INTERVIEWCoronapatiënten

Zij werden al ontslagen uit het ziekenhuis: ‘Thuis begint het verwerken pas’

Drie coronapatiënten vertellen over de aanloop naar hun ziekenhuisopname, het verblijf zelf en de status van hun herstel. ‘Ik lag erbij als een dood vogeltje, in volstrekte isolatie.’

Dick Tibboel: ‘Ik lag erbij als een dood vogeltje, in volstrekte isolatie.’ Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Kinderarts-intensivist Dick Tibboel (67) uit Rotterdam: ‘De ic, dat was mijn grote angst’

‘Zes dagen voordat ik in het ziekenhuis belandde kreeg ik stikbuien, een enorm droge prikkelhoest, hoge koorts. En ik had absoluut geen energie. Ik dacht meteen: dit is corona. Maar ook: ik red het wel thuis.

‘Die zondag heb ik mij toch bij de huisartsenpost gemeld. En maandag opnieuw. Toen voelde ik me zo slecht dat ik om een verwijzing naar het ziekenhuis vroeg. Voordat mijn vrouw me naar het ziekenhuis bracht, heb ik thuis nog eenmaal mijn kamer rondgekeken. Ik dacht: hier kom ik nooit meer terug.

‘De longfoto was een klassieke: overal witte vlekken. Ik werd meteen opgenomen op de covid-19-verpleegafdeling. Ik lag erbij als een dood vogeltje, in volstrekte isolatie. Je horizon is de deur van de kamer. Bami met saté smaakte vanwege het uitvallen van mijn smaak naar karton. Eén keer per dag mocht mijn vrouw op bezoek komen. Als een soort maanvrouwtje, in een beschermend pak, met een mondkapje, bril en handschoenen. ‘Dit was weer ons meest intieme moment van vandaag’, zeiden we als ze weer vertrok.

Via berichten hield ik contact met de buitenwereld. Ik heb de periode als warm ervaren. Je ziet hoe mensen begaan met je zijn. ‘Jij, in het ziekenhuis?’, was de reactie. Ik heb geen obesitas, hypertensie of diabetes. Ik was kerngezond. Dat is mijn redding geweest, denk ik. De ic, dat was mijn grote angst. 

‘Na een dag of drie begon ik op te knappen. Ik kreeg geen antibiotica meer. Toen dacht ik: wat doe ik hier nog? Na vijf dagen mocht ik naar huis. Ik was nog steeds moe en bleek 7 kilo kwijt, daar schrok ik van. Als ik iets probeerde op te schrijven, ging dat in een kriebelhandschrift. Nu ben ik weer aardig de oude. Ik werk weer drie dagen per week. En ben weer 4 kilo aangekomen. Als het daarbij blijft, houd ik er ook nog iets positiefs aan over.’

Margriet Stollman: ‘Vooral geestelijk ben ik nog niet de oude.’ Beeld Aurélie Geurts

Margriet Stollman (71) uit Horn: ‘Thuis begint het verwerken pas’

‘We zouden vandaag vertrekken naar Portugal, voor een wandeltocht van 500 kilometer voorbij Santiago de Compostela en weer terug. Goed getraind waren we. Maar helaas voor niets. Ik ben longpatiënt en wilde het virus niet krijgen. Ik zegde alles af. En toch overvalt het je.

‘Nog steeds heb ik geen idee hoe ik besmet ben. Na vier dagen hoesten, koorts en diarree ben ik op 30 maart naast het bed flauwgevallen. Mijn man heeft toen onze zoon gebeld. Die zei: je moet de dokter bellen. Via het coronacentrum in Hotel De Oranjerie in Roermond belandde ik op de spoedeisende hulp. Twee uur later bleek mijn test positief en werd ik opgenomen.

‘Het was een film. Ik lag op een vierpersoonskamer met twee andere ernstig zieke patiënten. Maar je hebt geen contact, daarvoor ben je te ziek. Ik had ook geen besef van tijd. ’s Nachts viel ik een keer op het toilet dat op slot zat.

‘Iedereen was geweldig, van de schoonmakers tot de verpleegkundigen. Maar het was ellendig. Ik at niet, ik nam mijn tabletten niet, ik sliep niet vanwege de warmte. Na vijf dagen, op 4 april, mocht ik gelukkig naar huis. Daar heb ik nog een week voor pampus gelegen.

‘Vooral geestelijk ben ik nog niet de oude. Thuis begint het verwerken pas. Nu pas dringt door wat ik heb doorstaan. En hoeveel geluk ik heb gehad. Een goede kennis van ons uit het dorp is aan corona overleden, 60 jaar oud. Je beseft: dat had mij ook kunnen overkomen.

‘Ik kan bijna niet slapen, lig te malen. Ik heb nu slaapmedicatie gekregen van de huisarts. Als dat niet werkt, moet ik naar een psycholoog. Het ene moment ben ik bekaf, het andere fietsen we alweer een uur. Maar van wandelen ben ik na kwartier kapot. Volgend jaar maart alsnog naar Santiago: aan dat vooruitzicht houd ik me vast.’

Jhoy Dassen: ‘Achteraf besef je wel dat je op die corona-afdeling ergens op een tweesprong komt: de een gaat naar huis, de ander naar de ic, of erger.’ Beeld Aurélie Geurts

Docent Jhoy Dassen (55) uit Meerssen: ‘Van het eten moest ik al uitpuffen’

‘Eerst kreeg ik koorts – uit voorzorg ging ik al apart slapen van mijn vrouw. Drie dagen later kreeg ik last van slapeloosheid en na zeven dagen kwam de kortademigheid en vermoeidheid. Op dag 10, na enkele tests, belde de huisarts: je moet naar de spoedeisende hulp. Mijn vrouw heeft me gebracht. Dat was wel raar afscheid nemen daar – je kon elkaar geen knuffel geven.

‘Ik kreeg een mondkapje voor, het zorgpersoneel liep in vol ornaat rond, op een bedje in de onderzoekskamer werden de coronatest en andere tests afgenomen. ‘We gaan u opnemen, meneer’, zeiden ze. ‘Dan komt u op de quarantaineafdeling.’ Verrast was ik niet, eerder gelaten. Want het was voor mij volstrekt duidelijk dat het niet oké was. Ik had nog wel de kracht om zelf over te stappen op een bed, waarin ik naar mijn slaapkamer op de corona-afdeling werd gereden.

‘Dat is een gang met aan weerskanten individuele kamers. Daar lig je dan in je bed in een kamer van 3 bij 3,5 meter met aan weerskanten een raam: door het ene raam werd je voortdurend geobserveerd door artsen en verpleegkundigen, door het andere raam keek je uit op de hal. Ik miste het contact met buiten, ik miste de wolken.

‘Het personeel, helemaal ingepakt in die maanpakken, kwam zo min mogelijk binnen. Taken werden zo veel mogelijk gecombineerd: met het eten brengen kwamen ze ook bloed prikken of medicijnen en handdoeken afgeven. Op de tweede dag kwam de uitslag van de coronatest: positief. Ik kreeg extra zuurstof, met een slangetje in je neus, en antibiotica via het infuus.

‘Je ligt de hele dag maar te liggen. Ik had wel een boek mee, maar was veel te moe om me te concentreren. Ik heb ook weinig tv gekeken, want dat ging alleen maar over corona. Mijn telefoon was me dierbaar – daarmee gingen alle contacten. Echt in paniek, om naar de ic te gaan of zelfs dood te gaan, ben ik niet geweest – daarvoor was ik te goed. Maar je denkt er natuurlijk wel aan.

‘Na vijf dagen zei de arts: je mag naar huis. Het gekke was dat ik me niet echt beter voelde. Van het eten moest ik al uitpuffen, en douchen was een uitdaging. Ook was ik erg verward. Maar de zuurstofwaarden in mijn bloed waren beter. Ik moest nog wel zoeken naar adem, maar veel minder. De arts zei: ‘Je herstelt thuis veel beter dan in een ziekenhuis.’

‘Thuis ben ik er met rust, reinheid en regelmaat grotendeels bovenop gekomen. Maar mijn conditie en concentratie zijn nog steeds niet hersteld. Achteraf besef je wel dat je op die corona-afdeling ergens op een tweesprong komt: de een gaat naar huis, de ander naar de ic, of erger. Daar heb je zelf weinig invloed op – het overkomt je gewoon.’

lees ook

Tweederde van coronapatiënten is ontslagen van de reguliere verpleegafdeling
In Nederland zijn inmiddels bijna zevenduizend covid-19-patiënten ontslagen uit het ziekenhuis. Van alle coronapatiënten in een regulier ziekenhuisbed is ruim tweederde voldoende hersteld om naar huis te gaan.

Arts Coen Feron (28) vocht voor het leven van coronapatiënten. En toen belandde hij zelf op de ic
Coen Feron (28), anesthesioloog in opleiding, is volop bezig met het redden van coronapatiënten als hijzelf besmet blijkt te zijn. Zijn grote angst wordt werkelijkheid, hij moet kunstmatig beademd worden. Toch neemt zijn leven pas echt een wending als hij zijn ogen weer opent.

‘Je ziet ze denken: daar is de ic-dokter, daar komt mijn vonnis’
De Volkskrant mocht een dag meekijken op de intensive care van het Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. ‘De beslissing om iets niet te doen, kun je maar één keer maken.’

Op de covid-afdeling denkt niemand dat de strijd al gewonnen is
Het instinct laat artsen en verpleegkundigen bij de behandeling van coronapatiënten voor het eerst in hun carrière in de steek. Altijd konden ze daar op vertrouwen. Nu kan iemand ineens dood in zijn bed liggen. En dat geeft stress.

Op de ic gaat de coronapatiënt in een paar uur van een redelijke toestand naar ademnood
Wat gebeurt er met een covid-19-patiënt op de intensive care? In twee Brabantse ziekenhuizen zetten artsen alles op alles in de strijd tegen niet eerder geziene verschijnselen. ‘In mijn 25 jaar als longarts zag ik mensen nog nooit zo snel door een virusinfectie achteruitgaan als bij corona.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden