Zijn 3D-geprinte meubels staan binnenkort overal

Ontwerper Dirk van der Kooij is nu nog vooral bekend in kleine kring, maar let op: zijn 3D-geprinte meubels staan binnenkort overal.

Dirk van der Kooij sleutelt aan de robotarm waarmee hij zijn meubels print. Beeld Rene Mesman

De witte deur naar de werkplaats van ontwerper Dirk van der Kooij (33) blijft dicht. Achter die deur bevindt zich het geheim van zijn succes: twee afgedankte robotarmen die hij eigenhandig heeft omgebouwd tot reusachtige 3D-printers. Daarmee kan hij tafels, stoelen, lampen en andere interieurproducten in één keer uitprinten. 'Dat klinkt allemaal veel ingewikkelder dan het is', zegt Van der Kooij. De robots kocht hij op een onlineveiling van een Chinese autofabriek. De grijparm verving hij door een spuitkop waarmee hij dikke draden van gerecyclede kunststof kan printen. Lastig was vooral het programmeren van de software waarmee de robotarmen worden aangestuurd.

De eerste stoel die hij vervaardigde voor zijn afstuderen aan de Design Academy Eindhoven in 2010 was een instantsucces. Deze Endless Chair bestaat uit één lange draad van koelkastplastic. 'Je ziet in een oogopslag hoe de stoel is gemaakt.'

Waarom dan toch die geheimzinnigheid? Omdat hij een jaar of twee geleden een groep Franse ontwerpers op bezoek had. Aardige lui, bleven zelfs nog hangen op een feestje in de studio. Maar vervolgens ziet Van der Kooij een halfjaar later op internet opeens plastic stoelen die laag voor laag zijn geprint met een robotarm. 'Hadden ze gewoon alles van mij gepikt. En nog slecht ook.'

Je kunt er natuurlijk op wachten als je eigenhandig een nieuw productieproces uitvindt, honderden meubels verkoopt, internationale designprijzen wint en in wereldberoemde musea als het MoMa in New York staat. Dáárom is de deur naar de werkplaats nu dus dicht - en die blijft dicht. 'Voor iedereen, behalve degenen die hier werken.' En dat zijn maar vier mensen. Want Van der Kooij - vijfdagenbaardje, net-uit-bed-haarcoupe en nonchalante sweater - houdt het 'graag simpel'. 'Bakje koffie dan maar?'

In een mand in de studio slaapt hond Simon. Van der Kooijs oudste broer Willem werkt als studiomanager. Aanvankelijk werkte ook de middelste broer Bas in zijn bedrijf. 'Hij heeft de eerste software geschreven om de robotarm aan te sturen. Maar hij wilde door. Nu doe ik het programmeren zelf.' Dan zijn er verder nog Arthur, met wie hij al optrekt sinds de christelijke vakantiekampen uit zijn kindertijd, en Marie uit Spanje - 'zij kan lassen, jongen!' Het simpel houden, betekent ook leven zonder mobieltje. Dat wil zeggen: 'Ik heb er wel een, maar daarvan is de batterij al een jaar leeg. Moet je ook eens proberen', zegt hij, terwijl hij een shaggie draait.

Zo was het ook in zijn jeugd in Purmerend, waar hij opgroeide zonder televisie. 'Dat heeft wel gewerkt, moet ik zeggen. Ik had een schuurtje waar ik meubeltjes timmerde. Die verkocht ik dan aan de ouders van vriendjes.' De keuze voor het Hout- en Meubileringscollege in Amsterdam lag voor de hand. Waarna hij overstapte naar de Design Academy Eindhoven. 'Ik wilde met plastic werken. Dat vind ik een waanzinnig materiaal.'

De combinatie van industrie en ambacht, van digitale techniek en traditie, dat is wat het no-nonsensedesign van Dirk van der Kooij zo onweerstaanbaar maakt. Zo zijn z'n stoelen gemaakt van plastic, een materiaal dat doorgaans samengaat met massaproductie. Maar door de manier waarop hij gerecycled plastic gebruikt, krijgt het opeens een vriendelijke uitstraling; de kleuren zijn vrolijk of lopen speels in elkaar over. De kille robotarmen waarmee ze gemaakt zijn worden zelf ook gerecycled en 'gehackt' tot machines voor flexibel maatwerk. De meubels zelf zien er daardoor uit alsof ze met de hand gemaakt zijn. Kleine haperingen in het printproces zijn zichtbaar in de vorm van hobbels of kronkeltjes. Het zijn, kortom, eigenwijze meubels die een rijk verhaal vertellen over duurzaamheid, 3D-printen en de schoonheid van imperfectie.

'Ik werk intuïtief', zegt Van der Kooij. Het begon met het idee om meubels in één keer uit te printen. Vervolgens kwam hij op het idee van de dikke draden. En wat betreft dat gerecyclede plastic: dat heeft naast duurzame kwaliteiten ook een doorleefder kleureffect dan nieuwe kunststoffen, vindt hij. En soms valt ook iets geheel toevallig op z'n plek. Zo kwamen er steeds meer cd's ter beschikking om te hergebruiken door de opkomst van de mp3-speler en streamdiensten als Spotify. Dat plastic bleek ideaal om zijn lamp - en inmiddels succesnummer - Fresnel van te maken, een idee waarmee hij al langer rondliep.

Tijdens zijn studie aan de Design Academy Eindhoven experimenteerde hij al met productietechnieken door afvalplastic te verhitten in een oude broodoven van Albert Heijn, waardoor het tafelblad van matzwart plastic een grof ribbeloppervlak kreeg dat precies lijkt op een olifantenhuid. 'Ik wilde plastic in zijn oorspronkelijke structuur laten zien, in plaats van het in mallen te persen. Wist ik veel dat het er zo zou uitzien.' Deze Elephant Table maakt hij nog steeds op bestelling.

Vervolgens kreeg hij het idee om een robotarm om te bouwen tot printer. 'Dat was wel een beetje bluf, want het eerste prototype voor mijn afstuderen moest ik met hand spuiten, omdat ik de boel nog niet aan de gang had.'

Creatieve-industrieterreinen

Het Hembrugterrein is niet het enige fabrieksterrein dat de afgelopen jaren een creatieve bestemming heeft gekregen.

* Iets verderop aan het IJ ligt de NDSM-werf. Deze gekraakte scheepswerf was jarenlang het domein van stadsnomaden en zwerfhonden, maar in 2001 vestigen zich er de eerste kunstenaars en creatieve bedrijfjes in de vervallen loodsen. Inmiddels geldt de NDSM-werf met gevestigde bedrijven als MTV en IDTV, drie hotels, diverse cafés, een galerie en meer dan driehonderd culturele evenementen per jaar als een blauwdruk voor een succesvolle transformatie van een leegstaand industrieterrein.

* In Rotterdam is er de Merwede-Vierhaven - inmiddels omgedoopt tot het flitsender klinkende M4H. In dit decor van hijskranen en betonnen pakhuizen streek ontwerper Richard Hutten als eerste neer. Ook kunstenaar Daan Roosegaarde een glaswerkplaats omgebouwd. Verderop zit Studio Makkink & Bey en is Studio Wieki Somers in een oud douanepand getrokken. Kunstenaar/ontwerper Joep van Lieshout heeft er zelfs twee hallen.

* Het creatieve-industrieterrein is geen exclusief randstedelijk fenomeen meer. Groningen heeft de Puddingfabriek, Maastricht De Brandweer en op het voormalige terrein van de De Gruyterfabriek in Den Bosch zijn bijna tweehonderd creatieve bedrijfjes gehuisvest. Er lijkt zelfs al sprake van marktdifferentiatie. De Kleefse Waard in Arnhem herbergt een mix van multinationals (AkzoNobel), kleine designmerken (Weltevree) en individuele ontwerperstudio's (Klaas Kuiken). De Gustoweg in Rotterdam mikt vooral op internetbedrijfjes en creatieve start-ups.

Sectie-C in Eindhoven is daarentegen een plek voor echte makers, waaronder opvallend veel alumni van de lokale Design Academy.

Een Fresnel-lamp, gemaakt van gerecyclede cd's. Beeld Rene Mesman
Links de Endless Chair, rechts zijn voorloper The First Chair, die Van der Kooij met de hand heeft gespoten. Beeld Rene Mesman

Creatieve hub

Nog steeds is hij continu aan het 'pielen en klooien met plastic en robots'. Daarop heeft hij zijn werkplaats op de nieuwe creatieve hub Hembrugterrein uitgezocht. Dit oude complex van een munitiefabriek ligt aan het IJ, aan de rafelrand van Amsterdam. Dat hij werkt in een gebouw dat feitelijk ook gerecycled is - het was ooit het optiekgebouw, waar richttoestellen werden gemaakt - spreekt hem aan. 'Ik hou wel van dat rauwe. In de zomer buiten vuurtje stoken, biertjes erbij.' Eerst had zijn vriendin Marleen Kurvers er ook haar designwinkel Dutch Design Year. Maar de aanloop was te klein. Ze heeft nu aan een Amsterdamse gracht de galerie OODE waar ze design en 'verweesde kunst' uit depots verkoopt. Inmiddels kan Van der Kooij de showroom vullen met zijn collectie. Daarnaast neemt hij speciale opdrachten aan. 'Dat worden luidsprekers in opdracht voor een galerie in Milaan', zegt hij, wijzend op twee bijenkorfachtige vormen. Voor het blitse vijfsterrenhotel W in Amsterdam maakte hij de incheckbalie. Lachend: 'Daar staat nu dus een meubel van gerecycled afvalplastic. Dat kun je toch niet van tevoren verzinnen.'

Alle geheimzinnigheid ten spijt is het '3D-printen op zijn boers' wat hij doet. 'Ik geil op die dikke spuitlijnen.' Zijn favoriet is de Chubby, een koddig eetstoeltje dat door een kind met een dikke viltstift lijkt getekend. Het is bovendien zijn best verkopende model. 'Gaat een leven lang mee.' Om de draden nog dikker te krijgen, experimenteert hij met een holle printtechniek. Hij wijst op een sierlijke ronde stoel van draden zo dik als forse tuinslangen. Het is nog een prototype. Maar de holle buizen van afvalplastic zijn sterk genoeg, verzekert Van der Kooij. 'Op het terrein hier reed een tractor rond om de wegen te asfalteren. We hebben die bestuurder gevraagd of hij er met dat reusachtige ding eroverheen wilde rijden. De draden bleven heel. Dan kun je er echt wel op zitten.' Het prototype én het eerste kant-en-klare exemplaar zijn al geclaimd door het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Van der Kooij vindt zichzelf meer maker dan ontwerper. Een nieuw product begint niet met een schets, maar met experimenten met nieuwe productieprocessen of materialen. Maar doorslaggevend voor het succes van een product is uiteindelijk toch het design. 'Ik heb ontzettend lang gesleuteld aan de ideale vorm van mijn Fresnel-lamp. Daardoor is de verkoop ervan gestegen naar 40 procent van mijn totale omzet.'

Eigenlijk ontwerpt hij naast producten ook productieprocessen. Een van die nieuwe technieken is het smelten van verschillende plastics om ze vervolgens in mallen te persen. Daarvoor gebruikt hij naast grove stukken afvalplastic ook het restmateriaal dat overblijft bij het robotprinten van zijn stoelen. 'Elke tafel is uniek.' Doordat al deze materialen met verschillende kleuren door elkaar worden geperst, lijken de tafels wel een plastic editie van het sloophoutdesign van Piet Hein Eek. Al ziet Van der Kooij zelf meer overeenkomsten met de action paintings van Jackson Pollock. 'Kijk nou hoe die kleuren door elkaar spatten.' Op een tafelblad in zijn showroom is zelfs nog de wazige afdruk van een zwart toetsenbord zichtbaar - alsof het langzaam wegzinkt in het gekleurde kunststof. 'Kun je ook niet van tevoren verzinnen.'

Naast maker en ontwerper is Van der Kooij ondernemer. In de showroom staat een pinautomaat op de balie van steigerhout en stalen bouwprofielen. 'Die balie zelf moet ik nog steeds vervangen.' Zijn naam schrijft hij tegenwoordig als Dirk Vander Kooij. 'Dat bekt beter op de buitenlandse markt.' Een paar jaar geleden voelde hij even een soort onrust. 'Allerlei mensen zeiden tegen mij dat ik een langetermijnstrategie moest ontwikkelen, want anders zou ik altijd de jongen van die robotarmpjes blijven. Maar ik wil mijn toekomst niet vastleggen, ik wil 'm ontdekken. Ik wil dingen laten gebeuren. Juist dan komt het goed.' Op de vraag wat hij dan het liefst zou zien gebeuren, antwoordt hij: 'Een werkplaats met alle gereedschappen en machines, zodat ik kan maken waar ik zin in heb. Ik werk daar dan met een soort familie. Alleen maar leuke mensen op wie ik kan vertrouwen.' De baal shag komt tevoorschijn. Een beteuterd lachje: 'Eigenlijk wil ik dus alleen maar meer van wat ik al heb.'

Een medewerker van Van der Kooij werkt aan de Snowmen-speakers. Beeld Rene Mesman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden