Reconstructie

Zijn Cornelissen en De Roo toch te veel avonturiers gebleken?

Het ijs was er dik genoeg. Toch stierven onlangs twee ervaren Nederlandse poolreizigers in het uiterste noorden van Canada. Een reconstructie van hun laatste dagen op The Last Ice Area.

Kimmik, de reisgenoot van de twee Nederlanders.Beeld ColdFacts

Ze gebruiken altijd hun eigen introotje voor hun gesproken verslagen. Opgenomen vanaf de bevroren zee in de archipel van arctisch Canada. Marc Cornelissen: 'Hi, this is another update from the ice.' Zijn metgezel Philip de Roo: 'This is Philip, coming in from the ice.'

De algemene teneur van de laatste dagen is opgewekt: het weer is goed, we schieten lekker op, we genieten van de zonsondergangen, de hond, Kimnik, even wat onstuimig en onwillig in het begin, gedraagt zich voorbeeldig. Ongebruikelijk veel sporen van ijsberen, dat wel.

Het bericht dat ze dinsdag 28 april aan het eind van de dag in hun tent via een voicemail inspreken en dat meteen op een website over hun expeditie verschijnt, bevat achteraf gezien een signaal voor het naderende onheil. Cornelissen (46) meldt dat hij mogelijk in de verte dun ijs ziet - dat oogt wat donkerder, het reflecteert minder. Het is zeker interessant om dat te onderzoeken. Ze bevinden zich ten oosten van Bathurst Island, een gebied waar volgens wetenschappers het zee-ijs op de smeltende poolkap het langst zal standhouden - de diktes lopen er op tot meer dan 5 meter.

(Tekst gaat verder onder locator).

Laatste verslag

Het zou het laatste verslag van de twee blijken. Anderhalve dag later cirkelt een vliegtuigje boven de plek waarvandaan de avond ervoor een noodsignaal kwam. De piloot ziet van bovenaf tussen sneeuwvlokken en nevelsluiers een slede half in een wak liggen. Een tweede slede staat nog op het ijs, op zo'n 30 meter afstand. Van menselijke activiteit geen spoor.

Alleen Kimnik is er nog, de husky loopt rondjes op het ijs. Enkele dagen later bergen vrijwilligers op sneeuwscooters het lichaam van Marc Cornelissen, inwoner van Maassluis. Hij laat vrouw en dochter na. Philip de Roo (30) uit Den Haag is tot op de dag van vandaag niet teruggevonden. Nog altijd worstelen nabestaanden, collega-poolreizigers en vrienden met de vraag: hoe konden zulke ervaren explorers, met ieder meer dan 5.000 kilometer op het ijs in de benen, worden verrast door de wereld met ontelbare schakeringen van wit, de wereld die ze liefhadden en waarin ze zich zo thuis voelden? En dat op een afstand van slechts zo'n 600 meter van het vasteland? Het was een bijna ironisch scenario: uitgerekend in het gebied waar het zee-ijs het dikst zou zijn, zakten ze erdoor.

Herdenking

Maandag 2 november worden ze herdacht, tijdens een bijeenkomst in het World Forum in Den Haag, waar onder anderen voormalig president van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen Robbert Dijkgraaf, prinses Laurentien en astronaut André Kuipers het woord zullen voeren.

In het wereldje van de poolreizigers golden beiden meer dan louter avonturiers die op zoek waren naar hun fysieke en mentale grenzen.

Cornelissen maakte al meer dan 20 jaar tochten in arctisch en antarctisch terrein en stond op zowel de Noord- als de Zuidpool. Hij heeft bouwkunde in Delft gestudeerd, maar sloeg een aanbod om als architect aan de slag te gaan af na een eerste reis door het hoge noorden. Sindsdien heeft de magie van het bestaan in een onbarmhartige natuur vol oneindige verten hem niet meer losgelaten.

Robbert Dijkgraaf.Beeld anp

Missies

Gaandeweg kregen zijn expedities meer het karakter van missies. Hij zag terugtrekkende gletsjers, afkalvende ijswanden, alsmaar meer open water. Zijn adagium: je moet het zien om het te kunnen geloven. Hij hield lezingen voor het bedrijfsleven, in samenwerking met ijsfabrikant Ben and Jerry's haalde hij studenten voor een Climate Change College naar Groenland, hij sprak voor TEDx in Utrecht, hij stapte naar universiteiten en ruimtevaartorganisaties om zijn diensten aan te bieden. In 2011 richtte hij het bedrijf Cold Facts op, met het doel expedities te stimuleren en data te verstrekken voor onderzoek. Hij noemde zichzelf 'poolondernemer'. Intussen werkte hij aan innovaties. Een lichte slede van carbon, compacte weerstations, een draad met een alarm tegen ijsberen; in 2005 had hij oog in oog zo'n dier gestaan, op 2 meter afstand. De beer verraste hem toen hij buiten het kamp zijn behoefte deed. Met vriend en bergbeklimmer Wilco van Rooijen wilde hij in 2017 met een voertuig op zonne-energie terug naar de Zuidpool.

Philip de Roo was zijn jongere geestverwant. Die was al vroeg ranger voor het Wereld Natuur Fonds, hij zamelde met zijn broertje bij een collecte in Apeldoorn het meeste geld in. De beloning was een reis naar Antarctica, hij was toen 15. In die tijd ontmoette hij Marc. Philip volgde nog een opleiding tot outdoorinstructeur en doorliep aanvullende trainingen. Hij trok geregeld de bergen in, drie keer bedwong hij de Mont Blanc. Maar ook het verblijf op de noordelijkste breedtegraden bleef trekken en hij raakte er, net als Marc, van overtuigd dat het niet bij vrijblijvend rondtrekken kon blijven. Hij gaf lezingen en workshops. In 2008 stak hij met behulp van zonnecellen en biobrandstof klimaatneutraal de ijskap op Groenland over.

Medereizigers kunnen het duo uittekenen na een dag ploeteren in de sneeuw. Marc dronk graag een glaasje rode wijn, onvermijdelijk met ijsblokjes, en stak dan een dun sigaartje op. De Roo goot graag een scheutje whisky bij de chocolademelk. Dan volgden de verhalen.

Argwaan

Hoogleraar paleoceanografie aan de Universiteit Utrecht, Appy Sluijs, was bevriend met ze, hij zat met hen op Groenland en Spitsbergen. Hij schat ze op waarde. 'Het was uniek dat ze het bedrijfsleven erbij probeerden te betrekken. Het was ook uniek dat ze een brug probeerden te slaan naar de wetenschap. Natuurlijk kun je tegenwoordig met satellieten veel waarnemen en meten, maar je hebt altijd gegevens nodig van de plek zelf om te controleren of de interpretaties van bovenaf wel kloppen.'


Tot ruimhartige toekenning van budgetten leidde het niet. Volgens Wilco van Rooijen, met wie Cornelissen in 2001 naar de Zuidpool was getrokken, was het altijd sprokkelen om de financiering rond te krijgen. 'Marc heeft altijd zijn eigen broek moeten ophouden.' Cornelissen putte ook uit de inkomsten van zijn lezingen. Van Rooijen: 'Er is altijd wel wat argwaan aan de andere kant. Dat komt: je bent zelf geen wetenschapper, je maakt geen deel uit van een langlopend onderzoekstraject en er zijn altijd vragen of je wel voldoende bent toegerust om betrouwbare metingen te verrichten. Geloof me: Marc en Philip konden dat.'

The Last Ice Area

De Roo en Cornelissen besluiten in 2014 dat ze willen afreizen naar wat The Last Ice Area wordt genoemd, de noordelijke archipel van Canada. Stromingen en wind duwen de ijsmassa's tussen de eilanden. Er waren voorspellingen dat de lagen het hier nog hooguit veertig jaar zouden volhouden, maar inmiddels zijn die weer bijgesteld. Er was in 2014 zelfs sprake van een onverwacht forse aangroei van het ijs.

Ze kiezen het gebied tussen Bathurst Island, Cornwallis Island en Devon Island, een door onderzoekers maar weinig betreden terrein, zegt hoogleraar Christian Haas, verbonden aan de York University in Toronto en expert in het arctische gebied van Canada. 'Marc en Philip waren de eersten die er wat langer zouden verblijven en op grotere schaal metingen gingen verrichten.' Hij trad naar eigen omschrijving op als wetenschappelijk adviseur, hij kende ze al jaren. De universiteit zelf was er niet bij betrokken. Volgens Haas zouden de gegevens van de twee niet worden opgenomen in wetenschappelijke publicaties, maar dienen als achtergrondinformatie.

Marc Cornelissen werft in zijn netwerk van sponsors bijdragen van onder meerde logistieke onderneming Kühne + Nagel. Hij heeft de financiering nog niet helemaal rond als ze vertrekken en hoopt tekorten te dekken met lezingen na afloop van de tocht. Een bijeenkomst in het Museon in Den Haag is al gepland. De kosten van de reis worden geraamd op ruim 30 duizend euro. Dat ze met sleden naar het gebied trekken en zich niet laten afzetten met een vliegtuigje, drukt de uitgaven aanzienlijk.

(Tekst gaat verder onder foto).

Philip de Roo (L) en Marc Cornelissen (R)Beeld Coldfacts

Resolute

Ze vliegen van Ottowa via Iqaluit naar de Inuit-nederzetting Resolute. In de bagage zitten naast ijsboren en meetapparatuur voor het onderzoek dry suits, pakken waarin ze over flinterdun ijs kunnen tijgeren - iets wat Cornelissen verafschuwde - een tent, slaapzakken, een benzinebrander, gevriesdroogde maaltijden, Bifi-worstjes, snacks en chocola. Pemmikan, vette worst, een klassieker in de proviand van poolreizigers, zullen ze ter plekke aanschaffen.

Als ze op Resolute landen, valt de grote hoeveelheid open water in de baai op. Het was toch een koude winter geweest? Sterke winden zullen wel een rol hebben gespeeld.

In Resolute kennen ze Cornelissen, hij komt er sinds 1995 met tussenpozen. Het plaatsje heeft 220 inwoners. Langs gravelwegen staan houten huizen, drie hotels, een schooltje, een kruidenierswinkel en veel elektriciteitspalen. Het heeft een vliegveldje, het is een uitvalsbasis voor tochten naar de Noordpool. Het aantal reizen neemt wel af: het wordt te duur. Tegenwoordig zetten in de zomer, wanneer het meer dan 10 graden kan worden, vooral passagiers van cruiseschepen even voet aan wal. Na zes weken keert de sneeuw al weer terug, met de duisternis en de kou. Hartje winter zakt de temperatuur soms tot min 50.

(Tekst gaat verder onder locator).

Officier

Marc Cornelissen is gestorven als Officier in de Orde van Oranje-Nassau zonder dat hij wist dat hem deze onderscheiding was toegekend. Het bericht van zijn benoeming, waarvoor Philip de Roo en poolonderzoeker Appy Sluijs zich hadden ingezet, kwam enkele dagen voor de noodlottige gebeurtenis bij Bathurst Island. Cornelissens vrouw en dochter ontvingen de bijbehorende oorkonde eind vorige maand uit handen van de burgemeester van Maassluis, Koos Karssen, tijdens een bijeenkomst in het Museon in Den Haag. Daar is als eerbetoon een herinneringswand aan beide poolreizigers ingericht.

Betrokken

Toen Cornelissen er voor het eerst kwam, moesten de Inuit smakelijk om hem lachen. Hij had een mountainbike bij zich, een innovatie die hij wel even wilde testen. De fiets bleef al snel achter. De expeditie die hij ondernam, brak hij voortijdig af. Hij was alleen en voelde zich niet op zijn gemak. 'Ik ben gewoon een schijterd', zou hij later bekennen.

Hij is hier zeker vijf of zes keer geweest, zegt Mavis Manik. Als 15-jarig meisje verhuurde ze bij zijn eerste bezoek haar husky aan hem, nu is ze burgemeester van Resolute. We mochten hem graag, zegt ze. Hij was betrokken bij de kleine gemeenschap. Hij bezocht de school. Hij vroeg de Inuit naar hun kennis van de natuur. Hij toonde respect voor de leefwijze van de jagers, hij is een keer mee gegaan toen ze ijsberen gingen schieten. Hij was blij dat ze onverrichter zake terugkeerden.

Die dagen voor het vertrek komen Marc en Philip een paar keer bij de burgemeester thuis om thee te drinken, bij haar en haar twee zoons, van 10 en 14. De mannen popelen om te gaan, merkt ze. Zeker Philip is opgewonden, het is zijn eerste keer in dit gebied.

Ze worden ook aangesproken door enkele locals. Kijk uit, zeggen ze, als ze horen wat de bestemming is. Het is er gevaarlijk, de stromingen zijn er verraderlijk, zelf mijden ze dat terrein liever. Geen zorgen, reageren de Nederlanders, ze weten wat ze doen, ze zijn goed voorbereid, ze nemen geen onverantwoorde risico's.

Als ze 6 april op weg gaan, wacht ze een tocht van 400 kilometer naar de Penny Strait, tussen Bathurst Island en Devon Island. Ieder één slee, het gewicht eerlijk verdeeld. Marc trekt nog een meetinstrument voort, dat met elektromagnetisch golven de ijsdikte registreert. Kimnik, meegenomen om ijsberen af te schrikken, sleept op een sleetje zijn eigen eten achter zich aan.

Beeld Coldfacts

Concentratie

Ze doorkruisen vlakke stukken, barrières van kruiend ijs, labyrinten van sneeuwrichels. Ze zien open water, waarboven damp dwarrelt. In de verte tekenen zich de contouren van eilanden en schiereilanden van Nunavut zich af. Little Cornwallis Island, Bathurst Island, Grinnell Peninsula. Het vergt uiterste concentratie, weet Wilco van Rooijen. Je moet telkens beslissingen nemen: kan ik nog rechtdoor, of moet ik afslaan? Naar rechts? Of naar links? Wat is verantwoord? Intussen voel je het geregeld bewegen onder je. Zeker jong, eenjarig ijs - nilas, noemen de Inuit het - kan echt voor je uit golven. Niet iets waar je onmiddellijk ongerust over hoeft te worden.

Het begin is winderig en koud, maar er komen mooie dagen aan. Philip viert zijn verjaardag, op 11 april, hij wordt 30. Marc versiert de tent, er is verjaardagscake. Later die week kunnen de jacks uit, ze skieën nu in fleecetruien. Het is zweterig weer, berichten ze op de site van Cold Facts. Op één dag leggen ze meer dan20 kilometer af, het moet een record zijn, denken ze. Lichte tegenvaller: de iPhone begeeft het. Ze kunnen geen foto's verzenden.

Intussen meten ze bij hun kampementen over enkele honderden meters de dikte van het ijs. Hoogleraar Christian Haas heeft na hun dood nog de gegevens ontvangen. 'Ze zijn van alles tegen gekomen. Meer dan 3 meter, maar ook 80 centimeter en zelfs een keer 20.' Op zijn aangeven verleggen ze halverwege de koers wat meer naar het oosten. Het ijs is daar gevarieerder, weet Haas.

(Tekst gaat verder onder foto).

Beeld van Groenland.Beeld anp

'Happy Travels, all OK'

De stemming blijft goed. Even is het schrikken als ze in de nacht gescharrel en gesnuif buiten de tent horen. Het is Kimnik, losgebroken van zijn lijn. Telkens komt op de site en smartphone van de Nederlandse thuisbasis een melding van hun tracker, bevestigd op een slee. Die geeft niet alleen hun positie aan, maar kan ook een korte boodschap verzenden. Het is toets 1: Happy travels, all OK.

Op 28 april, nog voordat ze hun laatste boodschap zouden versturen, bellen ze met burgemeester Mavis Manik. Vreemd, zegt ze nu, Marc belde anders nooit. Achteraf denkt ze: het was al een afscheid.

Hij klinkt euforisch, ze naderen hun bestemming, alles is goed gegaan, ze hoort Philip grappen maken op de achtergrond. Marc zegt dat het maar goed is dat Mavis ze niet heeft gezien vandaag: het was zo warm dat hij in zijn ondergoed op de ski's heeft gestaan. 'Het zag er belachelijk uit. Vertel het niemand, Mavis.' Hij zou het later, besmuikt lachend, toch verwerken in zijn gesproken verslag. Ze naderen het moment van hun pickup, nog twee of drie dagen, en Marc staat erop dat Mavis aan boord van de Twinotter zal zijn, samen met haar twee jongens. 'Absoluut', zegt ze. Ze zal Marc en Philip bij terugkeer een traditionele maaltijd voorschotelen, met vis en vlees van kariboe, ijsbeer en muskusos. Marc heeft nog één verzoek: er moet een fles whisky op tafel staan.

'We need help, now'

Het is in Nederland vroeg in de ochtend, die woensdag 29 april, als zowel op de site als de telefoon van de webbeheerder via de tracker een andere boodschap dan gebruikelijk binnenkomt, het is toets 6: Please, get us out of here, ASAP. We need help, now. Ongeveer een kwartier later herhaalt de noodoproep zich.

Mariëlle Feenstra zit in de trein, onderweg van Dordrecht naar Den Bosch, waar ze werkt bij de gemeente. Ze is bij Cold Facts belast met fondsenwerving en woordvoering. De eerste reactie is ongeloof. Het was toch zulk mooi weer? Heeft een van hen misschien per ongeluk bij het uitladen van de slee voor het opslaan van de tent de alarmknop aangestoten?

Er vormt zich enkele uren later een crisisteam van vrienden, in een woning in Rotterdam. Feenstra is erbij en Wilco van Rooijen. De vliegmaatschappij Kenn Borek Air in Resolute die de twee later die week zou oppikken, is dan al gebeld. Er wordt contact gelegd met de European Space Agency. Geven satellietbeelden uitzonderlijke omstandigheden aan? Dat is niet het geval. Het ijs lijkt dik genoeg. Hooguit op de naden tussen meerjarig en jong ijs oogt het wat dunner.

Whiteout

Mavis Manik ziet in Resolute in de vroege ochtend de Twinotter opstijgen. Ze hoort dat de piloot op zoek gaat naar twee Nederlanders en weet dan dat het gaat om Marc en Philip.

Het weer is verslechterd. Er is een whiteout. Het sneeuwt, er hangt nevel, zonlicht legt een diffuse sluier over de bevroren zeestraat. Het vliegtuig kan niet landen op de plek waar de twee sleden en Kimnik staan. De piloot maakt luchtfoto's.

In Rotterdam blijven ze nog hopen. Dat Marc en Philip hun tent zullen uitkruipen en verbaasd naar het toestel kijken - wat moet dat ding nou hier - en verwonderd naar hun telefoon met gemiste oproepen zullen staren.

Sporenpatroon

Het sporenpatroon in de dunne sneeuwlaag op het ijs laat echter weinig ruimte voor hoop. De slee van Cornelissen drijft in een wak, met spullen, het zeil is opengeslagen, er liggen losse ski's. Er is te zien dat De Roo met zijn slee is afgebogen en gestopt. Er loopt een geul van gebroken ijs naar het wak. Mogelijk heeft De Roo een touw gepakt, is naar Cornelissen gegaan en nog een keer teruggekeerd naar zijn slee om de tracker een tweede keer te bedienen. Nergens zijn afdrukken die wegleiden van de plek.

Er is ook de wetenschap dat iemand in water net boven het vriespunt het hooguit vijf tot zeven minuten kan volhouden. Dat Kimnik er nog is, betekent ook dat niemand verder kan zijn gelopen. Husky's blijven bij hun begeleiders.

Later die dag vertrekt een Herculesvliegtuig. De operatie heeft dan nog het karakter van search and rescue. Opnieuw lukt het niet om te landen. Na analyse van de gegevens is er een nieuw, ontmoedigend stempel: recovery.

Recovery

Op 2 mei pikt een helikopter van de Royal Canadian Mounted Police Kimnik op. Het zijn uiteindelijk vrijwilligers uit Resolute op sneeuwscooters die na anderhalve dag reizen op 7 mei de locatie bereiken. Ze vinden alleen Cornelissen. Hij bevindt zich onder de slee en zit nog in het harnas waarmee hij het gevaarte voortrok. De zoektocht naar het tweede slachtoffer wordt gestaakt. In hun rapport maken ze nog melding van de conditie van het ijs: 'zeer slecht'.

Alle betrokkenen zijn er nog steeds niet uit wat er is misgegaan. Op de sociale media komen speculaties voorbij. Gaat de klimaatverandering dan toch veel sneller dan voorzien? Was het overmoed? Zijn Cornelissen en De Roo toch te veel avonturiers gebleken?

Mariëlle Feenstra gelooft er niks van. 'Als je iets leert in zulke gebieden is dat je juist nederig moet zijn, dat je jezelf niet moet toestaan de uitersten van de mogelijkheden op te zoeken. Het was geen onachtzaamheid, het is een stom ongeluk geweest. Dit is ze overkomen. Marc zei het zelf vaak: iemand die elke dag in de auto zit en dezelfde route neemt, kan ook verongelukken.'

Hoogleraar Christian Haas: 'Misschien zijn ze net even niet voorzichtig genoeg geweest. Ze waren dicht bij land, het kan zijn dat ze in hun enthousiasme daar te snel naar toe wilden.'

Ongeluk

Was het onverantwoord, een expeditie in dat gebied, zoals sommige jagers in Resolute beweren? Haas: 'Gevaarlijk is het daar overal. Inuit kijken heel anders aan tegen omstandigheden, zij willen vooral weten of je er wel kunt jagen. Marc en Philip zaten er om speciale redenen, ze wilden als eersten groter onderzoek doen. Tot dat ene moment waren ze in full control.'

Klimaatonderzoeker Appy Sluijs: 'Laten we ook niet de conclusie trekken dat het ongeluk het bewijs vormt voor de klimaatverandering. De omstandigheden wisselen zo snel. Grote kans dat 200 meter meer rechts of links niks aan de hand was geweest.'

Marc Cornelissen en Philip de Roo

Marc Cornelissen maakte al meer dan twintig jaar tochten in arctisch en antarctisch terrein en stond op de Noord- en de Zuidpool.

Philip de Roo volgde een opleiding tot outdoorinstructeur en doorliep aanvullende trainingen. Hij trok geregeld de bergen in en bedwong drie keer de Mont Blanc.

Maandag 2 november worden ze herdacht met een door nabestaanden georganiseerde bijeenkomst in het Haagse World Forum.

Wilco van Rooijen: 'Ongelukken gebeuren, ja. Maar twee tegelijk, in die omstandigheden, dat zie je nooit. Eigenlijk is het devies dat je niet naar iemand toegaat als die in de problemen komt. Blijf bij je eigen slee. Philip moet hebben gedacht dat hij Marc toch kon redden, dat het ijs ze wel zou houden.'

Hij heeft de schrik te pakken. 'Marc was van ons allemaal denk ik de voorzichtigste, de verstandigste. Met zijn ervaring had hij een basis aan kennis en vaardigheden opgebouwd waarop hij altijd kon vertrouwen. Maar die basis is ontoereikend gebleken. Er is iets gebeurd wat zelfs hij niet voorzag. Dat is heel heftig. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik zelf nog wel durf.'

voor meer informatie: coldfacts.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden