INTERVIEWLIDY SCHILDER

Zij pakt frauderende taalscholen aan, en dat is niet ongevaarlijk: ‘Ik kijk drie keer om me heen als ik naar huis rijd’

Lidy Schilder-Visser is directeur van Blik op Werk, dat met zijn keurmerk bepaalt welke taalscholen wel en niet worden toegelaten tot de inburgeringsmarkt – een wereld waarin miljoenen te verdelen zijn. Beeld Linelle Deunk
Lidy Schilder-Visser is directeur van Blik op Werk, dat met zijn keurmerk bepaalt welke taalscholen wel en niet worden toegelaten tot de inburgeringsmarkt – een wereld waarin miljoenen te verdelen zijn.Beeld Linelle Deunk

Blik op Werk houdt toezicht op het inburgeringsonderwijs, waar het lijkt te wemelen van de fraude. De stichting ligt onder vuur in de Tweede Kamer en intussen is het werk ook niet ongevaarlijk, zegt directeur Lidy Schilder. ‘Af en toe heb je momenten dat je denkt: jongens, moet dit nou allemaal?’

Het waren merkwaardige voorvallen, waar ­directeur Lidy Schilder (60) van Blik op Werk ruim twee jaar geleden mee werd geconfronteerd. Per mail ontving ze een epistel gericht aan haar vijftien medewerkers, met de boodschap: jullie zijn een stel racisten. Haar mailbox stroomde vol met nieuwsbrieven waar ze zich nooit voor had aangemeld. En dan was er nog een ongevraagd abonnement voor een krant, afgesloten op haar privérekening en bezorgd op het adres van Blik op Werk.

‘We dachten: goh, als we zo makkelijk te vinden zijn, dan moeten we zorgen dat de drempels wat hoger zijn’, zegt Schilder. Het kantoor van Blik op Werk verhuisde daarom naar een nieuw adres in Utrecht. Buiten hangt geen bordje meer. Bezoekers moeten eerst langs een portier en daarna door beveiligde poortjes. Dat ze het interview liever online geeft, heeft hier trouwens niets mee te maken. Dat is vanwege corona, zegt Schilder via haar webcam, die uitkijkt op een houten kruis aan haar muur.

Blik op Werk bepaalt met zijn keurmerk welke taalscholen wel en niet worden toegelaten tot de inburgeringsmarkt – een wereld waarin miljoenen te verdelen zijn. Of, zoals een Syriër met ondernemersambities het verwoordt tegenover de Volkskrant: ‘Mevrouw Lidy bepaalt of je rijk wordt of arm blijft.’

Dat mensen haar zo zien, zou de ‘pesterijtjes’ kunnen verklaren, zegt Schilder. Bang is ze niet. ‘Ik heb hier thuis wat viervoeters rondlopen. Je moet je ook niet laten leiden door angst. Jan (Laurier, mede-bestuursvoorzitter van Blik op Werk, red.) en ik hebben gezegd: wij zijn allebei op leeftijd. Als er wat gebeurt, dan zij het zo. We moeten vertrouwen hebben in alles wat boven ons is.’

Maar er is meer reden tot zorg: de rol van Blik op Werk staat politiek ter discussie omdat de stichting haar taak als toezichthouder niet goed zou vervullen. Fraudeurs zouden vrij spel hebben. Zo publiceerde de Volkskrant zaterdag een artikel over TCI Compiti, met 32 filialen tot voor kort een van de grootste taalscholen van het land. In vier jaar tijd incasseerde TCI Compiti bijna 13 miljoen euro overheidsgeld, waarvan een deel volgens justitie vermoedelijk op basis van valse facturen voor spookstudenten.

Over TCI Compiti krijgen jullie al jarenlang meldingen. Waarom is daar niet eerder ingegrepen?

‘Zolang het onderzoek loopt, ga ik niet op dit specifieke geval in. Maar het probleem met sommige scholen – met de nadruk op sommige, want de meeste scholen doen alles keurig volgens het boekje – is dat ze het in de ­juridische entiteit goed hebben geregeld. De fraude vindt dus plaats op een plek waar wij niet bij kunnen. Scholen gaan soms heel geraffineerd te werk. Zo gaf een taalschooleigenaar inzage in zijn administratie, en pas als je heel goed keek, zag je dat je niet bij de bank inlogde, maar ergens anders. Die bouwen dus van alles na.’

Een neppagina van een bank?

‘Dat hebben we bij één school gezien, ja. Het is niet ondenkbaar dat dat vaker gebeurt.’

Wat is dat voor circuit, waarin u opereert?

‘Je kunt een eigen optelsom maken: de mensen die hiernaartoe komen, pakken niet het vliegtuig. Er zit vanalles achter, daar ben ik niet blind voor. Wij zien soms dat een vrouwelijke aanvrager van een keurmerk een auto in wordt getrokken die meer dan modaal kost. Dat is voor ons een reden om te kijken: komt deze mevrouw niet nog dieper in de ellende als wij deze aanvraag goedkeuren?’

Zegt u nu dat er vrouwen als katvanger naar voren worden geschoven?

‘Dat kan ja. Over het algemeen stellen we wel zoveel vragen dat we daar doorheen prikken. Soms zijn het ook vrouwen die hier zelf als vluchteling zijn gekomen. En wij horen nu ook geluiden dat contracten van nareizende vrouwen worden gebruikt als betaalmiddel.’

Wat bedoelt u daarmee?

‘Op het moment dat een man schulden moet afbetalen, dan worden de uren die gebruikt zouden moeten worden voor de Nederlandse lessen van zijn vrouw verkocht aan diverse mensen. Ik heb het nog niet aangetroffen hoor. Maar zo hoor je elke keer wat. Dat gaan we dan weer onderzoeken.’

Blik op Werk is in 2006 opgericht om toezicht te houden op organisaties die zich richten op arbeidsparticipatie, zoals reïntegratiebureaus en opleidingsinstituten. Een jaar later, in 2007, als de inburgering wordt overgeheveld naar de vrije markt, wordt de stichting ook verantwoordelijk voor het toezicht op taalscholen. Haar keurmerk zou de kwaliteit moeten garanderen en kwetsbare burgers moeten beschermen tegen malafide praktijken.

In 2013 gaat het inburgeringsstelsel op de schop: vluchtelingen kunnen voortaan een lening van 10 duizend euro krijgen om zelf hun taalcursus in te kopen. Als de markt met de komst van tienduizenden Syriërs vanaf 2015 opbloeit, blijkt hoe gevoelig dit systeem is voor fraude. Een groepje handige ondernemers – sommigen zelf met een asielstatus – ruikt geld. Deze taalschoolhouders spannen samen met inburgeraars. Ze geven hun cadeaukaarten of cash in ruil voor het ondertekenen van facturen voor lessen die nooit zijn gegeven. Blik op Werk heeft inmiddels een dagtaak aan het onderzoeken van fraudesignalen.

Hoewel mogelijk miljoenen achterover zijn gedrukt, heeft er vooralsnog geen taalschooleigenaar voor de rechter gestaan. Wel lopen er enkele strafonderzoeken. ‘De opvolging door het strafrecht ligt niet bij ons’, benadrukt Schilder. ‘Wij kunnen een keurmerk intrekken, daar houdt het voor ons op. Dat wil niet zeggen dat taalscholen hun activiteiten dan altijd staken. Wat we nu horen in de markt, is dat ze hun contracten verkopen.’

Dan wordt een pakket aangeboden aan een andere taalschool? Zo van: hier heb je honderd inburgeraars die hun 10 duizend euro nog niet hebben opgebruikt, je mag ze tegen betaling overnemen?

‘Dat kan. We proberen nu te volgen waar de cursisten van opgedoekte taalscholen heengaan. We zien dat er een aantal administratiekantoren tussenzitten. Taalscholen betalen hen soms nota’s die aan de bijzonder hoge kant zijn. Wij kunnen daar niks van zeggen, want het valt binnen de wet, maar we melden die vermoedens wel bij de Inspectie Sociale Zaken en de Belastingdienst.’

Wat kan er worden gedaan om ­deze markt minder aantrekkelijk te maken voor profiteurs?

‘Forensische accountants komen met drie heldere adviezen. Eén: het inkomen van taalschooleigenaren maximaliseren via de Wet Normering Topinkomens, zoals dat ook in de zorg gebeurt. Als tweede moet je de grootte van de klassen beperken. En ten derde zou je een maximaal winstpercentage moeten vastleggen. Dat taalscholen nu met winstpercentages van 45 of 50 procent weglopen, vind ik vrij bijzonder.’

Waarom worden die maatregelen niet gewoon doorgevoerd?

‘Er is een klankbordgroep inburgeren, daar zitten de scholen in, een stuk of tien stakeholders, het ministerie van Sociale Zaken, de MBO Raad, branchevereniging NRTO. In die groep hebben wij het er niet doorheen kunnen krijgen. Met name omdat men principieel vindt dat het een vrije markt moet zijn. En dan reguleer je dit dus niet.’

Eigenlijk zegt u: het vrijemarktmodel is schuldig aan het falende inburgeringsonderwijs.

‘Je kunt een systeem dat niet deugt, niet dichtnaaien met allerlei plakkertjes. Dus alleen als we het systeem veranderen, en goddank gaat dat over niet al te lange tijd gebeuren (zie inzet), dan zal de fraude afnemen.’

Op 1 januari 2022 verandert het stelsel voor inburgering. Contracten worden vanaf dan niet meer door de individuele inburgeraar afgesloten, maar door de gemeente. Minister Koolmees van Sociale Zaken hoopt dat hiermee de fraude verdwijnt, omdat gemeenten beter zicht zouden hebben op wat er op de gecontracteerde scholen gebeurt.

Deze zomer nam de Tweede Kamer een motie aan, waaruit wantrouwen spreekt tegenover Blik op Werk. Het parlement wil onderzoeken of het toezicht op de inburgering niet beter kan worden uitgevoerd door een overheidsinstantie, zoals de Onderwijsinspectie. Wat vindt u daarvan?

‘Misschien moeten de Kamerleden zich eens goed inlezen in wat wij doen. Op pedagogisch gebied doen wij hetzelfde als de Onderwijsinspectie. Daarnaast doen we nog financiële controles. Er wordt nu een aanname gedaan dat de Onderwijsinspectie ook op besteding van de middelen zou controleren. Dat is gewoon niet zo. Kijk maar eens naar het Haga Lyceum, hoe ingewikkeld het is om dat te sluiten. Met het intrekken van het keurmerk stoppen wij in ieder geval de geldstroom.’

Ook brancheorganisaties NRTO (van particuliere opleiders), OVAL (van bedrijven in de reïntegratie) en de MBO Raad willen dat de Onderwijsinspectie de taak van Blik op Werk overneemt.

‘Ja, want als je onder toezicht komt van de Onderwijsinspectie, zijn er veel minder regels. Blik op Werk heeft gepleit voor een normering voor salariëring en op winst. Als er geen financiële controle op zit, is het allemaal wat makkelijker voor deze partijen.’

Het keurmerk van taalschool TCI Compiti werd ingetrokken na een grootscheepse inval van een rechercheteam. Vervolgens moesten jullie van de rechter deze ­zomer het keurmerk teruggeven, eigenlijk door een vormfout. Hoe kan dit?

‘Omdat we met mensen werken en mensen af en toe fouten maken. Ik kan het niet mooier maken. Het woordje ‘onbepaald’ had ‘bepaald’ moeten zijn. Daar hebben drie paar ogen overheen gelezen.’

Deze fout voedt geruchten die er toch al waren, namelijk dat medewerkers bij Blik op Werk zaken saboteren of informatie lekken naar taalschooleigenaren. Wij hoorden dat jullie daar onderzoek naar hebben laten doen. Klopt dat?

‘Ja. Sinds een jaar of anderhalf horen wij geruchten dat een medewerker zou meewerken aan het lekken van informatie. Daar hebben inmiddels drie externe onderzoeken naar plaatsgevonden. Maar die geven geen enkele aanleiding om te denken dat het waar is.’

Heeft u zelf ooit getwijfeld?

‘Ik zou geen goede bestuurder zijn als ik niet regelmatig twijfel. Je moet dit soort signalen altijd serieus nemen. Dat betekent ook dat we weer een onderzoek instellen als we een nieuw signaal krijgen. Maar tegelijkertijd vind ik wel dat het eerst bewezen moet worden.’

Gaan die geruchten steeds over dezelfde medewerkers?

‘Nee, dat wisselt wel. Ik ben zelf ook weleens genoemd.’

Oh, echt? Is er naar u dan ook al een extern onderzoek uitgevoerd?

‘Dat weet ik niet. Ik heb het gemeld bij de raad van toezicht, zo werkt het in deze wereld. En dan is het aan hen om daar wat mee te doen. Ik zeg altijd: kom maar op m’n bankrekening kijken, dan kun je zien dat daar geen bijzonderheden te zien zijn. We hebben intern afgesproken dat mijn collega voorlopig even de beoordelingen van nieuwe aanvragen voor taalscholen doet.’

Best heftig, om onderwerp te zijn van zo’n gerucht.

‘Ik vind dat vervelend. Maar het is wat het is. Er zit wel een gedrevenheid achter, dat ik me niet uit het veld laat slaan. Al heb je af en toe momenten dat je denkt: jongens, moet dit nou allemaal? En mijn leven is wel veranderd.’

In welke zin?

‘Ik kijk wel drie keer om me heen als ik naar huis rijd.’

Heeft u nou nooit gedacht: dit is dweilen met de kraan open, ik houd deze baan voor gezien?

‘Dat is alsof je tegen een politieman zegt: je hebt al zo veel boeven gezien, zou je er niet eens mee ophouden? Dan geef je je ook gewonnen. En als ik de resultaten zie die we hebben met het aantal afgewezen en ingetrokken keurmerken, dan denk ik dat we bezig zijn die kraan te sluiten. Ik wil niet zeggen dat die al helemaal dicht zit, maar we gaan de goede kant op.’

Er zijn solide aanwijzingen voor betrokkenheid van de Syrische zakenman Waiel Shaker bij grootschalige fraude in het inburgeringsonderwijs. Zelf wuift hij elk verwijt weg. Lees hier het interview.

Aanvulling: in een eerdere versie van dit interview stond dat TCI Compiti in drie jaar tijd ruim 7 miljoen euro overheidsgeld incasseerde. Uit later ontvangen informatie blijkt dat daar een jaar later nog eens 6 miljoen bijkwam. Daarom is deze passage aangepast naar: ‘In vier jaar tijd incasseerde TCI Compiti bijna 13 miljoen euro overheidsgeld’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden