalogus van Canadese Nationaal Archief.

Oude brieven en foto's

Vlak voor Kerst zit ik in een hotel in Amsterdam aan tafel met Lyn Wright en haar man Gord, uit Wiarton, Ontaria. Ze heeft maar een vraag: 'How did we get here?' Lyn is toevallig op doorreis in Amsterdam; een paar dagen eerder ben ik via Twitter in contact gekomen met haar achternichtje. We zijn allebei gespannen.

Ik vertel over de boom met de initialen van haar oom Harold, over de speurtocht door archieven en over de bevrijding van Groningen - een van de drie laatste grote veldslagen in Nederland.

Lyn vertelt op haar beurt over haar vader Albert Roszell, die tijdens de oorlog motorkoerier was bij het Canadese leger in Italië. Halverwege de jaren negentig reisde ze met haar vader door Europa. Vanuit Italië reden ze naar Nederland. Daar plantten ze een rozenstruik op het graf van haar oom, zijn broer, op de Canadese begraafplaats in Holten. Ze vertelt ook hoe de broers zich kort na het uitbreken van de oorlog samen aanmeldden als vrijwilliger. Albert werd aangenomen. Harold, op dat moment 16 jaar oud, naar huis gestuurd.

In de dagen na het gesprek krijg ik uit Canada een stapeltje oude brieven en foto's. Uit de brieven en uit Harolds militaire dossier, dat wordt bewaard in het Nationaal Archief in Canada, ontstaat een beeld van zomaar een gewone Canadese soldaat. Een jongen die houdt van honkbal en lacrosse, die een baantje heeft als vrachtrijder voor een kruidenier, die plagerige brieven schrijft aan zijn zusje ('Ben je nog op mannenjacht geweest?') en die van heel dichtbij de Tweede Wereldoorlog beleeft: de strijd in Normandië, de Slag om de Schelde, de oversteek van de Rijn.

'Adventure'

Op een foto uit 1942 kijkt hij recht in de camera, een jongen van 18 in een veel te ruim kaki-uniform. De foto is gemaakt vanaf een hoger standpunt, waardoor Harold kleiner lijkt dan hij eigenlijk is. 'A pleasant youth of reasonably good appearance', volgens zijn dossier. 'Suitable for overseas in infantry if medically fit.' Op een andere, ongedateerde foto staat hij in battledress. Ook hier kijkt hij recht in de camera, ook hier valt het uniform veel te ruim om zijn schouders.

Harold is een van de bijna een miljoen jonge Canadezen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog melden als vrijwilliger - Nederland is bevrijd door een leger van vrijwillige soldaten. Op z'n aanmeldingsformulier wordt z'n motivatie in één woord samengevat. Onder het kopje 'Reason for joining army' schrijft de kapitein die zijn gegevens registreert: 'Adventure.'

Het is de derde keer dat hij probeert zich aan te melden, het is ook de derde keer dat hij liegt over zijn leeftijd. Dit keer wordt hij geloofd of het leger kiest er deze keer voor hem te geloven. Harold is 17, nog niet eens volgroeid. Vijf voet en 6¿ inch is hij volgens zijn medische papieren, ongeveer 1,70 meter. Als hij twee jaar later nog eens medisch gekeurd wordt, is hij ruim 8 centimeter langer en bijna 10 kilo zwaarder.

Met een handtekening belooft hij trouw aan het leger en verklaart hij dat hij alle gegevens naar waarheid heeft ingevuld. Daarna legt hij een eed af aan de Britse koning - tevens het Canadese staatshoofd - en als hij naar buiten loopt is hij private Harold Wilbert Roszell, registratienummer b43431, in het 1ste bataljon van de Dufferin and Haldimand Rifles. Het is 17 maart 1941.

Training

Het is het begin van een periode van bijna twee jaar basistraining, aanvullende training en nog meer training. Marcheren, schietoefeningen, schoenen poetsen, geweer schoonmaken en dan weer marcheren. Terwijl Harold op Vancouver Island, aan de Canadese westkust, wordt klaargestoomd voor de oorlog, gaat ineens de gezondheid van zijn vader snel achteruit. Roszell senior heeft een chronische longaandoening, het gevolg van een Duitse chloorgasaanval bij de Tweede Slag om Ieper in 1915. Tijdens Harolds jeugd moet de familie geregeld gedwongen verhuizen. Als de gezondheid het toelaat, woont het gezin in Toronto, waar zijn vader werkt als parkwachter. Als het slecht gaat, woont de familie op de boerderij van Harolds grootouders.

Zes dagen voor zijn vader overlijdt, op 24 maart 1942, krijgt Harold verlof om zijn familie op te zoeken, een reis van 3.500 kilometer waarvoor in die tijd zeven dagen staat. Persoonlijke documenten ontbreken, maar in Harolds militaire dossier valt tussen de regels wel iets te lezen over zijn gemoedstoestand. Een paar weken nadat hij terug is in zijn legerplaats, wordt hij gearresteerd wegens openbare dronkenschap en openlijke geweldpleging. Hij wordt veroordeeld tot een boete van 10 Canadese dollar, plus 3,75 dollar proceskosten en de vergoeding van eenderde deel van de schade, alles bij elkaar bijna twee weken soldij. Het is de enige keer dat hij als soldaat in problemen komt met de autoriteiten.

De jonge Harold Roszell. Beeld Familiecollectie

Aan het front

Na twee jaar training in Canada en nog eens een jaar in Zuid-Engeland, begint de oorlog voor Harold pas echt op 7 juli 1944 als hij aan land gaat op Juno Beach in Normandië. Hij is inmiddels overgeplaatst naar het hoofdkwartier van de 2nd Canadian Infantry Division, die zware strijd levert rond het stadje Caen. Als batman - bediende - van een van de kapiteins van het hoofdkwartier blijft hij buiten de voorste linies van de strijd, maar dat betekent niet dat de oorlog ongemerkt aan hem voorbij gaat. In een brief aan zijn moeder en zusjes schrijft hij over de platgebombardeerde stad: 'Er is weinig meer van Caen over nadat onze bommenwerpers langskwamen, vlak voordat we de stad innamen.'

De administratie van een van de legerpredikanten geeft in een droge opsomming een indruk van de strijd: 9 aug: twintig lichamen begraven. 10 aug: 48 lichamen begraven, een bulldozer te pakken gekregen. 11 aug: dertig lichamen begraven. 12 aug: 27 lichamen begraven.

En zo nog een paar dagen verder. Eén predikant, 197 begrafenissen in één week.

Brieven die de soldaten naar huis sturen - Harold schrijft trouw elke vier weken - worden strikt gecensureerd, maar soms staat tussen de regels toch iets over het verloop van de oorlog. Begin september, vlak voor de geallieerden doorstoten naar België en Zuid-Nederland, schrijft hij over de snelle Duitse terugtocht: '[We are] having quite a time keeping up with the Bosche' - we hebben moeite de moffen bij te houden.

In zijn brieven geeft hij een opgeschoonde, opgevrolijkte versie van de oorlog. Hij schrijft over het weer ('zonnig', 'modder') en over de pakjes en brieven die hij van huis krijgt. ('Bedankt voor de 300 sigaretten. Beter dan het Engelse spul. Ik rook nu zo'n dertig tot veertig peuken per dag.') Als hij begin november een paar dagen met verlof is in Antwerpen, schrijft hij hoe de stad 'redelijk ongeschonden' is en dat het fijn is dat de Antwerpenaren goed Engels spreken. Het is de eerste keer in 117 dagen dat hij weg is van het front.

In de twee brieven die hij begin november schrijft, een aan zijn moeder en een aan zijn zusje Olive, rept hij met geen woord over de ongekend heftige strijd van de voorgaande dagen en weken: in het najaar van 1944 vechten de Canadezen bijna zes weken in de Battle of the Scheldt.

De Slag om de Schelde is vooral de slag om de toegang tot de haven van Antwerpen. Daarvoor moeten de Duitsers worden verdreven uit Zeeuws-Vlaanderen, Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren. In de veldslag die daarvoor nodig is, vallen ruim 6.300 Canadese slachtoffers - doden, gewonden, vermisten en krijgsgevangenen. Aan Duitse kant vallen tussen de 10 duizend en 12 duizend slachtoffers; een groot deel van Walcheren komt onder water te staan als de Britse luchtmacht de zeedijk bij Westkapelle bombardeert. Het zijn de zwaarste gevechten tijdens de Canadese opmars in West-Europa, de grootste veldslag op Nederlandse bodem. In een brief naar huis vraagt Harold hoe de dansavond van zijn zusje was.

Harolds boom

De zoektocht naar Harold Roszell speelt zich af aan twee kanten van de oceaan. Brieven, dossiers en militaire archieven uit Canada, lokale geschiedschrijvers en amateurhistorici uit de omgeving van Groningen doen er aan mee. In het Nationaal Archief in Den Haag vind ik een foto van de tijdelijke Canadese begraafplaats in Eelderwolde, net ten zuiden van de stad Groningen. Twee jonge vrouwen, gehurkt bij een met bloemen bedekt graf. Tulpen en een bos chrysanten in een grote fles. De foto stamt van kort na de bevrijding, het graf is nog vers, in de modder en het gras staan afdrukken van soldatenlaarzen. Voor de tweede keer tijdens het onderzoek komt Harolds naam onverwacht bovendrijven. PTE ROSZELL H.W. staat op het houten kruis, private Harold Roszell.

Als ik navraag doe bij plaatselijke historici blijkt dat ik recht tegenover de plek van het begraafplaatsje heb gewoond. Ik bel mijn oude buren, ik ga op bezoek bij de bejaarde eigenares van de grond en ik doe een oproep in een dorpsblad: wie kent de dames op deze foto?

Tussen de papieren uit Canada vind ik een aanwijzing. Kort na de bevrijding krijgt Harolds moeder een brief van een soldaat die schrijft dat een meisje uit het dorp Harolds testament en mogelijk ook zijn bijbel heeft gevonden. Het meisje uit de brief blijkt in Emmen te wonen, ze is inmiddels 92 jaar oud. Van een testament of een bijbel herinnert zij zich niets meer, maar ze noemt uit zichzelf een Canadese naam: trooper Dennis Bowles, de auteur van de brief. 'Hij vroeg me te trouwen, maar ik had geen zin om naar Canada te gaan, zie je...'

Ze vertelt ook dat ze tijdens de oorlog geëvacueerd was. Het huisje aan de zuidkant van het dorp waar de familie woonde, lag vrijwel tegen het vliegveld. Op last van de Duitsers vertrok de familie naar Huis De Duinen, op het gelijknamige landgoed, hooguit tweehonderd meter van Harolds boom en het enige huis in de wijde omgeving.

Harolds boom. Beeld Marie Wanders

Laatste brief

Bij zijn aanmelding als soldaat probeert Harold in hetzelfde onderdeel als zijn oudere broer geplaatst te worden en in de loop van de oorlog doet hij een paar pogingen zijn broer op te zoeken. Telkens vergeefs. Op 17 maart 1945, een week voor de Canadezen bij het Duitse Emmerich de Rijn oversteken, schrijft hij aan zijn moeder hoe hij opnieuw heeft geprobeerd zijn broer op te zoeken. Opnieuw zonder resultaat. 'Ik kan hem altijd nog zien als de oorlog voorbij is.' Schuin in de linkerbovenhoek schrijft hij nog snel waar hij op dat moment is: Germany. De staart van de y vormt een triomfantelijke dikke streep onder het woord. De oorlog is écht bijna voorbij. Het is zijn laatste brief naar huis.

Van Oost- en Noord-Nederland wordt gezegd dat ze 'door de achterdeur' zijn bevrijd. Nadat de geallieerden in Duitsland de Rijn zijn overgestoken, trekken de Canadezen in de laatste week van maart en de eerste weken van april door de Achterhoek en Twente richting het noorden. Vanaf de eerste week van april gaat de opmars razendsnel: Doetinchem, Winterswijk, Zutphen, Deventer, Zwolle. Het Duitse leger stort zo snel in elkaar dat de Canadezen geen goed beeld meer hebben van de slagorde en de slagkracht van hun tegenstanders. Soms worden dorpen en hele steden zonder veel moeite ingenomen, soms wordt zwaar gevochten om enkele huizen of groepjes boerderijen.

Bevrijding

Ondertussen speelt zich overal waar de bevrijders komen ongeveer hetzelfde tafereel af. Al voor de gevechten goed en wel voorbij zijn, stromen dansende en feestvierende Nederlanders de straat op. Op 12 april wordt Assen bevrijd. Als de 2nd Division de volgende dag door de dorpjes Zeijen en Vries trekt, schrijft een officier dat 'de Nederlanders iets nieuws hebben bedacht: onze voertuigen worden volgehangen met bloemen en beschreven met krijtjes.'

Nog dezelfde dag bereiken de troepen Eelde-Paterswolde. Terwijl de voorste eenheden oprukken richting de stad Groningen, strijkt de achterhoede neer in het dorp. Scholen, cafés, hotels, landgoederen, het dorpshuis: overal zitten commandoposten, radioposten, eerstehulpposten en de hoofdkwartieren van de verschillende regimenten.

Aanvankelijk verwachten de Canadezen in Groningen weinig problemen. In Assen belt een verbindingsofficier het Duitse hoofdkwartier in Groningen - alle telefoonlijnen doen het nog. 'Resultaat: een erg geschrokken Duits meisje in de telefooncentrale.' Vanuit het Familiehotel in Paterswolde bellen de Canadezen nog een keer. Opnieuw zonder succes; de Duitsers weigeren zich over te geven.

Problemen

Het idee dat de bevrijding van Groningen relatief makkelijk wordt ('Zoals het er nu uitziet krijgen we een overwinningsmars in de stad', meldt een van de oorlogsdagboeken) verdwijnt als de eerste tank die de stad inrijdt, wordt geraakt door een anti-tankgranaat. De gewonde commandant kan zichzelf ternauwernood in veiligheid brengen. De bestuurder van de tank, trooper Fred Butterworth, is de eerste Canadees die in de stad om het leven komt.

Vanaf dat moment raken de Canadezen verwikkeld in vier dagen van ongekend hevige straatgevechten met een samenraapsel van Wehrmacht- en marinepersoneel, SD'ers, Hitlerjugend, Nederlandse- en Duitse SS'ers en Duits spoorwegpersoneel. Een Canadese officier beschrijft hoe de buitenwijken van de stad huis voor huis, kamer voor kamer veroverd moeten worden. 'En als we een huizenblok hebben veroverd, komen de sluipschutters.'

Pas in de loop van maandag 16 april, ruim nadat de Duitse commandant en zijn staf zich hebben overgegeven, krijgen de Canadezen de stad onder controle. Alleen in het noorden en oosten van de stad zorgt een handvol Duitse sluipschutters nog voor problemen.

Bij de bevrijding van Groningen sneuvelen ongeveer veertig Canadezen - het exacte aantal varieert afhankelijk van de bron tussen de 40 en 43. Twee privates van het 2nd Division hoofdkwartier komen om het leven: John Tuckey, 37 jaar en vader van zes kinderen, en Harold Roszell. Het is de enige keer tussen Normandië en VE-Day dat in het oorlogsdagboek van de divisie een opmerking over gewone soldaten staat. 'Een chauffeur van dit hoofdkwartier is neergeschoten gevonden in de buurt van het kamp nadat hij sinds gisteravond vermist was. Omdat er nog steeds sluipschutters actief zijn in de omgeving kan dit nauwelijks als ongeluk beschouwd worden. Zijn compagnon van afgelopen nacht is nog vermist.'

Harold sneuvelt op de avond van 16 april. De volgende ochtend wordt hij begraven op de tijdelijke Canadese begraafplaats in Eelderwolde. Zes kameraden dragen zijn kist en het hoofdkwartier stuurt een condoleancebrief aan zijn moeder, ondertekend door vijftien officieren.

De legerpredikant die Harolds uitvaart leidt, stuurt na de begrafenis ook een brief aan Harolds moeder. Hij beschrijft het begraafplaatsje, in een wei op de provinciegrens van Groningen: 'Als teken van de waardering voor uw zoon en voor de Canadezen die met hem begraven zijn, hebben de Nederlanders hun graven bedekt met bloemen. Toen we vanochtend verder trokken, stonden er grote tulpen in een vaas en er waren tulpen op het graf gelegd. Zijn offer is niet onopgemerkt gebleven door degenen die hij heeft geholpen te bevrijden.'

'This is the family' - mom, Millie, Lennie, Harold on George and Lenora's wedding day. Beeld Familiecollectie
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden