Zijn er alternatieven voor oorlog tegen Taliban?

De twijfel over de oorlog in Afghanistan neemt toe, vooral in Europa. Critici komen met andere opties om het terroristische netwerk Al Qa'ida te bestrijden....

De aanslagen van 11 september op Washington en New York zijn een klassieke casus belli (er zijn oorlogen om minder gevoerd), maar het probleem is dat de vijand geen land is, maar een terroristisch netwerk. Kun je dat met een traditionele oorlog bestrijden? Of zijn er alternatieven?

Een van de zorgen betreft het alomvattende karakter van de oorlog. Wie niet voor ons is, is tegen ons. Critici vrezen een herhaling van de Koude Oorlog. De oorlog tegen het communisme werd ook als allesomvattend ideologisch conflict afgeschilderd, wat de Verenigde Staten verleid zou hebben tot desastreuze interventies (bijvoorbeeld Vietnam) en tot onnodige allianties met dictatoriale regimes.

'Een project om alle schurken en terroristen de wereld uit te helpen is een droom die in het buitenland als rabiaat imperialisme zou worden opgevat', schrijft de Amerikaanse politicoloog Stanley Hoffman in de New York Review of Books. Hij wil een zo nauw mogelijk gedefinieerd doelwit, de daders van de aanslagen, gepaard aan chirurgische tegenactie.

Tegen de militaire campagne in Afghanistan bestaan behalve morele ook praktische bezwaren. De Britse militair historicus Michael Howard ziet de oorlog als 'een poging kankercellen te vernietigen met een vlammenwerper'. Volgens Howard is het moeilijk te geloven dat een 'mondiaal netwerk van mensen die intelligent, gemotiveerd en meedogenloos zijn, niet zal blijven functioneren totdat ze door geduldig politie-onderzoek en speurwerk van geheime diensten zijn getraceerd'. Kortom, traditionele oorlogvoering is niet het medicijn tegen deze kwaal.

De Amerikaanse denktank Strategic Forecasting (Stratfor) is het met hem eens. Elke oorlog is erop gericht 'het zwaartepunt' van de vijand (dat, wat je in staat stelt door te vechten) te vernietigen. Bij Al Qa'ida is het volgens Stratfor schier onmogelijk dat zwaartepunt vast te stellen. Het is een terreurgroep die bewust is opgedeeld in cellen en die als een parasiet gebruikmaakt van - en zich kan onderdompelen in - islamitische gemeenschappen en zelfs westerse landen.

Hoewel Stratfor gelooft dat de terroristen ondersteuning hebben gekregen van landen, betekent dat nog niet dat ze zonder die steun uitgeschakeld zijn. Ook militairen beseffen dit. De Britse bevelhebber Michael Boyce omschrijft Al Qa'ida als 'meer een idee dan iets wat je kunt raken'. Het alternatief bestaat volgens Stratfor uit een door geheime diensten uit te vechten intelligence war - een inspanning van de lange adem die geduld, subtiliteit en geheimhouding vergt.

De kritische vragen over de strijd tegen terrorisme roepen op hun beurt twee wedervragen op: kunnen de Verenigde Staten het zich veroorloven deze oorlog niét te voeren? Of moet hij op een andere manier worden gevoerd? De eerste vraag wordt - behalve door pacifisten die élke oorlog principieel afwijzen - door weinigen gesteld. Daarvoor is, zeker in een wereld met massavernietigingswapens, de dreiging te groot. Maar op de tweede vraag antwoorden critici bevestigend. Waarom hebben de Verenigde Staten niet al hun kracht gebundeld in de intelligence war: een mondiale politie-inspanning om, ook door druk op regeringen, de daders en hun financiers op te sporen en te berechten?

Het antwoord hierop van de regering-Bush is dat er geen keus bestaat tussen óf politie-actie óf oorlog, maar dat beide noodzakelijk zijn. Dat naast een politieoffensief ook oorlog wordt gevoerd tegen de Taliban en Al Qa'ida in Afghanistan kan alleen begrepen worden in de context van een wereld die bestaat uit soevereine staten. Landen kunnen in beginsel in eigen huis doen wat ze willen. Als ze daarmee dwingende geboden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties blijvend overtreden, is er - behalve niets doen - geen alternatief voor dwangmatig optreden.

Daarbij wijzen Amerikaanse functionarissen erop dat Bin Ladens strijd tegen de VS al jaren bezig is en dat de alternatieven voor oorlog - internationaal politiewerk en druk op de Taliban - al die tijd niets hebben opgeleverd. Zij liepen stuk op de onwil, zelfs van 'bevriende' regeringen, om mee te werken aan de opsporing van terroristen. En op de weigering van de Taliban om Bin Laden uit te leveren - in weerwil van een gebod daartoe van de Veiligheidsraad.

Voorstanders van militair optreden erkennen dat nu een bot middel wordt losgelaten op een moeilijk grijpbaar verschijnsel. Maar wat hun betreft is het verhogen van de prijs die landen moeten betalen voor hun steun aan mondiaal terrorisme, allesbehalve irrationeel. De oorlog moet Afghanistan uitschakelen als thuisbasis voor mondiaal terrorisme en andere landen ertoe bewegen hun banden met terroristische bewegingen te verbreken.

'De nieuwe bedreiging voor de wereld', schrijft Berthold Kohler in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, 'is de symbiotische band tussen terreur en regimes. Die kan niet door middel van politie-actie worden gebroken.' Kohler wijst erop dat de Verenigde Staten niet 'vrijwillig dit riskante pad zijn ingeslagen'. De Amerikaanse militaire klasse is doordrenkt van de 'lessen van Vietnam' en uiterst bevreesd voor een herhaling. Juist die terughoudendheid komt in de VS steeds meer onder vuur te liggen.

Dat leidt tot een opvallende transatlantische spagaat: terwijl Europese politici alles uit de kast moeten halen om hun bevolking ervan te overtuigen dat de bedreiging uitgaat van Bin Laden c.s. - en niet van een Amerikaanse overreactie - wordt de regering-Bush in eigen land verweten zich te veel te laten leiden door humanitaire en diplomatieke overwegingen. Waar blijven de grondtroepen?

Senator John McCains opinie dat het een oorlog van 'halve maatregelen' is, die de vijand 'meer tijd en gelegenheid' biedt opnieuw toe te slaan, spreekt veel Amerikanen aan. Volgens de Washington Post is een intensivering van de oorlog ook humaner. 'De beste manier om burgerslachtoffers te voorkomen is de Taliban zo snel mogelijk te verslaan.'

Vanwaar dit grote verschil tussen Amerikanen en Europeanen in de perceptie van de oorlog? De Britse journalist Hugo Young heeft een eenvoudige verklaring: Amerika is geraakt en elke Amerikaan voelt de onuitwisbare gevolgen daarvan. 'Het zal de veeleisende Europeanen niet aanstaan', schrijft Young, 'maar dat gevoel gaat niet weg.'

Het verklaart waarom aan weerszijden van de oceaan verschillende vragen worden gesteld. Amerikanen zien de oorlog tegen terrorisme als een existentieel conflict, dat hun manier van leven bedreigt. Dan valt er weinig te kiezen. Veel Europeanen zien het meer als politics as usual, een serieuze bedreiging - maar niet één die tot heroverweging van het eigen wereldbeeld noopt. Of president Bush deze 'kloof in percepties' kan dichten door de Europeanen tot symbolische bijdragen aan de oorlog te verlokken, valt nog te bezien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden