Zij liet stenen spreken en beitels huilen

Ze was een talentvolle beeldhouwer met een unieke werkwijze die in het buitenland veel bekendheid genoot. Lika Mutal vond in steen haar inspiratie.

Lika Mutal

Voor Lika Mutal waren stenen geen dode materie, maar levende objecten met een eigen ziel. Als beeldhouwer ging ze er met respect mee om. Ze zette er geen slijpsteen op in een poging de steen te veranderen voor een mooi kunstwerk. Ze zocht altijd met haar 'huilende' beitel een manier om de stenen verbeteren. 'Ik wil niet de wil aan de steen opleggen, maar de wil van de steen uitvoeren.'

Haar mooiste en indrukwekkendste kunstwerk is El ojo que Llora, dat te vinden is op de Campo de Marte in de Peruviaanse hoofdstad Lima. Het is één grote steen omringd door een spiraal van 32 duizend kleine stenen. Daarin staan de namen gegraveerd van alle slachtoffers die in de periode 1980 tot 2000 zijn gevallen in het conflict tussen de regering en de guerrillabeweging Lichtend Pad. De grote steen is een afbeelding van de Inca-godin Moeder Aarde. In een van haar ogen is een waterdruppelaar aangebracht waardoor het lijkt alsof een traan vloeit. Het werk was omstreden omdat het monument behalve aan de regeringssoldaten en burgers ook was gewijd aan de guerrilla's.

In Nederland zijn Mutals werken Quipu (1974) en Pacaric (1974-1975) te zien in Museum Kröller-Müller. Toch was ze veel bekender in New York, Tokio en Parijs en uiteraard in Peru, waar ze al jaren woonde en werkte. Onverwacht overleed ze op 7 november in haar atelier in Lima aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Ze werd in Bilthoven geboren als Lika Vermeulen, een van de twaalf kinderen van de Utrechtse kunstschilder Piet Vermeulen en pianiste Lia Schlaghecke. Ze groeide op in een kunstzinnig milieu. Jonge componisten als Louis Andriessen, Misha Mengelberg en Peter Schat waren kind aan huis. Na een opleiding aan het Sint Bonifatius College in Utrecht besloot ze actrice te worden. Ze ging naar de theaterschool en sloot zich aan bij het toenmalige ABC-Cabaret van Wim Kan en Corry Vonk.

Op haar 19de raakte ze plotsklaps verliefd op een diplomaat van Unesco: de Turks-joodse Sylvio Mutal. Ze trouwde en vertrok in 1964 met hem naar Colombia. Ze vestigden zich in Bogotá. Als alternatief voor het acteren ging ze poppen maken. Deze ontwikkelden zich tot sculpturen. Toen haar man eind jaren zestig voor zijn werk naar Lima moest verhuizen, besloot ze te gaan studeren aan de kunstacademie van de Universidad Católica in Lima.

Hier begon ze met steen te werken en ontwikkelde ze gaandeweg een eigen stijl. Haar werkwijze was uniek. Ze zocht haar stenen zelf in de bergen van Cuzco uit. Als ze haar oog op een had laten vallen, beoordeelde ze nauwgezet de vorm en probeerde ze met de steen een gesprek aan te gaan. Soms was ze dagen aan het analyseren voordat ze de steen op een kraanwagen laadde en meenam naar haar atelier. Ze slaagde erin haar werk dynamiek te geven, ook al oogde het gesteente soms statisch. Haar beelden kenmerken zich door ruwe gekartelde randen en glad gepolijste vlakken. Ze zijn uitingen van de dualiteit van het Peruviaanse landschap: de mooie stranden versus de karkassen die er te vinden zijn.

In de jaren zeventig scheidde Mutal van haar eerste man, die daarna naar Nederland terugkeerde. Zij bleef in Lima. Van de vier kinderen die ze kreeg met hem, zijn er drie in de kunst beland. In de Nederlandse schilder-beeldhouwer Gam Klutier vond ze een nieuwe liefde. 'Ze vormden al gauw een unieke twee-eenheid', zegt haar zus Catherine Laimböck die in Langbroek een galerie heeft met werk van Mutal. 'Haar overlijden is moeilijk te verwerken. Zij is de eerste uit deze dynamische artistieke familie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden